Snuffelen in mailboxen: het mag

Het is één van de meest gestelde vragen die ik krijg: mag mijn baas snuffelen in mijn mailbox? Hoofdregel is dat dat niet zomaar mag, tenzij er een zeer zwaarwegende reden is om het wel te doen. En zo’n reden leek er te zijn in de zaak uit dit arrest van de Centrale Raad van Beroep, de hoogste bestuursrechter in (o.a.) ambtenarenzaken. In deze zaak was een ambtenaar ontslagen, en de inhoud van haar mailbox stond daarbij centraal.

Het bestuur van de KVK Midden Nederland had een anonieme brief ontvangen in een interne envelop, waar de nodige zwartmakerij en ander moddergooien in stond. Daar werd een recherchebureau op gezet (waarom is dat altijd Hoffman). Dat had het originele idee om de mailboxen van medewerkers te doorzoeken om na te gaan van welke computer die brief afkomstig was. Inderdaad, mailboxen doorzoeken om de oorsprong van een papieren brief na te gaan.

Niet zo gek als het lijkt, want de brief bevatte een aantal zeer specifieke termen, en die werden ook teruggevonden in een aantal e-mails van de betrokken ambtenaar. De anonieme brief zelf werd niet aangetroffen, maar uit de mails en de rest van het onderzoek bleek dat zij “uiterst denigrerende uitlatingen had gedaan over collega’s, leidinggevenden en de organisatie, alsmede … frequent het internet voor privédoeleinden raadpleegde.” Op grond van deze bevindingen werd zij uiteindelijk ontslagen.

Bij het beroep tegen haar ontslag voerde de ambtenaar aan dat de KVK niet zomaar haar mailboxen mocht doorzoeken. De Raad verwerpt dit beroep:

Het bestuur had voldoende grond om één van zijn mede-werkers te verdenken van het schrijven van de anonieme brief en heeft in redelijkheid kunnen besluiten hiernaar een onderzoek in te stellen. De wijze waarop dit onderzoek heeft plaatsgevonden acht de Raad niet disproportioneel, nu dit werd uitgevoerd door een extern bureau en zich in eerste instantie uitstrekte tot het anoniem doorzoeken van alle e-mailboxen op de aanwezigheid van (twee) zoektermen, ontleend aan de inhoud van de anonieme brief.

Het bestuur had daarmee een gerechtvaardigd belang had om de e-mailbox van de betrokkene in te zien. En op grond van dat belang mocht zij optreden tegen de in die mails gedane uitlatingen. Dat de mails niet direct met de anonieme brief te maken hadden, was daarbij niet relevant:

Dat daarbij ook berichten zijn aangetroffen, die niet onmiddellijk zijn te herleiden tot de aan Hoffmann gegeven onderzoeksopdracht, betekent niet dat het bestuur die berichten niet ook bij zijn oordeelsvorming mocht betrekken.

Echter, het Hof vindt de sanctie van ontslag uiteindelijk te zwaar. De mails waren niet aan de hele afdeling gericht, maar alleen aan een beperkt aantal (oud-)collega’s. Ook op andere wijze had zij niet de sfeer op de afdeling negatief beïnvloed. En daarnaast zat zij al in een ‘verbetertraject’ vanwege haar eerder functioneren. Om daar nu ineens vanaf te wijken en tot ontslag over te gaan, was voor het Hof niet gepast.

Ik vind het wel een beetje merkwaardig hoe men van een brief naar mailboxen naar ontslag vanwege roddelmails naar ex-collega’s gaat, maar eerlijk gezegd zie ik niet waarom dit niet zou moeten kunnen.

Arnoud

Nee, het is een uitprobeertermijn en geen zichttermijn!

Afgelopen dinsdag sprak ik er al mijn irritatie over uit: webwinkels die zeggen dat een product wel teruggegeven mag worden binnen zeven werkdagen, maar alleen in ongeopende, originele staat. De Wet Koop op Afstand geeft je een uitprobeerrecht: je mag het uitpakken en aanzetten, aandoen of omdoen (maar niet indoen, vanwege hygiëne) zodat je kunt zien wat je hebt gekocht en of dat bevalt. Je moet zorgen dat de verpakking en het product niet nodeloos beschadigd raken, want daarvoor moet je een schadevergoeding betalen.

