Spamverbod naar bedrijven pas per 1 oktober in werking

Ongevraagde e-mailreclame naar bedrijven wordt pas per 1 oktober verboden. Dat maakte het ministerie van EZ in een enkele zin in een persbericht met als titel “Telecomcontracten vanaf 1 juli makkelijker op te zeggen” afgelopen zondag bekend. Erg fijn, want heel Nederland had net geleerd dat het spamverbod ook op 1 juli uitgebreid zou worden.

Hoe je dit zou kunnen weten? Nou, niet dus, tenzij je toevallig alle persberichten van EZ leest. Want in de parlementaire stukken rond dit wetsvoorstel (30661) vind je er niets over. De laatste bronnen die ik kan vinden over wetsvoorstel 30.661 noemen namelijk 1 oktober alleen als datum voor inwerkingtreding van het Bel-me-niet register. Zo verklaarde de staatssecretaris in november vorig jaar:

Bedrijven willen niet gedurende het gehele jaar met veranderingen worden geconfronteerd. Wij hebben afgesproken om of op 1 januari of op 1 juli veran­deringen aan te brengen. … Daarom zullen wij voor de onderdelen die direct ingrijpen op de bedrijfsvoering de datum van 1 juli 2009 hanteren. Daarbij denk ik aan de contractduur en de opzegtermijnen, het bel-me-niet-register en de uitbreiding van het spamverbod, zodat dat ook zal gelden voor rechtspersonen en bedrijven. Voor deze onderdelen zal de datum van 1 juli 2009 gelden. Er wordt dus een reële overgangs­termijn in acht genomen.

Kennelijk was de lobby van de e-mailmarketingbelangengroepen dus toch in staat om nog even wat te regelen. Een andere verklaring voor deze vertraging kan ik niet bedenken.

Nou ja, heeft u nog iets langer om uw bestand met langs inmiddels onbekende weg vergaarde e-mailadressen op te schonen.

Arnoud

Mag je van de Telecomwet bij een prijsverlaging je abonnement opzeggen

telefoon-opzeggen1.jpgVia een lezer kreeg ik de interessante tip over een discussie bij iPhoneclub of je je telecomabonnement kunt opzeggen als de provider een prijsverlaging doorvoert. Dat lijkt een gekke reden, maar het kan natuurlijk zijn dat je al een tijdje van je abonnement afwilt en dan is zo’n prijswijziging immers een mooi excuus. iPhoneclub zocht het na in de algemene voorwaarden:

Het korte antwoord: bij Vodafone kan het wel, bij T-Mobile en KPN niet.

Maar de wet heeft daar ook wat over te zeggen. Artikel 7.2 Telecommunicatiewet zegt namelijk:

1. Ten minste vier weken voordat een voorgenomen wijziging van een beding dat is opgenomen in een overeenkomst van kracht wordt:

a. biedt een aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst de abonnee de mogelijkheid om de overeenkomst kosteloos te beëindigen, en
b. stelt de aanbieder de abonnee op genoegzame wijze op de hoogte van de inhoud van de voorgenomen wijziging en van de mogelijkheid om de overeenkomst kosteloos te beëindigen.

Daar staat wijziging en een prijsverlaging is ook een wijziging. Dus het zou moeten kunnen. Dacht ik.

Want wat blijkt de toezichthouder OPTA te zeggen in een om onverklaarbare redenen tegen citeren beveiligd document te zeggen:

Het beëindigingsrecht van artikel 7.2 Tw geldt alleen voor een wijziging die niet aantoonbaar in het voordeel is van de abonnee. … Het college interpreteert artikel 7.2 Tw namelijk in het licht van de bedoeling van dit artikel, namelijk bescherming van de abonnee. In dit verband ligt het niet voor de hand om een abonnee het recht te geven zijn overeenkomst te beëindigen als hij een wijziging van de contractsvoorwaarden krijgt voorgehouden die aantoonbaar in zijn voordeel is, bijvoorbeeld in het geval van een tariefsverlaging van de geboden dienst.

