Jezelf uitgeven voor een ander, mag dat?

Een lezer Twitterde:

hoort van internet jurist @engelfriet dat je uitgeven voor iemand anders legaal is zolang je niemand oplicht. Hmmmm.
en het aantal followers van dat account schiet meteen naar 68. Ja, dat is mijn Twitteraccount en nee ik Twitter niet.

Maar het klopt, hoewel het erg kort door de bocht is geformuleerd. (Jaja, 140 tekens). Er is geen wetsartikel dat verbiedt om onder andermans naam te handelen. Je moet dus naar andere artikelen grijpen om hiertegen op te treden, en oplichting ligt het meest voor de hand bij “je voor iemand andres uitgeven”.

Van oplichting (art. 326 Strafrecht) is sprake als je met slinkse trucs iemand anders geld, producten of iets dergelijks probeert af te troggelen. Expliciet genoemd als slinkse truc is “valse naam”. Wie zich dus bij u aan de deur meldt als zijnde mij en een donatie voor deze blog vraagt, pleegt oplichting.

Specifiek voor auteursrechten is er nog de plagiaatvariant: een valse naam aanbrengen op een werk, of de echte naam vervalsen, om het zo te doen lijken alsof het van een ander afkomstig is. Dat kan dus je eigen naam zijn of die van een ander. Maar dan moet het wel gaan om een auteursrechtelijk beschermd werk, en dat is bij Twitter zelden het geval.

Wie commercieel handelt onder een naam die als merk is gedeponeerd, kan via het merkenrecht worden aangepakt, maar ik vind het moeilijk daar een voorbeeld van te verzinnen. Zeggen dat je Wesley Sneijder bent en voetbalschoenen verkoopt, misschien.

Als de valsenaamgebruiker echter geen enkel materieel doel heeft met zijn uitingen, dan is geen sprake van oplichting. Deze eikel bijvoorbeeld die onder mijn naam reacties plaatste op diverse blogs overtreedt dus geen wet. Nou ja, misschien smaad of laster als hij met die reacties geruchten op gang wil krijgen over mij of mijn reputatie aan wil tasten. Maar dat is niet echt uit die berichten te halen.

De vraag komt trouwens uit een discussie of je iets kunt doen aan fake Twitteraccounts. En dat kan wel. Niet op grond van wetboeken, maar op grond van de terms of service van Twitter. Die verbieden namelijk “[to] use the Services to send altered, deceptive or false source-identifying information” en daar valt Twitteren onder andermans naam onder.

Arnoud

“Rechter vindt archief belangrijker dan privacy”

Het Eindhovens Dagblad mag een artikel over een ontslagen vrouw gewoon online laten staan, meldde Webwereld gisteren. Dit omdat (zoals Henk Blanken het formuleert) het geheugen van kranten, hun digitale archief, belangrijker is dan de privacy van personen. De rechter vindt de publicatie niet onrechtmatig, en vindt dat de schadelijke gevolgen voor de vrouw dan ook voor haar eigen rekening moeten komen.

De persoon om wie het ging, was op non-actief gesteld met de cryptische mededeling “vanwege een gevoelige personele kwestie” in het gewraakte krantenartikel. Zo’n tekst, plus de mededeling dat men niet nader op de zaak in wilde gaan, suggereert dat er wel iets goed mis met de betrokkene zal zijn. De vrouw had dan ook aardig last van deze publicatie, zeker nadat het Eindhovens Dagblad haar zoekfunctie had verbeterden je eindelijk iets kon vindenen Google het artikel in haar archief opnam.

De eis tot weghalen dan wel afschermen van het archief was gebaseerd op de stelling dat sprake zou zijn van onzorgvuldige journalistiek: geen hoor en wederhoor, een schadelijke wijze van weergeven van de zaak en het na elf maanden nog steeds via Google toegankelijk houden. Daarbij werd geschermd met het Zwartepoorte-vonnis, waarin de site-eigenaar informatie moest afschermen omdat Google deze verkeerd samenvatte. Het argument daar was dat de aanpassing een kleine moeite zou zijn en de overlast groot, precies wat ook hier het geval was.