De vraag is dan natuurlijk, wanneer is iets nu “uitproberen” en wanneer wordt het “gebruiken”?

In een juridisch artikel geeft professor Marco Loos (UvA) nu antwoord op die vraag. Hij baseert zich op het Quelle-arrest en het Messner-arrest, die allebei gingen over het recht van ontbinding: Quelle bij vervanging van een niet-conform product en Messner bij de (verlengde) zevenwerkdagentermijn. In beide gevallen oordeelde het Europese Hof van Justitie dat er inderdaad geen kosten in rekening mochten worden gebracht voor het uitoefenen van dit recht. Dit omdat zulke kosten de consument kunnen afschrikken van het uitoefenen van dit recht.

In het Messner-arrest vermeldt het Hof daarbij:

Het herroepingsrecht wordt dus geacht het nadeel te vergoeden dat de consument lijdt bij een op afstand gesloten overeenkomst, door hem een passende bedenktijd toe te kennen waarin hij het verworven goed kan keuren en uitproberen.

Inderdaad: uitproberen. Iedereen die dus roept dat je alleen maar de doos mag bekijken (“zichttermijn”) heeft het bij deze fout. Maar wat is dan uitproberen? Loos noemt een aantal voorbeelden, waar sommige webwinkeliers van op zullen kijken:

  • Het mogen passen van een kledingstuk.
  • Een proefwasje draaien met een wasmachine.
  • Een kopje koffie zetten met een koffiezetter.

Wel stelt het Hof grenzen aan het gebruik, als dat is “op een wijze die onverenigbaar is met de beginselen van burgerlijk recht”. Wie misbruik maakt van dat recht om een kopje koffie te zetten (bijvoorbeeld door het hele weekend de sportclub van koffie te voorzien) raakt het kwijt, of kan in ieder geval worden verplicht een schadevergoeding te betalen aan de webwinkel. Net zo goed mag je dus niet een dure jurk kopen, deze naar een gala aandoen en maandag de jurk retourneren op grond van de Wet Koop op Afstand. Het zal alleen wel lastig worden voor de winkel om te bewijzen dat dit is gebeurd, maar sporen van een stomerij zouden een stevige aanwijzing kunnen zijn. In ieder geval heeft de winkel de bewijslast dat de consument misbruikt maakt van het recht, aldus Loos.

Maar hoe overtuigen we nu al die webwinkeliers?

Arnoud

Pas op met zwarte lijsten

De Vereniging Vastgoed Participanten (VVP) mocht het bedrijf Investment4U Group B.V. niet zomaar op een zwarte lijst met potentieel malafide (vastgoed)beleggingsfondsen zetten. Dat oordeelde het gerechtshof Amsterdam afgelopen donderdag. De zwarte lijst van de VVP maakte veel los in de vastgoedbranche, kostte de VVP zelfs haar aansprakelijkheidsverzekering, en leverde haar diverse rechtszaken op van bedrijven die hun vermelding betwistten. De VVP werd overigens gerund door Dion Bartels, een omstreden advocaat die eind november mede om deze zwarte lijst geschorst werd als advocaat.

Het Hof erkent dat een site best over vermeende misstanden mag schrijven en mensen mag waarschuwen voor bedrijven die naar haar mening verkeerd bezig zijn. Echter, een bedrijf heeft ook een belang om niet “door publicaties in de pers of op internet [te] worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen”. Wie dus gaat publiceren over misstanden, dient daarbij zorgvuldig te handelen, zeker als de publicatie “de pregnante vorm aanneemt van een zwarte lijst” zoals het Hof dat formuleert. Een zwarte lijst laat immers weinig ruimte meer voor nuance: wie daarop staat is gewoon fout en moet vermeden worden. En dat is sneller onrechtmatig dan een kritisch artikel – helemaal als de lijst door een als gezaghebbend geziene instantie wordt gepubliceerd.

