Journalistieke hack van Revu legaal

revu-hacken-mailbox.pngDe Revu wordt niet gestraft voor het infecteren van 14.000 computers en het hacken van de mailbox van de geanonimiseerde Staatssecretaris van Defensie, zo las ik gisteren bij Security.nl. De politierechter vond dat het nieuwsfeit dat de mailbox te kraken was, belangrijk genoeg is om de hoofdredacteur vrij te spreken van het strafbare feit. De auteur van het artikel werd ook vrijgesproken, omdat hij niet betrokken was bij het daadwerkelijke inbreken. Hij kreeg de informatie achteraf en maakte daar een artikel van.

Ik heb hier grote moeite mee. Journalisten staan niet boven de wet en hebben niet het recht om 14.000 pc’s te infecteren om daarmee aan te tonen dat een wachtwoord te raden is door die pc’s er lekker veel te laten proberen. Ik heb sterk het vermoeden dat de politierechter onvoldoende rekenschap heeft gegeven van wat er nu feitelijk is gedaan. Als het nieuwsfeit was geweest “Voordeur huis staatssecretaris blijkt met bulldozer te forceren”, dan was het vonnis volgens mij heel anders uitgevallen.

De overwegingen uit het vonnis wijzen er namelijk sterk op dat de rechter zich heeft laten overtuigen door het beveiligingsaspect van de zaak. Immers, zo staat in het vonnis:

Hierbij wordt voorop gesteld dat de vraag of de privé emailboxen van bewindslieden voldoende beveiligd zijn tegen inbraken van buitenaf, op zichzelf een zaak is die het algemeen belang raakt. … Verdachte heeft betoogd dat het plegen van de onderhavige strafbare feiten noodzakelijk was voor de onderbouwing van de stelling in het artikel dat het schortte aan die beveiliging.

Nu wil ik best geloven dat beveiliging van zulke mailboxen op zich een belangwekkend iets is voor journalisten, maar dat betekent nog niet dat elk hackje daarmee nieuwswaardig is. Zeker niet als het hackje gewoon een lompe brute force aanval is. Iedereen weet dat je met genoeg proberen elk wachtwoord weet te raden.

Bovendien -en dit is een juridische blog- lijkt het vonnis me in strijd met wat de Hoge Raad tot nu toe steeds zegt over dit soort “nieuwsmaak”-acties. Zoals ik vorig jaar december blogde, in 1995 luidde het oordeel nog dat een vervalste aanvraag voor een rijbewijs niet onder de vrije nieuwsgaring valt, ook niet als je wilde aantonen dat aanvragen voor een rijbewijs onder valse naam mogelijk zijn (27 juni 1995, NJ 1995/711, niet online). En in december 2006 oordeelde de Hoge Raad hetzelfde in een zaak over een ‘gat’ in het bancaire systeem van automatische incasso.

In die laatste zaak citeerde men instemmend het Gerechtshof, dat had bepaald:

Nu het aan de verdachte ten laste gelegde het doel van zijn onderzoek (publiekelijk bewijs te vergaren voor zijn stellingen) voorbij is geschoten en hem andere, minder verstrekkende methodes ten dienste stonden, oordeelt het hof de jegens verdachte ingezette strafvervolging ter voorkoming van (soortgelijke) strafbare feiten en ter bescherming van de rechten van anderen, meer in het bijzonder van die van bovenaangegeven (rechts)personen, zowel passend als geboden.

Bij de incassozaak had de journalist een groot aantal incasso-opdrachten verstuurd voor soms substantiële bedragen van rekeningen van volslagen onbekenden. Hij had ook kunnen volstaan, aldus het Hof, met 1 grote incasso van een betrokken partij (bv. de directeur van de betrokken bank). En die analogie kun je zonder moeite doortrekken naar hier: was het nu echt nodig om 14.000 pc’s te infecteren om aan te tonen dat je met genoeg pc’s een wachtwoord kunt kraken?

