Kan Sony de media verbieden over gehackte informatie te berichten?

parkeren-den-haag-verboden-te-parkeren-asfalt-weg.pngSony heeft verschillende Amerikaanse media het verzoek gestuurd niet langer verslag te doen van informatie die door de grote hack van het bedrijf openbaar is geworden. Dat meldde Nu.nl vorige week. Het bedrijf (Sony Pictures dan) werd in november gehackt en grote hoeveelheden interne mails werden gekopieerd. Enkele delen van Reddit werden al gesloten na meer juridisch getinte brieven van Sony aan de socialmediasite.

Het is op dit moment niet op zich strafbaar om openbaar geworden vertrouwelijke informatie verder te verspreiden, tenzij je het over de indirecte boeg van bijvoorbeeld het auteursrecht gooit. De meeste interne mails zullen wel een minimum aan creativiteit hebben, en dan kan Sony zich als werkgever op auteursrecht beroepen. Het wetsvoorstel computercriminaliteit III wil apart strafbaar stellen het verspreiden van onrechtmatig verkregen informatie. Auteursrecht is ook de grond waarmee Sony het verzoek bij Reddit voor elkaar kreeg.

Sommige van die gelekte informatie zal nieuwswaardig blijken. Het is een grondrecht – vrijheid van meningsuiting – dat je mag berichten over actuele en nieuwswaardige zaken, en dat grondrecht eindigt niet enkel omdat je een lekkende bron hebt of omdat informatie onrechtmatig gekopieerd is. Er moet dan een belangenafweging plaatsvinden: hoe erg is het dat deze bron dit lekt, en hoe belangrijk is het dat dit feit wordt gemeld?

Daar is geen eenduidig antwoord op. Wat Sony-mensen vinden van Angelina Jolie als acteur, zou voor mij minder nieuwswaardig zijn dan hun aanpak van torrentverspreiding van hun films. Maar voor anderen kan die afweging weer anders uitpakken.

Simpelweg zonder commentaar álle gelekte informatie herpubliceren met een beroep op de vrijheid van meningsuiting zal niet snel opgaan. Dan doe je geen belangenafweging en dan kom je eigenlijk altijd wel in de problemen. Deze discussiehadden we al bij de discussie over Wikileaks gezien, hoewel daar ook meespeelde dat het ging om staatsgeheimen. Maar ik denk dat je sowieso eigenlijk altijd moet zorgen dat je bij zo’n herpublicatie iets van jezelf toevoegt: wat vind je ervan, waarom is het belangrijk. En vooral: doe dat in je eigen woorden, gebruik de gelekte informatie als bron en niet sec als het bericht zelf.

Verder nog een veel lastiger dilemma: volgens diverse bronnen wordt deze informatie gehackt om Sony te chanteren. Doe je dan als media eigenlijk niet mee aan de chantage, door te publiceren uit deze informatie?

Arnoud

Mag een Goede Samaritaan monitoren of je Twitterfeed suicidaal zou kunnen zijn?

samaritans-radar-suicide-waarschuwen-twitterDe Good Samaritans, een crisishulpverlener, lanceerden onlangs de Radar-dienst. Deze leest mee in je Twitterfeed en geeft een signaal als iemand in je feed suicidaal lijkt te zijn. Dat gaf behoorlijk wat ophef, want de dienst kan misbruikt worden door trollen die een kwetsbaar iemand eens goed te grazen willen nemen. Plus, het is een verwerking van persoonsgegevens en mag dat allemaal wel?

Ik dacht eerst dat Radar zélf op Twitter riep “let op, deze gebruiker zit in de problemen, praat eens met hem/haar” maar het blijkt een seintje te zijn naar de gebruiker die deze installeert. En dan komt het voor mij neer op een steunmiddel, iets automatiseren dat ik zelf ook kan als ik de hele dag iedereen lees die ik volg. Ik zie daar eerlijk gezegd het probleem niet mee.

Natuurlijk, het is een verwerking van persoonsgegevens. Het Lindqvist-arrest bepaalde al een tijd geleden dat het op internet melden dat iemand haar enkel verzwikt heeft, een verwerking van persoonsgegevens oplevert. Juridisch gezien zijn de Samaritans een bewerker namens de gebruiker – die zet de tool aan en besluit op welke feed deze losgelaten wordt. Daarmee moet die gebruiker zorgen voor adequate toestemming of een andere verwerkingsgrond.