Het Hof oordeelt dat de VVP niet zorgvuldig genoeg is geweest met de samenstelling van haar lijst:

VVP heeft vervolgens, ook in hoger beroep niet aangegeven op welke wijze zij op haar website voldoende duidelijk heeft gemaakt dat de plaatsing op de zwarte lijst uitsluitend betrekking had een voornoemd gebrek aan transparantie. De ” in hoger beroep nader onderbouwde stelling ” dat de door haar gehanteerde criteria voor plaatsing op de witte dan wel de zwarte lijst op de website/via een link kenbaar waren, acht het hof in dit verband onvoldoende, waarbij mede een rol speelt dat deze criteria niet alle eenduidig betrekking hebben op de transparantie van de betrokken fonsen en hun producten, maar bijvoorbeeld ook op het ’track record” van de onderneming en haar bestuurders.

De VVP kon niet adequaat toelichten waarom Investment4U op de zwarte lijst was geplaatst en verliest daarom wederom de procedure.

Eind 2008 blogde ik al over zwarte lijsten voor webwinkels, waarbij ik de volgende vragenlijst citeerde van het College Bescherming Persoonsgegevens:

  1. Met welke gedragingen komt iemand op de zwarte lijst?
  2. Welk belang heeft het bedrijf bij de zwarte lijst?
  3. Hoe belangrijk is de dienst of het product voor de betrokken personen? Hoe belangrijker, hoe lastiger het is een zwarte lijst te hanteren.
  4. Is het gebruik van een zwarte lijst proportioneel? Met andere woorden, wegen de belangen van de winkelier op tegen de belangen van de betrokken personen?
  5. Is er geen andere mogelijkheid om de schade voor de winkelier te beperken (subsidiariteit)?
  6. Hoe en wanneer wordt iemand gemeld dat hij op de zwarte lijst staat?
  7. Hoe lang blijf je daarop staan, en wanneer ga je er weer af?

Een toelichting op de antwoorden voor elk bedrijf op je zwarte lijst lijkt me dus gepast.

Arnoud

Kan een avatar auteursrechten hebben?

Een lezer vroeg me:

Al geruime tijd ben in actief in Second Life. Ik heb daar een winkel waar ik zelfgemaakte virtuele artikelen verkoop. Daar zit een licentie aan, en ik heb bij de copyrightnotice de naam van mijn avatar bij vermeld in plaats van mijn eigen naam. In Second Life is het namelijk niet gebruikelijk om je echte identiteit bekend te maken. Die maak je bekend aan Linden Lab, het bedrijf achter Second Life, en verder opereer je anoniem en ben je in Second Life alleen bekend onder de naam van je avatar. Maar is dat juridisch eigenlijk wel juist? Wat gebeurt er bijvoorbeeld bij een geschil, wordt mijn auteursrecht dan afgewezen omdat het niet onder mijn eigen naam geclaimd is?

Een avatar is geen persoon of bedrijf en kan dus geen auteursrechten bezitten. Formeel is die copyright notice dus niet helemaal correct. Aan de andere kant, het is toegestaan om een pseudoniem te hanteren, en de naam van je avatar lijkt me een soort van pseudoniem voor jezelf. Ik zie er dus weinig mis mee.

Daar komt bij dat een copyrightnotice helemaal niet verplicht is; volgens de wet heb je auteursrecht zodra je iets maakt, ongeacht wat voor mededeling je erbij zet. Je auteursrecht ben je dus niet kwijt omdat je het alleen in de naam van je avatar claimt.

Er zijn wellicht vraagtekens te stellen bij een licentie die als licentiegevende partij een avatar vermeldt. Is zo wel duidelijk met wie je zaken doet? Binnen Second Life zou ik zeggen van wel, gezien die constructie met Linden Labs. De avatar is gekoppeld aan een echte persoon, zodat altijd te achterhalen is met wie je zaken doet.

Verder zou je de naam van de avatar ook kunnen zien als een handelsnaam van de vraagsteller. Die doet op deze manier immers zaken onder die naam. Je kunt meer dan één handelsnaam hebben, dus ook als zhij een andere naam bij de Kamer van Koophandel hanteert kan de naam van de avatar een geldige handelsnaam zijn. En dan is het correct om die naam en niet de naam van de vraagsteller als persoon in de licentie op te nemen.