Men volgt hierbij de uitleg van de minister over de bedoeling van dit wetsartikel. Die verklaarde in 2003 namelijk:

En een redelijke uitleg van dit artikel brengt naar mijn oordeel met zich mee dat abonnees niet het recht hebben om de overeenkomst te beëindigen indien een aanbieder alleen voorstelt om tarieven te verlagen. In zo’n situatie kan een abonnee zich niet op dit artikel beroepen.

Daarmee vrees ik dat je met een beroep op de wet nergens zult komen als je bij een prijsverlaging van je telefoonabonnement af wilt. Je bent dus echt afhankelijk van de algemene voorwaarden en de welwillendheid van de telecom-operator.

Arnoud

Regelen, dwingen en alles daar tussen in (gastpost)

rules-broken-cones-pilonnen.pngDe doorsnee consument heeft doorgaans een verkeerde opvatting over de rechten en plichten van de tegenpartij en zichzelf. Grofweg zijn er twee groepen consumenten. De eerste groep consumenten neemt klakkeloos aan dat ze aan alles gebonden is wat de wederpartij opgenomen heeft in de algemene voorwaarden. En daarbij maakt het niet uit hoe onredelijk de wederpartij is. De tweede groep consumenten weet wel beter, maar zij hebben weer de opvatting dat de wederpartij aan iedere wetsartikel gebonden is, oftewel daar nooit vanaf mag wijken. Om duidelijk te maken dat dit niet zo is, heb ik deze keer een stukje geschreven over het verschil tussen regelend en dwingend recht.

Nederland kent een contractuele vrijheid voor haar burgers. Dat houd in dat partijen de vrijheid hebben om zelf te bepalen met wie en onder welke voorwaarden ze handelen. Als partijen over een bepaald onderwerp geen voorwaarden hebben afgesproken dan gelden de wettelijke bepalingen, die als geheel regelend recht genoemd worden. De contractuele vrijheid wordt begrensd door het half-dwingend recht en het dwingend recht en zo wordt misbruik van onderhandelingspositie tegengegaan. Dwingend recht wil zeggen die wettelijke bepalingen waar nooit van afgeweken mag worden, terwijl bepalingen waar enkel onder bepaalde voorwaarden van mag worden afgeweken bekend staan als half-dwingend.

Consumentenrecht

Voor het burgerlijk wetboek geldt dat wetsartikelen onder regelend recht vallen tenzij is aangegeven dat er niet of slechts onder bepaalde voorwaarden van mag worden afgeweken. Een voorbeeld:

Noch van de artikelen 231-244, noch van de bepalingen van de in artikel 239 lid 1 bedoelde algemene maatregelen van bestuur kan worden afgeweken. De bevoegdheid om een beding krachtens deze afdeling door een buitengerechtelijke verklaring te vernietigen, kan niet worden uitgesloten.

Dit artikel komen we tegen in boek 6 van het Burgerlijk Wetboek onder artikelnummer 246. Het is een voorbeeld van dwingend recht omdat dit artikel er voor zorgt dat er onder geen enkele voorwaarde mag worden afgeweken van de artikels alsmede de algemene maatregelen van bestuur waar naar verwezen wordt. Een voorbeeld van half-dwingend recht komen we tegen in artikel 6 van boek 7; de eerste twee leden vermelden:

  1. Bij een consumentenkoop kan van de afdelingen 1-7 van deze titel niet ten nadele van de koper worden afgeweken en kunnen de rechten en vorderingen die de wet aan de koper ter zake van een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van de verkoper toekent, niet worden beperkt of uitgesloten.
  2. Lid 1 is niet van toepassing op de artikelen 11, 12, 13, 26 en 35, doch bedingen in algemene voorwaarden waarbij ten nadele van de koper wordt afgeweken van die artikelen, worden als onredelijk bezwarend aangemerkt.

    In die gevallen waar de consument een product koopt bij een bedrijf mag er niet van dit deel van de wet worden afgeweken, tenzij dit in het voordeel van de consument is of, in het geval van vijf van deze uitzonderingen, dit in de overeenkomst gebeurt.