Je zou kunnen zeggen dat dit wellicht een “vrijwaring van een vitaal belang van de betrokkene” oplevert, of anders de restcategorie van het dringend eigen belang. Maar problematisch is wel dat er geen schriftelijke bewerkersovereenkomst is tussen de gebruiker en de Good samaritans. Maar nee, die is er ook niet tussen, eh, elke andere dienst die iets met Twitter (of Facebook) doet en de gebruikers daarvan.

Ja, ik ben cynisch vanochtend. De Wbp-gerelateerde ophef voelt voor mij namelijk als een tikje er met de haren bijgesleept. Ik zie dat de laatste tijd vaker: men is het niet eens met een nieuwe dienst of met een actie van de een of ander, en dan wordt de Wbp erbij gepakt om te betogen dat dit een onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens (óhh hóhh) is. En wat heb je daarop te zeggen, he, nou nou nou? Vuile verwerker van persoonsgegevens dat je d’r bent, nog erger dan Facebook want je hebt niet eens een bewerkersovereenkomst.

In plaats van de werkelijke vraag te stellen: vinden we deze dienst nuttig of niet. De Wbp is geen stok om innovatie mee stuk te slaan. Toch?

Arnoud

Mag ik zomaar mensen interviewen en op Youtube zetten?

camera-foto-filmen-straat-openbare-weg.pngEen lezer vroeg me:

Voor een filmproject wil ik op straat mensen gaan filmen en interviewen met gekke vragen. Die film zet ik dan op Youtube en ik hoop dat hij viral kan gaan. Maar moet ik dan van iedereen een ondertekende portretrechtverklaring vragen of kan ik ze gewoon in beeld “dit mag op Youtube” laten zeggen? En wat als men zich achteraf bedenkt?

Je mag mensen op straat filmen, ook als ze herkenbaar in beeld komen. Zolang het gaat om gewoon straatbeeld, is dat volgens de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam geen schending van portretrecht. Filmen in genante of rare situaties kan wél tegen het portretrecht aanlopen.

Laat je mensen meedoen aan een video-opname, dan heb je eigenlijk toestemming nodig. En dat betekent ook vooraf uitleggen waar het over gaat. “Wilt u in een filmpje” is te kort door de bocht voor toestemming. “Het komt op Youtube” vind ik twijfelachtig. Enerzijds weten mensen best dat Youtube wereldwijd is, anderzijds weten ze niet wat het betekent als iets groots viraal gaat en waar het dán terechtkomt.

Het is verstandig toestemming op papier te krijgen (een quitclaim) omdat een ondertekend stuk papier als zwaar bewijs geldt. Maar een mondelinge gegeven en gefilmde toestemming is ook rechtsgeldig. Zolang maar duidelijk is waar men toestemming voor geeft.

Privacytoestemming kan in principe worden ingetrokken maar de reden voor intrekking moet wel redelijk zijn. Enkel je bedenken is niet redelijk; dat het viral gaat en een veel groter publiek bereikt dan je kon bedenken misschien wel. (En ik blijf twijfelen of artikel 5 Wbp, waar staat dat toestemming “te allen tijde worden ingetrokken” eigenlijk niet alleen gaat over toestemming betreffende kinderpersoonsgegevens.)

De vraag zal eerder zijn of mensen konden overzien waar ze toestemming voor gaven. Als je mensen zo’n vraag stelt en ze geven antwoord én ze weten dat dit op Youtube gaat, dan zou ik denken van wel. Maar als je iemand verrast met een camera en die persoon voelt zich overvallen en durft geen nee te zeggen, dan wordt het lastig.

Arnoud

Recht vergeten te worden geldt niet bij strafrechteljke veroordeling

google-homepage-patent.pngHet recht om vergeten te worden, dat gebruikers irrelevante en verouderde informatie uit zoekmachines laat verwijderen, geldt niet voor een zware crimineel die daarom vroeg. Dat meldde Tweakers vrijdag naar aanleiding van een kort geding te Amsterdam. De man wilde dat Google verschillende links die verwijzen naar websites (waarop informatie staat over de veroordeling van de man in 2012 voor een ernstig misdrijf) zou verwijderen.