De rechter gaat hier niet in mee. Het artikel is niet onrechtmatig, en de overlast vanwege de Googleresultaten op mevrouws naam is dan ook geen reden om het artikel te moeten blokkeren. En bovendien werd meer geëist dan alleen een kleine pagina-aanpassing: het artikel moest onvindbaar worden. (Er werd geen anonimisering geëist voor zover ik kan zien in het vonnis.) Dat is onaanvaardbaar. Mevrouw had een aanvulling of rectificatie bij het artikel moeten vragen, dat had meer kans gehad.

Jammer genoeg kwam de advocaat niet met de Wet Bescherming Persoonsgegevens aanzetten, afgezien van een tussenneusenlippendoorvermelding dat de verwerking “op juiste en nauwkeurige wijze [had] dienen plaats te vinden”. Als hij had betoogd dat vermelding van de naam van mevrouw geen toestemming en aantoonbare noodzaak had, hadden we eindelijk eens een principiële uitspraak gehad over de WBP versus de uitingsvrijheid. Anders gezegd: dan hadden we geweten of het blijven noemen van iemands naam in een gearchiveerd nieuwsbericht mag (persvrijheid) of niet (privacy).

Volgens de richtsnoeren van het CBP had het archief trouwens gewoon op slot gemoeten, precies vanwege deze problemen. En de WBP geldt ook voor krantenarchieven.

Arnoud

Blaffende uitgeversgroep gemuilkorfd

blue-to-blond-uitgeverij.pngZeggen dat een bedrijf frauduleus handelt, is bij lange na niet genoeg voor dat bedrijf om te eisen dat je blogbericht offline gaat. Ook niet als je goed bent in SEO waardoor jouw berichten over dat bedrijf goed te vinden zijn. Dat bepaalde de kortgedingrechter in Assen gisteren in een zaak tussen De Uitgeversgroep en website Blue 2 Blond. Op deze site werd verslag gedaan van een telefonische acquisitie waarbij de beller meldde dat er “eerder gemaakte afspraken” bevestigd moesten worden. Daar wist site-eigenaar Hofman niets vanaf, en hij schreef zijn frustraties van zich af (een goede gewoonte) in een blogpost.

De Uitgeversgroep liet vervolgens een advocaat los, die begon te blaffen maar weinig concreet werd over wat er nu onrechtmatig was aan de berichten. Dan kun je natuurlijk weinig doen als blogger: gewoon berichten weghalen omdat iemand dat eist, zonder nadere onderbouwing, kan niet zomaar geëist worden. Ook na aandringen hoorde Hofman niets. Hij anonimiseerde voor de zekerheid de berichten, hoewel de gecachte versies bij o.a. Google nog wel gekoppeld bleven aan de bedrijfsnaam.

Daarop stapte het bedrijf naar de rechter, die in een kort vonnis echter gehakt maakt van de stellingen van De Uitgeversgroep.

zonder nadere toelichting die De Uitgeversgroep niet geeft, [is] niet te begrijpen wat onrechtmatig is aan de door De Uitgeversgroep in de inleidende dagvaarding aan [gedaagde] verweten gedragingen.

Met andere woorden: waar gáát dit over.

Ook het argument dat de gedaagde “een zodanig genie zou zijn dat hij in staat is met allerlei “zegmaar- onderhuidse toevoegingen een zoekmachine als Google te manipuleren”, wat overigens niet meer betekent dan “ze staan op pagina 1 als je onze naam intikt”, gaat niet op:

het optimaliseren van een website op een zodanige manier dat iemand die de naam De Uitgeversgroep in Google als zoekterm invult, wordt verwezen naar teksten van [gedaagde], op zichzelf genomen evenmin onrechtmatig is. Dat zou alleen anders kunnen zijn als die optimalisatie heeft plaatsgevonden met het doel het daarheen te leiden dat derden kennis nemen van uitlatingen op een website die op zichzelf genomen onrechtmatig zijn.

Dat laatste was bijvoorbeeld het geval bij de boze blogs van Frontaal Naakt over een Vodafone-medewerkster, die met naam en toenaam werd genoemd met als zelfverklaard doel dat zij zo negatief in Google zou komen dat niemand haar meer in dienst zou willen nemen.