    De vijf uitzonderingen regelen dat de verkoper:

    • verantwoordelijk is voor het product totdat dit bij u is bezorgd,
    • de kosten van het transport moet betalen,
    • wanneer kosten voor het transport of andere werkzaamheden in rekening mogen worden gebracht,
    • welk deel van de aankoopprijs als voorschot mag vragen en
    • of hij zomaar de aankoopprijs mag verhogen.
    Deze regels hebben enige overlap met het dwingend recht omtrent de algemene voorwaarden. Zo staat het verhogen van de prijs binnen drie maanden op de zwarte lijst onder nummer i. Voor de volledigheid meld ik dat er voor de wet koop op afstand aanvullende regels gelden en deze vallen onder half-dwingend recht vanwege artikel 7:46j BW.

    Naast het regelen van (half-)dwingend recht in een apart wetsartikel, komen we ook situaties tegen waarin dit gedaan wordt in het betreffende wetsartikel zelf. In dit geval wordt dat in een apart lid geregeld, zoals we dat o.a. kennen van het regresrecht dat winkeliers beschermt, of in de tekst zelf van een bepaling.

    Arbeidsrecht

    Het arbeidsrecht kent de grootste variantie op dit gebeid. Het kent ook driekwart- en tweederde dwingend recht. Hiervan mag wel worden afgeweken maar alleen als dit door een groep wordt gedaan. Van driekwart dwingend recht mag alleen worden afgeweken indien dit in een collectieve arbeidsovereenkomst of door een daarvoor bevoegd bestuursorgaan. Van tweederde dwingend recht mag worden afgeweken door middel van afspraken met de ondernemingsraad of de medezeggenschapsraad. Zoals je vast geraden had geeft de breuk aan hoe sterk dit recht wordt geacht. Als een afwijking van een tweederde dwingend recht strijdig is met driekwart dwingend recht, dan prevaleert de laatste.

    Zo kunnen werkgever en werknemers collectief dwingend regelen dat er niet mag afgeweken worden van de afspraken die collectief tot stand zijn gekomen. De wet op Collectieve Arbeidsovereenkomst maakt dit mogelijk middels artikel 12 dat het volgende omvat:

    1. Elk beding tusschen een werkgever en een werknemer, strijdig met eene collectieve arbeidsovereenkomst door welke zij beiden gebonden zijn, is nietig; in plaats van zoodanig beding gelden de bepalingen der collectieve arbeidsovereenkomst. (sic.)
    2. De nietigheid kan steeds worden ingeroepen door elk der partijen bij de collectieve arbeidsovereenkomst.

      Tot slot nog een voorbeeld waar het dwingende karakter blijkt uit de tekst van de bepaling zelf. Hiervoor kunnen we kijken naar art 7:613 BW:

      De werkgever kan slechts een beroep doen op een schriftelijk beding dat hem de bevoegdheid geeft een in de arbeidsovereenkomst voorkomende arbeidsvoorwaarde te wijzigen, indien hij bij de wijziging een zodanig zwaarwichtig belang heeft dat het belang van de werknemer dat door de wijziging zou worden geschaad, daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.

      Dit moet wel onder dwingend recht vallen, want anders zou je met een beding in de algemene voorwaarden hier heel gemakkelijk van afwijken. Je neemt dan simpel weg als voorwaarde op dat je er van af mag wijken en wijkt daarna er direct vanaf.

      Alex de Kruijff
      Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

      Mag mijn loonstrook digitaal?

      cheque-check-betalen-ontvangen-loonstrook.jpgEen lezer ontving een mail van de HR-afdeling met de volgende tekst en vroeg zich af of dat zomaar kon:

      Vanaf eind juni willen wij graag de loonstroken digitaal gaan versturen. Standaard gaan deze naar je bedrijfsadres. Als je liever een ander e-mailadres wilt gebruiken, dan willen we graag voor 1 juni van je horen welk adres dit moet worden. Let wel op dat het dan jouw verantwoordelijkheid is dat die mailbox ook werkt.

