Downloaden is écht legaal, maar profiteren van uploads niet

En dan is het nu afgelopen met het gezeur: downloaden is legaal, ook uit illegale bron. Dat lijkt de belangrijkste boodschap geweest te zijn van het Gerechtshof in Den Haag, dat gisteren twee arresten wees (tegen Thuiskopie en tegen FTD) waarin de Nederlandse wet overeind blijft. Usenetplatform FTD (dat ik juridisch bijsta voor wie het nog niet wist) pleegt daarbij géén auteursrechtinbreuk. Wel vindt het Hof het naar voorlopig oordeel onrechtmatig om uploaden structureel te ‘stimuleren’ en daarvan te profiteren via advertenties.

De uitspraak vernietigt een geruchtmakende uitspraak waarin het FTD-platform werd aangemerkt als verspreider van de film: melden waar een film te downloaden is, zou hetzelfde zijn als deze zelf online zetten. Daarvan kan, aldus het Hof, geen sprake zijn. Je moet wel de film op een of andere manier beschikbaar stellen. Het is niet genoeg dat je het vergemakkelijkt.

Wel kan dat vergemakkelijken “maatschappelijk onzorgvuldig” zijn, oftewel “het is strikt gesproken niet tegen de wet maar we vinden het toch niet kunnen”. En dat is waarom FTD alsnog geboden wordt alle spots van de Eyeworks-films verwijderd te houden (ze waren al weg, maar toch).

Ik ben blij met het arrest: we zijn nu hopelijk eindelijk af van de discussie dat downloaden illegaal zou zijn omdat de wet dat niet zo bedoeld had, omdat het aankoopvervangend zou zijn of omdat het in strijd zou zijn met de Europese driestappentoets. Wat dat laatste betreft: het Hof past niet rechtstreeks die toets toe (waar ik recent bang voor was) maar geeft wel aan dat je deze bij uitleg van de wet wel mag gebruiken. Alleen niet in dit geval: de discrepantie tussen wat die toets zou opleveren en wat de wet zegt is zó groot dat daarmee de rechtszekerheid in gevaar zou komen.

Natuurlijk vind ik het dan weer wel jammer dat het Hof oordeelt dat FTD toch onrechtmatig is, omdat ze stimuleert dat mensen illegaal uploaden. Daarbij lijkt ze zwaar te leunen op de lossepolsopmerking van Eyeworks dat de meeste spotters (melders van wat er te downloaden is) zelf uploaders zouden zijn. Ik heb daar geen bewijs van gezien, maar FTD heeft zelf ook niet onderzocht hoe dat zit. En het Hof zegt dan:

[Eyeworks heeft] naar voren gebracht … dat een groot deel van de spotters op FTD ook uploaders zijn op Usenet. [Eyeworks] heeft meer concreet gesteld dat 39 van de 50 grootste spotters zelf ook uploaden. Deze stelling is door FTD niet gemotiveerd betwist. … Nu FTD echter niet heeft aangegeven welk (globaal) percentage spotters ook uploadt, terwijl zij geacht moet worden over die informatie te kunnen beschikken, moet het er in dit kort geding voor worden gehouden dat een aanmerkelijk deel van de spotters ook uploader is.

En daar baal ik dus van: als we ter zitting keihard hadden geroepen “welnee, slechts een fractie van de spotters is uploader en die top 50 is een vertekend beeld”, was het oordeel dan anders uitgevallen? Humpf. Ik kan alleen maar hopen dat de rechtbank Haarlem hier genuanceerder tegenaan kijkt.

Arnoud

De reagurende rechter

zilvermaan-forum-logo-rijdende-rechter.png“U heeft het ego van een trekbank, en het IQ van een trekijzer”. Ik weet niet precies wat dat betekent, maar erg netjes is het vast niet. De opmerking was wel (mede) aanleiding voor een aflevering van mijn held de Rijdende Rechter over de vraag hoe ver de vrije meningsuiting gaat op forums. En, verrassend: de term ‘reaguurder’ blijkt nu ingeburgerd taalgebruik voor ‘persoon die reacties plaatst op forum of blog’.