Het Google-arrest van mei dit jaar heeft veel losgemaakt. Moeten zoekmachines vergeten? Wat te doen met oude resultaten die hoog in de zoekresultaten komen te staan? Ik heb me er al eens kwaad over gemaakt maar dit vonnis is weer een interessante nieuwe toevoeging.

De man kwam in mei 2012 in een SBS-programma (Peter R. de Vries) aan bod. Hij was te zien in gesprek met een vermeende huurmoordenaar en besprak hoe een concurrent vermoord kon worden. Later werd hij hierom veroordeeld voor poging tot uitlokking van huurmoord.

De zaak gaf enige ophef in de media, en leidde onder meer tot een boek waarin een personage met de naam van deze man opgevoerd werd als opdrachtgever van een huurmoord.

“Google Search is een door Google Inc op het internet aangeboden zoekmachine.” (sic) Via Google was er op de naam van deze man behoorlijk wat informatie te vinden, inclusief een autocomplete suggestie van Google “peter r de vries”. Google had op verzoek een aantal pagina’s verwijderd maar onder meer de pagina’s over dat boek laten staan. Ook weigerde men de autocompletesuggestie aan te passen.

De rechtbank concludeert allereerst dat Google Inc en niet Google Nederland de veranwoordelijke partij is. Dat bevreemdt me een beetje want in dat Europese arrest werd juist bepaald dat dat onhandig is en dat daarom de Spaanse dochter in die zaak aansprakelijk was.

De rechter stelt voorop dat “terughoudendheid is geboden” bij vorderingen als deze. Zoekmachines als Google Search vervullen immers een belangrijke maatschappelijke functie.

Natuurlijk is ook privacy een belangrijke maatschappelijke functie, en moet ook Google daar rekening mee houden. Echter, zoals de rechtbank het formuleert, het arrest beoogt personen niet te beschermen tegen alle negatieve berichten op internet, maar alleen tegen het langdurig ‘achtervolgd worden’ door berichten die ‘irrelevant’, ‘buitensporig’ of ‘onnodig diffamerend’ zijn.

Wanneer iemand voor een ernstig strafbaar feit wordt veroordeeld en dit publiciteit geeft, dan is niet snel voldaan aan deze eis. In ieder geval niet in deze zaak, want het gaat om zakelijke berichtgeving en fictie-verhalen, geen ‘scheldpartijen’ (aanhalingstekens in origineel).

Aangenomen moet dus worden dat eiser recentelijk een ernstig strafbaar feit heeft gepleegd. Dat heeft tot veel publiciteit aanleiding gegeven, onder meer een televisie-uitzending, diverse perspublicaties en een op de gebeurtenissen gebaseerd, deels fictief, boek. Thans heeft eiser de gevolgen van zijn eigen handelen te dragen.

De algemene eis dat zijn naam niet meer gevonden mag worden, wordt afgewezen. De beslissing om iets al of niet te tonen, moetafhangen van de informatie die gekoppeld is aan de zoekopdracht. Categorisch een naam bannen kan dus niet.

Ook de zin “Sommige resultaten zijn mogelijk verwijderd” hoeft niet weg. Verrassend voor mij: Google zegt dat ze dit altijd tonen bij zoekopdrachten naar personen, ongeacht of er verwijderverzoeken zijn ingediend. Dat is netjes, want dan kun je uit die melding niet afleiden of iemand its wilde laten verwijderen.

Het verwijderen van de autocomplete-functie hoeft ook niet. Dit is een automatische suggestie, en niet onlogisch gezien wat er bekend is. Er wordt dus niets nieuws gemeld.

Ook afgezien daarvan valt niet aanstonds in te zien dat de gebruiker van Google Search de autocomplete-suggestie zal opvatten als (betrouwbare) informatie die iets toevoegt aan de links waarnaar de gebruiker wordt verwezen.

Alles bij elkaar geen grond om het verzoek af te wijzen. Logisch, gezien deze feiten. Maar het zet wel de toon: iedereen die nu bij de rechter een verwijdering wil gaan eisen, komt in de schaduw te staan van dit vonnis en dat geeft toch een vervelende achterstand.

