Op persoonlijke titel

| AE 2041 | Uitingsvrijheid | 5 reacties

banner-titel-naam-persoonlijk.jpgEen lezer vroeg me:

Af en toe zie je brieven of andere publicaties waarin iemand dingen zegt met zijn functie erbij, en dan “op persoonlijke titel”. Heeft dat nog een juridische betekenis?

Nee, niet dat ik weet. In ieder geval niet direct, ik ken geen enkele wet of regel die het heeft over de status van een uitspraak in het licht van de titel die de spreker voert. In de meeste gevallen gaat het ook puur om een verzoek: wilt u dit niet presenteren als de mening van het bedrijf.

Het kan van belang zijn bij toezeggingen of verklaringen over juridische situaties die de spreker doet. Als hij daarbij de indruk wekt namens het bedrijf te spreken, dan zou je het bedrijf onder omstandigheden daaraan kunnen houden (art. 3:61 BW). Een woordvoerder die zegt dat alle schade natuurlijk gewoon hun domme schuld is, zadelt zijn werkgever op met een aardige schadeclaim.

Door op zo’n moment “op persoonlijke titel” te spreken, kun je in ieder geval juridisch niet meer zeggen dat je mocht denken dat de persoon namens het bedrijf sprak.

Ik vond één vonnis waarin de vraag of iemand op persoonlijke titel sprak, relevant bleek. Een ambtenaar had via een ingezonden brief in de krant zijn mening geuit over een burger die veelvuldig procedeerde (“is het een vorm van arbeidstherapie om de dag door te komen?”). Deze spande daarop een proces aan tegen de gemeente, maar kreeg ongelijk bij de rechter:

Het is niet komen vast te staan dat [y] de gegevens waarvan hij zich in de brief bediende, alleen maar heeft kunnen verkrijgen als ambtenaar van de Gemeente; de gegevens hebben immers een openbaar karakter. Niet is dus gebleken dat [y] als schrijver van een ingezonden brief op persoonlijke titel, misbruik heeft gemaakt van zijn positie als ambtenaar.

De proceslustige burger had namelijk als stelling opgevoerd dat de ambtenaar de inhoud van de brief alleen had kunnen schrijven door kennis van zaken die alleen bij de gemeente bekend waren. Daarom moest de brief wel worden gezien als een brief van de gemeente. Maar dat ging dus niet op. De inhoud was onder andere gebaseerd op openbare rechtszittingen, en ook als aanwezig ambtenaar mag je daar dan gewoon uit putten.

Bij het zoeken vond ik trouwens ook nog deze zaak over de vraag of een jachtovereenkomst op persoonlijke titel met twee jagers was gesloten of met een de vereniging waar zij lid van waren. De inhoudsindicatie? “Geen eeuwige jachtvelden”. LOL.

Arnoud

Naaktfotodief krijgt in hoger beroep strafverlaging

| AE 2089 | Intellectuele rechten, Security | 12 reacties

Het publiceren van naaktfoto’s op internet is op zichzelf genomen geen belediging. Dat blijkt uit een arrest van het Hof Leeuwarden van vorige week. De zaak was het hoger beroep in de Manon-Thomaszaak van vorig jaar april, waarin de verspreiding van foto’s en filmpje van de presentatrice naast auteursrechtenschending ook een belediging jegens haar werd genoemd. De veroordeling vanwege de auteursrechten blijft in stand.

De insteek “belediging” bij de rechtbank was gebaseerd op het idee dat publicatie van naaktfoto’s een inbreuk opleveren op het grondrecht van onaantastbaarheid van het lichaam. Die inbreuk is een “aantasting van de eer en goede naam”. Diezelfde redenering werd gehanteerd in een smaadzaak uit 2008 waarbij verspreiding van naaktfoto’s via filesharing als smaadschrift werd gezien. Ook daar was het enkele feit dat het naaktfoto’s waren, genoeg om van smaad te kunnen spreken.

Het Hof acht hier de context juist van wezenlijk belang:

Het plaatsen van een (privé)filmpje waarop een persoon naakt te zien is, is als zodanig en op zichzelf niet te beschouwen als het beledigen bij afbeelding.