Het geschil ontstond naar aanleiding van het adresboek op de site GZU Online van goudsmit Van der Sanden. Op het forum Zilvermaan werd een vraag gesteld of deze site wel betrouwbaar was. Vaste forumreaguurder Stratmann meldde daarop

Niet betrouwbaar lijkt me. Er is een levendige handel in persoonlijke 06 nummers, beroep, emailadressen etc etc, te selecteren op ieder item. Vaak gebruikt voor commerciële doeleinden maar ook door oplichters.

Dat was aanleiding voor “een onaangename discussie tussen partijen, waarbij beiden geen blad voor de mond namen”. Stratmann merkte tijdens die discussie ook dat hijzelf in die lijst stond, en eiste verwijdering op grond van de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Nadat Van der Sanden ook een privébericht van Stratmann had gepubliceerd (met de hierboven genoemde opmerking over trekbanken), werd de discussie gesloten door de moderatoren met het advies dit even privé op te lossen. En dat werd dus de rijdende rechter.

In zijn uitspraak merkt de rijdende rechter allereerst op dat hij het hoogst opmerkelijk vindt dat die adressen zomaar bij Van der Sanden terechtgekomen waren. Maar hij keurt het toch impliciet goed: artikel 8 sub f Wbp biedt de rechtvaardigingsgrond “eigen aantoonbare noodzaak” en daaraan is voldaan – in het geval van Stratmann dan. Diens gegevens (in feite het vestigingsadres van zijn bedrijf) stonden al online en mochten dus worden hergebruikt in een adresgids. Dit is in lijn met de Richtsnoeren persoonsgegevens trouwens.

Voor andere goudsmeden ligt dat mogelijk anders, maar dat valt buiten het geschil hier dus kan de rijdende rechter er niet over oordelen. Van der Sanden krijgt wel het dringend advies “zich te vergewissen van de rechtmatigheid van de publicatie” van die gegevens.

Vervolgens de kern van de zaak: mag je iemand vergelijken met een trekbank, of beter gezegd mag je op een forum zeggen dat zo’n adresboeksite riekt naar oplichting? Op grond van de vrijheid van meningsuiting mag er veel:

Het lijkt inmiddels maatschappelijk algemeen aanvaard dat deelnemers aan zogenaamde discussie fora geen blad voor de mond nemen en zich daarbij nogal eens ruw en ongenuanceerd uitdrukken. … Natuurlijk strekken dergelijke uitlatingen degene die ze doet niet tot eer, al was het maar omdat het publiekelijk laten varen van normale fatsoensnormen (decorumverlies) niemand siert. Maar dat is onvoldoende om de vrijheid van meningsuiting, die niet is voorbehouden aan de wellevenden onder ons, in te perken.

De opmerking van Stratmann over de onbetrouwbaarheid van de site van Van der Sanden wordt dan ook toelaatbaar geacht. Het was een opinie naar aanleiding van iemands vraag, en als jij iemand onbetrouwbaar vindt dan mag je dat zeggen.

De term ‘oplichter’ die daarbij viel, is niet genoeg om dat anders te maken. Zoals ook in de ‘echte’ rechtspraak wel vaker wordt opgemerkt, zulke termen betekenen vandaag de dag in het gewone spraakgebruik iets anders dan “deze meneer pleegt het strafbare feit oplichting”.

Alles bij elkaar krijgen beide partijen nul op het rekest: er hoeft niets weg, en excuses hoeven ook niet te worden aangeboden. Wel “mogen” beide partijen het vonnisbindend advies van de rijdende rechter op hun sites publiceren, maar ze mogen er geen commentaar bij zetten. Ik gelukkig wel.

Arnoud

Zonder aangifte geen takedown

politie-bordje-logo-aangifte-bureau.jpgToevallig las ik het laatst op webhostingtalk.nl maar ik zie het veel vaker bij hosters: er komt een klacht binnen over content van een klant, en die wordt afgewezen omdat er geen aangifte is gedaan. Pas als er een aangifte ligt, is de provider bereid de klacht te onderzoeken.