Arnoud

Discussiemiddag: Is een persbericht eigenlijk spam?

pers-middag.pngGisteren was ik bij een door De Perslijst georganiseerde discussie tussen de OPTA, journalistiek en advocatuur over het zakelijke spamverbod en wat dat betekent voor de pers. Met vertegenwoordigers van de OPTA, Logeion (de beroepsvereniging voor communicatie), de hoofdredacteur van journalistenvakblad Villamedia en telecomadvocaat Gerrit-Jan Zwenne beloofde dat wat.

Vorig jaar oktober is het spamverbod uitgebreid: ook ongevraagde commerciële, charitatieve of ideële mail naar zakelijke ontvangers was verboden. Dat gaf aardig wat paniek in de tent, maar nog steeds is er veel onduidelijkheid. Mag je bijvoorbeeld persberichten rondsturen naar iedereen die eruit ziet als een journalist? Of is dat ook spam? Hangt het er vanaf of het persbericht echt nieuws is of alleen maar een commercieel verhaal? En is “Mercedes lanceert nieuw model S300” dan echt nieuws?

Het panel opende met de mooie constatering dat “wat mag er nu” een simpele vraag is met een heel wat moeilijker antwoord. De veelgestelde vragen op de site van de OPTA vermelden bijvoorbeeld “Het is mogelijk dat een persbericht onder het spamverbod valt.” Wat moet je daarmee als ondernemer? Betekent dit “het kan, in theorie” of “dit is 99% zeker”? De OPTA kan dan wel geruststellend zeggen dat men niet handhavend optreedt tenzij er schade en overlast van komt, maar dat is natuurlijk geen juridische zekerheid.

En dat was waar de zaal toch naar op zoek was. De consensus leek te zijn: moeten we nu werkelijk zo moeilijk doen over persberichten in de spamwet, want welke journalist gaat dit als spam zien? Journalisten hebben meningen van belanghebbenden nodig en moeten dus veel mail krijgen met persberichten. Communicatiebureaus zullen echt niet zomaar iedereen hun persbericht sturen, want iemand een persbericht opdringen werkt alleen maar contraproductief. En mocht een journalist toch eens van werkgebied veranderen, dan kan hij via de contactgegevens bij het persbericht zich afmelden. Journalisten klikken liever drie keer iets weg dan de kans te lopen nieuws te missen.

De OPTA ziet het toch anders: wat nu als een politieke partij of Goed Doel besluit elk Nederlands bedrijf een mail te sturen omdat er NU actie voor Haïti nodig is. Daarop werd gereageerd met verwijzing naar een radiospotje van Wakker Dier, dat in het spotje mensen oproept om zich op de nieuwsbrief te abonneren. Een extreme vorm van opt-in. De zaal keurt af dat dit nodig is, maar ik zie werkelijk niet waarom. Het alternatief is dat iedere ontvanger zich maar moet gaan afmelden en dat lijkt mij ook niet werkbaar.

Dan komen we op de Hyveskrabbelzaak, waarin een berichtje op een socialenetwerkpagina ook als spam gezien werd. (Er is bezwaar gemaakt tegen de boete, dus misschien krijgen we nog wel een beroep bij de rechtbank ook.) Zwenne had zich goed ingelezen en vroeg zich af waarom Google-advertenties dan niet onder het spamverbod zouden vallen. De reactie van OPTA was opmerkelijk: inderdaad, behavioral targeting verdient aandacht en daar gaan we volgend jaar samen met Consumentenautoriteit en CBP naar kijken.

Er werden nog diverse pogingen gedaan om het met definities op te lossen. Als we bijvoorbeeld kunnen vastleggen wat ‘journalistiek’ is, dan kunnen we zeggen dat je journalisten mag spammen met persberichten. Of we definiëren “persbericht” en zeggen dat die altijd mogen. Maar het nadeel van die route is dat er dan direct misbruik gemaakt gaat worden van de definitie. Want dan heten morgen alle Viagramails ineens “PERSBERICHT”.

Als uitsmijter nog een doordenkertje: als je een dienstverlener bent die als dienst het aanleveren van nieuws en commerciële berichten heeft, moet je dan per mailing toch opt-out hebben?