En feit blijft (zoals Brenno de Winter al schreef) dat Revu het echte nieuws gemist heeft.

Anders nieuwswaardig feit is dat Hyves kennelijk goed functioneert als distributieplatform voor het verspreiden van virussen die een botnet bouwen. Gebruikers vertrouwen de website, terwijl nu blijkt dat er zeer kwaadaardige content op kan staan. Ook dit werd niet als nieuwswaardig feit gesignaleerd.

Waar ik nu heel bang voor ben, is dat al die scriptkiddies die eerst riepen “ik bewijs mensen een dienst door de beveiliging te checken” nu gaan roepen “oh ik ben journalist want ik onderzoek maatschappelijke misstanden door onvoldoende beveiliging”.

Arnoud<br/> Afbeelding afkomstig van Revu.

Hoe word ik rijk met mijn idee?

Een lezer vroeg me:

Ik heb een idee bedacht dat volgens mij echt super origineel en waardevol is. Het moet alleen nog worden uitgewerkt. Dus nu dacht ik, ik laat het vastleggen en dan kan ik het verkopen voor veel geld. Maar wat is de beste manier, en hoe promoot ik het idee?

Deze vraag, in diverse varianten, krijg ik zo ongeveer elke week de laatste tijd. Ik snap waarom mensen het vragen, maar ik ben toch wel erg skeptisch over de achterliggende gedachte.

Een idee heeft op zichzelf nul waarde, hoe origineel of creatief het ook is. En nee, een depot voegt daar niks aan toe. Van een idee naar een uitgewerkt concept kost een hoop tijd en geld, en het is en blijft een open vraag of dat concept ook echt een succes gaat worden. In de situatie van de vraagsteller worden alle risico’s in feite bij de koper gelegd, en die mag daar nog geld voor betalen ook. Ik zie werkelijk niet in waarom dat een aantrekkelijke deal is.

Als je je idee uitwerkt, dan ligt er een concreet iets waar potentiële kopers wat van kunnen vinden. Het kan dan zeker een commercieel aantrekkelijke deal zijn om te betalen voor die uitwerking, want dat spaart je tijd en geld die je anders nodig had gehad om die uitwerking zelf te maken.

Rijk worden van een idee alleen kun je dus wel vergeten.

Arnoud

OPTA: Afknijpen internet is reden voor opzeggen contract

Enige tijd geleden werd bekend dat internetprovider UPC haar klanten nog wel eens ‘afkneep’, de internetsnelheid sterk terugbracht als klanten te veel downloaden. De telecomtoezichthouder heeft dit onderzocht en publiceerde gisteren haar oordeel: dit is een contractswijziging, en klanten hebben het recht om dan op te zeggen. Alleen nu niet, want UPC heeft het heel snel weer ongedaan gemaakt.

OPTA baseert haar oordeel op artikel 7.2 Telecommunicatiewet, dat bepaalt dat een consument het recht heeft om bij een wijziging van het contract door de provider het contract op te mogen zeggen. Hoewel de tekst van het artikel alleen spreekt van ‘wijziging’, moet het wel gaan om een voor de consument nadelige wijziging.

Volgens OPTA is afknijpen zo’n nadelige wijziging:

Het college oordeelt dat een structurele beperking van de internetsnelheid bij het gebruik van bepaalde diensten in zijn algemeenheid een wijziging van een beding in de overeenkomst is, die niet aantoonbaar in het voordeel van de abonnee is. De vraag of het een wijziging van een schriftelijk of niet-schriftelijk overeengekomen beding betreft, doet daarbij niet ter zake.

In dit geval ziet men het knijpen door de vingers, meldt Webwereld, omdat UPC “de wijziging zeer snel ongedaan heeft gemaakt”. Het oeps-sorry-overactieve-stagiair excuus dus.

Mooi om te weten dat ik van mijn UPC-abonnement af kan als ze dit nog eens doen.

