Dossier op internet zetten: auteursrechtschending?

| AE 2514 | Intellectuele rechten, Uitingsvrijheid | 11 reacties

Over het publiceren van dossiers is altijd veel te doen. Je eigen teksten mag je online zetten, maar mag dat ook met brieven of stukken van de wederpartij? Vorig jaar beschreef ik de regels, maar één specifiek stuk wil ik nu nader uitlichten. De rechtbank Almelo oordeelde namelijk recent dat publiceren van stukken van de wederpartij een schending van het auteursrecht was.

Achtergrond van het geschil was de vraag wie de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) van een school was. Twee groepen mensen wierpen zich op als de ‘echte’ GMR en dat leidde tot negatieve publicaties op internet. Dat moest dan ook wel tot een rechtszaak komen, maar nu een kort geding was aangespannen kan de rechter niet echt een eindoordeel vormen over wie ‘echt’ is.

De rechter kan wel oordelen over de publicaties. Die waren zo te lezen aardig heftig, maar de rechter betrekt de doelgroep (“een klein deel van de bevolking van de gemeente Enschede, dat bekend is met het conflict”) en oordeelt dan ook dat de publicaties niet onrechtmatig zijn.

De gedane uitlatingen zijn niet van een dermate verregaande aard dat verwacht moet worden dat eisers hierdoor (ernstige) hinder dan wel schade zullen ondervinden.

Wel onrechtmatig is het publiceren van het dossier. De rechter is daar erg makkelijk: er zit auteursrecht op, dus mag het niet.

Deze stukken ontberen niet een oorspronkelijk karakter en om die reden komen zij in aanmerking voor volledige auteursrechtelijke bescherming. Het op de website plaatsen van die stukken kan worden gezien als een openbaarmaking in de zin van artikel 12 Auteurswet (hierna te noemen Aw). Gelet op het bepaalde in artikel 1 Aw is openbaarmaking echter uitsluitend voorbehouden aan de maker. [Gedaagde] heeft aldus door plaatsing van genoemde stukken op de website inbreuk gemaakt op de auteursrechten van eisers dan wel hun raadsvrouwe.

Dat had wel iets minder ongenuanceerd gekund. Het publiceren van de stukken diende hier hetzelfde doel als de gewraakte eigen publicaties: informeren en discussiëren over dat conflict. Er werd hier niet gepubliceerd om andermans economische exploitatierechten aan te tasten. Het voelt dan nogal met de haren erbij gesleept om op grond van het auteursrecht te eisen dat de dossierstukken verwijderd moeten worden.

Ik had graag gezien hoe de rechter de vrije meningsuiting had afgewogen tegen de auteursrechten. Het lijkt erop dat op dit punt geen verweer is gevoerd – er staat niets over in het vonnis. Mijns inziens is goed verdedigbaar dat publicatie van de stukken een hoger doel dient dan het auteursrecht in dit soort situaties. (Denk aan het Scientology-arrest, hoewel dat een nogal extreme situatie was.) Mensen een compleet beeld geven van je geschil kan eigenlijk niet zonder de stukken van de wederpartij laten zien.

Arnoud

Gaat Getty Images procederen in Nederland?

| AE 2502 | Intellectuele rechten | 924 reacties

geen-getty.pngIn 2009 blogde ik over de diverse blafbrieven die het stockfotobedrijf rondstuurde naar alles en iedereen dat een foto van haar zou gebruiken. Ik heb er tientallen gezien, met bedragen variërend van enkele honderden tot vele duizenden euro’s. Allemaal verstuurd vanaf het Ierse Getty, en vaak ook nog alleen in het Engels. Maar wie de foto meteen weghaalde en niet in discussie ging, hoorde er niets meer van.

Nu lijkt daar verandering in te zijn gekomen. Hoewel Getty Ierland nog steeds brieven stuurt, is nu ook het Nederlandse Van der Steenhoven Advocaten (“Een gerust gevoel”) bezig met het leggen van eisen. En dat wijst er toch wel op dat men wil doorpakken: een Nederlandse advocaat huur je als Iers bedrijf niet in te blaffen maar om te bijten.

Wel lijkt het erop dat men zich beperkt tot de grote gevallen. De sommatiebrieven van Van der Steenhoven die ik heb gezien, zijn allemaal voor vele duizenden euro’s – het record lag iets boven de 20.000. Ja, 20.000 euro voor gebruik van enkele foto’s op een website. En dat terwijl de prijscalculator bij Getty eerder tientjeswerk oplevert dan honderden, laat staan duizenden euro’s.