Arnoud

Ik wil niet worden gerecenseerd!

briefpapier-recensie-notitie.jpgNou ja, ik wel, maar een lezer niet, want die schreef:

Ik ben zelfstandig ondernemer in de klussenbranche. Nu zie ik dat er op allerlei sites over mijn bedrijf geschreven wordt, helaas niet altijd positief hoewel ik altijd kwaliteit aflever. Ik weet dat er veel beunhazen in dit vak zitten, maar ik ben absoluut geen beunhaas en heb totaal geen behoefte aan al die recensies. Want ik moet er dan maar steeds op reageren anders denken mensen dat het waar is. Hoe kan ik afdwingen dat ik niet wordt genoemd op die sites, of in ieder geval dat ik niet word gerecenseerd?

Het is toegestaan recensies over bedrijven/ondernemers te verzamelen of te (laten) plaatsen, ongeacht het soort dienstverlening. Of je nu zzp’er bent of een BV met 800 medewerkers, men mag over je praten. Ik zie dan ook niet hoe je kunt afdwingen dat je niet wordt gerecenseerd.

Zolang die recensies maar voldoende basis in de feiten hebben, kun je niet optreden tegen recensies. De strekking van de recensie moet juist zijn, en meningen mogen niet nodeloos grievend zijn. Een boze klant mag dus zijn hart luchten en misschien zelfs wat dingen overdrijven om zijn punt te maken, maar liegen over wezenlijke feiten mag niet.

Bij een zelfstandig ondernemer wordt vaak ook de naam van die ondernemer genoemd. Je zou dan in theorie op grond van je privacy kunnen optreden, maar ik denk dat dat niet snel zou lukken. Je bent als persoon immers onlosmakelijk verbonden met je onderneming, en het is dan onvermijdelijk dat mensen je naam noemen als ze praten over je bedrijf. Als men nu over jou als persoon ging schrijven (“hij mag wel wat meer deo gebruiken”), dan wordt het twijfelachtiger want dan is het privacybelang groter – en de nieuwswaarde kleiner, zou ik zeggen.

Wat ik me nu afvraag: hoe zou dat gaan met prostituees? Daar spelen heel wat meer privacyaspecten dan alleen een naam. Maar die zaken zijn tegelijkertijd de kern van hun werk. Mag je die recenseren of is dat per definitie een privacyschending?

Arnoud

Roddelen over collega’s op de blogspot

blogger-blogspot.pngHet is ongetwijfeld niet zo bedoeld, maar ik vond het erg grappig klinken: “(hierna: de blogspot)”. Die term gebruikte de rechtbank Rotterdam in haar vonnis over de bloggende echtgenoot van een onderwijzeres. De echtgenoot – ook werkzaam in het onderwijs trouwens – schreef op die blogspot negatieve en kwetsende verhalen waarin collega’s van de vrouw zich herkenden. De school sprak nu echter de vrouw aan – zij zou onvoldoende afstand nemen van die verhalen en daarmee de Ambtenarenwet schenden.

In die Ambtenarenwet staat namelijk dat ambtenaren, en dus ook medewerkers in het onderwijs, zich moeten onthouden van het openbaren van gedachten of gevoelens wanneer de goede vervulling van de functie of de goede functionering van de openbare dienst in gevaar komt. De school verweet nu de vrouw dat zij dit deed door toe te zien op de publicaties van haar man “althans dat zij zich daarvan niet wenst te distantiëren”. Daarbij speelde mee dat zij zich in het verleden al enkele malen op ongepaste uitlatingen aangesproken was.

De rechtbank verwerpt deze stelling echter. Het stond allesbehalve vast dat de vrouw opzettelijk haar man over haar school vertelde met het doel dat hij dit tot verhalen op zijn blogspot zou verwerken. Natuurlijk praat je als echtgenoten in het onderwijs met elkaar, maar dat kan niet verboden zijn onder de Ambtenarenwet. En afstand nemen van de publicaties van je man kan niet van een ambtenaar gevergd worden.

Voorts valt niet in te zien op grond van welke rechtsregel verweerder van eiseres kan en mag verwachten dat zij afstand neemt van het handelen van haar echtgenoot. In dit verband is van belang dat niet kan worden uitgesloten dat dit voor eiseres een zeer moeilijke privé-situatie zou hebben opgeleverd. Weliswaar had zij zich – zeker gezien de aard van de uitlatingen als ook vanwege het feit dat zij onderdeel uitmaakte van hetzelfde team van leerkrachten – wel in enige mate van de uitlatingen van haar echtgenoot kunnen distantiëren, maar de rechtbank acht de weigering van eiseres om dit te doen onvoldoende om dit nalaten als plichtsverzuim te kwalificeren.