Arnoud

Californië neemt antikritiekvoorwaardenwet aan, moeten wij dat ook?

De staat Californië heeft een wet aangenomen die antikritiekbedingen in algemene voorwaarden verbiedt, las ik in de Washington Post. Met zo’n voorwaarde proberen bedrijven te voorkomen dat men negatieve recensies krijgt, die de reputatie en inkomsten van bedrijven behoorlijk kunnen aantasten. Zou zoiets ook in Nederland nodig zijn?

De populariteit van recensiesites is zodanig groot dat je als bedrijf behoorlijk in de problemen kunt komen als je veel negatieve reviews krijgt. Dit zou zelfs zo ver gaan dat gasten allerlei gunsten eisen onder dreiging van een negatieve review. Logisch dus dat bedrijven zoeken naar opties hier wat tegen te doen, en een clausule als “U zult geen negatieve recensies achterlaten zonder onze toestemming” is natuurlijk een mooie.

Een berucht voorbeeld was de actie van KlearGear: wie een review over hen achterliet ergens, moest $3.500 betalen als boete wanneer het bedrijf naar haar mening last had van de review. Ook als de review geplaatst was voordat deze voorwaarde van kracht werd. Na veel kritiek (haha) werd dit geschrapt en het bedrijf heeft nog steeds last van de reputatieschade die dit hen opleverde.

Met de nieuwe wet wordt het per definitie onmogelijk zo’n clausule te handhaven. Heerlijk direct staat er:

A contract or proposed contract for the sale or lease of consumer goods or services may not include a provision waiving the consumer’s right to make any statement regarding the seller or lessor or its employees or agents, or concerning the goods or services.

Wie het toch doet, loopt een risico op $2.500 boete per contract waar het in staat of per poging tot handhaving daarvan.

Wij kennen een dergelijke clausule niet, maar ik denk niet dat het nodig is. Vrijheid van meningsuiting is een grondrecht, en veel grondrechten gelden ook tussen burgers onderling. Horizontale werking, noemen juristen dat. Hoe ver dat gaat, is elke keer weer lastig te zeggen. Zo is het vrij logisch dat het recht op privacy ook geldt als andere burgers je bespieden, maar minder logisch dat een andere burger je niet mag verbieden je mening te uiten.

Een contractuele clausule (of algemene voorwaarde) die neerkomt op “je mag je niet uiten over X of Y” zou een inperking van de vrijheid van meningsuiting opleveren. Of dat mag, hangt af van een afweging of je doel legitiem is en of je niet met mindere middelen (minder strenge afspraken) dat doel had kunnen halen.

Een legaal voorbeeld is een geheimhoudingsovereenkomst. Wie afspreekt dat hij iets geheim zal houden, moet dat doen. Dat dient (meestal) een legitiem doel: je krijgt toegang tot niet-publieke informatie, je mag iets zien of gebruiken dat het publiek nog niet kent of je mag meedoen aan iets geheims. En dan zit er voor de andere partij weinig anders op dan afspraken maken om te zorgen dat jij de informatie lekt.

Een anti-reviewbeding is een stuk minder legitiem. Vooral omdat het niet zozeer gaat om het beschermen van niet-publieke informatie, maar om het beschermen van de reputatie van de wederpartij. En de afspraak wordt ook nog eens verstopt in algemene voorwaarden, in plaats van een specifiek daarvoor geschreven contract dat men apart accordeert. Dat maakt doel en middelen een stuk minder gepast. De rechter kan dan het beding vernietigen wegens strijd met het grondrecht uitingsvrijheid.

Een interessante lijkt me nog als je zegt: je krijgt 50% korting als je belooft geen negatieve uiting te doen, en die 50% eisen we terug als je dat toch doet. Dan kun je kiezen als consument. Wie zou daar boeken of bestellen?

Arnoud

De vrijheid van misselijkheid juridisch bekeken

Naar aanleiding van de actie van diverse sociale media om beeld van de onthoofding van journalist James Foley te verwijderen schreef Rejo Zenger een erg mooi betoog over grondrechten op die sociale media. Twitter en Youtube hebben de beslissing genomen die beelden niet meer toe te laten, hoewel je je zeer kunt afvragen of die beelden strafbaar zijn om te vertonen. En waarom zouden die bedrijven dingen weg moeten (mogen) halen als de inhoud niet strafbaar is?

