Mag je eigenlijk wel ‘fotoshoppen’ zeggen van het merkenrecht?

adobe-photoshop-fotoshop-eisenEen lezer vroeg me:

Op een forum voor foto-hobbyisten waar ik kom, is discussie ontstaan over de term “fotoshoppen”. De moderator verbiedt ons dit te zeggen, omdat het in strijd is met het merkrecht op Photoshop van Adobe. Maar dat is toch een gewone Nederlandse term voor “een foto digitaal aanpassen”?

“Photoshop” is inderdaad een merk van het Amerikaanse bedrijf Adobe, en het product dat ze onder dit merk verkopen is zó populair en bekend dat het welhaast een synoniem is geworden voor “digitale bewerking van foto’s”.

Je zou zeggen dat zulke bekendheid mooi is, maar merkenrechtelijk is dit een probleem: als een naam een synoniem is geworden voor een activiteit- of productsoort, dan kan het geen merk meer zijn. Een basisregel uit het merkenrecht is namelijk dat een term ‘onderscheidend’ moet zijn, oftewel je moet op basis van die naam kunnen zeggen “oh wacht, dit is dat product van Adobe en dan is dát het opensourceproject voor beeldbewerking”. Met “Photoshop” en “GIMP” gaat dat in principe goed, dus in principe zijn beide geldige merknamen.

In principe, want “to photoshop” en de Nederlandse termen “fotoshoppen” of iets denigrerender “fotosoepen” hebben nauwelijks nog een band met Adobe’s beeldbewerkingssoftware. Het gaat daar om de activiteit van het beeldbewerken, en het is geen automatisme dat je dat met het pakket Photoshop van Adobe doet. De term wordt hier dus gebruikt als synoniem voor die activiteit.

Het is merkinbreuk om een merknaam zo te gebruiken dat daarmee “afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk”. Ook als je dat niet op commerciële basis doet, bijvoorbeeld door in een forum te zeggen “dat is een hele slechte fotosoep” in reactie op iemands gepruts in Microsoft Paint.

Echter, dat vereist wel dat die merknaam onderscheidend vermogen hééft. Als hij dat niet heeft, kan het geen geldig merk zijn en inbreuk op een ongeldig merk is natuurlijk onmogelijk. Dit is dus waar het verhaal vandaan komt dat “merkhouders hun merk moeten verdedigen”: als ze dat niet doen, wordt de term wellicht zo vaak als algemene term gebruikt dat deze zijn onderscheidend vermogen verliest.

De vraag is dus: is de term “fotoshoppen” iets dat mensen nog steeds aan Adobe toerekenen (“oh ja, daar heeft iemand zijn Adobe-software even aangeslingerd” en/of “waarom zeg je fotosoep, dit is toch met Paint gemaakt”), of is het echt een synoniem voor digitale beeldbewerking? In het laatste geval is het géén geldig merk meer en mag iedereen dus zeggen dat dingen gefotoshopt dan wel -gesoept zijn.

Arnoud

Websites verantwoordelijk voor reacties anonieme bezoekers

Als bezoekers anoniem op een website bedreigingen achterlaten, kan de eigenaar van die website verantwoordelijk worden gehouden voor het verspreiden van die bedreigingen. Dat meldde Nu.nl gisteren in buitengewoon stellige termen: het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft definitief een einde gemaakt aan een rechtszaak die al negen jaar lang voortsleept, en mogelijk grote gevolgen heeft voor vrijheid van meningsuiting op het internet. En dat allemaal vanwege gescheld op een Estse nieuwssite – Delfi – waar mensen erg boos waren over een brug.

U denkt nu wellicht net als ik: Delfi, die zaak hádden we toch al gehad? Inderdaad had het Europese Hof voor de Rechten van de Mens dit al bepaald, maar nu heeft de Grote Kamer van dat Hof er nog eens naar gekeken en vandaar het ‘definitieve’ karakter van de uitspraak.

Op de nieuwssite kon iedereen reageren op nieuwsberichten, ook anoniem. Een bericht over een bedrijf dat een ijsweg zou gaan aanleggen, gaf grote boosheid: mensen moesten flink gaan omrijden als het bedrijf zijn zin zou krijgen, want de korte autoroute over het ijs werd opgeheven en je moest naar een ver weg gelegen brug of de dure veerpont van dat bedrijf nemen. Een aantal comments ging juridisch echt te ver, en het bedrijf stelde de site dan ook aansprakelijk voor de schade als gevolg van deze bedreigende teksten.