Het ontslag van de vrouw wordt teruggedraaid, ook omdat er onvoldoende gezocht zou zijn naar alternatieve werkplekken voor haar.

De Ambtenarenwet maakt de juridische analyse wat complexer dan normaal, maar ik denk dat je ook bij een echtpaar met “gewone” banen op zo’n uitkomst uit zou komen. Hoewel volgens mij wel meer werkgevers er laten we zeggen gek van zullen opkijken dat er ineens verhalen over hun mensen op internet staan.

Update (13 juni) de Centrale Raad van Beroep denkt er anders over. De vrouw had toch op zijn minst een andere houding kunnen aannemen:

Maar dan kan het appellante in elk geval wel worden aangerekend dat zij, ook nadat haar was gebleken dat collega’s zich geraakt voelden, op geen enkele wijze afstand heeft genomen van de inhoud van de blogspot, dat zij naar aanleiding van de reacties geen spijt heeft betuigd of zelfs maar begrip heeft getoond, en dat zij evenmin bereidheid heeft getoond voortaan niet meer bij te dragen aan de totstandkoming van verhalen in de gewraakte trant.

Arnoud

Is een afgesloten Hyve nu wel of niet openbaar?

Kun je op een afgesloten Hyvespagina smaad plegen, oftewel “ruchtbaarheid geven aan een bepaald feit”? Vorig jaar november bepaalde het Hof Leeuwarden van wel, maar een maandje eerder vond het Hof ‘s-Hertogenbosch juist van niet. Dat signaleerden Edward Brüheim en Arno Lodder een tijdje terug.

In beide gevallen ging het om smaad, waarbij het relevante criterium is of je “ruchtbaarheid” geeft aan een bepaald feit. Volgens de Hoge Raad betekent dat “ter kennis van het publiek brengen”, waarbij “publiek” wordt gedefinieerd als “een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden”. De standaardvergelijking is die van de huiskamer: wat je daarin zegt, is in principe geen smaad, omdat de daar aanwezigen geen “publiek” zijn. (Tenzij je natuurlijk willekeurige derden door je woonkamer laat lopen.)

Het Hof Den Bosch oordeelde dat

de verdachte de gewraakte berichten niet ter kennis heeft gebracht aan een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden, maar aan een beperkt aantal selecte personen. Hierdoor is niet voldaan aan het bestanddeel “met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven”.

Het ging in deze zaak namelijk om slechts 10 à 12 personen (voornamelijk familieleden) die toegang hadden tot de krabbels. Op zich is dat te billijken, iets aan een paar familieleden vertellen is niet hetzelfde als willekeurige mensen op straat aanschieten. Echter, in het Leeuwardse arrest kwalificeerde het Hof de 25 Hyvesvrienden die de verdachte had als

een in potentie ruimere kring van personen, die kennelijk naar eigen inzicht en zonder enige restrictie over de uitlatingen mocht beschikken, waarbij daarnaast een verdere verspreiding van de gewraakte tekst door de oorspronkelijk geadresseerden -gezien de aard van de beschuldiging- voor de verdachte niet alleen in theorie voorzienbaar was maar ook op voorhand feitelijk te verwachten viel.

Daarmee was die groep Hyvesvrienden ineens wél een groep “betrekkelijk willekeurige derden”.

Hoe valt dit verschil te verklaren? Het ligt voor de hand om naar die aantallen te kijken, maar dat lijkt me te simplistisch. Arno Lodder vindt “de wijze van beheer van een profiel en de wijze van communiceren” belangrijker. Edward Brüheim lijkt het met hem eens te zijn als hij schrijft:

Zou dit oordeel anders geweest zijn als de vrouw een groot copyright-symbool onder haar schrijfsels had geplaatst, of iedere bijdrage was begonnen met de zin: “Wat ik nu ga vertellen, moet wel tussen ons blijven!”?

