Opruiende twitteraar krijgt werkstraf

Een 18-jarige Hagenaar die zondag werd opgepakt omdat hij op 6 juli via Twitter opruiende berichten had verspreid, moet een werkstraf van 100 uur uitvoeren, meldde Nu.nl gisteren. Hij had mensen opgeroepen om te gaan “relle” op het Jonckbloetplein (via Tweakers), en de politie nam dat kennelijk erg serieus.

Op zich is het inderdaad strafbaar (artikel 131 Strafrecht) om “tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag” op te ruien, maar dat is niet hetzelfde als roepen “laten we gaan rellen”. Daarvoor moet je de context van de uiting bekijken: had deze persoon ook werkelijk de intentie dat er geweld gepleegd moest gaan worden? Ook mag worden gekeken naar eerdere, vergelijkbare situaties: als het gaat over een plek waar vaker gereld wordt, zal eerder sprake zijn van opruiing.

Hier was de zaak kennelijk zo duidelijk dat men supersnelrecht kon toepassen. Dat kan alleen als de zaak zo helder is als maar kan, en er dus geen rare vragen uit het dossier ontstaan. Ik neem aan dat daaronder ook valt dat de verdachte bekende dit gezegd te hebben en de bedoeling had om ook daadwerkelijk rellen uit te lokken.

Is dit alleen nieuws vanwege dat ‘via Twitter’? Waarschijnlijk wel. Maar op zich wel een interessante vraag: je moet namelijk wel een publiek bereikt hebben om van opruiing te kunnen spreken. Een beetje in je huiskamer gaan oproepen tot rellen, is niet strafbaar. Kennelijk is Twitter dus hetzelfde als aan de openbare weg gaan roepen?

Arnoud

Wanneer mag je nou op straat filmen (en dat op Youtube zetten)?

camera-foto-filmen-straat-openbare-weg.pngNaar aanleiding van GeenStijl’s berichtje van gisteren kreeg ik een hoop vragen over wat er nou wel en niet mag met filmen van mensen op de openbare weg. Ik geef dan ook maar even een samenvatting.

Hoofdregel is dat filmen en fotograferen op de openbare weg mag, omdat dat valt onder de vrijheid van informatiegaring (onderdeel van de vrije meningsuiting, artikel 10 EVRM). Gebruik je een aangebrachte camera, dan moet je mensen daarvoor waarschuwen voordat ze in beeld zijn. Bij een met de hand vastgehouden camera hoeft dat niet.

Mensen hebben portretrecht. Dat wil zeggen dat als er een “redelijk belang tegen publicatie” is, je het filmpje (of de foto) niet zomaar mag publiceren. Het wil niet zeggen dat ze het filmen of fotograferen zelf al mogen verbieden. Voor gewone mensen op straat lijkt het portretrecht niet zo sterk, hoewel daar de nodige juridische discussie over is. Voor politieagenten die gewoon aan het werk zijn, ben ik er vrij zeker van dat je ze gewoon mag filmen. Zolang je hem maar niet nodeloos hindert bij zijn werk, dus niet voor de voeten gaan lopen of een afgezet gebied betreden.

Zet je zo’n filmpje of foto online, dan kan het zijn dat je de agent onherkenbaar moet maken, zoals bleek in een rechtszaak over foto’s van flitsende agenten:

Niet alleen kan [appellant] in het kader van het kritisch volgen van het handelen van overheidsinstanties een (journalistiek) belang hebben bij de mogelijkheid op genoemde internetsite verslag te doen van de wijze waarop deze instanties een geval als het onderhavige behandelen. In hoeverre de foto’s aan dat verslag kunnen bijdragen, is een journalistieke beslissing waarin de rechter in beginsel niet dient te treden.

Film je heel intieme situaties, dan kán sprake zijn van een privacyschending. In ieder geval zul je zulke filmpjes niet zomaar kunnen publiceren.

In het filmpje waar het GeenStijl-bericht over gaat, lijkt een gesprek gefilmd te worden. Dat maakt het enigszins discutabel. Het heimelijk met een technisch hulpmiddel opnemen van een gesprek is namelijk strafbaar. Van een afstandje onopvallend filmen (met een goeie microfoon erbij) zou daaronder kunnen vallen.

Arnoud

De Google cache legen, moet dat?