Op zich heb je op andermans blog of site géén recht om je mening te uiten. “Freedom of the press is guaranteed only to those who own one” zei Abbott Joseph Liebling al in 1960. Je kunt natuurlijk een eigen blog beginnen, maar dat je dan geen lezers hebt is toch echt jouw probleem. Andere sites hoeven jouw mening niet toe te laten.

Het zou ook wel een grote uitholling van het eigendomsrecht zijn als een ieder al te gemakkelijk met een beroep op vrije meningsuiting zich onbeperkt toegang tot en gebruik van andermans eigendom kon verschaffen. Maar onmogelijk is het niet. Zo werd in de jaren zeventig het recht bevochten om andermans eigendom te mogen gebruiken ten behoeve van een eigen meningsuiting, namelijk door posters met meningen te mogen plakken op muren of gebouwen. Dat bleek heel soms te mogen bij de rechter: als de staat -de gemeente, meestal- totaal géén mogelijkheid gaf om legaal aan te plakken, dan moesten de burgers maar tolereren dat er op hun muur werd geplakt. Vandaar dus dat er allerlei openbare aanplakborden in vrijwel elke gemeente staan.

In de jaren tachtig speelde deze kwestie bij de vraag of verslaggevers toegang moesten krijgen tot voetbalstadions, dit op grond van het recht van vrije nieuwsgaring. De gebouwen zijn eigendom van de voetbalclubs, maar in principe kan iedereen (tegen betaling) naar binnen gaan. Mag de voetbalclub dan de voorwaarde stellen dat men alleen naar binnen mag indien men niet filmt? De Hoge Raad oordeelde van wel. Ook in situaties als deze behoort het eigendomsrecht boven de vrije meningsuiting te gaan. De stadions waren opgesteld voor publiek, maar nog steeds privé-eigendom.

Deze lijn kun je prima doortrekken naar sociale-mediasites als Google, Facebook of Twitter. Hun servers zijn privé-eigendom en zij beslissen dus wat daar gebeurt. Willen ze geen blote borsten, dan is dat hun keuze. Wil men wel expliciet geweld toestaan, nou ja hun keuze dan ook al word ik er misselijk van. Ik moet dan mijn sociale media maar ergens anders halen.

Alleen: wélke ergens anders. Twitter en Google zijn inmiddels zo groot dat hun beslissing om geen aandacht te schenken aan een bepaald nieuwsfeit bepalend kan zijn voor de verdere ontwikkeling daarvan, merkt Zenger terecht op. En je bent de facto ook als gebruiker best afhankelijk van deze sites. Je stapt niet zomaar op bij Facebook of Google.

En die marktmacht, die meningsmacht die die sites hebben, maakt dat hier wellicht een uitzondering moet gaan gelden op de ondernemersvrijheid van deze bedrijven om te kiezen wat ze wel en niet toestaan.

Daarvoor is een precedent. In de Europese Appleby-zaak uit 2003 wilde een groep demonstranten in een winkelcentrum – ook een semi-openbare ruimte – haar mening uiten. De (private) eigenaar verbood dit op grond van zijn eigendomsrecht. Het EHRM oordeelde dat dit in beginsel inderdaad toegelaten was. Het eigendomsrecht woog zeer zwaar en kon in beginsel slechts opzij gezet worden wanneer sprake was van

preventing any effectieve exercise of freedom of expression or [if] it can be said that the essence of the right has been destroyed (r.o. 47).

Bij het Appleby-winkelcentrum was hiervan geen sprake, omdat je als demonstrant ook de individuele winkels zou kunnen vragen of je daar mocht flyeren in plaats van in de algemene hal.

Hoe trek je dit nu door naar internet? Als een site of dienst zó groot is dat zonder je daar te kunnen uiten je vrijheid van meningsuiting effectief dood is, dan mag de dienst niet zomaar je mening verbieden. Met het aantal gebruikers op Facebook en Twitter en vooral het feit dat grosso modo iedereen daar kijkt en nergens anders, zie ik dat nog wel een eind opgaan.