Ik betwijfel echter of dat veel zal helpen. Volgens mij was de zwaarte van de uitlating belangrijker. Iemand uitmaken voor kindermisbruiker is een heel stuk heftiger dan iemand een oplichter noemen (“althans (telkens) een of meerdere tekst(en) van gelijke aard en/of strekking”). En bij zo’n zware beschuldiging, gedaan door iemand die het kan weten, is het inderdaad te verwachten dat die mensen het gaan doorvertellen buiten de directe kring van lezers. Het Hof Leeuwarden doelt daar volgens mij op met

waarbij daarnaast een verdere verspreiding van de gewraakte tekst door de oorspronkelijk geadresseerden -gezien de aard van de beschuldiging- voor de verdachte niet alleen in theorie voorzienbaar was maar ook op voorhand feitelijk te verwachten viel.

en dat aspect zie ik niet terug in het arrest uit Den Bosch. Het is alleen wel een heel lastig criterium: je moet bij het doen van de beschuldiging je afvragen of je lezers het door gaan vertellen. Dat lijkt me niet werkbaar in het algemeen, dus ik hoop dat één van deze zaken naar de Hoge Raad gaat voor een definitief oordeel over de “virtuele huiskamer”. Hoewel, een huiskamer vol met krabbels?

Update (27 juli 2011) de Hoge Raad oordeelt in cassatie van de Leeuwardse zaak dat het Hof daar correct gehandeld heeft. Als vaststaat dat

de tekst op de Hyves-pagina van de verdachte zichtbaar was voor personen die kennelijk naar eigen inzicht en zonder enige restrictie over de uitlating konden beschikken,

dan mocht de verdachte verwachten dat de geplaatste tekst verder zou worden verspreid. Daarmee was inderdaad sprake van smaad. De HR doet geen uitspraken over hoe groot die groep moet zijn: het gaat dus om “mocht iedereen met de uiting doen wat hij wilde, of was er een impliciete dan wel expliciete geheimhouding”.

Update (9 juli 2012) in een andere zaak waarbij smaad civielrechtelijk aan de orde was, bepaalde de rechter dat de grens bij hem op “meer dan om en nabij 15 mensen” zou liggen. Bewijsopdracht aan de eiser gegeven of dat gehaald werd. We zullen zien.

Arnoud

Pas op met zwarte lijsten

De Vereniging Vastgoed Participanten (VVP) mocht het bedrijf Investment4U Group B.V. niet zomaar op een zwarte lijst met potentieel malafide (vastgoed)beleggingsfondsen zetten. Dat oordeelde het gerechtshof Amsterdam afgelopen donderdag. De zwarte lijst van de VVP maakte veel los in de vastgoedbranche, kostte de VVP zelfs haar aansprakelijkheidsverzekering, en leverde haar diverse rechtszaken op van bedrijven die hun vermelding betwistten. De VVP werd overigens gerund door Dion Bartels, een omstreden advocaat die eind november mede om deze zwarte lijst geschorst werd als advocaat.

Het Hof erkent dat een site best over vermeende misstanden mag schrijven en mensen mag waarschuwen voor bedrijven die naar haar mening verkeerd bezig zijn. Echter, een bedrijf heeft ook een belang om niet “door publicaties in de pers of op internet [te] worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen”. Wie dus gaat publiceren over misstanden, dient daarbij zorgvuldig te handelen, zeker als de publicatie “de pregnante vorm aanneemt van een zwarte lijst” zoals het Hof dat formuleert. Een zwarte lijst laat immers weinig ruimte meer voor nuance: wie daarop staat is gewoon fout en moet vermeden worden. En dat is sneller onrechtmatig dan een kritisch artikel – helemaal als de lijst door een als gezaghebbend geziene instantie wordt gepubliceerd.

Het Hof oordeelt dat de VVP niet zorgvuldig genoeg is geweest met de samenstelling van haar lijst:

VVP heeft vervolgens, ook in hoger beroep niet aangegeven op welke wijze zij op haar website voldoende duidelijk heeft gemaakt dat de plaatsing op de zwarte lijst uitsluitend betrekking had een voornoemd gebrek aan transparantie. De ” in hoger beroep nader onderbouwde stelling ” dat de door haar gehanteerde criteria voor plaatsing op de witte dan wel de zwarte lijst op de website/via een link kenbaar waren, acht het hof in dit verband onvoldoende, waarbij mede een rol speelt dat deze criteria niet alle eenduidig betrekking hebben op de transparantie van de betrokken fonsen en hun producten, maar bijvoorbeeld ook op het ’track record” van de onderneming en haar bestuurders.