      In principe moet een loonstrookje schriftelijk, zo blijkt uit artikel 7:626 BW. Nu is e-mail op zich een rechtsgeldig communicatiemiddel, maar op het moment dat wetsartikelen expliciet het woord “schriftelijk” gebruiken wordt dat spannend. Het wetsartikel dat elektronisch en papier aan elkaar gelijkstelt (art. 6:227b BW) gaat namelijk alleen over overeenkomsten. En een loonstrookje valt daar niet onder.

      Maar gelukkig staat er een behulpzame bijzin in dat 7:626 lid 1: “tenzij zich ten opzichte van de vorige voldoening in geen van deze bedragen een wijziging heeft voorgedaan.” De meeste mensen ontvangen elke maand hetzelfde bedrag, zodat je dus niet verplicht bent om als werkgever elke keer een identiek stuk papier (afgezien van de maand dan) uit te reiken. Je kunt dus een elektronisch loonstrookje uitreiken, behalve bij de eerste loonstrook en bij salarisverhogingen of bijzondere uitkeringen (vakantiegeld, 13e maand).

      Er schijnt wel een nieuwe wet te komen, die het digitale loonstrookje helemaal mogelijk maakt. Maar daar kan ik niets over vinden. Wel de opmerking bij SalarisNet dat de Belastingdienst desgevraagd ontheffing kan verlenen voor dit schriftelijkheidsvereiste.

      Een ander punt is het gebruik van die mailbox. In verband met de privacy van medewerkers moet zo’n salarisstrookje wel afgeschermd zijn tegen meelezen door derden. Bij zakelijke mailboxen zijn er vaak regelingen over wie bij wiens mailbox mag. In die situatie zou ik niet aanraden om zomaar PDF bestanden met loonstroken daarheen te mailen. Een eigen adres is dan een betere optie, hoewel daar weer het risico van een volle mailbox of een overactief spamfilter meespeelt.

      Arnoud

      Statutenwijziging per e-mail, kan dat?

      Een lezer vroeg me:

      In de statuten van de vereniging waar ik secretaris ben, staat dat alle officiële stukken van het bestuur via de post moeten worden verstuurd. Deze staturen zijn geschreven in de tijd dat er nog geen e-mail bestond. Nu heb ik voorgesteld om de statuten te wijzigen zodat e-mail ook toegestaan is, maar enkele leden maken bezwaar omdat e-mail geen rechtsgeldig medium is voor dergelijke dingen. Klopt dat?
      Juridisch gezien maakt het niet uit of je per e-mail of per post dingen regelt of mededeelt. In het Nederlands recht gelden geen vormvereisten zoals dat heet, behalve bij bepaalde gevallen zoals het kopen van een huis of het aangaan van een concurrentiebeding. Die moeten op papier, maar de hoofdregel is dat je alles op elke manier mag melden, afspreken of vastleggen. Op zich kun je dus best officiële stukken per e-mail sturen.

      Echter, als je in je statuten vastlegt dat zulke stukken per post moeten, dan is dat de afspraak en dan moet het bestuur zich daaraan houden. Je kunt namelijk afwijken van die hoofdregel door een bepaalde vorm aan te wijzen waarin mededelingen of contracten gedaan moeten worden. Wil je alleen schriftelijk corresponderen, dan mag dat. Wil je dat contracten alleen op bierviltjes aangegaan worden, dan kun je dat tegen je klanten zeggen. (Of je dan meer contracten sluit, is een ander verhaal natuurlijk.)

      Ik zie dus geen reden waarom dit niet zou kunnen, maar er is wel een statutenwijziging voor nodig. En het bestuur zal iets moeten verzinnen zodat ze weten dat ze naar de juiste e-mailadressen corresponderen.

      Arnoud

      “Het is niet toegestaan banners, statistieken scripts of andere scripts te blokkeren”

      Een lezer tipte me over een zeer opvallende algemene voorwaarde van spelsite Jijbent:

      Het is niet toegestaan banners, statistieken scripts of andere scripts te blokkeren.