Met alle respect: dat is echt niet de juiste manier van werken.

Iedereen kan aangifte doen van een vermeend misdrijf en de politie is verplicht dat op te schrijven. Een agent toetst daarbij niet of het in de aangifte verklaarde ook juist is. Een aangifte is dus geen bewijs dat iets echt zo is, laat staan dat een overheidsinstantie dat onderzocht heeft. Het enige dat je dus krijgt op die manier zijn mensen die zelf overtuigd zijn van hun gelijk of die bereid zijn te liegen onder ede (plus dat ze een agent kunnen overtuigen dat ‘ie echt moet gaan typen).

De eis voor een provider is dat deze optreedt als de klacht onmiskenbaar juist is. Bij die inschatting is aangifte niet nodig. Een vonnis van een rechter natuurlijk wel: als de rechter het zegt, dan is het juist en dan moet het weg. Maar een aangifte (of een dagvaarding) is slechts de bewering van één partij en daarmee op zichzelf niet genoeg.

Hoofdregel is dat je moet uitgaan van het materiaal zoals het daar staat, plus de feitelijke informatie (voor zover verifieerbaar) uit de klacht. In twijfelgevallen vraag je de klant om input, en die neem je dan ook mee. Omdat je alleen onmiskenbaar juiste klachten moet weghalen, zou er niet veel informatie op tafel moeten liggen zodat het allemaal overzichtelijk blijft. Sterker nog, mijn vuistregel is dat als er tientallen mails met bijlagen komen het meteen niet meer onmiskenbaar is en de provider dus de klacht kan afwijzen.

En ja, dat betekent dat je als provider op de stoel van de rechter moet gaan zitten om te oordelen of er sprake is van een legale of illegale uiting. Dat is een lastige positie, maar je moet er toch echt gaan zitten. Zeggen “wij doen niets zonder aangifte” of zelfs “pas na een vonnis halen wij weg” is te passief.

Arnoud

Overnemen fotootje bij forumcopypastepost geen inbreuk

maroc-peter-vincent-schuldEen foto die bij een overgenomen nieuwsbericht op een foto stond, levert geen schending van het auteursrecht of het portretrecht op. Dat bepaalde het Gerechtshof Amsterdam eerder deze week in het hoger beroep van de zaak Peter Vincent Schuld tegen forum Maroc.nl (via).

Een forumlid had een artikel uit een krant overgenomen, inclusief het fotootje daarbij. De fotograaf daarvan eiste een schadevergoeding van de forumbeheerders omdat zijn auteursrecht en het portretrecht van zijn dochter zou zijn geschonden. Die stond namelijk op de foto.

In eerste instantie had de rechtbank geoordeeld dat Maroc.nl als forum niet aansprakelijk was voor deze publicatie, omdat de fotograaf de klachtprocedure niet had doorlopen en haar claimbrief naar een verouderd adres had gestuurd.

In hoger beroep werd hier niet op ingegaan, omdat de rechter vindt dat er sowieso geen sprake is van schending van rechten. Het fotootje was immers een beeldcitaat:

De functie van de foto bij het artikel is functioneel van aard en vergroot de zeggingskracht van het artikel en verbeeldt op doeltreffende wijze het schrijnende karakter van het aangesneden onderwerp (kinderlokken op internet).

Nu er geen auteursrechten geschonden zijn, hoeft het gerechtshof ook niet te bedenken of Maroc.nl voor zo’n schending aansprakelijk zou zijn. Een beetje jammer, hoewel het wel goed is om te zien dat het Gerechtshof zo’n foto-overname als citaat ziet want er zijn tientallen fotografen actief die voor dat soort hergebruik gewoon een factuur menen te kunnen sturen.