De VVP kon niet adequaat toelichten waarom Investment4U op de zwarte lijst was geplaatst en verliest daarom wederom de procedure.

Eind 2008 blogde ik al over zwarte lijsten voor webwinkels, waarbij ik de volgende vragenlijst citeerde van het College Bescherming Persoonsgegevens:

  1. Met welke gedragingen komt iemand op de zwarte lijst?
  2. Welk belang heeft het bedrijf bij de zwarte lijst?
  3. Hoe belangrijk is de dienst of het product voor de betrokken personen? Hoe belangrijker, hoe lastiger het is een zwarte lijst te hanteren.
  4. Is het gebruik van een zwarte lijst proportioneel? Met andere woorden, wegen de belangen van de winkelier op tegen de belangen van de betrokken personen?
  5. Is er geen andere mogelijkheid om de schade voor de winkelier te beperken (subsidiariteit)?
  6. Hoe en wanneer wordt iemand gemeld dat hij op de zwarte lijst staat?
  7. Hoe lang blijf je daarop staan, en wanneer ga je er weer af?

Een toelichting op de antwoorden voor elk bedrijf op je zwarte lijst lijkt me dus gepast.

Arnoud

Laster of smaad tegen een nickname

anoniem-pseudoniem-nickname-bijnaam-naam.pngEen lezer vroeg me:

Mensen gebruiken bij het schrijven van berichten op internetfora en weblogs veelal schuilnamen (nicknames) om hun privacy te beschermen. Echter zij bouwen onder deze nicknames wel een reputatie op op internet en zijn niet alleen door hergebruik van deze nickname op bijvoorbeeld een ander forum of weblog, maar anders gauw door hun schrijfstijl en inhoud, herkenbaar voor anderen. Als nu een ander een smadelijke of lasterlijke uiting tegen deze nicknaam publiceert, is dat dan strafbaar?

Smaad is “opzettelijk iemands eer of goede naam aanranden door telastlegging van een bepaald feit”, oftewel van iets concreet beschuldigen. Ook als de beschuldiging waar is, kan het smaad zijn. Als je weet dat de beschuldiging niet waar is, dan pleeg je laster.

Smaad en laster kunnen ook op websites en forums worden gepleegd, zelfs als ze relatief besloten zijn. Formeel heet het dan “smaadschrift”, omdat een webpagina een geschrift is in de ogen van de wet, en daarmee verdubbelt de maximale straf (een jaar in plaats van zes maanden cel).

Het wetsartikel eist niet letterlijk dat je de besmade persoon bij naam noemt. Maar wel moet uit de uiting duidelijk zijn om wie het gaat. “Er zit een oplichter op dit forum” is geen smaad, maar “de topicstarter in deze draad is zelf een oplichter” is dat wel. Het lijkt me dan ook niet dat het uitmaakt of die topicstarter bekend is als “Henk de Vries” of “henkiepenkie78” dan wel “Dark Avenger”. Zolang mensen weten wie ermee wordt bedoeld, is sprake van een “iemand” in de zin van de wet, en als die iemand zijn eer of goede naam wordt aangerand, kan sprake zijn van smaad.

Een lastig punt voor de praktijk is wat je kunt doen als besmade forumdeelnemer als je alleen onder zo’n nickname bekend zijn. Je kunt natuurlijk aangifte doen of zelf een rechtszaak beginnen, maar dan ben je wel je anonimiteit kwijt. En het is nog maar zeer de vraag of zo’n aangifte daadwerkelijk tot vervolging leidt of dat een eigen rechtszaak het geld en de moeite waard zijn.

Een klacht bij de forumbeheerder kan natuurlijk altijd. Lastig is alleen dat die moeilijk kan bepalen of een klacht terecht is. Een nare opmerking is lang niet altijd smaad, en zelfs als de uiting duidelijk iemands goede naam door het slijk haalt, hoeft nog geen sprake te zijn van smaad. Als namelijk “het algemeen belang de telastlegging eiste” en de poster oprecht meende dat de uiting waar was, dan kan geen sprake zijn van smaad. Maar hoe bepaal je dat in vredesnaam als forumbeheerder?