Hoe dan ook, wie een Getty-sommatie krijgt via deze Nederlandse advocaat doet er goed aan zelf ook een advocaat te zoeken, en wel onmiddellijk. Want alleen weghalen helpt niet – wie geen inhoudelijk verweer voert of de hoogte van de claim betwist, mag het volle pond betalen.

Het Bredase IE-kantoor BRight Advocaten heeft zich gemeld: ook zij zetten graag de tanden in uw Getty-claims, tegen gereduceerd tarief. Andere beschikbare advocaten zijn Teun Burgers, IE-advocaat bij Cordemeyer & Slager, IE-advocaat Quirijn Meijnen, Van der Aa & Koers Advocaten en Louwers Advocaten. Ook advocaat Filip Van Eeckhoutte zet zich graag in tegen een gereduceerd tarief voor particulieren en ZZP’ers, net als advocatenkantoor yspeert vwl en QuestIE advocatuur.

Elke andere IE-advocaat die voor een redelijk tarief gedupeerden wil helpen, mag zich hieronder (of per mail) bij mij melden en wordt dan ook hier vermeld.

Update (3 oktober 2011) bij TROS Radar aandacht voor Getty, met bijdragen van advocaten Teun Burgers, BRight Advocaten en Eveline Kubbenga. En nog steeds niemand die is aangeklaagd.

Arnoud

De waarde van elektronisch bewijs

| AE 2348 | Informatiemaatschappij | 40 reacties

betere-byte-strijd-gelijk-bewijs.jpgJa, je moet wat tijdens de kerstdagen: ik heb het proefschrift De betere byte in de strijd om het gelijk van Maarten van Stekelenburg gelezen. Hij snijdt een zeer lastige kwestie aan:

De toename in gebruik van elektronische gegevens, leidt ertoe dat deze steeds vaker ingezet worden als bewijsmiddel in rechtzaken. Elektronische gegevens staan aan andere gevaren bloot dan traditionele media, temeer omdat deze gegevens veelal worder verstuurd over het internet. Het is niet altijd duidelijk of degene die de gegevens heeft verzonden ook daadwerkelijk de persoon is die zich als afzender identificeert. Daarnaast is het mogelijk dat derden vertrouwelijke gegevens onderscheppen en eventueel zelfs wijzigingen aanbrengen. Dit roept de vraag op hoe betrouwbaar deze gegevens zijn om rechten en feiten aan te kunnen tonen. dat deze slechts in een enkel geval houvast biedt in het geven van een betrouwbaarheidsoordeel van elektronische bewijsmiddelen.

Van Stekelenburg onderzocht een stapel Nederlandse, Duitse en Amerikaanse jurisprudentie om te bepalen hoe deze landen omgaan met elektronisch bewijs.

Een eerste opvallend aspect is wat Van Stekelenburg de “toelatingsfase” noemt: mag dit materiaal überhaupt de rechtszaal binnen? In Nederland wordt niet op voorhand bewijs uitgesloten omdat het elektronisch is, of om welke reden dan ook. De rechter bekijkt en beoordeeld wat hem wordt voorgelegd, en of het nu op een bierviltje staat of op een CD-ROM zal hem in principe worst wezen. In de VS is dat anders: we kennen allemaal de televisieseries waar dat prachtige stukje bewijs ineens van tafel moet omdat het onjuist verkregen zou zijn.

Ik zie in vaktijdschriften en met name bij dure congressen over bewijzen en bewaren veel aanstelleritis dat je alleen na de zwaarste technische en organisatorische waarborgen rechtsgeldig bewijs zou kunnen verkrijgen. De Nederlandse jurisprudentie die Van Stekelenburg vond, laat mooi zien hoe de praktijk omgaat met elektronisch bewijs.

In een contract met een profvoetballer:

De stelling van Appellant dat de e-mail van 3 augustus 2006 hem niet heeft bereikt is in het licht van de door Nike overgelegde producties niet aannemelijk. … Deze is niet alleen verzonden vanaf hetzelfde e-mailadres als dat waarnaar de e-mail van Nike is verzonden (xxx@post.cz), doch vermeldt dezelfde referentie (“Re:Nike smiouva”) en valt ook qua inhoud moeilijk anders te begrijpen dan als een reactie op de e-mail van Nike.