Uiteraard stelde de site niet aansprakelijk te zijn (hoewel ze wel de comments weghaalden, notice/takedown inderdaad), maar daar nam het bedrijf geen genoegen mee. De eis tot schadevergoeding werd toegewezen, waarop de site stelde dat de vrijheid van meningsuiting werd aangetast – als je als site aansprakelijk bent voor comments, dan kun je de comment-tent wel sluiten en dat zal flink wat minder uitingen opleveren.

Het Hof oordeelde in eerste instantie dat een site die anonieme commentaren toelaat, aansprakelijk is voor smadelijke of anderszins strafbare uitingen. Je hebt anders geen enkele optie je schade te verhalen, en dat is niet eerlijk naar de slachtoffers van die uitingen. En die uitspraak wordt nu bevestigd. Een professionele nieuwssite moet gewoon rekening houden met extreme uitingen en deze proactief monitoren.

Maar hoe zit het dan met de wettelijke bescherming voor tussenpersonen? Daar kan het EHRM formeel niets over zeggen, omdat dat een regel uit het EU-recht betreft en geen grondrecht of mensenrecht. Men volstaat dan ook met te zeggen dat een nationale rechter moet bepalen of je een tussenpersoon bent in de zin van de wet, en dat de conclusie van de Estse rechter (nee, want je bemoeit je door achteraf te modereren en een tussenpersoon moet neutraal blijven) dan ook definitief is.

Wel lijkt het Hof de lat redelijk hoog te leggen. Het ging in deze zaak niet om theoretisch mogelijk strafbare zaken, maar evidente dat-kan-écht-niet doodsbedreigingen en uitspraken die “tegen de menselijke waardigheid” ingaan. Dat lijkt dan aan te sluiten bij de regel die we al kennen bij de Europese notice/takedowns: alleen bij evident onrechtmatige zaken moet je ingrijpen als hoster of beheerder – en nee, niet alleen bij klachten, ook als je er zelf achter komt. Als je het zo bekijkt, dan zegt het Hof dus, je moet je comments gewoon lézen en als je dat-kan-écht-niet zaken ziet, dan moet je ingrijpen. Lees je niet, dan is dat jouw probleem. En Delfi deed weinig, te weinig, om in te grijpen bij dergelijke reacties.

Ik snap de overwegingen achter de uitspraak, maar zie ook wel meteen de tegenreactie: nu kun je dus je panelen wel sluiten als site. Dat klopt niet helemaal: de uitspraak is gedaan vanuit de context van een grote commerciële nieuwssite waar men zelf redactionele content plaatst en dan zegt “roept u maar”. Niet iedere site waar gereageerd kan worden:

Accordingly, the case does not concern other fora on the Internet where third-party comments can be disseminated, for example an Internet discussion forum or a bulletin board where users can freely set out their ideas on any topics without the discussion being channelled by any input from the forum’s manager; or a social media platform where the platform provider does not offer any content and where the content provider may be a private person running the website or a blog as a hobby.

GeenStijl is dus wél aansprakelijk voor z’n reaguurders, maar het Nationaal Computer Forum (ik noem maar een dwarsstraat) is dat niet. Hoe het zit bij de forums van bijvoorbeeld Fok, is een leuke. Ik denk dat die ook geen last van het vonnis moeten hebben, omdat die forums voldoen aan de “without being channelled” eis. Maar de reacties op frontpage-artikelen zijn natuurlijk dan wél de verantwoordelijkheid van de exploitant.

Ik ben heel erg benieuwd of dit werkelijk iets aan de praktijk gaat veranderen. Ik lees al veel mensen die roepen “we moeten stoppen met reacties toelaten”, maar dat is echt overdreven. Hooguit kun je overwegen om anonieme reacties te gaan weren. Maar het is echt geen gegeven dat je nu voor iedere comment aansprakelijk bent als een bijdehante advocaat er met een gezochte redenering tot een mogelijk strafbaar grensgeval van kan maken. Je bent aansprakelijk als grote commerciële partij wanneer je keihard strafbare uitingen er doorheen laat én achterover zit als mensen klagen. En die aansprakelijkheid-situatie kan ik ergens wel billijken.