      Lang geleden schreef ik al eens, waar zou je deze eis als site-eigenaar op kunnen baseren? Ik zou het echt niet weten. Inbreuk op auteursrecht of zo is het niet, want dit soort filteren en blokkeren doe je alleen voor eigen gebruik.

      Maar behalve inbreuk op bv. auteursrechten heb je ook nog de algemene normen uit het recht. Het zou bijvoorbeeld “maatschappelijk onzorgvuldig” kunnen zijn om opzettelijk andermans advertenties of bezoekerstellers te onderdrukken, omdat je daarmee wel profiteert van zijn inspanning (de spelletjessite) maar zijn verdienmodel verhindert. Aan de andere kant, je moet als site-eigenaar weten dat mensen die tools gebruiken omdat ze advertenties hinderlijk vinden of bang zijn voor virussen en dergelijke die zich via advertenties verspreiden. Ik ben er nog niet uit.

      Deze voorwaarden vond ik ook wel erg aardig (maar natuurlijk onredelijk bezwarend):

      Het opnemen van vakantie langer dan 30 dagen achter elkaar (zonder toestemming van Jijbent.nl) is niet toegestaan. Er moet dan minimaal ergens een week tussen zitten.

      Zouden ze dit doen om te kijken of iemand het leest? Die voorwaarden zijn één gigantische blok tekst namelijk.

      Update (9:37) Jijbent.nl legt hieronder in de comments uit dat het om in-game “vakantie” gaat. Die status mag je niet langer dan 30 dagen achtereen aanhouden.

      Ik ben trouwens sinds een tijdje verslaafd aan Warzone Tower Defense, als jullie nog alternatieve spelletjes weten dan hoor ik dat graag.

      Arnoud

      Impliciete licenties op toegestuurde productfoto’s

      envelop-hand.pngVia Boek9.nl een interessant vonnis over productfoto’s. Als je een CD-ROM met productfoto’s ontvangt, mag je die dan publiceren als winkel zijnde? En, intrigerend: wie heeft die CD eigenlijk opgestuurd als zowel de fotograaf als de groothandel ontkennen dit gedaan te hebben?

      Het bedrijf Moooi handelt in designmeubels en had een fotograaf ingehuurd voor een setje mooie productfoto’s. Deze productfoto’s waren auteursrechtelijk beschermd (wat niet altijd zo hoeft te zijn) en doken na enige tijd op op de website “fundadesign.nl” (nu: “designwonen.nl”) en op de website van NPU, waar de fotograaf niet blij mee was. Die stuurde dan ook een rekening, die NPU weigerde te voldoen omdat zij meende een licentie te hebben gekregen om deze foto’s te mogen gebruiken.

      NPU had namelijk enkele jaren als wederverkoper van Moooi gewerkt, en in die tijd had zij een CD-ROM gekregen per post waarop de foto’s stonden, plus productomschrijvingen van de producten van Moooi. Dat kon maar één doel hebben: dat NPU die foto’s en teksten op haar site zou plaatsen om zo de Moooi-producten te herverkopen. En dus mocht NPU er vanuit gaan dat zij ook een licentie had onder de auteursrechten op die foto’s om dit te doen. Zoals de rechtbank het formuleert:

      Het is immers gebruikelijk dat informatiemateriaal, dat rechtstreeks afkomstig is van de producent/leverancier, door de afnemer van de producten waarop dat informatiemateriaal ziet ten behoeve van de verkoop van die producten in de regel wordt gebruikt en mag worden gebruikt. Dit uitgangspunt wordt overigens bevestigd door de omstandigheid dat ook andere afnemers van Moooi-producten, dus niet zijnde NPU, op hun websites de door [eiser] gemaakte foto’s toonden (en thans tonen).

      Alleen: Moooi ontkende die CD-ROM ooit opgestuurd te hebben. En de fotograaf gooide daar nog bovenop dat Moooi die licentie helemaal niet kon geven zelfs als ze die CD hadden verstuurd, omdat de afgesproken licentie alleen voor de geautoriseerde dealers van Moooi gold en dus niet voor NPU. Maar, zo reageerde NPU dan weer, hoe had zij moeten weten dat Moooi slechts voor bepaalde dealers licenties afspreekt?