Wie iets op zijn website zet dat door de rechter verboden wordt (bijvoorbeeld smaad, privacyschending of auteursrechteninbreuk), moet dat verwijderen. Logisch. Maar naast verwijderen van je eigen site kun je ook veroordeeld worden om het artikel van andere plekken op internet te laten verwijderen. De bekendste plek is de Google cache, waar tot enkele maanden na verwijdering van het origineel vaak nog een kopie te vinden is. Hoe ver kan zo’n veroordeling gaan?

In mei werden twee mensen veroordeeld wegens publicatie van een aantal onrechtmatige artikelen over vermeend seksueel misbruik van hun kind door de vader. Zij kregen daarbij de opdracht de artikelen

te verwijderen en verwijderd te houden, in zoverre dat deze artikelen op geen enkele wijze meer via welke zoekopdracht dan ook op het internet zijn terug te vinden

Een dikke maand later stond men er weer over de vraag wat dat nu betekent voor de Google cache. De gedaagde had netjes brieven gestuurd naar allerlei websites, en die hadden het artikel keurig verwijderd. Ook Google kreeg zo’n brief, maar had daar kennelijk niets mee gedaan. Was daarmee het vonnis genegeerd? (met dank aan Margriet Koedooder)

De kortgedingrechter is zelf even gaan kijken(!) bij Google en ontdekte dat deze een speciale procedure voor verwijderen van URLs uit de index en cache heeft. Die speciale procedure is in gewonemensentaal uitgelegd en gemakkelijk te vinden vanaf de Google homepage. Daarom had de gedaagde deze procedure moeten volgen, aldus de rechter.

De rechter interpreteert de hierboven aangehaalde opdracht als een “zware inspanningsplicht”: je bent niet letterlijk verplicht het overal gewist te krijgen (dat kan niet) maar je moet wel laten zien dat je alles hebt gedaan dat redelijkerwijs mogelijk was om het weg te krijgen. En zo’n plicht geldt ook voor leken:

Als [gedaagden] van mening zijn dat zij onvoldoende kennis van internet hadden om er zeker van te zijn dat zij aan het vonnis voldeden had het op hun weg gelegen zich daarover te laten voorlichten of daar nadere informatie over in te winnen. Niet is gesteld of gebleken dat zij dit (tijdig) hebben gedaan of dat zij naar dergelijke informatie hebben gezocht.

Mede daarom oordeelde de rechter dat er te weinig is gedaan om aan het vonnis gehoor te geven, zodat een dwangsom van 22.500 euro betaald moest worden.

Mooi. Een rechter met clue.

Update (5 november 2012) een Gerechtshof met clue bepaalt dat een vordering tot Google-schoonmaken alleen kan als daarom is gevraagd. Een verbod iets te zeggen impliceert niet een gebod tot weghalen wat reeds gezegd is.

Arnoud

Een hashtag claimen, kan dat?

merk-weetje-van-de-dag.pngGisteren las ik op Marketingfacts over het claimen van een hashtag. Op Twitter wordt een #hashtag gebruikt om allerlei onderwerpen mee te #markeren, zodat je eenvoudiger kunt #zoeken op die termen. Twitteraar Petra de Boevere kreeg te horen dat ze de hashtag #weetjevandedag niet mocht gebruiken, omdat deze als merk gedeponeerd zou zijn en zij daar inbreuk op zou plegen.

Petra:

Omdat ik een zogenaamde “veeltwitteraar” ben deel ik van alles. Dingen die me opvallen, die ik tegenkom, die me intrigeren, die me boos maken of verwonderen. Met de hashtag #weetjevandedag heb ik wel eens getwitterd dat een USB-stick gewoon in de wasmachine kan en het dan nog steeds doet. Of dat inundatie een ander woord is voor het onder water zetten van een stuk land uit strategische overwegingen. Afgelopen vrijdag twitterde ik: “#weetjevandedag op 18 juni 1815 werd Napoleon Bonaparte definitief verslagen bij Waterloo http://bit.ly/bv0EEY” en gisterochtend: “#weetjevandedag op 20 juni 1877 zet Alexander Graham Bell de eerste commerciële telefoondienst op”.

Het merk in kwestie is een beeldmerk (zie plaatje voor het depot) waarin inderdaad de tekst “weetje van de dag” staat. Op beeldmerken kun je in principe alleen inbreuk maken als je het plaatje gebruikt of iets wat daar te veel op lijkt. Het is een oude en lastige discussie of je tekst úit dat plaatje als zodanig ook als merkinbreuk mag zien. Dat kan, als de tekst op zichzelf ook een geldig woordmerk zou kunnen zijn. Maar meestal deponeren mensen dit soort beeldmerken omdat de tekst geen merk kan zijn en ze dan toch nog maar iets gedeponeerd hebben.