Goed, het gaat om belediging en niet om smaad maar de achterliggende gedachte is dezelfde. Uit de context moet blijken dat je de bedoeling had om iemands eer en goede naam aan te tasten. Dat blijkt niet uit het enkele feit dat je een naaktfoto online zet. (Ik kan geen legitieme andere reden bedenken om zonder overleg een naaktfoto online te zetten, maar goed.)

De schending van de auteursrechten blijft grond om de verdachte te veroordelen. Wel wordt de oorspronkelijke veroordeling wat genuanceerd. De foto’s waren namelijk in eerste instantie alleen gepubliceerd in gedeelde mappen op MSN van zes contactpersonen. Dat is volgens het Hof geen openbaarmaking in de zin van de Auteurswet. Het publiceren op Youtube is dat natuurlijk wel.

Naast auteursrecht werd ook nog het portretrecht opgevoerd: het openbaar maken van een portret zonder daartoe gerechtigd zijn is namelijk ook een strafbaar feit (artikel 30 Auteurswet, en ja ik moest dat ook even nazoeken). Opmerkelijk genoeg oordeelt het Hof dat wél sprake is van publicatie van een portret wanneer je die portretfoto in zo’n gedeelde map zet.

Opmerkelijk, maar begrijpelijk, want het Hof vindt schending van de privacy (waar het portretrecht over gaat) belangrijker dan de commerciële belangen van de fotograaf:

Het hof heeft hierbij in aanmerking genomen hetgeen met betrekking tot openbaarmaking in artikel 12 van de Auteurswet is opgenomen en de strekking van de Auteurswet die er op gericht is het commerciële belang van de auteursgerechtigde te beschermen.

[Bij de schending van het portretrecht] spelen niet alleen commerciële belangen een rol maar ook privacy-belangen van de geportretteerde.

De 180 uur werkstraf waartoe hij in eerste instantie werd veroordeeld, wordt verlaagd naar dertig uur. Ook wordt het smartengeld dat de man moet betalen verlaagd van 5.000 naar 3.000 euro. Wel is hij zijn computer kwijt – die is immers gebruikt om het misdrijf “schenden auteursrecht” te begaan.

Arnoud

“Rechter vindt archief belangrijker dan privacy”

| AE 1992 | Privacy, Uitingsvrijheid | 20 reacties

Het Eindhovens Dagblad mag een artikel over een ontslagen vrouw gewoon online laten staan, meldde Webwereld gisteren. Dit omdat (zoals Henk Blanken het formuleert) het geheugen van kranten, hun digitale archief, belangrijker is dan de privacy van personen. De rechter vindt de publicatie niet onrechtmatig, en vindt dat de schadelijke gevolgen voor de vrouw dan ook voor haar eigen rekening moeten komen.

De persoon om wie het ging, was op non-actief gesteld met de cryptische mededeling “vanwege een gevoelige personele kwestie” in het gewraakte krantenartikel. Zo’n tekst, plus de mededeling dat men niet nader op de zaak in wilde gaan, suggereert dat er wel iets goed mis met de betrokkene zal zijn. De vrouw had dan ook aardig last van deze publicatie, zeker nadat het Eindhovens Dagblad haar zoekfunctie had verbeterden je eindelijk iets kon vindenen Google het artikel in haar archief opnam.

De eis tot weghalen dan wel afschermen van het archief was gebaseerd op de stelling dat sprake zou zijn van onzorgvuldige journalistiek: geen hoor en wederhoor, een schadelijke wijze van weergeven van de zaak en het na elf maanden nog steeds via Google toegankelijk houden. Daarbij werd geschermd met het Zwartepoorte-vonnis, waarin de site-eigenaar informatie moest afschermen omdat Google deze verkeerd samenvatte. Het argument daar was dat de aanpassing een kleine moeite zou zijn en de overlast groot, precies wat ook hier het geval was.

De rechter gaat hier niet in mee. Het artikel is niet onrechtmatig, en de overlast vanwege de Googleresultaten op mevrouws naam is dan ook geen reden om het artikel te moeten blokkeren. En bovendien werd meer geëist dan alleen een kleine pagina-aanpassing: het artikel moest onvindbaar worden. (Er werd geen anonimisering geëist voor zover ik kan zien in het vonnis.) Dat is onaanvaardbaar. Mevrouw had een aanvulling of rectificatie bij het artikel moeten vragen, dat had meer kans gehad.