Arnoud

Aansprakelijk voor niet ontvangen bestelling

Een lezer vroeg me:

Op veel consumentenforums is het gebruikelijk, als een pakje niet aankomt met een bijvoorbeeld op Marktplaats gekocht artikel, dat de verkoper verantwoordelijk wordt gehouden voor vergoeding van het hele aankoopbedrag, al of niet met de verzendkosten. In hoeverre is dit eigenlijk billijk? Er kan misbruik worden gemaakt door beide partijen: wie zegt dat het pakje wel is verzonden en wie zegt dat het pakje niet is aangekomen?

Wanneer het gaat om professionele verkopers (bv. webwinkels) die leveren aan consumenten, dan is de wet duidelijk: verzending is voor risico van de verkoper (art. 7:11 BW). Komt het product niet aan, dan moet de verkoper het nog een keer versturen. Hij draagt het risico en moet dus ook de kosten voor herverzending dragen. En de bewijslast dat het pakket wel is aangekomen, ligt bij hem als verkoper.

Hier gaat het echter om niet-professionele verkopers (in het jargon: c2c). Artikel 7:11 geldt dan niet. Je moet dan terugvallen op de algemene regels voor koop en verkoop. De verkoper had beloofd het artikel te verzenden, en het is niet afgeleverd. Dat is een tekortkoming, en die geeft de koper in principe het recht om te ontbinden (6:265 BW). Ook als het niet-aankomen gevolg is van overmacht (staking post, diefstal door bezorger, noem maar op). De verkoper moet dan het geld terugbetalen.

Als de tekortkoming niet het gevolg is van overmacht, kan de koper schadevergoeding eisen (6:74 BW). Schadevergoeding lijkt me alleen lastig liggen bij gevallen als deze. Welke schade heb je doordat je bestelling (nog) niet aangekomen is? En is het redelijk dat de verkoper die moet dragen? Bij een bruidsjurk die te laat komt, kan ik me daar iets bij voorstellen, maar bij een boek of dvd via Marktplaats eigenlijk niet. Of het moet heel expliciet besproken zijn dat de leverdatum cruciaal is, maar dan kun je je afvragen waarom de koper dan instemde met levering via een onbetrouwbaar verzendkanaal zoals de gewone post.

De bewijslast dat er overmacht was, ligt bij de verkoper. Hij zal dus moeten bewijzen dat hij het pakketje netjes heeft verstuurd, en dat het kwijtraken niet aan hem te wijten is. Lukt hem dat niet, dan kun je als koper die schadeclaim indienen – mits je natuurlijk weet te betogen dat je schade hebt en dat met bonnetjes kunt bewijzen. (Emotionele schade claimen voor een misgelopen pakketje gaat je niet lukken in Nederland.)

Als de koper echter expliciet om verzending via TNT Post heeft gevraagd, dan kan dit nog wel eens anders uitpakken. Het lijkt me wat raar dat je eerst de allergoedkoopste (en dus minst betrouwbare) verzendmethode kiest en vervolgens je geld terugvraagt als het pakket verloren is gegaan. Ik kan me goed voorstellen dat de rechter het kwijtraken voor jouw rekening laat komen. Je bent dan dus je geld kwijt.

Arnoud

Al te hard blaffen = geen proceskostenvergoeding

Onlangs kwam ik een kantonzaak uit Groningen tegen waarin de eisende jurist wel heel hard blafte: u pleegt plagiaat, u schendt de auteurswet, cliënt heeft de mogelijkheid om een civiele procedure tot veroordeling tot staking van de inbreukmakende handeling en/of betaling van schadevergoeding en/of een strafrechtelijke procedure aanhangig te maken. Bovendien zou aangifte worden gedaan.

Maar wat nu precies overgenomen was en waarom dat inbreuk zou zijn, bleek niet uit die brief. De gedaagde vroeg om verduidelijking: om welke teksten of passages zou het gaan en dan zou ze dat aanpassen. Het antwoord: woef, maar dan juridisch – u moet alle teksten weghalen binnen een week anders gaan we aangifte doen en een rechtszaak beginnen.