Dat lijkt me ook hier het geval. Ik geloof geen seconde dat de term “weetje van de dag” onderscheidend is voor een dienst waarbij je elke dag een weetje meldt. Hoe lang je die dienst ook al verricht, het is en blijft de normale omschrijving voor wat je doet. En daarom kan die term niet als merk beschermd zijn. Het logo natuurlijk wel, maar er kan dan alleen sprake zijn van merkinbreuk als mensen het logo kapen.

Het bedrijf meldt op haar website dat ze een rechtszaak over merkinbreuk gewonnen heeft. Ik kan daarover op rechtspraak.nl of boek9.nl niets over terugvinden, dus dat is lastig te verifiëren. Maar afgaande op de beschrijving daar ging het niet alléén over het merk: ook de inhoud van de mailinglist zou zijn geherpubliceerd. Het lijkt me uitermate sterk dat ze een rechtszaak zouden winnen waarbij zelf bedachte weetjes onder die naam worden verspreid.

Als -en ik zeg áls- iemand een geldig woordmerk heeft, dan zou het merkinbreuk kunnen zijn als je je commerciële twitterberichten voorziet van dat woordmerk als hashtag. “Grolsch vandaag in de aanbieding #bavaria” zou denk ik niet door de beugel kunnen.

Arnoud

Smileys bij internetbedreiging leiden tot vrijspraak

smiley-emoticon.pngOpmerkelijk: een bedreigende tekst wordt niet strafbaar geacht omdat er smileys bij stonden. Het Gerechtshof Amsterdam sprak half mei een minderjarige verdachte vrij om die reden (via Cops in cyberspace). Hij had minister-president Balkenende een boos bericht gestuurd, maar de smileys (en de bewoordingen) maakten dat de MP zich niet daadwerkelijk bedreigd had kunnen voelen van dit bericht.

Het arrest geeft de letterlijke tekst van de Hyveskrabbel (dat het Hof overigens een ‘jongerennetwerk’ noemt) in de tenlastelegging:

ey bolle vet zak met je kanker bolle kanker bril je gaat died bitch ik kom je halen

Ik moest vervolgens lachen om de direct daaronder staande standaardzin:

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

De tekst “je gaat [dood] … ik kom je halen” zou je kunnen zien als een “bedreiging tegen het leven” zoals de wet dat formuleert. Maar een uiting is pas een bedreiging als de ontvanger zich ook daadwerkelijk bedreigd had moeten voelen. En dat was hier niet mogelijk: het ging immers maar om Hyveskrabbels die ook nog eens vol smileys stonden. Dat mag je niet serieus nemen.

Ook opmerkelijk vond ik nog dat het Hof het OM verwijt dat ze niet ook ‘belediging’ ten laste gelegd heeft. Die aangehaalde zin had immers prima als belediging kunnen worden gezien, en daarvoor had de verdachte dan kunnen worden veroordeeld. Maar dan moet het OM dat wel opnemen in de tenlastelegging.

Dit is bij mijn weten het eerste arrest over smileys, maar helaas staat er dan weer geen smiley in het arrest zelf.

Arnoud

De mogelijkheden van het internet beproeven

Toegang tot informatie is een grondrecht, zo bepaalt artikel 10 EVRM. Ja, de vrije meningsuiting omvat niet alleen het recht dingen te zeggen maar ook dingen te horen. Een verbod om bepaalde informatiekanalen aan te boren kan dus in strijd zijn met dat recht. En met die redenering wordt nog wel eens geprobeerd een verbod opzij te zetten om satellietschotels op te hangen aan een flat of huurhuis.

Dat gaat met wisselend succes. Dat recht om informatie te ontvangen mag namelijk worden ingeperkt als dat nodig is om belangen van anderen te beschermen. Het belang van de huisbaas of de vereniging van eigenaren om een mooi uitziend pand te houden (en geen oerwoud aan schotels) is zo’n belang. De rechter moet dan deze belangen tegen elkaar afwegen: hoe groot is het belang om televisiekanalen te ontvangen via een schotel en hoe groot is het belang om een mooi pand te behouden?

