Belgisch verbod op koppelverkoop verboden

friet-mayo.pngKoppelverkoop is bij ons in Nederland legaal (zolang je geen machtspositie misbruikt om dingen te koppelen), maar bij de zuiderburen ligt dat anders. Zo kun je daar geen goedkope GSM in combinatie met een abonnement krijgen, omdat dat in strijd is met de Belgische Wet op de Handelspraktijken (“Wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument”). En die wettelijke bepaling is nu zelf weer in strijd met Europese regels, zo bepaalde het Europese Hof van Justitie onlangs.

U weet wellicht nog dat we sinds kort de wet over oneerlijke handelspraktijken hebben, die is gebaseerd op Europese Richtlijn 2005/29/EG. En die Richtlijn is genuanceerder dan de Belgische wet, zodat die wet nu aangepast zal moeten worden op dit punt.

De belangrijkste reden voor deze beslissing is dat deze Richtlijn volledige harmonisatie van het Europese recht over oneerlijke handelspraktijken nastreeft. Daarmee mogen alleen die dingen toegestaan of verboden zijn die de richtlijn toestaat of verbiedt. Die Richtlijn heeft een zwarte lijst, en die dingen mogen dus keihard verboden zijn. In andere gevallen moet er echter altijd een afweging worden gemaakt, en dat doet de Belgische wet niet.

Dit arrest kan ook nog best eens belangrijk zijn voor Nederland: het feit dat alleen praktijken die in die Richtlijn staan oneerlijk kunnen zijn, is wel een verrassing. Ik ga het wetboek eens doorbladeren, wie weet wat voor leuks er nog te vinden is.

Update (4 mei): Ywein van den Brande vond er al een paar. Zo blijken in België ook “verkopen met verlies, uitverkopen naar believen en solden aanbieden buiten het seizoen” categorisch verboden, maar zegt de Richtlijn niets over deze zaken.

Arnoud

Hoe bewijs je dat een laptop nonconform is?

apple-appel.pngIndirect stiekem toch een lezersvraag. Op Fok! een discussie over een Apple laptop die Apple weigert gratis te repareren omdat het defect in het moederbord zit, en de consument-koper niet heeft bewezen dat dit een fabricagefout is.

De topicstarter vroeg:

Hoe kan ik nou aantonen dat dit defect non-conform is, het moederbord is een elektrisch en niet aan slijtage onderhevig component, is dit genoeg bewijs?

De laptop blijkt aan Apple opgestuurd te zijn, die na onderzoek meldt “moederbord defect” en voor reparatie een prijskaartje van 850 euro noemt.

Omdat de laptop zo’n anderhalf jaar oud is, moet de consument aantonen dat het defect een fabricagefout is. Alleen bij producten van minder dan zes maanden oud wordt die bewijslast omgekeerd (art. 7:18 lid 2 BW).

Eerlijk gezegd heb ik geen idee hoe je dat hier voor elkaar gaat krijgen. Je zou hem open kunnen maken, en dan kijken of er koffie overheen gegaan is of je een verkeerd geplakte soldeerklodder kunt ontwaren. Maar veel verder dan dat kun je als consument niet gaan denk ik.

Als al die evidente zaken uit te sluiten zijn, dan zou je kunnen proberen de bewijslast toch bij de fabrikant te leggen. Verklaar schriftelijk dat de kast niet open geweest is, niet is gevallen, geen vochtschade heeft, en wat nog maar meer normale gebruiksfouten zijn. Dan kan het redelijkerwijs geen gebruiksschade zijn geweest, ergo het moet wel een fabricagefout zijn. En dan leg je de bewijslast bij hen.

Arnoud

Ontbinden van een datingsiteabonnement

love-muizen-hartje.pngHet is lezersvraagweek. Een lezer vroeg me:

Een tijd geleden had ik me aangemeld bij een relatiesite, gewoon om te kijken of het wat was. Ik heb een paar dagen rondgekeken, wat berichtjes gestuurd maar eigenlijk was ik er niet tevreden mee. Ik heb ze toen een mail gestuurd dat ik de overeenkomst wenste te ontbinden op grond van de wet koop op afstand. Die geldt ook voor diensten tenslotte, en ik zat nog binnen de zeven werkdagen. Maar nee: ik had al berichtjes gestuurd en dus zou het recht op ontbinding vervallen zijn. Heb ik dan geen recht van uitproberen bij diensten?