Arnoud

Moet je controleren of iemand minderjarig is?

minderjarigEen lezer vroeg me:

Naar aanleiding van de discussie over minderjarige forumleden vroeg ik me af: hoe kun je als forumbeheerder controleren hoe oud een lid is? Je kunt toch moeilijk zeggen: “Registreren is gratis,maar we willen wel even een kopie van je paspoort!” En wat gebeurt er als ik het niet controleer en de ouders erachter komen?

Je hebt gelijk, dat is bijna niet te controleren. In de praktijk gaat het meestal goed, omdat je er niets van merkt dat iemand minderjarig is. Een 14-jarige kan ook prima discussiëren op een forum of meedoen aan een spel. Als de ouders erachter komen, dan kunnen ze eisen dat zijn account wordt verwijderd, en dat moet je dan doen als beheerder.

Pas als er dingen betaald moeten worden (abonnementen, diensten etc) wordt het echt relevant hoe oud iemand is. Want als iemand nog geen 18 is, moeten zijn ouders toestemming geven voor die transactie, tenzij het volstrekt normaal is dat iemand van die leeftijd die transactie aangaat.

Een 14-jarige die Habbo-meubi, mobiel beltegoed of Runescape-punten koopt, kan dat doen zonder toestemming want dat is volstrekt normaal vandaag de dag. Maar als hij acht jaar is, denk ik dat de ouders het wel terug kunnen draaien. Al was het maar omdat Habbo zelf verbiedt dat je meedoet onder de 12 jaar zonder toestemming. Een webhostingabonnement bij een 14-jarige vind ik een twijfelgeval.

Een ander punt is publicatie van persoonsgegevens. Die 14-jarige kan dingen over zichzelf publiceren die de ouders niet online willen hebben. De ouders kunnen te allen tijde eisen dat die informatie eraf gaat, en kunnen vaak zelfs de site aansprakelijk stellen omdat het erop stond. Dit volgt uit de Wet Bescherming Persoonsgegevens, die hier erg ongenuanceerd streng over is.

Arnoud

Een linkverzameling kan ook handelsnaaminbreuk zijn

electro-online-screenshot.pngHet blijft toch uitkijken met domeinnamen met andermans merk of handelsnaam erin. Afgelopen vrijdag oordeelde de Haarlemse rechtbank dat de site Electroonline.nl inbreuk opleverde op de handelsnaam Elektroonline. Onder het motto “Handig en overzichtelijk zoeken bij alle online electronica zaken voor zowel particulier als professioneel!” bood de site een pagina met links naar elektra-bedrijven en een iframe van Beslist.nl.

De belangrijkste vraag voor het handelsnaamrecht is altijd of hier wel sprake is van gebruik als handelsnaam. Een domeinnaam is nog geen handelsnaam. Je moet kijken naar hoe de naam gebruikt wordt op de site zelf. Zo zou de handelsnaam van deze site eerder “Internetrecht door Arnoud Engelfriet” of “Iusmentis” zijn dan “blog.iusmentis.com”.

In dit geval wordt de domeinnaam als handelsnaam gebruikt:

De website biedt immers aan zowel particuliere als aan professionele gebruikers de mogelijkheid om te zoeken naar online electronica zaken. Daarnaast kan er op de site worden geadverteerd (“Adverteren op deze site? (klik hier!) en vraag naar de mogelijkheden!”). In de zoekbalk en op de webpagina zelf komt bovendien de naam “electroonline.nl” voor, zodat er voorshands vanuit moet worden gegaan dat de website gebruikt wordt ter aanduiding van bedrijfsactiviteiten van F.T. Promotions onder de naam electroonline.nl.

De volgende vraag is dan of er verwarring kan optreden tussen de beide bedrijven. De domeinnaam verschilt slechts één letter, en men richt zich op ongeveer dezelfde markt: “(deels) gelijksoortige handelswaar in de vorm van elektro(tech)nische artikelen aanbieden.” Daarmee is de verwarring gegeven.

Oftewel, een startpagina met advertenties onder een bepaalde naam is handelsnaamgebruik van die naam. Mijn voorbeeld van het TomTomForum zou hier dus ook tegenaan kunnen lopen. Hoewel daar wel de nodige mogelijkheden zijn om verwarring te vermijden, bijvoorbeeld door geen navigatieproducten aan te bieden of een duidelijke disclaimer te voeren.