Uiteindelijk kwamen er dan toch twee stukjes tekst boven tafel die inbreukmakend zouden zijn. Die werden verwijderd, en toen (woef!) kwam er een schadeclaim van 2000 euro voor de overname en 1785 euro aan kosten voor juridische bijstand.

Daar maakt de kantonrechter in zijn vonnis gelukkig korte metten mee. Allereerst staat niet vast dat de betreffende teksten auteursrechtelijk beschermd zijn. De gebruikte woorden en frases (geluk, hoop, liefde, verdriet, etc) zijn zo gebruikelijk bij dit soort diensten dat er geen stempel van de maker (pardon, eigen intellectuele schepping) in de overgenomen tekstjes te herkennen is.

Belangrijker: de blaffende jurist krijgt zijn kosten niet vergoed. Want:

Om voor vergoeding in aanmerking te komen is het criterium of het maken van die kosten redelijkerwijs verantwoord was. De kantonrechter verstaat onder redelijkerwijs ondermeer dat men aan de wederpartij duidelijk maakt wat men van haar verlangt en haar in de gelegenheid stelt daaraan te voldoen voordat men kosten gaat maken. Uit de gang van zaken blijkt dat [gedaagde] zich van het begin af aan bereid heeft verklaard om de teksten aan te passen, maar dat [Eiser], nog voordat zij aan [gedaagde] had duidelijk gemaakt wat zij gewijzigd wilde zien de zaak ter behandeling aan [jurist] had overgedragen. Daar komt bij dat de eerste twee brieven van [jurist] wel dreigementen bevatten maar geen duidelijkheid gaven hoewel [gedaagde] daar uitdrukkelijk naar had gevraagd.

De eiser mag dus zelf de 2000 euro voor deze jurist betalen.

Een goeie zaak, wat mij betreft. De regels voor proceskostenvergoeding bij auteursrechtzaken is me al lang een doorn in het oog. In tegenstelling tot ‘gewone’ rechtszaken krijg je als verliezer bij een auteursrechtzaak namelijk de werkelijke rekening van de advocaat van de andere partij gepresenteerd. En dat pakt zuur uit bij veel bloggers die (al dan niet uit onwetendheid) een plaatje of tekst overnemen. Hoewel de schadevergoeding misschien beperkt kan worden vanwege bv. het kleine aantal bezoekers, blijven de advocaatkosten torenhoog. Dit maakt het bijzonder moeilijk om tot een fatsoenlijke schikking te komen. Elk uur onderhandelen is immers voor je eigen rekening als inbreukmaker.

Arnoud

Een rode kaart voor de algemene voorwaarden

Tijd voor weer eentje in de categorie “maffe algemene voorwaarden”. Een lezer tipte me over de gebruikersvoorwaarden (sic) van Voetbal.nl. Daarin staat onder andere dit:

9. WIJZIGEN VAN GEBRUIKSVOORWAARDEN Voetbalmedia behoudt zich het recht voor iets weg te halen uit, toe te voegen aan of te wijzigen in de gebruiksvoorwaarden. Iedere verandering is direct van kracht en dus rechtsgeldig. Wanneer u de site blijft gebruiken, gaat u akkoord met eventuele veranderingen. Het is uw verantwoordelijkheid om iedere keer dat u de website bezoekt, de gebruiksvoorwaarden te raadplegen, zodat u op de hoogte blijft van eventuele wijzigingen. Voetbalmedia behoudt zich te allen tijde het recht voor om tijdelijk of permanent de inhoud van de website te wijzigen, iets toe te voegen, iets stop te zetten op deze website, zonder aankondiging of aansprakelijkheid.

Op zich heeft elke website wel iets dergelijks in haar gebruiksvoorwaarden staan. Die voorwaarden zijn bedoeld voor de lange termijn, en dan is het op zich redelijk dat de aanbieder van de dienst (want dat is een website, juridisch gezien) de voorwaarden van tijd tot tijd mag herzien.