Deze vraag krijg ik opvallend vaak in connectie met Parship, maar ook bij vele andere dating- en relatiebemiddelingsites blijkt het te spelen. Mensen registreren zich om de dienst uit te proberen, de site bevalt niet maar ondertussen is er wel een (soms zelfs betaald) jaarabonnement afgesloten.

En nee, daar kom je niet meer vanaf met een beroep op de Wet Koop op Afstand. Weliswaar geldt die ook voor diensten, en dus ook voor dating en relatiebemiddeling, maar het recht komt te vervallen op het moment dat je gebruik maakt van de dienst.

Dit is erg raar: een product mag je een week uitproberen, maar een dienst geen seconde. Ontbinden kan daar alleen zolang je nog niet actief de dienst bent gaan gebruiken. Ik heb geen idee waarom niet, maar zo staat het in de wet.

Bij Parship (en diverse anderen) wordenwerdende algemene voorwaarden trouwens niet rechtsgeldig aangeboden bij het registreren: ze staan in een popup venster zonder downloadmogelijkheid, en dat is gewoon niet juist. (Update: enige tijd na deze blog is dat aangepast.) Helaas helpt je dat maar een klein beetje. Je hebt nog steeds een registratie en een bemiddelingsovereenkomst, en als je daarvoor betaald hebt, is er geen mogelijkheid om zomaar je geld terug te krijgen.

Arnoud

Rechtbank: SURFnet geen openbaar elektronisch communicatienetwerk

surfnet.pngWeet u nog, die keiharde botsing tussen OPTA en SURFnet? Ik was het ook helemaal vergeten, maar gelukkig meldde ISPam het. SURFnet heeft bij de rechter gelijk gekregen: zij zijn geen openbare internetaanbieder en hoeven zich dus niet bij de OPTA aan te melden.

Wie internet-toegang aanbiedt aan “het publiek”, moet zich registreren bij de OPTA en heeft allerlei plichten zoals het aftapbaar maken van hun netwerken. Een besloten netwerkaanbieder hoeft dat niet. Denk aan een bedrijfsnetwerk. Maar hoe zit het met SURFnet, dat toch een vrij groot netwerk heeft en daarmee alle universiteiten en andere onderwijsinstellingen van internettoegang voorziet?

De OPTA vond de doelgroep zo groot dat deze neerkwam op “het publiek” zoals de Telecommunicatiewet dat bedoelde. De uitleg van de telecomtoezichthouder was dat het ging om de vraag of de groep vooral onderling wil communiceren, zoals bij een bedrijfsnetwerk, of dat de groep vooral naar buiten wil, het grote boze internet op. Maar dat criterium neemt de rechter niet over: dat het “ook om communicatie met een ieder die gebruiker is van internet” gaat, “acht de rechtbank geen omstandigheid om te kunnen spreken van een openbare dienst dan wel openbaar netwerk.”

In het vonnis wordt de doelgroep van SURFnet als “beperkt” aangemerkt:

De rechtbank [is] van oordeel dat de kring aan wie [SURFnet] haar diensten aanbiedt, wel degelijk beperkt is te achten. Die kring is immers onder één (doel)groep te scharen, namelijk instellingen die zich richten op wetenschappelijk onderzoek en hoger onderwijs. Naar het oordeel van de rechtbank is dit een voldoende afgebakende groep. Die groep is niet toegankelijk voor het algemene publiek.

Mooi voor SURFnet dus, maar ik zit me nu wel af te vragen of meer ISPs hier gebruik van kunnen maken. Als je dus kennelijk een mooie geformuleerde doelgroep kunt aanwijzen en je alleen daarop richt, dan ben je geen openbare internetaanbieder? Is “KPN Zakelijk Draadloos Internet” dan een private aanbieder omdat alleen bedrijven erop mogen? Hm.

Arnoud

Hoe bewijs je dat iets op internet heeft gestaan?

Een lezer mailde me:

Hoe bewijs je dat iets op internet heeft gestaan? Als je iemand aanspreekt op bv. inbreuk op auteursrecht, is de kans aannemelijk dat hij bij een aanmaning de documenten direct van internet verwijdert. Nu kan je screenshots en foto’s maken, en je kan zelfs derden vragen de pagina’s te bekijken en daar eventueel over te getuigen, maar is dit voldoende?