Natuurlijk kun je een heel verhaal ophangen over mailheadervervalsende hackers of raar routerende mailservers, maar als alles bij elkaar er echt genoeg uitziet en er ook geen reden is waarom het nu net deze keer fout zou gaan, dan kan de rechter gewoon aannemen dat die mail echt is.

Een leuke uit een andere zaak:

Op grond van hetgeen daaromtrent door de getuigen is verklaard, acht het hof het aannemelijk dat de e-mail van 16 maart 2006 is verzonden, en dat [betrokkene 1] de gemaakte afspraken daarmee heeft willen bevestigen. De inhoud van de mail stemt overeen met de verklaring van [betrokkene 1] en draagt om die reden bij aan de geloofwaardigheid daarvan. Het betoog dat de ontvangst van deze e-mail ook vast moet staan (wat niet het geval is), treft geen doel.

Die laatste zin verrast misschien: hoofdregel uit het recht is immers dat een verklaring pas effect heeft als deze de ontvanger daadwerkelijk heeft bereikt. Maar daar geeft het Hof een leuke draai aan: het gaat hier niet om een afspraak per e-mail maar om een bevestiging per e-mail van een afspraak. Bewijs mag je op elke manier leveren, en bewijs hoeft niet ontvangen te zijn door de wederpartij. Zolang de mail dus geloofwaardig overkomt, kan deze als bewijs dienen. (Je dagboek met daarin een verslag van een gesprek kan dus óók bewijs zijn van dat gesprek, als de rechter maar gelooft dat je eerlijk bent in je dagboek.)

In deze zaak speelde niet de vraag of de mails echt waren, maar of ze mochten worden gelezen als concreet aanbod en concrete aanvaarding, of dat er alleen maar werd dooronderhandeld. Omdat de afspraken duidelijk genoeg waren, vond de rechter dat een overeenkomst was gesloten.

In een zaak waarin de rechter “in het duister tastte” over de vraag welke motieven een partij had om zich in zowel Nederland als Duitsland in te schrijven, werd een uitdrukkelijk betwiste mail naar de advocaat van de wederpartij als niet relevant beschouwd.

Lichte hoofdpijn kreeg ik van een zaak waarin de gedaagde getuigen had laten opdraven die verklaarden dat hij toch echt een bepaalde mail had gezonden:

nu de getuigen (zijn vrouw en Francois van Gijzen) wél kunnen verklaren dat [gedaagde] de e-mail heeft verzonden, maar niet kunnen bewijzen dat Lis de e-mail heeft ontvangen, kan aan deze e-mail niet het beoogde effect van opzegging van het proefabonnement worden toegekend.

Hoe groot is nou werkelijk de kans dat die mail nooit is aangekomen?

En dan ter afsluiting nog twee zaken waarin korte metten wordt gemaakt met het m.i. belachelijke vereiste dat je een stuk papier aangetekend moet versturen en dat een daadwerkelijk ontvangen e-mail niet geldig kan zijn.

De eerste:

De strekking van de e-mail van 3 december 2007 laat aan duidelijkheid niet te wensen over. [eisers] hebben niet gesteld dat zij niet hebben begrepen dat [gedaagden] zich wilden beroepen op de ontbindende voorwaarde omdat zij de financiering niet rond konden krijgen. Vast staat dat het bericht de verkopers heeft bereikt en dat de inhoud hen duidelijk was. Daarom wordt geoordeeld dat [eisers] in redelijkheid geen beroep kunnen doen op het voornoemde formele vereiste.

De rechter haalt hier artikel 6:248 BW van stal, waarin staat dat je redelijk & billijk tegenover elkaar moet zijn. En eisen dat iemand een bericht nogmaals verstuurt (maar dan aangetekend) nadat je het daadwerkelijk al hebt gehad, is niet redelijk.

De tweede:

Dat [gedaagden] een beroep op de ontbindende voorwaarde hebben gedaan door middel van een e-mailbericht en niet op de in artikel 6.1 van de koopovereenkomst voorgeschreven wijze (namelijk schriftelijk, gericht aan de verkoper en diens makelaar, per aangetekende brief met bericht van ontvangst of per deurwaardersexploot), maakt niet dat het beroep op de ontbindende voorwaarde rechtsgevolg mist. Het gaat er om dat [ eiser] binnen de overeengekomen termijn op de hoogte is gebracht van het inroepen van de ontbindende voorwaarde. Dat is gebeurd met de e-mail van 9 april 2008, waarvan de ontvangst niet is betwist.