Jammer genoeg kwam de advocaat niet met de Wet Bescherming Persoonsgegevens aanzetten, afgezien van een tussenneusenlippendoorvermelding dat de verwerking “op juiste en nauwkeurige wijze [had] dienen plaats te vinden”. Als hij had betoogd dat vermelding van de naam van mevrouw geen toestemming en aantoonbare noodzaak had, hadden we eindelijk eens een principiële uitspraak gehad over de WBP versus de uitingsvrijheid. Anders gezegd: dan hadden we geweten of het blijven noemen van iemands naam in een gearchiveerd nieuwsbericht mag (persvrijheid) of niet (privacy).

Volgens de richtsnoeren van het CBP had het archief trouwens gewoon op slot gemoeten, precies vanwege deze problemen. En de WBP geldt ook voor krantenarchieven.

Arnoud

Is een afgesloten Hyve nu wel of niet openbaar?

| AE 1950 | Uitingsvrijheid | 6 reacties

Kun je op een afgesloten Hyvespagina smaad plegen, oftewel “ruchtbaarheid geven aan een bepaald feit”? Vorig jaar november bepaalde het Hof Leeuwarden van wel, maar een maandje eerder vond het Hof ‘s-Hertogenbosch juist van niet. Dat signaleerden Edward Brüheim en Arno Lodder een tijdje terug. In beide gevallen ging het om smaad, waarbij het relevante… Lees verder

Laster of smaad tegen een nickname

| AE 1921 | Uitingsvrijheid | 11 reacties

Een lezer vroeg me: Mensen gebruiken bij het schrijven van berichten op internetfora en weblogs veelal schuilnamen (nicknames) om hun privacy te beschermen. Echter zij bouwen onder deze nicknames wel een reputatie op op internet en zijn niet alleen door hergebruik van deze nickname op bijvoorbeeld een ander forum of weblog, maar anders gauw door… Lees verder

Machtiging rechter-commissaris bij strafbare uitingen echt nodig

| AE 1905 | Regulering, Uitingsvrijheid | 13 reacties

Een webhoster hoeft smadelijke berichten niet te verwijderen als het OM dat eist, tenzij er een machtiging van de rechter-commissaris bij zit. Dat blijkt uit een recent vonnis van de rechtbank in Assen. Die rechtbank oordeelde in 2008 net zo, maar het OM was in hoger beroep gegaan en de zaak werd terugverwezen voor een… Lees verder

“Minder openbare” websites bestaan niet

| AE 1866 | Uitingsvrijheid | 14 reacties

Semi-openbare websites bestaan per definitie niet, zo ging NRC Handelsblad gisteren kort door de bocht. Het Gerechtshof Amsterdam had namelijk in hoger beroep een man veroordeeld die op Polinco.net discriminerende teksten had achtergelaten. Eerder had de rechtbank hem vrijgesproken omdat lezers niet onverhoeds tegen de uitingen aan zouden kunnen lopen en daarmee de uiting niet… Lees verder

Hoezo eigenlijk moeten onrechtmatige publicaties weggehaald worden?

| AE 1849 | Uitingsvrijheid | 19 reacties

Afgelopen maandag las ik op Blikopdebeurs.com over een vonnis over een ruzie over forumpostings. Twee berichten bleken onrechtmatig, omdat daarin iemand voor “oplichter” (en ook “oplichters en dieven”) werd uitgemaakt zonder dat dat voldoende basis in de feiten bleek te hebben. Nu lijkt dat op zich wel te kloppen, maar de opmerkingen in het begin… Lees verder

Mogen beschuldigingen van oplichting nog na vrijspraak?

| AE 1799 | Uitingsvrijheid | 4 reacties

Mag je iemand een oplichter noemen als hij in een strafzaak over oplichting vrijgesproken wordt? Ja, dat mag, zo vonniste de kortgedingrechter eind september. Een boekhouder zag zijn naam besmeurd (“wij zijn opgelicht door een boekhouder”, “bedonderd en opgelicht” etcetera) op het forum van TROS Opgelicht, en eiste verwijdering van deze berichten omdat de strafrechter… Lees verder