Hier wordt echter wel heel erg eenzijdig dit recht opgeëist. En op deze manier is het niet rechtsgeldig, omdat het in strijd is met de zogeheten grijze lijst van “vermoedelijk onredelijk bezwarende bepalingen” uit algemene voorwaarden. Op die lijst staat namelijk (sub c):

Vermoedelijk onredelijk bezwarend is een beding dat de gebruiker de bevoegdheid verleent een prestatie te verschaffen die wezenlijk van de toegezegde prestatie afwijkt, tenzij de wederpartij bevoegd is in dat geval de overeenkomst te ontbinden.

Dit veranderbeding biedt de gebruiker, de site Voetbal.nl dus, de mogelijkheid om op elk moment een geheel andere dienst te leveren. Echter, de wederpartij mag dan niet zomaar opzeggen. Daarmee valt het beding onder dit lid C. Het is dus vermoedelijk onredelijk, wat wil zeggen dat Voetbal.nl zal moeten aantonen dat zij echt niet anders kan dan het op deze manier doorvoeren. Lukt dat niet, dan kan het beding worden doorgehaald.

Ik zou niet weten hoe ze dat gaan doen. Het is volstrekt triviaal om die tenzij-zin erbij te zetten en een redelijke termijn in te voeren waarbinnen de voorwaarden zullen worden ingevoerd. Kondig de wijziging op de homepage aan, stuur geregistreerde leden een berichtje en bied ze dertig dagen om akkoord te gaan of op te zeggen.

Ik zie ook geen enkele reden om zonder waarschuwing en op elk moment de voorwaarden te moeten aanpassen. Wat is er zo dringend dat het geen paar weken kan wachten?

Arnoud

Discriminatie op datingsites

Een lezer mailde me over een datingsite waar hij als man voor allerlei diensten moest betalen, terwijl vrouwen van zowat alle mogelijkheden gratis gebruik van konden maken. Is dat niet verboden discriminatie?

Discriminatie, oftewel ongeoorloofd onderscheid maken, is inderdaad verboden. Hoe het precies zit, blijkt uit de Algemene wet gelijke behandeling. Artikel 7 van deze wet verbiedt het maken van onderscheid bij het aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen of diensten en bij het sluiten, uitvoeren of beëindigen van overeenkomsten. Een datingsite levert een dienst en valt dus onder dit artikel.

“Onderscheid” valt dan weer uiteen in direct en indirect onderscheid. Bij direct onderscheid wordt het criterium (hier: man of vrouw) zelf gebruikt voor het onderscheid. Bij indirect onderscheid wordt een ander criterium gebruikt dat indirect toch tot onderscheid tussen mannen en vrouwen leidt. Zo zou een eis om een stropdas te dragen indirect onderscheid op geslacht kunnen opleveren, omdat vrouwen die meestal niet dragen.

Hier is sprake van direct onderscheid, er wordt keihard gekeken naar het geslacht en op basis van alleen dat gegeven wordt de dienstverlening aangepast. Maar dat is soms toegestaan. In artikel 2 lid 3 van de Awgb een uitzondering staat voor “positieve discriminatie”:

Het in deze wet neergelegde verbod van onderscheid geldt niet, indien het onderscheid een specifieke maatregel betreft die tot doel heeft vrouwen of personen behorende tot een bepaalde etnische of culturele minderheidsgroep een bevoorrechte positie toe te kennen ten einde feitelijke nadelen verband houdende met de gronden ras of geslacht op te heffen of te verminderen en het onderscheid in een redelijke verhouding staat tot dat doel.

Het feitelijk nadeel zit hem hier in het punt dat vrouwen op datingsites vaak sterk in de minderheid zijn. De site wil dus graag vrouwen aanmoedigen om lid te worden, en dat is op zich een legitiem doel. Verder blijkt dat vrouwen ook wel een basistarief moeten betalen, dus helemaal gratis is het niet. Ik denk dus wel dat dit toegestaan is.