Alleen: dat zou betekenen dat je als Facebook dus ook misselijkmakende beelden moet laten verspreiden waar een hoop gebruikers niet op zitten te wachten. Dat kan ook weer niet de bedoeling zijn. Of wel? Zoals Rejo betoogt:

Hoe schokkend het filmpje van de onthoofding ook is, het is de keiharde realiteit van onze wereld. Dit soort beelden zijn medebepalend voor onze toekomst. … Dit soort beelden moet gezien worden – in ieder geval door hen die dat willen. Elk van ons moet dat voor zichzelf bepalen.

Facebook zou dus dit soort beelden wél door moeten laten maar mensen zelf laten zeggen “dit wil ik niet meer zien”, waarna het uit je gezicht blijft. Een grote verantwoordelijkheid. Maar ja, ze hebben dan ook een grote macht. En het is dan te makkelijk om te zeggen “onze servers, wij bepalen”. Als je zó veel invloed hebt, dan moet je rekening houden met anderen.

Arnoud

Kabinet wil notice/takedown van extremistische uitingen opvoeren

Het kabinet wil verspreiding van online radicaliserende, haatzaaiende, gewelddadige jihadistische informatie tegengaan, maakte men vorige week bekend. Onderdeel daarvan is een specialistisch team dat notice/takedownbevelen gaat geven aan tussenpersonen zoals Facebook. “Ook maakt het team afspraken met internetbedrijven over effectieve blokkeringen.”

Onder de huidige wet is het mogelijk een bevel tot verwijdering te geven van een strafbare uiting (art. 54a Strafrecht). Wel vereist dit een machtiging van de onafhankelijke rechter-commissaris – de Nederlandse variant op wat in de VS een “gerechtelijk bevel” heet. Er is dus géén rechtszaak nodig waarin de tussenpersoon of de plaatser gehoord hoeft te worden.

Het persbericht lijkt te suggereren dat men het eerst vrijwillig wil vragen. Er is immers een notice/takedown gedragscode waar diverse internetbedrijven zich aan hebben gecommitteerd (al kan ik geen lijst vinden) en via die code mag iedereen vragen of iets weggehaald kan worden als het evident onrechtmatig is.

Iedereen? Nou ja bijna iedereen: volgens mij mag de politie echt niet vrijwillig vragen. Bevoegdheden van politie en Justitie zijn wettelijk geregeld, en alles dat men doet moet te herleiden zijn tot een bevoegdheid. En omgekeerd, als iets te herleiden is tot zo’n bevoegdheid dan móet men die gebruiken.

Inclusief de bij die bevoegdheid opgenomen grenzen. Dat is namelijk het punt: in de wet zijn waarborgen opgenomen, en die kun je dan niet zomaar passeren door het “vrijwillig vragen” te noemen. Zeker als je bedenkt dat veel mensen niet weten wanneer de politie iets vraagt en wanneer ze iets beveelt, of hoe je effectief “nee” kunt zeggen als de ondertoon is “dan komen we terug met een bevel en gaat je hele tent op z’n kop, plus je riskeert dan zelf vervolgd te worden”.

In het wetsvoorstel computercriminaliteit III werd overigens in eerste instantie voorgesteld die toets door de rechter-commissaris te schrappen. Maar de tekst zoals die er nu ligt, vereist wél (in nieuw art. 125p Sr) een machtiging van de rechter-commissaris.

Ik heb geen idee van hoe zeer Facebook of Twitter onder de indruk zal zijn van een Nederlands bevel.

Arnoud

Franse moet schadevergoeding betalen om prominente negatieve recensie

restaurant-recensie-reviewEen Franse rechtbank heeft een blogger veroordeeld tot een schadevergoeding van 1500 euro omdat een negatieve recensie van een restaurant te hoog in de Google-zoekresultaten verscheen, meldde Tweakers gisteren. De recensie was nogal negatief, maar hoewel mijn Frans wat roestig is kan ik er niet echt smadelijke teksten in ontdekken. Helaas is het vonnis niet online beschikbaar maar het lijkt erop dat de uitspraak met name is gedaan om dat de hoge ranking op de restaurantnaam het bedrijf nogal schade bezorgde. En dat is toch wel een opmerkelijke redenering.