Arnoud

Twitter sluit Amerikaanse Politwoops

twitter-politieMicroblogdienst Twitter heeft de Amerikaanse site Politwoops afgesloten, las ik bij Sargasso. Op Politwoops zijn tweets van politici te lezen nadat de twitterende politicus deze had weggehaald. Het idee erachter was dat je zo kon zien welke flaters of andere opmerkelijke uitingen politici weg wilden poetsen (“het gaat niet om de typefouten”), maar Twitter beroept zich nu op de privacy van haar gebruikers en verklaart deze actie in strijd met de gebruiksvoorwaarden.

Op Politwoops kan je alle tweets zien die politici eerst plaatsten en even later weer verwijderden, aldus de site. Bij de meeste daarvan kun je je afvragen wat nu het nieuwsbelang is dat die tweet ooit is geplaatst, laat staan weggehaald. Maar het is zeker denkbaar dat politici achteraf een uiting ongelukkig vinden, en dan is de delete-knop natuurlijk een heel aantrekkelijke.

Arjan el Fassed meldt tegenover Sargasso:

Wat politici op een publiek kanaal zeggen moet voor iedereen te vinden zijn. Dit gaat niet om de typefouten die zij maken. Het gaat juist om het inzicht dat het geeft in de veranderde boodschap van politici. Dat gaat vaak aan ons voorbij.

En daar zit wat in: als een politicus in het openbaar wat zegt, dan doet hij dat in functie, en even los van typefouten en dikke vingers is wat hij zegt zeker relevant voor het publiek. Die lezen de tweets, en die hebben dus effect ook al worden ze nadien weggehaald. Misschien juist wel de tweets die zijn weggehaald.

Twitter zegt nu echter:

[marketingreutel over hoe prachtig het werk van Politwoops is] but preserving deleted Tweets violates our developer agreement. Honoring the expectation of user privacy for all accounts is a priority for us, whether the user is anonymous or a member of Congress.

Dat klinkt natuurlijk leuk, maar privacy lijkt me niet echt een issue wanneer iemand in functie in het openbaar een uiting doet. Dus dit voelt als een wat gezochte reden. Ik wil niet meteen een samenzwering vermoeden, maar je raakt hier toch wel een tikje door geïntrigeerd.

En het is erg zorgelijk te bedenken dat je als journalist geen openbare uitingen kunt bijhouden zonder afhankelijk te zijn van een private derde, die kennelijk zomaar kan besluiten dat dat niet meer mag.

Arnoud

Gemeentemedewerker moet Facebookprotestberichten weghalen van werkgever

facebook-dislike-like.pngEen medewerker van de gemeente Eindhoven, werkzaam bij het IJssportcentrum en tegenstander van het sluiten van deze accommodatie, heeft op last van zijn leidinggevende berichten van zijn Facebook-pagina tegen de voorgenomen sluiting moeten verwijderen. Dat las ik in het ED. De man had diverse posts geplaatst die het verzet tegen de sluiting ondersteunen. Merkwaardig zou je denken, je mag privé toch wel zeggen dat je tegen een sluiting bent ook al is je werkgever degene die de sluiting wil doorvoeren?

Vrijheid van meningsuiting versus de werkgever is een gevoelig punt. Op zich mag je je mening uiten, dat is een grondrecht. Echter, als je ergens in dienst treedt dan heb je vanaf dat moment óók rekening te houden met de rechten en belangen van je werkgever. En als je dan iets wil dat lijnrecht in gaat tegen wat je werkgever wil, dan ontstaat er een botsing. Het kan dan zijn dat je je in moet houden.

Dit is niet hetzelfde als “je mag niets meer zeggen als je werkgever vindt van niet”. Het gaat om een afweging van belangen. Hoe zwaar is jouw belang om te zeggen wat je wil zeggen, en hoe zwaar is het belang van de werkgever om dat niet te willen? Daarbij spelen tal van factoren een rol, zoals of je je bekendmaakt als werknemer (al dan niet met op persoonlijke titel erbij), hoe relevant het onderwerp is voor het werk en hoe controversieel je mening is. Landskampioen PSV liken als medewerker van een Amsterdams juristenkantoor zou geen probleem moeten zijn, maar werk je bij de Amsterdamse voetbalclub dan zou ik daar toch anders tegenaan kijken.