Voor wat betreft het portretrecht is het Hof minstens zo snel klaar: (de ouder van) het kind had toestemming gegeven voor de originele publicatie in de krant, dus kan hij niet protesteren bij herpublicatie in dezelfde context op een internetforum. Terecht, lijkt me.

(En ja, ik ben nog met vakantie maar bij dit soort opstekertjes blog ik wel eventjes hoor.)

Arnoud

De Google cache legen, moet dat?

Wie iets op zijn website zet dat door de rechter verboden wordt (bijvoorbeeld smaad, privacyschending of auteursrechteninbreuk), moet dat verwijderen. Logisch. Maar naast verwijderen van je eigen site kun je ook veroordeeld worden om het artikel van andere plekken op internet te laten verwijderen. De bekendste plek is de Google cache, waar tot enkele maanden na verwijdering van het origineel vaak nog een kopie te vinden is. Hoe ver kan zo’n veroordeling gaan?

In mei werden twee mensen veroordeeld wegens publicatie van een aantal onrechtmatige artikelen over vermeend seksueel misbruik van hun kind door de vader. Zij kregen daarbij de opdracht de artikelen

te verwijderen en verwijderd te houden, in zoverre dat deze artikelen op geen enkele wijze meer via welke zoekopdracht dan ook op het internet zijn terug te vinden

Een dikke maand later stond men er weer over de vraag wat dat nu betekent voor de Google cache. De gedaagde had netjes brieven gestuurd naar allerlei websites, en die hadden het artikel keurig verwijderd. Ook Google kreeg zo’n brief, maar had daar kennelijk niets mee gedaan. Was daarmee het vonnis genegeerd? (met dank aan Margriet Koedooder)

De kortgedingrechter is zelf even gaan kijken(!) bij Google en ontdekte dat deze een speciale procedure voor verwijderen van URLs uit de index en cache heeft. Die speciale procedure is in gewonemensentaal uitgelegd en gemakkelijk te vinden vanaf de Google homepage. Daarom had de gedaagde deze procedure moeten volgen, aldus de rechter.

De rechter interpreteert de hierboven aangehaalde opdracht als een “zware inspanningsplicht”: je bent niet letterlijk verplicht het overal gewist te krijgen (dat kan niet) maar je moet wel laten zien dat je alles hebt gedaan dat redelijkerwijs mogelijk was om het weg te krijgen. En zo’n plicht geldt ook voor leken:

Als [gedaagden] van mening zijn dat zij onvoldoende kennis van internet hadden om er zeker van te zijn dat zij aan het vonnis voldeden had het op hun weg gelegen zich daarover te laten voorlichten of daar nadere informatie over in te winnen. Niet is gesteld of gebleken dat zij dit (tijdig) hebben gedaan of dat zij naar dergelijke informatie hebben gezocht.

Mede daarom oordeelde de rechter dat er te weinig is gedaan om aan het vonnis gehoor te geven, zodat een dwangsom van 22.500 euro betaald moest worden.

Mooi. Een rechter met clue.

Update (5 november 2012) een Gerechtshof met clue bepaalt dat een vordering tot Google-schoonmaken alleen kan als daarom is gevraagd. Een verbod iets te zeggen impliceert niet een gebod tot weghalen wat reeds gezegd is.

Arnoud

Smileys bij internetbedreiging leiden tot vrijspraak

smiley-emoticon.pngOpmerkelijk: een bedreigende tekst wordt niet strafbaar geacht omdat er smileys bij stonden. Het Gerechtshof Amsterdam sprak half mei een minderjarige verdachte vrij om die reden (via Cops in cyberspace). Hij had minister-president Balkenende een boos bericht gestuurd, maar de smileys (en de bewoordingen) maakten dat de MP zich niet daadwerkelijk bedreigd had kunnen voelen van dit bericht.