Arnoud

Vochtsensor versus conformiteit

iphone-water-moisture-sensor.jpgEen lezer had een probleem met zijn iPhone maar kreeg nul op het rekest bij Apple:

Mijn Ipod kreeg na enkele maanden met een mechanisch defect (tikkende harddisk), voor de rest was het apparaat nauwelijks gebruikt en werkte helemaal goed. Na onderzoek meldde Apple echter dat sprake was van vochtschade en dat er dus niet gerepareerd hoefde te worden. Apple heeft in al zijn apparatuur namelijk een vochtschadesensor ingebouwd, een strip die reageert op vloeistof. Als die rood uitslaat, is er blijkbaar vochtschade geweest. Nu kan dit ook b.v. komen door ouderdom van zo’n vochtschade sensor. Volgens Apple slaat zo’n sensor pas uit als hij b.v. in water is ondergedompeld, wat bij mij niet het geval is. Maar Apple weigert nu toch te repareren, en de winkel wil ook niets voor me doen. Sta ik nu met lege handen?

De winkelier heeft zelf de verantwoordelijkheid om jou een correct werkend apparaat te leveren. Als je met een schadeclaim komt, dan is hij verplicht de schade gratis te herstellen (of een vervangend apparaat te leveren) tenzij blijkt dat het probleem niet in het apparaat zit maar door bv. foutief gebruik of een andere oorzaak van buitenaf is veroorzaakt. Vochtschade (waterschade) is ook iets dat onder “oorzaak van buitenaf” valt. Schade die het gevolg is van binnendringend vocht is dus in principe voor je eigen rekening, behalve natuurlijk als het vocht naar binnen kon komen door een constructiefout.

Hier gaat het om een mechanisch defect dat -lijkt mij- niet door vocht veroorzaakt kan worden. Een natte harde schijf tikt niet. Ik heb geen idee of de sensor correct heeft gewerkt of niet, maar de status van het defect in kwestie kan daardoor niet worden aangetast. De winkelier kan dus de claim niet afwijzen vanwege het enkele feit dat er (mogelijk) vocht in het apparaat is gekomen. Hij zal moeten onderzoeken of het vocht ook het tikken van de harde schijf veroorzaakt, en pas dan kan hij de reparatie weigeren.

Omdat het apparaat binnen een paar maanden is stukgegaan, helpt de wet hier de klant: de winkelier moet bewijzen dat het tikken door een fout van de koper is veroorzaakt. Lukt hem dat niet, dan wordt de schade geacht een defect aan het product zelf te zijn. Na die tijd moet de klant zelf aantonen dat de tikkende harde schijf door een productiefout komt.

Arnoud

Do travel sites use cookies to dupe you into paying more?

Een lezer wees me op een opvallende observatie van prijzen op vliegwebsites (websites voor vliegtickets dus, grapjassen). Deze blijken door middel van cookies na te gaan of iemand een nieuwe bezoeker is of een vaste klant. In het laatste geval krijgt hij een hogere prijs voorgeschoteld.

Mag dat zomaar? Ja, dat mag zomaar.

Er is geen wet die eist dat je iedereen dezelfde prijs voorschotelt. Bij ieder aanbod mag je als aanbieder zelf weten welke prijs en welke voorwaarden je hanteert. Je mag zelfs bepaalde personen weigeren een contract aan te bieden. Dat laatste dan weer niet op verboden gronden zoals ras, geslacht of seksuele voorkeur maar dat is echt de uitzondering.

Of het slim is, is een andere vraag. Het komt altijd uit wanneer je het op internet gaat doen, want er zijn altijd mensen met tijd over die even kijken wat er gebeurt als ze uitloggen en nog een keer langskomen.