Opmerkelijk is nog dat de domeinnaam niet hoeft te worden overgedragen. De gedaagde had deze al sinds 2001, en op grond van het principe “wie het eerst komt, die het eerst maalt” hoeft hij deze niet af te staan.

Daarbij is van belang dat de registratie door F.T. Promotions niet met zich brengt dat [eiser] wordt belemmerd om zich met zijn onderneming op het internet te profileren. Weliswaar kan [eiser] niet over de domeinnaam www.electroonline.nl beschikken, maar hij beschikt wel reeds over de domeinnamen www.elektro-online.nl en www.elektroonline.nl.

Dit doet denken aan het Yonex-arrest van 2008, waarin de eigenaar van yonexbadminton.nl deze niet hoefde af te staan aan het bedrijf Yonex. In tegenstelling tot yonexbadminton.nl moet de eigenaar van electroonline.nl de website wel offline halen, omdat die site immers handelsnaaminbreuk oplevert.

Arnoud

Bedrijfssoftware voor eigen doeleinden gebruiken: reden voor ontslag

Hela, een zinvolle disclaimer. Stel je werkt bij een bedrijf en je krijgt elke ochtend deze tekst in een popup voor je neus:

This computer system is owned by Kennametal Inc. The entire System, including all related equipment, networks and network devices, is provided for authorized Kennametal business use and all use should be consistent with that purpose. Use of the System constitutes consent to monitoring of any activity of communication by Kennametal Inc. During monitoring, information on the System may be examined, recorded, copied and used for other authorized purposes. Unauthorized or improper use of the System may subject user tot disciplinary action, up to and including termination.

Zou je daarvan onder de indruk raken? Ik zou zelf vooral geïrriteerd zijn na de eerste drie dagen en een programmaatje installeren dat de popup meteen wegklikt, maar voor de werkgever in dit vonnis was het een goed argument in een ontslagzaak. De werknemer bleek namelijk diverse malen de software van Kennametal gebruikt te hebben om voor eigen rekening en tegen betaling gereedschappen te ontwerpen voor derden. Iets dat ook precies is wat Kennametal doet.

Zoals de rechter het formuleert:

Deze handelwijze van [werknemer] kan niet gerechtvaardigd worden door de afwijzing van zijn (herhaalde) verzoek om salarisverhoging, daar een goed werknemer niet op deze wijze reageert op een dergelijke, voor hem teleurstellende afwijzing.

Het gevraagde ontslag wordt verleend, maar vanwege het 40-jarige dienstverband krijgt de man wel een vergoeding van 31.419,36 euro mee naar huis.

Via Boek9.nl.

Arnoud

Merknamen van anderen in je URL

http-www-url-merk-adres-hand.pngRegelmatig krijg ik vragen over het gebruik van merknamen in URLs. Dat varieert van “mag ik een domeinnaam registreren met een merk erin” tot “mag een concurrerend merk onderdeel zijn van de URL van een productpagina”. Er zijn natuurlijk tientallen opties, maar laat ik eens proberen een algemeen overzicht te geven van wanneer je merknamen mag gebruiken.

Hoofdregel is: je mag een merknaam gebruiken als je de betreffende producten (door)verkoopt. Die producten moet je wel binnen de Europese Unie hebben gekocht. Grijze import vanuit bv. de VS of China kun je niet zomaar doorverkopen, want de merkhouder kan daartegen bezwaar maken. Maar je hoeft geen dealer te zijn of een resellerovereenkomst met de merkhouder te hebben.

Deze hoofdregel geldt ook voor webadressen. Het is dus toegestaan om een merknaam in een URL te verwerken, mits de URL maar overeenkomt met een pagina waar dat merkproduct te koop is. Je doet dan in feite het internet-equivalent van een bordje bij het schap waar die producten liggen. Een paar voorbeelden:

  • www.nokiatelefoonstekoop.nl: dit mag, als de openingspagina maar een webshop is waar uitsluitend en alleen Nokia-telefoons te koop zijn.
  • www.telecomsupershop.nl/smartphones/blackberry: achter deze URL moet ik het assortiment Blackberry-smartphones vinden, en geen iPhones voor de neus krijgen.
  • www.telefoonboerke.com/nokia-iphone-blackberry: dit is twijfelachtig omdat hier één landingpagina verschillende merken bevat. Ik zou dit niet adviseren.
  • www.tipsvoortomtoms.nl: dit kan, mits ik hier maar een informatieve site vindt over TomTom navigatie-apparatuur.