Het arrest geeft de letterlijke tekst van de Hyveskrabbel (dat het Hof overigens een ‘jongerennetwerk’ noemt) in de tenlastelegging:

ey bolle vet zak met je kanker bolle kanker bril je gaat died bitch ik kom je halen

Ik moest vervolgens lachen om de direct daaronder staande standaardzin:

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

De tekst “je gaat [dood] … ik kom je halen” zou je kunnen zien als een “bedreiging tegen het leven” zoals de wet dat formuleert. Maar een uiting is pas een bedreiging als de ontvanger zich ook daadwerkelijk bedreigd had moeten voelen. En dat was hier niet mogelijk: het ging immers maar om Hyveskrabbels die ook nog eens vol smileys stonden. Dat mag je niet serieus nemen.

Ook opmerkelijk vond ik nog dat het Hof het OM verwijt dat ze niet ook ‘belediging’ ten laste gelegd heeft. Die aangehaalde zin had immers prima als belediging kunnen worden gezien, en daarvoor had de verdachte dan kunnen worden veroordeeld. Maar dan moet het OM dat wel opnemen in de tenlastelegging.

Dit is bij mijn weten het eerste arrest over smileys, maar helaas staat er dan weer geen smiley in het arrest zelf.

Arnoud

Nederland mag internetgokken verbieden

Nederland mag bedrijven verbieden kansspelen via het internet aan te bieden, las ik in De Pers van donderdag. In twee arresten (C 258/08 en C 203/08) maakt het Europese Hof van Justitie duidelijk dat het vergunningsbeleid van de Nederlandse staat (“alleen de Staatsloterij want dat is goed tegen gokverslaving”) door de Europese beugel kan.

Nederland heeft een erg restrictief kansspelbeleid: alleen met vergunning mag je kansspelen aanbieden, en die vergunning krijgt alleen de Staatsloterij. Met één aanbieder zou de behoefte gedekt kunnen worden, en kan er goede controle op witwassen, fraude en gokverslaving worden gehouden. Maar daarmee wordt wel het vrij verkeer van diensten gehinderd: concurrenten van Staatsloterij kunnen niet legaal opereren, en daarmee botsen onze kansspelregels met het Europese Verdrag.

Het Hof oordeelt in de Ladbrokes-zaak dat er geen sprake is van een inbreuk op dat vrij verkeer. Het is legitiem om een nationale wet te hebben die “is gericht op de beteugeling van gokverslaving en het tegengaan van fraude”. Het is dan ook toegestaan om één gokbedrijf toe te laten op de markt en geen anderen. Hiermee volgt het Hof haar arrest uit 2009 waarin voor Portugal ongeveer hetzelfde werd geoordeeld maar dan voor het staatsbedrijf. In Nederland hebben we echter geen staatsbedrijf, maar een privaat bedrijf dat onder vergunning opereert. Ook dat wordt nu acceptabel geacht. (In de Sporting Exchange wordt verder bepaald dat de wijze van toekennen van de vergunningen niet in strijd is met Europees recht.)

Wel moet de nationale rechter altijd controleren of het beleid “daadwerkelijk bijdraagt” aan het gestelde doel. En dat kan nog wel eens een leuke worden: als je zegt dat deze regel nodig is om gokverslaving tegen te gaan, kun je het dan wel maken om zo veel reclame te maken voor de Staatsloterij, Holland Casino, De Lotto en al die andere gokproducten? Oftewel, gáát het Nederlands kansspelbeleid daadwerkelijk wel gokken tegen?

Het Hof laat zich daar niet over uit, maar geeft wel een algemene overweging:

Indien mocht blijken dat het Koninkrijk der Nederlanden een beleid van sterke expansie van de kansspelen voert door de consument op buitensporige wijze te stimuleren en aan te moedigen om hieraan deel te nemen met als hoofddoel gelden in te zamelen, en dat om die reden de financiering van sociale activiteiten uit een deel van de opbrengsten van de toegestane kansspelen niet een bijkomend gunstig voordeel vormt, maar de daadwerkelijke rechtvaardiging voor het door deze lidstaat gehanteerde restrictieve beleid, moet worden geconcludeerd dat een dergelijk beleid de activiteiten met betrekking tot weddenschappen niet op samenhangende en stelselmatige wijze beperkt en dus niet geschikt is ter bereiking van de doelstelling, gokverslaving bij de consument te beteugelen.