Bij ambtenaren ligt dit nog iets gevoeliger. Artikel 125a Ambtenarenwet bepaalt dat een ambtenaar “dient zich te onthouden van het openbaren van gedachten of gevoelens” wanneer daardoor “een goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst” in gevaar zou komen. Mijn collega Mathieu Paapst schreef eerder over de situatie van een ambassadeur die een anti-regeringspagina likete, waarvoor hij op de vingers werd getikt door de minister. Een ambtenaar moet dus meer dan gewone werknemers terughoudend zijn met zijn mening uiten als dat in de buurt komt van zijn werk of de overheid in het algemeen.

Ook dit wil niet zeggen dat een ambtenaar niets mag zeggen, maar uitkijken geblazen is het wel. En ik denk dat als je rechtstreeks ingaat tegen een genomen besluit van je eigen afdeling, je toch wel de grens overschrijdt. Of je dat nu doet door met een spandoek de straat op te gaan of door op Facebook een anti-site te liken, maakt daarbij voor mij niet uit.

Arnoud

Mag je foto’s van je zieke kind publiceren in een klachtblog?

foto-verwijderd-kind-privacyMag je als ouder foto’s van je zieke kind publiceren als je wilt klagen over handelen van een reisoperator? Een lezer (dank) wees me op dit Tweakerstopic waarin iemand zijn ontevredenheid uit over reisoperator Arke naar aanleiding van de ziekte van zijn tweejarig kind tijdens een vakantie in Turkije. Gezien de situatie snap ik best dat de plaatser behoorlijk boos is en dat ook duidelijk wil laten merken, maar ik verbaasde me over de vele foto’s die erbij stonden van het zieke kind. Mag dat nu?

De topicstarter zelf verdedigt de keuze:

De foto’s zetten kracht bij de situatie. Als ik deze niet had gepost, dan had je wellicht een ander beeld van de situatie. De foto’s zijn niet fraai om naar te kijken, maar duidden wel aan dat wij wanhopig op zoek waren naar hulp. Het zijn verder ook geen foto’s waar iets verkeerds/ of anders dan de aandoening te zien is, dus ik ben van mening dat het blurren van gezichten niet hoeft.

Dit leidde echter tot alleen maar meer discussie over onder meer de privacy van het kind. En ja, dat is een factor waar je als ouder rekening mee te houden hebt. Formeel beslis je als ouder over zaken die je kind aangaan, echter als dat privacyaspecten heeft dan moet je die meenemen in de beslissing.

Probleem is natuurlijk: wat als ouders die afweging onjuist maken? Als de ouders het met elkaar oneens zijn, dan kunnen zij elkaar erop aanspreken. Dit gebeurde recent nog in een rechtszaak over Twitterfoto’s van de kinderen. Maar als beide ouders het eens zijn, dan houdt het normaal wel een beetje op. Het kind zou natuurlijk zelf naar een advocaat kunnen gaan, maar bij een kind van twee is dat ondenkbaar. En anderen hebben juridisch geen belang bij zo’n zaak, dat gaat hen niet aan.

Er is een noodmiddel: als “de belangen van de met het gezag belaste ouders of een van hen dan wel van de voogd of de beide voogden in strijd zijn met die van de minderjarige” dan kan de rechtbank een bijzonder curator benoemen die opkomt voor de belangen van het kind (art. 1:250 BW). Dit verzoek kan door iedere belanghebbende worden ingediend, dus je moet wel iets van een band met het kind hebben.

Het voelt wel als een erg zwaar middel, en bij mijn weten is het nog nooit ingezet bij ouders die foto’s van hun kind publiceren op internet. Je zou denken dat zoiets vanzelf wel opgelost wordt wanneer het publiek laat weten dat dit geen verstandige keuze was. Tegelijk, ik snap het ergens ook wel: je bent erg geschrokken en boos door wat er is gebeurd, en wat is er nu beter dan mensen met een indringende foto datzelfde gevoel te geven?

Arnoud

Mag je een aankomende trein eigenlijk wel filmen?

ns-trein-station-foto-filmenEen vraag via Twitter:

Even een vraag, is het verboden om zonder toestemming van weet ik veel wie een trein te filmen die aankomt op een station? / Ik kreeg namelijk net een conducteur over mij heen, die ik overigens niet gefilmd heb.