Er zijn geen harde regels over bewijs in dit soort rechtszaken. Je mag alles aanvoeren en laten zien waarmee je je stelling aannemelijk maakt. Het is aan de rechter om te bepalen hoe veel waarde hij aan iets toekent. Over het algemeen zijn ze sceptisch bij beweringen dat screenshots fake zijn, zeker als daar geen onderbouwing bij komt met bv. wat er dan wel stond.

Ik zou bij een sommatie naar een inbreukmaker altijd een screenshot meesturen. Dan heb je bewijs, de brief met die screenshot zit ook bij hem in het dossier en hij zal moeten reageren. Ik heb nog nooit meegemaakt dat iemand dan zegt “die screenshot is fake”.

Als je echt zekerheid wil, print dan de pagina uit en ga ermee naar de Belastingdienst. Die dateren alles waar ze een stempel op kunnen zetten. Dateringsdiensten zijn eigenlijk voor uitvinders die hun werk willen beschermen, maar voor deze situatie (en voor bewijs van echtheid van e-mail) kan het ook goed. En het is nog gratis ook.

Alleen, vooraf screenprints maken en dateren is leuk, maar dit wordt pas een probleem als de wederpartij in de rechtszaal ineens begint te roepen dat de screenshot fake is. En dan ben je al te laat om nog de Belastingdienst te laten stempelen. Dus ook dit biedt geen 100% zekerheid. Maar die heb je ook niet nodig: je moet de rechter overtuigen dat jouw verhaal aannemelijker is dan dat van de wederpartij. Theoretische mogelijkheden zijn daarbij minder belangrijk dan wat zich in jouw concrete geval kan hebben voorgedaan. Als je geen van beiden een computerdeskundige bent, dan is de kans klein dat er met de HTML-codes geknutseld is of dat er fake sites gebouwd zijn.

Arnoud

Help, mijn baas Twittert ook

Een lezer mailde me:

Ik hoor van steeds meer mensen op Twitter dat hun ‘baas’ ook op Twitter komt en ze gaat volgen. Over het algemeen vinden ze dat niet zo fijn en zie ik dat ze voorzichtiger worden in wat ze zeggen. Dit roept volgens mij interessante juridische vragen op. Mag je bijvoorbeeld onder werktijd twitteren, maar dan wel je baas blokken? Of heeft die recht om te zien wat je uitspookt?

Voor twitteren onder werktijd gelden dezelfde regels als bij ander internetgebruik: dat mag, maar met mate en het mag je werk niet hinderen. Ook heb je rekening te houden met bedrijfsbelangen. Je mag dus geen beursgevoelige informatie via een tweet naar buiten brengen als je werkt bij een beursgenoteerd bedrijf. Uitvinders die hun grote ontdekking per Twitter naar buiten brengen, beperken daarmee de kans op octrooi.

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft bepaald dat je ook onder werktijd, en zelfs met de apparatuur van de baas, privégesprekken mag voeren, mits dus met mate. Sterker nog, je werkgever mag niet zomaar monitoren en opnemen wat jij privé allemaal uitspookt. Pas bij concrete aanwijzingen dat je je werk verzaakt, mag deze jou gaan volgen en ingrijpen. Je hebt een redelijke privacyverwachting op het werk, aldus de jurisprudentie.

Maar bij Twitter heb je heel weinig privacyverwachting, want je maakt zelf die gegevens openbaar en dus mag je baas die ook lezen. Natuurlijk heb je het recht om hem te blokken, maar er zijn genoeg manieren waarop hij alsnog te weten kan komen wat je zegt.

Als je vanwege je baas voorzichtiger gaat worden in wat je twittert, dan is dat volgens mij wel een teken dat je zelf al weet dat je niet helemaal netjes bezig bent. Toch?

Arnoud

Habbo-meubi’s wegnemen is diefstal (en computervredebreuk)

Met andermans (geraden of afgetroggeld) wachtwoord inloggen op Habbo Hotel is computervredebreuk. En haal je dan die ander zijn meubels naar je eigen account, dan pleeg je heel ouderwets diefstal. Dat bepaalde de rechtbank Amsterdam gisteren in twee grotendeels eensluidende vonnissen (LJN BH9789 en LJN BH9791, via Boek9.nl).