Maar als het lukt en de klant betaalt de hoge prijs, dan is dat mooi voor de winkelier. En nee, de klant kan geen claim indienen op het prijsverschil, net zo min als hij aanspraak kan maken op de aanbiedingsprijs die 1 dag na zijn aanschaf ingaat. (Ik heb als student op zaterdag bij de HEMA gewerkt, en ik ken alle smoezen – van zowel winkelier als klant – op dit punt.)

Arnoud

Hoezo eigenlijk moeten onrechtmatige publicaties weggehaald worden?

Afgelopen maandag las ik op Blikopdebeurs.com over een vonnis over een ruzie over forumpostings. Twee berichten bleken onrechtmatig, omdat daarin iemand voor “oplichter” (en ook “oplichters en dieven”) werd uitgemaakt zonder dat dat voldoende basis in de feiten bleek te hebben. Nu lijkt dat op zich wel te kloppen, maar de opmerkingen in het begin van het vonnis intrigeerden me: waarom moesten deze berichten eigenlijk verwijderd worden?

Het vonnis opent namelijk met een discussie over de vraag of de forumposts wel onder de vrijheid van meningsuiting vallen. Natuurlijk, zegt de rechtbank. Ook mensen die geen professioneel journalist zijn, komt uitingsvrijheid toe. Zij mogen op forums discussiëren over -in dit geval- mogelijke misstanden in de financiële wereld. Overigens ben je al snel journalist volgens het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Natuurlijk moeten ook journalisten de grenzen van de wet in de gaten houden, en ook journalisten kunnen worden veroordeeld als zij smaad plegen.

Die discussie deed me denken aan een al wat oudere uitspraak van de Raad voor de Journalistiek over media-archieven. Moeten de media kunnen vergeten, zoals Henk Blanken het kernachtig formuleerde. Het oordeel van de Raad: nee. Ik citeer Blankens advies:

Archieven moeten principieel beschermd worden tegen “correcties”. De samenleving moet op hun integriteit kunnen vertrouwen. … Een ondeugdelijk bericht moet worden gerectificeerd, maar een onwelgevallig artikel wordt niet uit het archief verwijderd, evenmin als aan het archief met terugwerkende kracht artikelen kunnen worden toegevoegd omdat die een “beter” beeld geven van het verleden. De journalist dient de waarheid, ook met terugwerkende kracht.

Dit heeft zich ondertussen vertaald in dit advies uit de Leidraad van de Raad:

Het publieke belang van zo volledig mogelijke, betrouwbare archieven waarvan de inhoud niet kan worden gewijzigd, weegt in beginsel zwaarder dan het belang dat personen kunnen hebben bij het verwijderen of anonimiseren van gearchiveerde artikelen met een voor hen onwelgevallige inhoud. Slechts in bijzondere gevallen kan dit maatschappelijk belangrijke principe wijken voor een privébelang.

Ik snap het standpunt, maar ik krijg wel de indruk dat zich nu een dubbele standaard aan het ontwikkelen is. Websites die onrechtmatige uitingen publiceren, moeten die verwijderen – ook als de uiting in het kader van journalistiek is gedaan. Maar kranten die onrechtmatige uitingen publiceren, hoeven alleen een rectificatie te publiceren. Er hoeft niet eens een kadertje bij het gewraakte artikel om aan te geven dat die rectificatie er is. Waarom? Ik begrijp daar echt niets van.

Ok, ik weet dat veel websites verder gaan dan kranten of tijdschriften. Dat een gênant en beschamend filmpje van internet moet, kan ik nog billijken. Daar was ook geen serieus journalistiek motief voor te verzinnen, volgens de rechter. Maar een discussie als deze lijkt me gewoon onder de noemer van journalistiek te vallen, zeker gezien de brede definitie van het mensenrechtenhof.

Dat het weggehaald kan worden, is geen argument. Dat kan bij online krantenarchieven ook, maar die mogen -volgens de Raad- gewoon online blijven staan.

Ik vraag me af hoe ver je komt als je bij een krant gaat eisen dat ze een duidelijk kader in het gearchiveerde bericht opnemen met een verwijzing naar de rectificatie.

Arnoud