In principe niet, zou je denken: je mag toch op de openbare weg filmen wie en wat je wilt? Maar hier ligt het subtiel anders, want de stations van de NS zijn privébezit (NS Stations). En de eigenaar van een stuk privéterrein mag regels stellen over wat daar gebeurt, inclusief regels die botsen met de rechten die je normaal hebt.

De NS heeft dan ook huisregels over wanneer en hoe je mag fotograferen of filmen op hun terreinen. Journalisten mogen hun gang gaan, mits ze maar een persvoorlichter erbij vragen “om de opnamen in goede banen te leiden”.

Voor particulieren lijkt het simpeler:

Een particulier die voor privégebruik op voor het publiek toegankelijke gedeelten van het station en in treinen opnamen wil maken, heeft geen toestemming nodig.

Inderdaad. Echter, vervolgens komt er anderhalf kantje A4 met randvoorwaarden die gelden als je geen toestemming nodig hebt, waar ik een juridische wenkbrauw van optrek. Maar dat zijn logische zaken: niet flitsen richting een machinist, die kan dan verblind raken. Of uitkijken met een hoge microfoon want als die tegen de bovenleiding komt, ga je dood. En natuurlijk dat je niet in de weg mag staan voor passagiers. Niets zo ergerlijk als een bruidsstel dat romantisch op de roltrap op de foto wil (“Onderweg naar hun nieuwe leven”) terwijl jij de 9:02 wilt halen, immers.

Men vermeldt in de voorwaarden ook nog dat “reizigers of NS-medewerkers niet zonder hun toestemming herkenbaar [mogen] worden afgebeeld”, maar dat is een bekend misverstand: portretrecht gaat niet over het afbeelden van mensen maar over het publiceren van de beelden. Op grond van portretrecht kun je niet tegenhouden dat je op de foto wordt gezet.

Volgens deze regels zou een conducteur dus niet behoren in te grijpen als je een particulier bent die zonder mensen te hinderen staat te filmen op het station. Maar helaas blijkt de praktijk nog wel eens weerbarstig: iemand heeft half onthouden dat “fotograferen niet mag” of denkt dat een telelens betekent “commerciële cameraploeg” en gaat hard ingrijpen. Een voorbeeld van je recht hebben versus het krijgen, denk ik.

Hoe zouden jullie reageren als je de vraagsteller was met een conducteur in zijn nek?

Arnoud

Kun je een zwartelijstbeheerder tegenhouden met een beroep op de Wbp?

block-botDe Block Bot is in de juridische problemen gekomen, las ik onlangs. Blogger Matthew Hopkins, zelfbenoemd “Witchfinder General” had een claim ingediend bij de beheerder van deze Twitter zwarte lijst, waar je op komt als de beheerder je een troll vindt, of een vrouwonvriendelijke man of nog wat niet bepaald vleiende kwalificaties. Het op smaad gooien leek Hopkins nogal ingewikkeld vanwege vrijheid van meningsuiting en zo, maar hij had een leukere truc gevonden: de Data Protection Act, oftewel de Engelse Wet bescherming persoonsgegevens. Want iemands naam in een bestand opnemen, dat mag niet he meneertje?

Ik krijg hier een lichte juridische jeuk van. Ja, natuurlijk geldt de Wbp en de DPA bij zwarte lijsten en ik weet dat men daar kritisch tegenover staat omdat onterecht op een zwarte lijst staan heel vervelend kan zijn, zeker als je er nauwelijks meer van af komt. En ik weet dat toestemming vragen bij opname in een bestand of lijst de hoofdregel is.

Maar het is écht niet zo dat je zonder toestemming eigenlijk niets kunt. Er is immers de eigen dringende noodzaak, op grond waarvan je best zonder toestemming iemands gegevens kunt gebruiken als daar een noodzaak voor is. Deze grond vereist een belangenafweging, hoe zwaar weegt de privacy van deze persoon en hoe zwaar is mijn noodzaak om die gegevens te gebruiken. En omdat het hier gaat om een meningsuiting, is er best een aardige noodzaak. Je mág immers over mensen praten en je mening geven over hun acties, dat is een grondrecht. De Wbp wint dus zeer zeker niet automatisch.