Dit is de Habbo-zaak waarover ik in november 2007(!) berichtte. Twee (veertienjarige) verdachten hadden wachtwoorden van Habbo-gebruikers bemachtigd en vervolgens de meubi’s die bij die accounts hoorden naar hun eigen kamer overgezet. En dat kwalificeert de rechtbank als computervredebreuk (het achterhalen en gebruiken van de wachtwoorden) en diefstal (het overzetten van de virtuele goederen).

De wachtwoorden werden achterhaald middels een fake-site (phishing) waarbij het slachtoffer dacht bij Hotmail in te loggen. Vervolgens werden die Hotmail-inloggegevens gebruikt om de mailbox van de slachtoffers in te zien. Handig, want daar was in de tussentijd net het “u was uw wachtwoord vergeten”-mailtje binnengekomen. En zo kwamen ze dan bij Habbo terecht. Het vonnis noemt nog keyloggers, maar ik zie even niet waar dat is gebruikt. “Hij heeft daartoe zelfs een speciaal programma gedownload waarmee hij op professionele wijze aan de inloggegevens van een ander kon komen” maar een fake-site is toch geen programma?

Vervolgens had men “met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening” de virtuele meubelen uit deze speelwereld weggenomen uit de macht van de eigenaar. En dat is, zoals ook in het Runescape-vonnis van afgelopen oktober werd bepaald, een standaard gevalletje diefstal.

Het verweer dat het er bij Habbo toch om gaat “om zoveel mogelijk meubels te verzamelen”, wordt verworpen. Veel meubels verzamelen ok, maar dat rechtvaardigt niet dat je andermans meubels afneemt door hun wachtwoorden te raden. Dit heeft “niets meer te maken met de spelregels van het Habbohotel” zoals de rechtbank het terecht formuleert.

Kortom, weinig verrassend wat mij betreft maar wel goed dat deze lijn wordt aangehouden. Want: “Het internet dient daarom gevrijwaard te blijven van het zogenaamde ‘hacken’.” zoals de rechtbank fijntjes opmerkt.

Arnoud

Wikipedia als bron van rechtspraak

wikipedia-recht.pngWikipedia is geen bron, maar een startpunt. Zo gaan de meeste academische instellingen om met de vrije encyclopedie met de rare licentie. Maar de site raakt flink ingeburgerd, en wordt daarmee toch gewoon zelf als bron gezien. Onderzoeker Maurice Schellekens van de Universiteit van Tilburg ging eens op zoek naar Wikipedia-bladerende rechters en deed wat opmerkelijke ontdekkingen.

Zo vond hij diverse arresten van de Hoge Raad waarin Wikipedia gebruikt wordt om feiten te achterhalen:

  • In arrest LJN AX9404 onderbouwde de advocaat-generaal de stelling “De slaap is een bekende kwetsbare plek in de schedel.” met een verwijzing naar Wikipedia’s lemma Slaap (anatomie), waar nu wellicht een [[citation needed]] hoort te staan.
  • In arrest LJN AZ8803 werden definities voor speed en amfetamine uit Wikipedia ontleend.
Nu is de conclusie van een advocaat-generaal nog geen rechtspraak, maar Schellekens zocht verder en vond onder andere de Spinning-zaak waarin de voorzieningenrechter in Wikipedia opzicht of “spinnen” nu een algemene term was en daarmee niet langer een geldige merknaam. De rechter concludeerde: “Het uitgebreide artikel in de Wikipedia kan gezien worden als een opstap naar opname in de gevestigde woordenboeken.”

Schellekens:

This case seems to be particularly worrisome. Wikipedia was part of a direct argument in the reasoning that led to the outcome of the case. Think again, it could have been one of the parties that wrote the Wikipedia entry about spinning!

Schellekens haast zich om toe te voegen dat hij geen bewijs heeft dat dat is gebeurd, maar het is inderdaad zonder meer mogelijk.

Maar gelukkig blijken er ook zaken te zijn waarin Wikipedia de rechtszaal niet binnenkomt. Zo mocht in LJN AZ2550 Wikipedia niet gebruikt worden als bron:

Voornoemde bron kan naar het oordeel van de rechtbank, zonder nadere motivering van verweerder, niet als betrouwbare bron worden aangemerkt. Informatie van internet is niet zonder meer betrouwbaar en/of volledig zonder na te gaan wie die informatie heeft geplaatst en of derden deze informatie kunnen wijzigen.