      Een lastige kwestie dus, die sterk draait om de vraag waar die CD dan toch vandaan kwam. Want:

      1. Als de CD direct van Moooi afkomstig was, dan mocht NPU er vanuit gaan dat zij geautoriseerd was om de inhoud daarvan online te zetten om de Moooi-producten te helpen verkopen.
      2. Als de CD van een ander afkomstig was, dan had NPU eerst moeten onderzoeken hoe het zat met licenties op de inhoud.

      Omdat niet duidelijk is waar de CD vandaan komt, krijgt NPU de gelegenheid om eens in het archief van de postkamer te gaan zoeken. Ook mag ze getuigen laten opdraven die kunnen verklaren wat er op de envelop stond of wat ze aan begeleidende brieven hebben aangetroffen in die envelop.

      Een leuke: ik bewaar echt niet alle licentieteksten bij het materiaal van derden dat ik gebruik. Ik lees het bij het moment dat ik het kopieer, en ga er vanuit dat er later nooit meer iemand komt klagen. Maar kennelijk kun je een jaar later opdracht krijgen om alsnog een licentie te overleggen. Oeps. Ik ga toch maar wat vaker screenshotten wat ik kopieer.

      Arnoud

      Ontbinden van een datingsiteabonnement

      love-muizen-hartje.pngHet is lezersvraagweek. Een lezer vroeg me:

      Een tijd geleden had ik me aangemeld bij een relatiesite, gewoon om te kijken of het wat was. Ik heb een paar dagen rondgekeken, wat berichtjes gestuurd maar eigenlijk was ik er niet tevreden mee. Ik heb ze toen een mail gestuurd dat ik de overeenkomst wenste te ontbinden op grond van de wet koop op afstand. Die geldt ook voor diensten tenslotte, en ik zat nog binnen de zeven werkdagen. Maar nee: ik had al berichtjes gestuurd en dus zou het recht op ontbinding vervallen zijn. Heb ik dan geen recht van uitproberen bij diensten?

      Deze vraag krijg ik opvallend vaak in connectie met Parship, maar ook bij vele andere dating- en relatiebemiddelingsites blijkt het te spelen. Mensen registreren zich om de dienst uit te proberen, de site bevalt niet maar ondertussen is er wel een (soms zelfs betaald) jaarabonnement afgesloten.

      En nee, daar kom je niet meer vanaf met een beroep op de Wet Koop op Afstand. Weliswaar geldt die ook voor diensten, en dus ook voor dating en relatiebemiddeling, maar het recht komt te vervallen op het moment dat je gebruik maakt van de dienst.

      Dit is erg raar: een product mag je een week uitproberen, maar een dienst geen seconde. Ontbinden kan daar alleen zolang je nog niet actief de dienst bent gaan gebruiken. Ik heb geen idee waarom niet, maar zo staat het in de wet.

      Bij Parship (en diverse anderen) wordenwerdende algemene voorwaarden trouwens niet rechtsgeldig aangeboden bij het registreren: ze staan in een popup venster zonder downloadmogelijkheid, en dat is gewoon niet juist. (Update: enige tijd na deze blog is dat aangepast.) Helaas helpt je dat maar een klein beetje. Je hebt nog steeds een registratie en een bemiddelingsovereenkomst, en als je daarvoor betaald hebt, is er geen mogelijkheid om zomaar je geld terug te krijgen.

      Arnoud

      Zombie-domeinnaam zelf maar gaan gebruiken, mag dat?

      Een lezer mailde me:

      In DNS is een domeinnaam (slechts een alias voor een andere site) van een oud-klant van ons door rollback van een DNS server weer naar één van onze servers komen te staan, voor de zoveelste keer. We zijn niet al te vriendelijk uit elkaar gegaan en het ze laten veranderen van DNS records kost altijd veel moeite en dat ben ik erg beu. Ik wil er nu zelf een site neerzetten, met wat advertenties erbij van een grote Amerikaanse zoekmachine, om nog een paar clicks op advertenties te vangen. Mijn vraag is nu: moet ik mijn oud-klant toch op de hoogte stellen, of kan ik er zelf een site neerzetten, zonder referentie naar mijn oud-klant?