En wederom een rechter met clue: u bent op tijd ingelicht, dus dan kunt u zich niet achter een formaliteit verschuilen.

Afgezien van die ene hoofdpijnzaak een mooi setje jurisprudentie. Het gaat er niet om welke Received: header er in de mail staat of dat een systeembeheerder onderweg je mailbox zou kunnen manipuleren, maar om wat er daadwerkelijk is gebeurd en hoe de mail past binnen de rest van het plaatje van het geschil. En zo hoort het ook: niet focussen op één technisch aspect maar beoordeel wie er gelijk heeft op basis van al het bewijs, bekeken binnen de context.

Arnoud

“Oracle misbruikt merkenrecht tegen vrije handel”

| AE 2208 | Ondernemingsvrijheid | 3 reacties

Ja, dat vond ik ook een beetje rare kop van Webwereld bij een artikel over een Engelse rechtszaak. Waar men de term ‘misbruik’ op baseert, is me niet helemaal duidelijk. In de lead heet het namelijk ineens heel neutraal ‘gebruikt’, hoewel de geladen term ‘frustreren’ wel is blijven staan: Oracle gaat prijsconcurrentie tegen door de… Lees verder

Ik wil mijn dossier op internet zetten, mag dat?

| AE 2108 | Uitingsvrijheid | 17 reacties

Diverse lezers vroegen me, in allerlei variaties: Al geruime tijd ben ik verwikkeld in een conflict met een niet nader te noemen instantie. Mijn klachten worden constant getraineerd en afgewezen om onterechte redenen, zelfs nadat ik reeds enkele rechtszaken heb gewonnen en ze gewoon moeten doen wat de rechter zegt. Nu wil ik dit graag… Lees verder

“Internetrechtbank” e-court: goed idee, maar hm die uitwerking

| AE 1944 | Informatiemaatschappij | 46 reacties

Nederlands eerste online rechtbank, moet de procesgang versnellen en daarmee ook goedkoper maken, las ik bij Emerce. De stichting E-Court wil rechtspraak weer betaalbaar maken door een snelle en efficiënte online procedure te bieden waar men binnen 8 weken voor 375 euro (of 1000 euro met zitting) tot een uitspraak kan komen. Een goed idee… Lees verder

Al te hard blaffen = geen proceskostenvergoeding

| AE 1812 | Intellectuele rechten | 4 reacties

Onlangs kwam ik een kantonzaak uit Groningen tegen waarin de eisende jurist wel heel hard blafte: u pleegt plagiaat, u schendt de auteurswet, cliënt heeft de mogelijkheid om een civiele procedure tot veroordeling tot staking van de inbreukmakende handeling en/of betaling van schadevergoeding en/of een strafrechtelijke procedure aanhangig te maken. Bovendien zou aangifte worden gedaan…. Lees verder

Pirate Bay in Nederland verboden

| AE 1719 | Intellectuele rechten | 104 reacties

The Pirate Bay moet de activiteiten in Nederland binnen tien dagen staken, meldde Webwereld gisteren. Dat krijg je ervan als je niet komt opdagen wanneer je wordt gedagvaard: dan krijgt de eiser automatisch gelijk (“bij verstek”). En ja, ook als je in het buitenland woont. Maar was Pirate Bay wel rechtsgeldig gedagvaard? Er was immers… Lees verder

Gedagvaard via Twitter, kan dat?

| AE 1665 | Informatiemaatschappij | 26 reacties

Creatief is ‘ie wel. Brein wil de in Zweden veroordeelde Pirate Bayers in Nederland voor de civiele rechter dagen, maar de deurwaarder aldaar kon ze niet vinden. Dus vandaar: Kan dat zomaar? Goeie vraag. Een dagvaarding uitbrengen moet normaal via een deurwaarder, die dan langsgaat en de tekst in persoon overhandigt. Maar als iemand onvindbaar… Lees verder

De Mininova-zitting: van vinkjes en filters

| AE 1630 | Innovatie, Intellectuele rechten | 26 reacties

Jaja, daar zit je dan in je mooie “You wouldn’t download a car” shirt in de rechtszaal bij de Mininova-bodemprocedure. Verder was iedereen keurig gekleed, dus ik detoneerde slechts een heel klein beetje. De zitting kende twee delen: het voorlezen van de pleitnota’s (waarom dat moet is me een raadsel) en het vuurwerk. Lees de… Lees verder