Bij NJBlog vond ik nog een ander artikel over googelende rechters. Zij zeggen:

[De rechter] moet partijen tenminste in de gelegenheid stellen zich uit te spreken, variërend van wraking tot procesrechtelijke en inhoudelijke betwisting, voordat hij een oordeel velt.

En dat lijkt me ook wel zo eerlijk. Het is ook wat om pas in het vonnis te lezen dat je een zaak verloren hebt op grond van een Wikipedia-lemma.

Zijn er omstandigheden waaronder een Wikipedia-pagina wel zelf als bron voor een stelling gebruikt kan worden?

Arnoud

Pretium beboet voor misleidende klantenwerving per telefoon

logo-pretium-telecom.jpegDe Consumentenautoriteit heeft Pretium Telecom een dwangsom opgelegd, vanwege het ‘beknotten’ van consumentenrechten, meldde Tweakers. De telecomboer probeerde klanten te werven via callcenters, en deed daarbij misleidende uitspraken als “dan heb ik goed nieuws voor u, want u gaat minder betalen voor uw telefoonrekening”. In haar besluit legt de Consumentenautoriteit boetes op van in totaal EUR 87.000. Tevens kreeg Pretium een dwangsom opgelegd om te zorgen dat Pretium zich in de toekomst wel aan de regels houdt.

De CA baseerde haar besluit onder andere op passages als deze:

T: Klopt het dat u belt met een vaste aansluiting van de KPN?
C: Ja.
T: Dan heb ik goed nieuws voor u. Want u gaat minder betalen voor uw telefoonrekening. Ja. U betaalt bijna 20 euro aan abonnementskosten en dan wordt het 16,45.

En dat vond Pretium misleidendvan de Consumentenautoriteit, omdat ze het gesprek begonnen met “Met M. van Pretium Telecom, goedemiddag” en verderop in het gesprek zeggen “ik ben niet van de KPN, ik ben van Pretium”. Daardoor zou de consument niet in verwarring kunnen raken.

Daar zullen ze niet ver mee komen, die zin “want u gaat minder betalen” is hoe dan ook misleidend omdat hij suggereert dat dit binnen het huidige contract gaat gebeuren. Iets dat gaat gebeuren met je telefoonrekening is iets dat alleen je huidige aanbieder kan doen. “Bij ons kunt u minder betalen” zou niet misleidend zijn geweest.

Idem bij dit stukje:

T: U belt met een vaste aansluiting van KPN.
C: Ja, dat klopt.
T: Oke, want dan heb ik goed nieuws voor u, is dat u aankomende maand voordelig gaat betalen voor uw aansluiting. U gaat minder betalen … want wat er alleen maar wordt veranderd is de naam van uw factuur. Dus daar komt geen KPN op maar dan Pretium Telecom. Dus dat alleen maar gaat veranderen, maar voor de rest blijft alles exact precies hetzelfde.

En dat zou eenmisleidende voorstelling van zaken van de CA zijn, omdat passages als deze zijn weggelaten:

“Uw aansluiting, kwaliteit en service, telefoonnummer blijft gewoon precies exact hetzelfde. Alleen maar u gaat minder betalen.”<br/> “Wij willen gewoon dat uw abonnementskosten worden verlaagd.”

Daarmee graven zegraaft Pretium gewoon hunhaar eigen graf, want deze voorstelling van zaken doet het voorkomen dat alles bij KPN blijft en dat alleen de naam van de factuur om een of andere reden wordt aangepast. Maar je gaat een contract aan met een ander bedrijf, dus alleen al de toezegging dat “kwaliteit en service” precies exact hetzelfde blijft kun je niet hardmaken. Stel er is een storing op de lijn, dan duurt het hoe dan ook langer om die op te lossen als Pretium eerst KPN moet inschakelen dan wanneer KPN het voor de eigen klant oplost.

Kortom, goede zaak dat de CA hier handhavend optreedt. Pretium kan nog in hoger beroep, maar ik betwijfel of ze dat veel oplevert.

Zijn jullie wel eens door Pretium gebeld? En hoe heb je ze afgepoeierd?

Arnoud

De waarde van de blafbrief

blafbrief-boze-hond.pngHalf februari ontdekte About:Blank dat collega-blog Spraakloos in zijn geheel offline was gegaan. Spraakloos bleek een aanvaring met de Orde der Transformanten te hebben gehad, waarbij het blog door de advocaat van de orde aansprakelijk werd gesteld voor reacties op de blog. Naar aanleiding hiervan schreef ik een gastbijdrage voor About:Blank in hun Linkdump revisited, die ik maar even hier herpost.