Het ligt dus voor de hand dat onze Hoge Raad (die om dit arrest had gevraagd) nu gaat oordelen aan de hand van deze overweging. Dat kan nog interessant worden, want dit zal waarschijnlijk een diepgravend feitenonderzoek vergen. In 2008 oordeelde de Europese Commissie overigens nog dat ons beleid zeer zeker niet aan deze eis zou voldoen.

Wordt vervolgd, gok ik.

Arnoud

Mogen websites blokkeren van advertenties verbieden?

Toch weer even terugkomen op een oude vraag, want hij komt vaak binnen de laatste tijd:

Mogen websites verbieden in de voorwaarden, dat jij advertenties blokkeert? En als ze zien dat je dat verbod overtreedt, mogen ze je dan van de site verbannen?

Ik ben er nog steeds niet uit waar een site de eis op kan baseren dat je geen advertentieblokker mag gebruiken. Je manipuleert de presentatie van een webpagina alleen voor je eigen gebruik. Daar kan auteursrechtelijk weinig mis mee zijn, en een ander absoluut recht ken ik niet.

Het is niet verboden om te weigeren naar advertenties te kijken. Net zo goed als ik mag wegzappen als ik commercials op televisie zie, mag ik advertenties wegfilteren op websites.

Dat neemt niet weg dat een sitebeheerder regels kan stellen aan wat er wel en niet op zijn site mag. Een absoluut recht is daarvoor niet nodig. Als ik niet wil dat in reacties het woord “bloemkool” wordt gebruikt, dan mag ik dat verbieden en dan hebben jullie je daaraan te houden. Het zou een raar verbod zijn, en waarschijnlijk verlies ik dan een hoop reageerders, maar als ik rare dingen wil op mijn blog dan is er niemand die me tegenhoudt.

Update (26 mei) in de comments wijst Arno Lodder terecht op het XS4All/Ab.Fab arrest dat dit standpunt onderstreept.

Regels moeten -zeker naar consumenten toe- niet onredelijk bezwarend zijn, want zulke regels zijn algemene voorwaarden in de zin van de wet. Er staat niets in de wet over deze specifieke regel. Wil je deze regel dus aanvechten, dan moet je zelf verzinnen waarom het onredelijk is dat een site die op advertenties drijft, je verbiedt advertenties te blokkeren. Ik kan daar niet echt een argument voor bedenken. Het blokkeren tast hun inkomstenbron aan. Waarom zouden ze dat aantasten niet langs technische weg mogen verhinderen?

Ik denk dus dat het wel toegestaan is als een site detecteert of je adblocking-software gebruikt, en zo ja je de toegang ontzegt tot de site. Het staat bezoekers vervolgens vrij om dan die site niet te gebruiken. Dat is dus de afweging die de site moet maken.

Arnoud

Nog even over die e-maildisclaimers

Er zit volgens mij iets in het water, of er is net een congres geweest “Juridische aspecten van e-mail” waarin het is gezegd, maar het aantal mails met disclaimers dat ik krijg, neemt ineens sterk toe. Nog steeds begrijp ik de zin van zulke disclaimers niet, en als ik vraag waarom men die gebruikt, kom ik niet verder dan “dat moet van Legal” of “mijn e-mailprogramma had het standaard ingebakken”.

Toevallig vond ik dit prachtige artikel bij designbureau SOV waarin men het concept disclaimer op duidelijke wijze aan de kaak stelt. In de gelinkte PDF vond ik ook het prachtige Duitse woord Angstklauseln, dat precies aangeeft waar het om gaat bij deze zinnen.

In een e-mail kun je alleen mededelingen doen en geen afspraken maken. Wil je afspraken maken, dan moet de ontvanger eerst een mail terugsturen waarin hij die afspraken bevestigt. “Wij zijn niet aansprakelijk voor virussen” is geen mededeling maar een afspraak, en kan dus niet. “Deze e-mail beschouw ik als privé” is wel een mededeling, hoewel de juridische impact ervan te betwijfelen is.