Natuurlijk mag je je mening geven over een etentje in een restaurant, en dat mag je best negatief doen ook. Vrijheid van meningsuiting is een grondrecht, ook in Frankrijk. Er zitten wel grenzen aan: je recensie moet een basis in de feiten hebben, voldoende ergens op gebaseerd zijn. Als je een haar in de soep vindt dan is dat natuurlijk iets om over te schrijven, maar om dan gelijk álles af te kraken met de grofst mogelijke bewoordingen (“en de eigenaar zal wel vreemd gaan want niemand van het personeel had die kleur haar”) zou wel iets te ver gaan.

Maar goed stel even dat de recensie op zich door de beugel kan en dat het puur is dat de recensieblog zó hoog in Google staat. Het restaurant heeft daar last van: mensen zien op link 1 een negatief verhaal, en zijn dan snel klaar met hun conclusie. Is dat dan dom van die mensen of gewoon een gevalletje jammer-dan? Of heb je als hoogingooglerankende blogger een grotere verantwoordelijkheid?

We weten dat als je een belangrijke positie inneemt, je meer moet uitkijken met wat je schrijft. Als de recensent van de Consumentenbond een apparaat ten onrechte afkraakt omdat ‘ie hoofdpijn heeft, dan mag dat de Bond best worden aangewreven. Maar dan gaat het volgens mij nog steeds om fouten in de recensie zelf. Iets dat niet klopt, dat onnodig overdreven is of uit zijn verband wordt gerukt.

Maar is dat wezenlijk anders dan de grond in geschreven worden door een ouderwetse bekende recensent in de krant zoals Johannes van Dam? Weinig restauranthouders zouden bij een dergelijke negatieve recensie naar de rechter zijn gestapt, volgens mij. En de krant rankte best wel hoog als het ging om meningen vormen. Pre-internet dan natuurlijk.

Arnoud

Mag je een merknaam noemen in een kritisch artikel over een bedrijf?

logo-startersleningOh noes, las ik bij Das Kapital. De financiëlenieuwssite kreeg een blafbrief van een internetondernemer omdat men in een kritisch artikel het had gewaagd een screenshot te tonen, de geregistreerde merk- en handelsnaam te noemen en ook nog eens te línken naar de site. Een tactiek die ik vaker zie: in plaats van inhoudelijk in te gaan op de kritiek, beroept men zich op een auteursrecht of merkrecht in de hoop zo de hoster of uitgever te laten schrikken en snel actie te nemen.

Het artikel van Das Kapital zette vraagtekens bij een SBS6-programma waarin de diensten van Starterslening.nl aan de orde kwamen. Zo wordt er verwezen naar de leningen middels de term ‘subsidie’, en wordt gesteld dat kopen goedkoper is dan huren. Das Kapital kwam met argumenten, en tegen argumenten zijn natuurlijk altijd tegenargumenten in te brengen, maar in plaats van tegenargumenten kwam er bij de provider van Das Kapital een notice/takedownbrief die spreekt van “illegale content en inbreuk op onze merk- en handelsrechten”.

Wat er precies illegaal is aan de content van DK is me onduidelijk; het enige dat ik uit de brief kan halen is dat een screenshot van de video van Starterslening.nl wordt gebruikt en dat de handelsnaam wordt genoemd. Ook spreekt de brief van merknamen, maar een woordmerk van Starterslening kan ik niet ontdekken bij het BBIE. Het enige merk dat ik vond, is het hiernaast getoonde beeldmerk. En niet voor niets is dit een beeldmerk: een generieke kreet als “starterslening” voor, eh, leningen aan starters, krijg je echt niet als merk vastgelegd. Zo’n huisje op zich wel, maar geeft geen rechten op een generieke term die bij het huisje geschreven is.

Maar Arnoud, mag jij dan dat gedeponeerde Merk® daar wel tonen zonder uitdrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming van de directie van Starterslening.nl®TM©? Ja, dat mag ik, en wel om dezelfde reden als dat Das Kapital een screenshot uit de reclamevideo mag tonen: het citaatrecht. Ter illustratie of onderbouwing van een betoog mag je tekst of beeld van derden gebruiken, ook als dat als merk is vastgelegd. Het merkenrecht is bedoeld om te verhinderen dat concurrenten bij je naam (of logo) gaan aanhaken, niet om te verhinderen dat mensen over je praten. Dat Das Kapitaal een advertentiegesponsorde uitgave is, is daarbij niet relevant.