Arnoud, stel dat je een brief van een advocaat krijgt, zoals bij Spraakloos gebeurd is, waarin je gesommeerd wordt je weblog te sluiten, alles over een bepaald onderwerp offline te halen of waarin gedreigd wordt dat je hoge sommen geld moet gaan betalen, kan je zo’n blafbrief beter meteen gehoorzamen of heb je nog tijd om eerst een en ander uit te zoeken?

Ah, blafbrieven. Altijd leuk, zo’n rijtje met juridische clichés.

“Tot mij wendde zich de heer X, cliënt”. “Hierbij verzoek – en voor zover nodig sommeer – ik u om”. En de mooie afsluiter “onder behoud van alle rechten en weren” waarvan geen advocaat eigenlijk meer weet waarom hij nodig is. Het klinkt bijzonder dreigend, en dat is ook precies de bedoeling. Wie wel eens een brief heeft gehad met zulke teksten erin, weet waar het om gaat: er is iemand boos en er is een advocaat op gezet. De eerste stap die zo’n advocaat neemt is het uitsturen van een blafbrief, een brief in boze juridische taal, waarmee hij hoopt de ontvanger zo bang te maken dat deze meteen doet wat er staat.

In theorie is een blafbrief bedoeld om de ontvanger een kans te geven om tot een minnelijke schikking te komen, om zo een voor beide partijen dure en tijdrovende rechtszaak te kunnen voorkomen. Helaas blijkt dat sommige advocaten misbruik maken van de status van hun briefhoofd en hun kennis van imposante juridische frases om nergens op gebaseerde eisen neer te kunnen leggen.

Waar je blafbrieven vaak aan herkent, is het gebruik van algemene verwijzingen naar generieke wetsartikelen. Een juridisch steekhoudend argument is te onderbouwen met feiten en specifieke wetsartikelen. Een argument waarbij alleen een algemeen wetsartikel wordt genoemd, is dan ook verdacht. “Uw domeinnaam is in strijd met artikel 5a Handelsnaamwet, omdat zij slechts één letter verschilt met de handelsnaam van cliënt en u in dezelfde branche actief bent” is een sterk argument. “Uw uitlating schendt de privacy van cliënt, welke krachtens wetten, Grondwet en internationale verdragen beschermd is (o.a. art. 8 EVRM)” is dat niet.

Een ander typisch kenmerk zijn de korte deadlines. Wie in een zwakke positie staat als blafbriefschrijver kiest vaak voor een korte deadline, liefst gevolgd door vage dreigementen. Daarmee hoopt de schrijver dat de ontvanger eieren voor zijn geld kiest en de eis maar gaat uitvoeren, in plaats van eerst juridisch advies in te winnen. Geen rechter die je echter zal aankijken op het niet halen van een onredelijk korte termijn.

Verder ontbreekt vaak iedere ruimte voor onderhandeling. Als je een geschil snel wilt oplossen, geef je de wederpartij de mogelijkheid om zelf met een oplossing te komen. Een goede jurist denkt ook mee met de tegenpartij. Botte eisen, zoals het moeten sluiten van een website of het weghalen van een hele pagina, nodigen niet uit tot onderhandelen. Dergelijke eisen kun je dus in eerste instantie gewoon naast je neerleggen en beantwoorden met een tegenbod dat je zelf redelijk voorkomt.

Een brief van een advocaat is trouwens bij lange na geen vonnis. Papier is geduldig, ook met duur briefhoofd met vijf lange achternamen en een Vrouwe Justitia erop. Het is dus zeker geen uitgemaakte zaak dat de advocaat gelijk heeft met zijn claims of eisen. Blijf dus altijd kritisch en win juridisch advies in voordat je inhoudelijk reageert. Dat recht heb je, en korte deadlines of welk argument dan ook veranderen daar niets aan.

De grap over blaffende advocaten mag u zelf invullen, maar ik hoop hiermee een beetje verduidelijkt te hebben dat een boze brief van een advocaat lang niet altijd zo dwingend is als ze zelf doen voorkomen. Laat je niet overbluffen en blijf kritisch.

Arnoud