Let op dat je de merknaam als merknaam presenteert. Dat klinkt logisch, maar het gaat nog vaak fout: mensen hebben een “tomtomforum” maar bedoelen “gps-navigatie-apparatenforum” of ze gebruiken msnen als synoniem met chatten.

Daarnaast moet duidelijk zijn dat jij niet de merkhouder bent en daar ook geen banden mee hebt.De vermelding moet zakelijk en eerlijk zijn. Je mag best zeggen “Hier Apple iPhones te koop”, maar presenteer je dus niet als grote dealer of exclusieve wederverkoper als je dat niet bent.

Ik zie nog al te vaak sites die bovenaan uitgebreid met merknamen en logo’s strooien, maar vervolgens hun eigen naam alleen noemen in hele kleine lettertjes in een voeter of “Over ons” pagina. Dat is nadrukkelijk niet de bedoeling: je site heet niet “Allemaal TomToms” maar “Henk’s TomTom-shop”. De URL is dan misschien “allemaaltomtoms.nl” maar als dat ook de naam van de site is, heb je een merkenrechtelijk probleem. Niet doen dus.

Deze regels gelden ook voor nietcommercieel gebruik van een merk. Wie een discussieforum over Asus-laptops wil beginnen of boze gebruikers van ontploffende iPhones wil verenigen, mag dat doen en mag daarbij de merknaam gebruiken. Maar ook hier: maak duidelijk dat dit geen officieel forum van de merkhouder is, en zorg ervoor dat (de betreffende onderdelen van) het forum alleen gaan over dat merkproduct.

Bij sommige diensten stelt de merkhouder extra voorwaarden. Zo zegt Twitter:

Don’t:
  • Use Twitter in the name of your website or application.
  • Register a domain containing twitter (or misspellings of twitter).
Dat is merkenrechtelijk wat kort door de bocht. Ik zou bijvoorbeeld niet weten waarom een forum zich niet “Twitterfans.org” mag noemen als daar fans van de microblogdienst willen babbelen. Zolang duidelijk is dat dit geen officieel forum is, is er geen sprake van merkinbreuk. Maar je moet wel je best doen: de site “Twitterfans – alles voor de echte Twitter-fan” noemen, schept verwarring en is dus verboden. Een disclaimer helpt maar een heel klein beetje; gebruik liever een eigen unieke naam als sitenaam.

Arnoud<br/> Foto: Anna-Om-Line.

“Politie mag niets doen met datamining van eigen bestand”

data-mining-mijnen-graven-downloadenLekker tendentieus, dachten ze bij Webwereld:

Veel veroordeelde én potentiële pedofielen verraden zich door hun profiel en gedrag op Hyves, blijkt uit datamining-onderzoek. De politie mag officieel niks doen met de resultaten.

De bevindingen uit de eerste zin komen uit het proefschrift Algorithmic Tools for Data-Oriented Law Enforcement van onderzoeker Tim Cocx. Cocx analyseerde politiedatabanken met gegevens over alle Nederlanders die sinds 1998 zijn veroordeeld voor een misdrijf, of in de afgelopen zes maanden zijn verdacht van een misdrijf. Hiermee legde hij “talloze significante en onbehaaglijke verbanden bloot tussen bepaalde bevolkingsgroepen en crimineel gedrag.” Zo blijken vrouwen in de database zijn significant vaker verslaafd aan drugs dan mannen, en is er een correlatie tussen verdenking van doodslag en veroordeling wegens racisme. En, het onderwerp uit de openingszin, veroordeelde pedofielen blijken meer minderjarigen in hun Hyves-netwerk te hebben dan gemiddelde volwassenen (18% tegen 10%).