      Het is natuurlijk bijzonder vervelend dat je herhaaldelijk gedoe krijgt vanwege een klant die zijn zaakjes niet op orde heeft. Als je daardoor schade lijdt, kun je die zeker op de klant verhalen. Zo te lezen is hier al diverse malen geklaagd bij de klant, maar die blijft halsstarrig weigeren de benodigde maatregelen te nemen. Dan zou ik op zeker moment zeggen: hetzij de naam gaat nu op zwart, hetzij ik stuur een factuur voor de werkzaamheden om de DNS records weer terug te zetten.

      Zelf die domeinnaam gaan hergebruiken om zo er wat geld bij te verdienen vind ik echter weer te ver gaan. Je hebt schade, maar dat geeft je alleen het recht een rekening te sturen, niet om andermans eigendom commercieel te gaan exploiteren. Als ik de fietsenmaker niet betaal, mag hij mijn fiets in zijn garage laten staan tot ik dat wel doe. Hij mag die fiets niet een weekend gaan verhuren, ook niet als de huurprijs precies hetzelfde is als het bedrag van mijn rekening.

      Arnoud

      Sony Vaio VGN voor 470 euro – Stunt of fout?

      vaio-vlammen.pngBij Gathering of Tweakers meldde een slimme Tweaker dat hij een Sony Vaio had gezien tegen een wel heel leuke prijs bij webwinkel OBCS: 470 euro! Hij schreef:

      Zo te zien maakt OBCS een enorme blunder. Die Vaio is normaal 850 euro ofzo en zeg nou zelf, <500 euro voor een echte Vaio met Intel C2D P8400 en ATI Radeon HD3470 is geen geld : . Verder gewoon 4GB aan RAM en 320 GB aan schijfruimte. Wie niet schiet...

      Een typefout, OTTO-style? Daar leek het niet op, de prijs was bij diverse winkels hetzelfde. En later bleek ook bij Bol.com het apparaat van 729 naar 599 euro te zijn gegaan.

      Maar al vrij snel bleek er toch iets niet helemaal lekker te zitten. Waarschijnlijk had de groothandel een typefout gemaakt in de prijs, en is die overgenomen door al die bedrijfjes, die tenslotte blind op de XML-feed van de leverancier vertrouwen.

      Heel erg verbaasd zal niemand zijn geweest dat de winkeliers al snel aangaven niet te zullen leveren. Maar de reden die men opgaf, verbaasde me wel:

      U heeft bij ons een bestelling staan voor een Sony Notebook VAIO VGN-FW21E 16.4″, P8400, 320GB (zilver). Ik krijg zojuist van mijn leverancier door dat dit product End Of Life is verklaard. Dit betekent dat het niet meer geproduceerd wordt door en niet meer op voorraad is bij de fabrikant. Ik kan u dit product dus helaas niet meer leveren. Kan ik u wellicht een alternatief aanbieden? Excuses voor het ongemak.

      Een merkwaardige, want er is nogal een verschil tussen “hij is uitverkocht” en “we hebben de verkeerde prijs gehanteerd dus de koop is ongeldig, zie artikel 73.15 sub b van de algemene voorwaarden”.

      Iets vergelijkbaars werd bij leverancier Salland gemeld. En daarbij had één van die Tweakers een screenshot gemaakt van een wel heel pikante opmerking die later weer verdween:

      Edit: de prijs was kennelijk wel kloppend, maar dit was slechts voor een heel beperkte oplage.

      Bij zo’n “hele beperkte oplage” zou je toch een tekstje “zolang de voorraad strekt” verwachten. Als zo’n tekst er niet staat, mag je als consument verwachten dat de aanbieding met een ruime voorraad beschikbaar is zodat jij ook nog een redelijke kans hebt.

      Ik snap dus niet helemaal wat hier gebeurd is, maar rammelen doet het.

      Arnoud