Verder is het in Nederland zo dat je in die situaties géén aparte afweging onder de Wbp hoeft te maken. Als het gaat om een verwerking die op grond van de vrijheid van meningsuiting wordt gedaan, dan kijk je ‘gewoon’ of de uiting onrechtmatig is. Een overtreding van de Wbp in een journalistieke context dient

te worden meegewogen bij beantwoording van de vraag of degene die verantwoordelijk is voor (handhaving van) publicatie van de beweringen hierdoor onrechtmatig handelt.

Dat maak ik op uit het Kleintje Muurkrant-arrest uit 2011.

Het doet me denken aan de discussie vorig jaar over merknamen: haha, mijn naam is een gedeponeerd merk, dus je mag zonder mijn toestemming niet over me praten. Ook dat voelt als een oneigenlijk gebruik van de wet. Met name omdat men zware juridische taal inzet naar mensen die daar weinig verstand van hebben. Ik zie dat als overbluffen of intimideren: holy shit, ik heb een mérkenrecht geschonden, ja nee kijk maar naar Disney en zo hoe ernstig dat is, daar staat tien jaar cel op, gauw weg die post. Bah.

Arnoud

Boete voor DMCA-misbruikende tandarts

dmca-removed.pngEen tandarts die het auteursrecht op reviews opeiste, moet $4.766 aan juridische kosten vergoeden aan de patiënt in kwestie. Dat meldde Ars Technica vorige week. De opeisclausule was in strijd met het New Yorks contractenrecht en leverde een vorm van misbruik van omstandigheden op. De rechtbank besliste dan ook in het voordeel van de patiënt.

Het opeisen van auteursrechten op klantreviews is een zeer creatieve truc om iets te kunnen doen aan negatieve reviews. Onder het Amerikaans recht is er namelijk vrij weinig te doen aan een negatieve review: allereerst is de vrijheid van meningsuiting vrijwel absoluut, en daarnaast is een tussenpersoon zoals een reviewsite never nooit niet aansprakelijk voor wat mensen op de site plaatsen. Klagen over reviews heeft dus geen zin. Echter, heb je het auteursrecht op een tekst of foto, dan kun je vrij eenvoudig eisen dat jouw werk wordt weggehaald.

In Europa is notice/takedown (zoals dit heet) iets breder: je kunt over elke vorm van onrechtmatig handelen klagen en de tussenpersoon moet daar dan wat mee. Dus ook bij smaad, privacyschending en andere zaken. Maar ook daar gaat het een stuk sneller als je over auteursrechten klaagt, want bij de andere zaken heb je altijd een belangenafweging en bij auteursrechten maar zelden.

In deze zaak neemt de Amerikaanse rechter de belangen van de patiënt toch mee. Het opeisen van auteursrechten in algemene voorwaarden (wat eigenlijk niet eens kan) doorbreekt de vrijheid van meningsuiting van de patiënt zonder dat daar een héél goede reden voor is. En die was er hier vrij evident niet.

De tandarts in kwestie is inmiddels voortvluchtig, waardoor het incasseren van de boete waarschijnlijk niet zal gaan lukken.

Arnoud

Franse rechtbank heeft jurisdictie over Amerikaanse Facebook

facebook-upload.pngEen Franse rechtbank acht zich bevoegd een uitspraak te doen over Facebook, las ik bij The Verge (dank, Franc). De zaak was aangespannen door een Franse leraar, die het kunstwerk l’Origine du Monde (NSFW) op zijn Facebookpagina had opgenomen en zijn account vervolgens geblokkeerd zag wegens overtreding van de antipornoregels (want vagina) van de blauwe socialmediasite. Over de vraag of Facebook dit mocht doen, is nog geen uitspraak – maar het eerste verweer dat de man naar Californië had moeten komen voor zijn klacht, wordt dus verworpen.

De kwestie van jurisdictie (wie is bevoegd om over wie te oordelen) is bij internet altijd een lastige. De vuistregel uit zo’n 6000 jaar recht is dat als ze fysiek bij je kunnen, je onder hun wet valt, en anders niet. Soevereniteit and all that. Maar die regel werkt met internet veel minder. Zet je server in Duitsland, neem een .to domein en routeer je verkeer door een Antilliaanse VPN. Wie gaat er nu over je?

We hebben een aantal uitspraken gehad waarin het bijvoorbeeld ging over waar je op richt of waar je acties effect hebben. Een dergelijke lijn hanteert deze Franse rechter nu ook, als ik het goed zie. De uiting was in het Frans, gedaan door een Fransman en gericht op een Frans publiek, dus wat zullen we nou krijgen, dat is een Franse kwestie dus kunnen wij een uitspraak doen.