Ik krijg weleens vragen waarom ik in mijn zakelijke mails nooit een disclaimer opneem. Nou, omdat ik niet weet wat ik daarin zou moeten zetten. Mijn klanten weten heus wel of mails die ik ze stuur, vertrouwelijk zijn. Bovendien is dat in mijn algemene voorwaarden al geregeld, net als mijn aansprakelijkheid voor de inhoud van mijn adviezen. Het nut van “Als u niet de beoogde ontvanger bent, gelieve dan deze mail uit te printen en op te etente vernietigen” ontgaat me volledig. Een net persoon doet dat toch wel, een onfatsoenlijk persoon doet het toch niet.

Arnoud

Kans maken op een iPhone, mag dat?

Een lezer vroeg me:

Ik had begrepen dat je in Nederland alleen kansspelen mag aanbieden als je een vergunning hebt, en afgezien van Holland Casino heeft niemand die. Maar hoe kan het dan dat er zo veel sites zijn waar je kunt pokeren of andere gokspellen spelen en dan ook nog eens prijzen kunt winnen?

Je hebt in Nederland inderdaad een vergunning nodig voor het aanbieden van kansspelen (ook op internet). Tenminste, als deelnemers aan dat kansspel prijzen zoals geld of producten kunnen winnen. Een funcasino of pokerspel waarbij je alleen met fictieve muntjes speelt, is dus niet verboden. Zo’n vergunning is onmogelijk te krijgen tenzij je Holland Casino heet (iets waar het Europese Hof mee bezig is).

Omdat deze wet zou betekenen dat geen enkele winkelier nog een prijsvraag of “raad het aantal augurken in deze pot”-spel meer kan doen, is er in 2006 een regeling promotionele kansspelen ingevoerd. Deze komt erop neer dat je niet vervolgd wordt als je een kansspel opzet ter promotie van bedrijven, producten of diensten en je je daarbij aan de beperkingen houdt uit die regeling. Een electronicazaak mag dus een prijsvraag uitschrijven waarbij je een iPhone kunt winnen met een slimme slogan, of met een TV naar huis kan gaan als je een potje poker op de openingsavond wint.

Het promotioneel kansspel bestaat in twee vormen: het klein en het groot promotioneel kansspel. Een kansspel is “klein” als de prijzenpot niet meer dan ” 4500 bevat. Een dergelijk spel mag je zo vaak organiseren als je wilt. Is de waarde meer dan dit bedrag, dan is het een groot promotioneel kansspel en dan mag je het spel maximaal eens per jaar uitvoeren. Verder zijn er nog restricties op bv. de kosten voor deelname (niet meer dan de postzegel of 60 cent communicatiekosten) en moet je toestemming van de ouders hebben als minderjarigen (zestienminners) mee willen doen. Een duidelijk wedstrijdreglement en inzage in de wijze van uitreiken van prijzen is ook verplicht.

Deze regeling geldt ook voor internet, maar blijkt daar nogal wat onduidelijkheden op te roepen. Vaak zie je namelijk dat niet een winkelier zelf maar een derde een site met kansspelen opzet waarmee je producten kunt winnen bij die winkelier(s). Het is niet duidelijk of dat ook onder de regeling valt. Daar staat namelijk in:

Promotionele kansspelen mogen uitsluitend ter promotie van een product, dienst of organisatie dienen en mogen niet als een zelfstandige activiteit worden aangeboden.

Het woord “en” suggereert dat de twee genoemde deelzinnen tegenstellingen zijn, maar dat is niet zo – je kunt best een product promoten als zelfstandige activiteit. Ik denk dus dat je best www.pokerenwineeniphone.nl mag opzetten in samenwerking met iPhoneverkopers, maar ik sluit niet uit dat je dan een boze brief van Justitie krijgt.

Arnoud