Waarom gebruiken mensen dit soort tactieken? Tsja. Mijn gedachte daarbij is dat sommige mensen denken dat een merk of auteursrecht een absoluut recht is – logisch, want die term staat in de juridische handboeken. Alleen betekent hij daar “een recht dat je tegen iedereen kunt inzetten, en niet alleen tegen één specifiek persoon (een relatief recht)”. En niet “een recht dat zonder nuance te allen tijde boven alle andere rechten gaat”. Oftewel: een merk/auteursrecht zou je een juridische joker geven waarmee je elke discussie wint: hela, je noemt mijn Merk®, dat mag niet, haal maar weg. En door dat op te fleuren met wat juridische taal heb je dan een reële kans dat de wederpartij denkt, oh jee, weghalen dus maar. Zeker als je naar een hoster mailt, waar niet per se juridische kennis aanwezig is en niet iedereen zin heeft in discussies met blafbriefschrijvers.

Maar het is onzin. Serieus. Kritiek leveren mag, mits die kritiek natuurlijk voldoende basis in de feiten heeft. Is de kritiek voldoende onderbouwd, dan mag ook de naam van de betrokken partij worden genoemd of relevante screenshots/teksten/citaten worden opgevoerd. Vaak is dat zelfs onvermijdelijk: de onderbouwing veréist meestal dat je man en paard noemt, omdat deze anders niet verifieerbaar is.

En over dat linkverbod kan ik kort zijn: linken is legaal, punt.

Arnoud

Is de naam van onze groepsblog juridisch beschermd?

Een lezer vroeg me:

Ik ben lid van een groepsblog dat al enkele jaren actief is. Een aantal leden is opgestapt na ruzie, en nu willen ze een eigen blog beginnen met vrijwel dezelfde naam als wat wij hebben. Wat kunnen we daar juridisch aan doen?

Dat is een lastige. Een naam van een blog of groep is eigenlijk niet beschermd, in ieder geval niet automatisch.

We hebben in Nederland het handelsnaamrecht. De naam van een bedrijf is beschermd; concurrenten mogen zich niet ook zo noemen. Echter, dan moet je wel handelen als bedrijf. En dat is geen automatisme bij een blog of online groep. Ik zou zeggen dat je daar pas aan komt als de blog geld oplevert, bv. advertenties of verkopen van workshops of zoiets (denk aan Marketingfacts.nl of Sargasso.nl).

Een verenigingsnaam kan een handelsnaam zijn. En een groep die samen blogt, kan een vereniging zijn volgens de wet. Ook als ze niet bij de notaris zijn opgericht of bij de KVK zijn ingeschreven. Dat weten we uit de zaak over het IE-groepsblog Boek9. Enige vorm van structuur, samenwerking en met z’n allen een bepaald doel nastreven is wel vereist. Ik ben geen vereniging omdat ik soms gastbloggers toelaat.

Vereist is wel dat die vereniging dan handelt, oftewel commercieel actief is. Niet elke vereniging is een bedrijf. Je moet op een of andere manier structureel dingen ondernemen om geld binnen te halen. Adverteren en het geld in een kas beheren voor dat doel dat je met z’n allen nastreeft zou daaraan kunnen voldoen.

Ook is er natuurlijk het merkenrecht. De naam van een product of dienst kun je vastleggen als merk als deze onderscheidend (creatief) is. Dit vereist een registratie. En net als bij handelsnamen speelt hier een commerciële eis. Wie niet handelt onder het merk, verliest na vijf jaar zijn merk. En omgekeerd, wie het merk gebruikt zonder commercieel oogmerk, pleegt in principe geen inbreuk. Tenzij hij afbreuk doet aan de reputatie van het merk. Dit speelt nog wel eens bij klaagsites over merkproducten.

Er zijn dus mogelijkheden maar die vereisen eigenlijk allemaal dat je op structurele wijze commercieel bezig bent. Bij een hobbyblog heb je dus eigenlijk geen rechten. Je kunt dan alleen proberen door groepsdruk of publiciteit maken de andere groep proberen over te halen hun naam te wijzigen.

Arnoud