De inhoudelijke vraag is overigens minstens zo interessant. Mag Facebook zomaar zeggen, “dit vinden wij porno, weg ermee” terwijl het in Frankrijk gewoon kunst is? Mag Facebook wereldwijd Amerikaanse normen opleggen, of moeten ze per land kijken wat de regels zijn en dus bijvoorbeeld in Frankrijk naakt makkelijk toestaan en geweld snel censureren, terwijl men in de VS het omgekeerde zou doen?

Natuurlijk kun je zeggen, Facebook is een bedrijf en dus mogen ze hun eigen regels hanteren. Maar Facebook is niet zomaar een bedrijf – ze zijn groter dan menig land en kunnen daarmee effectief meer censuur uitoefenen dan een gemiddelde rechtbank. Dat argument zou dan met zich meebrengen dat als je maar groot genoeg bent, je onder dezelfde regels valt als overheden en dus net zo neutraal en open moet zijn als de overheid als het gaat om de rechten van je gebruikers.

Arnoud

Schotel moet van gevel wegens internet, is dat nieuws?

Voor het eerst heeft een huurder van een rechterlijk college te horen gekregen dat hij zijn schotelantenne moet verwijderen omdat er via internet voldoende alternatieven zijn, las ik in de Telegraaf. Ehm, nee. Dit is geen nieuws, het is niet voor het eerst en dit soort zaken zijn niet vernieuwend of moeilijk. Hooguit tentamenvragen voor eerstejaars studenten ICT-recht. Maar het is kennelijk wel nieuws want “Het vonnis zou wel eens bepalend kunnen zijn in vergelijkbare zaken”. Dat kan immers met elk vonnis.

Het probleem dat mensen schotelantennes ophangen aan hun appartement en de verhuurder (of de buren) dat niet mooi vinden, is volgens mij al zo oud als, eh, schotelantennes. Uitgangspunt is dat het ophangen van een schotelantenne valt onder de informatievrijheid, een grondrecht (EHRM 16 december 2008, NJ 2010, 149). Dit mag dus alleen worden verboden als daar zwaarwegende belangen voor zijn (én er een duidelijke grondslag voor is, bv. een clausule in het huurcontract). Enkel dat je eigenaar bent van het pand, maakt je niet bevoegd huurders te verbieden een schotel op te hangen.

Bij veel zaken zetten ze echter de boel op z’n kop: de vraag is dan “is de schotel wel nodig” maar de vraag moet zijn “is het inroepen van het verbód wel nodig”. Maar nou ja, uiteindelijk komt het altijd neer op een afweging van belangen. Hoe ernstig is de schotel nodig en hoe belangrijk is het mooie aanzicht van het pand en de belangen van de buren die ineens zo’n wit ding hebben in plaats van een uitzicht.

Al in 2010 blogde ik over een vergelijkbare zaak waarin “ga maar internetten” als argument werd gebruikt om een schotel eraf te laten halen:

Voorts geeft artikel 10 EVRM geen recht op gratis informatie. Huurder heeft niet gesteld of aangetoond dat de kosten van de alternatieven zodanig hoog zijn dat hij deze redelijkerwijze niet kan betalen, terwijl bovendien van hem verlangd kan worden de mogelijkheden van het internet te beproeven.

Desondanks stortte de wereld niet in en gingen verhuurers zich niet massaal op dit “bepalende” vonnis beroepen. Sterker nog, in een zaak uit 2011 oordeelde de rechtbank juist dat de “zuiver esthetische belangen” van een antenneloos pand en de boosheid van andere bewoners dat hun antenne er wél af, samen niet genoeg grond waren om de antenne van de eiser uit deze zaak weg te laten halen.

Maar toegegeven, in recente zaken zie je wel vaker het argument “u kunt dit toch allemaal via internet bekijken, waarom moet er dan zo’n overlastgevende schotel”? En dat snap ik ergens wel: als je dezelfde kwaliteit en kwantiteit informatie kunt krijgen via een niet-overlastgevend kanaal, dan is het wel reëel om te verlangen dat je dat eens probeert. Toch?

Ik begrijp de overweging dus van de rechter, maar om nou te zeggen dat dit een verrassend vonnis is, nee.

Arnoud