Maar hoezo “de politie mag niets doen met de resultaten”? Volgens Cocx in het hoofdartikel over zijn onderzoek:

Ik kan me voorstellen dat in sommige situaties er alarmbelletjes gaan rinkelen bij de politie. Je kunt er ook beleid op gaan baseren. Maar voorlopig wordt er niets mee gedaan omdat het niet toegestaan is. Je mag data wettelijk alleen gebruiken voor het doel waarvoor ze zijn verzameld. Dit heeft geen prioriteit.

Maar waar dan dat “niet toegestaan” vandaan komt? Ik vermoed dat Cocx heeft gekeken naar de Wet Bescherming Persoonsgegevens, die in artikel 9 verwerking verbiedt voor doelen die niet verenigbaar zijn met het oorspronkelijke doen. Maar de Wet Bescherming Persoonsgegevens geldt niet voor bestanden met persoonsgegevens die de politie aanlegt (art. 2 lid 2 sub c Wbp). Daar is de Wet Politiegegevens voor bedoeld. En die zegt:

Politiegegevens worden slechts verwerkt voor zover dit noodzakelijk is voor de bij of krachtens deze wet geformuleerde doeleinden.

waarbij “politiegegevens” dan synoniem is voor “persoonsgegevens waar de politie mee werkt”. Eén van die doelen is (artikel 8, leden 1 en 2 WPol):

1. Politiegegevens kunnen worden verwerkt met het oog op de uitvoering van de dagelijkse politietaak gedurende een periode van één jaar na de datum van de eerste verwerking.
2. Voor zover dat noodzakelijk is met het oog op de uitvoering van de dagelijkse politietaak kunnen politiegegevens ten aanzien waarvan de in het eerste lid genoemde termijn is verstreken geautomatiseerd worden vergeleken met politiegegevens die worden verwerkt op grond van het eerste lid teneinde vast te stellen of verbanden bestaan tussen de betreffende gegevens. De gerelateerde gegevens kunnen verder worden verwerkt met het oog op de uitvoering van de dagelijkse politietaak.

En dit lijkt me nu precies wat Cocx heeft gedaan: oude en nieuwe gegevens met elkaar combineren om vast te stellen of er verbanden bestaan. Die verbanden mogen dan worden gebruikt voor de dagelijkse politietaak.

Kortom, “niets doen” lijkt me niet juist. Wel vraag ik me af wat de politie kàn doen met deze gegevens. Want het is vast wel interessant als borreltafelfeitje dat “joyriders het ook niet zo nauw nemen met de arbeidswetten en alcohol” maar wat moet je daarmee als agent?

Arnoud

Curatoren in de fout met bestelfunctie failliete webshops

Opnieuw heeft een curator de mogelijkheid laten bestaan om bij een failliete webshop bestellingen te plaatsen, meldde Tweakers gisteren. Het blijkt vaker voor te komen dat curatoren de fout in gaan met de bestelfunctie van over de kop gegane webshops. Nadat het faillissement is uitgesproken, zou je verwachten dat de webshop een virtueel bordje “Gesloten” krijgt, maar dat blijkt lang niet altijd te gebeuren. Waar sta je dan als koper als je (zoals bijna altijd moet) vooruit betaald hebt?

De wet regelt dit volgens mij niet expliciet. Ik kan nergens een plicht voor de curator vinden om te verhinderen dat er nog zaken worden gedaan met de gefailleerde. Het idee is dat je het in de Staatscourant kunt lezen en dat het “dus” je eigen schuld is als je daarna zaken doet met de gefailleerde.

Het is op zich niet verboden om zaken te doen met een partij die failliet is. Juridisch gezien sluit je dan gewoon een onaantastbare overeenkomst. Je bent niet handelingsonbekwaam verklaard (zoals wanneer je minderjarig, geestelijk onbekwaam of regelmatig dronken bent). Als je failliet bent, mag je nog steeds boodschappen doen. Die zijn dan rechtsgeldig gekocht, maar natuurlijk moet je wel geld vragen aan de curator.

Met dank aan Rechtenforum vond ik dit artikel, waaruit je kunt concluderen dat je je geld terug kunt krijgen, omdat je (art. 24 Faillissementswet) een zogeheten “boedelschuld” hebt. Een boedelschuld staat hoger in rang dan gewone vorderingen, zodat er veel meer kans bestaat op uiteindelijke voldoening van de huurschuld ontstaan na datum faillissement.

Arnoud