Een tussenvorm zou kunnen zijn dat je het e-mail- of IP-adres vordert van de beheerder, zodat jij zelf achter de plaatser aan kunt. Maar ook daar zit de forumbeheerder met het probleem van die afweging.

Kortom: ja, het kan smaad zijn maar praktisch gezien zie ik niet zo goed wat je kunt doen.

Arnoud

Over bannen en edits: het forumlid versus het beheer

Vele lezers vroegen me zaken als:

  • Ik ben geband op een forum en nu wil ik mijn berichten verwijderen, hoe dwing ik dat af?
  • Het forumbeheer heeft mijn berichten verwijderd, kan ik eisen dat ze teruggezet worden?
  • Er is geen reglement op ons forum maar toch zegt het beheer dat mijn berichten niet passen, wat nu?

De positie van forumleden en forumbeheer is juridisch bepaald niet duidelijk. Er is wettelijk niets expliciet geregeld, dus je moet dan terugvallen op de hoofdregels uit het recht. Helaas zeggen die niet veel meer dan “je moet redelijk en billijk tegen elkaar doen” (art. 6:2 en 6:248 BW), wat ongeveer net zo praktisch bruikbaar is als “gedraag je” vroeger op de basisschool.

Om veel problemen te vermijden, of in ieder geval te reguleren, is een goed reglement erg belangrijk. Daarin kan het beheer regelen wat wel en niet toegestaan is (bv. wel of geen off-topic discussies, wanneer berichten weggehaald mogen worden, of slowchat toegelaten is, of je mag reageren op spelfouten, noem maar op).

Is er geen reglement, dan is het lastig om te zeggen waar je aan toe bent. In principe bepaalt het beheer wat er wel en niet mag: het is hun server en zij mogen dus bepalen wat de regels zijn. Mag er niet worden gepraat over politiek, dan mag dat niet en kun je geband worden als je het toch doet. Dit volgt uit het XS4All/Ab.Fab arrest, waarin de Hoge Raad bepaalde dat de eigenaar van een server kan bepalen dat hij bepaalde zaken niet wenst te ontvangen (in dit geval ging het om spam maar de regel is algemeen).

Er zitten natuurlijk wel grenzen aan dat recht. Zo kun je regels niet van moment tot moment wijzigen zoals het jou uitkomt als beheer. Je zult wijzigingen moeten aankondigen en mensen de tijd moeten geven om hun gedrag daarop aan te passen.

Een veelgehoorde klacht gaat over berichten verwijderen. Dat kan niet zomaar: niet door het beheer maar ook niet door het forumlid zelf. Het bericht is deel van een discussie, en verwijdering verstoort die discussie. (Als het bericht illegale zaken bevat, dan mag je het natuurlijk wel verwijderen.) Een forumlid kan wel eisen dat zijn naam van berichten wordt gehaald, of dat eventuele tot hem herleidbare informatie (persoonsgegevens) uit de berichten wordt verwijderd.

Berichten aanpassen kan op zich wel toegestaan zijn, mits het dan gaat om kleine wijzigen die de strekking niet aantasten. Bijvoorbeeld hele lappen geciteerde tekst van elders verwijderen of niet ter zake doende alinea’s er tussenuit knippen.

Overigens heeft het forumlid (en niet het beheer) het auteursrecht op die berichten. Het beheer krijgt een licentie om het bericht te publiceren op het forum, maar ook in de RSS feeds en eventuele nieuwsbrieven die aan het forum vastzitten. Die licentie is waarschijnlijk eeuwigdurend, omdat er geen termijn is afgesproken. Dat betekent dat een lid niet zomaar op grond van zijn auteursrecht kan eisen dat berichten eraf gaan, ook niet als hij van het forum verbannen is.

Een forumlid zomaar verbannen kan denk ik ook niet zonder meer. Je zult vooraf aan moeten geven wat de redenen zijn waarop je iemand mag verwijderen, en een waarschuwing vooraf is nooit verkeerd. Je hebt daarna dan immers de reden “luistert niet naar waarschuwingen” en die lijkt me in principe geldig.

Het wordt hoog tijd voor wat specifiekere wettelijke regels of op zijn minst meer jurisprudentie over de relatie beheer-forumlid.

Arnoud