Die afweging is vaak erg afhankelijk van de specifieke situatie. In deze zaak werd bijvoorbeeld de schotel toelaatbaar geacht, omdat deze nauwelijks zichtbaar was vanaf de plek waar deze hing (“de kantonrechter heeft het hoofd in de nek moeten leggen om vanaf de straat de schotelantenne door het struweel van de bomen heen te kunnen zien”). Bovendien was een internetabonnement voor deze huurder (een bijstandsmoeder) een te grote investering.

Maar in deze zaak (via NJBlog) werd juist het argument “ga maar eens op internet” als doorslaggevend aangemerkt:

Voorts geeft artikel 10 EVRM geen recht op gratis informatie. Huurder heeft niet gesteld of aangetoond dat de kosten van de alternatieven zodanig hoog zijn dat hij deze redelijkerwijze niet kan betalen, terwijl bovendien van hem verlangd kan worden de mogelijkheden van het internet te beproeven.

Maar daar moet wel aan worden toegevoegd dat het hier ging om het ontvangen van Franse, Italiaanse en Spaanse zenders, terwijl in de andere zaak het ging om Turkse zenders. Er zijn genoeg Franse/Italiaanse/Spaanse zenders op de kabel, zodat de verhuurder sneller kan aantonen dat zijn belang zwaarder moet wegen.

Update (22 juni 2011): het Hof Arnhem vindt in een andere zaak dat een schotel wel degelijk eraf moet, omdat de huurder geen specifiek belang had aangegeven bij de zenders die hij wilde kijken. Ook stond het pand niet “in een buurt zonder enige esthetische aspiratie”. De verhuurder had daarmee een zwaarder wegend belang.

Update (1 november 2011): in nog een schotelzaak wordt het antenneverbod in strijd met artikel 10 EVRM geacht. Het vonnis benoemt de “zuiver esthetische belangen” van een antenneloos pand en de boosheid van andere bewoners dat hun antenne er wél af moest als onvoldoende om de inbreuk op het grondrecht te rechtvaardigen.

Arnoud

Ik wil mijn dossier op internet zetten, mag dat?

dossier-bestand-folder-mappen-papier-papieren.jpgDiverse lezers vroegen me, in allerlei variaties:

Al geruime tijd ben ik verwikkeld in een conflict met een niet nader te noemen instantie. Mijn klachten worden constant getraineerd en afgewezen om onterechte redenen, zelfs nadat ik reeds enkele rechtszaken heb gewonnen en ze gewoon moeten doen wat de rechter zegt. Nu wil ik dit graag eens onder de aandacht van het publiek brengen, dus ik ga een website bouwen en daar het hele dossier op zetten. Maar mag dat eigenlijk wel, of krijg ik dan last met bv. de privacywetgeving?

Op zich is het toegestaan om een website te bouwen (of op andere wijze te publiceren) over een bepaalde situatie. Alleen bij het publiceren van concrete dossierstukken moet je uitkijken. De privacywetgeving is het belangrijkste probleem: een brief van de wederpartij kan naam en adres van een specifieke medewerker bevatten, en publicatie daarvan is een privacyschending. Je zult dus dat soort gegevens altijd moeten anonimiseren.

Bij uitgebreidere stukken, zoals bijvoorbeeld deskundigenrapporten of adviezen van derden, krijg je mogelijk ook te maken met auteursrechten. Zo’n stuk kan bijvoorbeeld een lap tekst of een afbeelding uit een werk van een ander bevatten, en het is niet gezegd dat je dat online mag publiceren. Bij het schrijven van zulke stukken wordt vaak geen rekening gehouden met auteursrechten, omdat de auteur niet verwacht dat die stukken openbaar gemaakt worden.

Correspondentie tussen advocaten moet je ook niet zomaar openbaar maken. Er bestaat zoiets als “confraternele correspondentie”, oftewel correspondentie tussen advocaten waarmee ze proberen een zaak te schikken. Dergelijke correspondentie mag niet zomaar ‘in het geding’ worden gebracht (art. 12 en 13 van de gedragsregels voor advocaten). Een advocaat die zo’n brief zomaar aan de rechter overhandigt, handelt in strijd met die gedragsregels.

Het is niet duidelijk of dit ook geldt voor de cliënt, maar als een advocaat willens en wetens meewerkt aan zo’n publicatie door zijn cliënt dan heeft die advocaat toch wel een probleem denk ik. In het hoger beroep in de Nijntje-zaak heeft Nijntje (Mercis) mede op die grond geëist dat Mijndomein ophoudt de toegezonden stukken te publiceren.

Een vonnis of beschikking van de rechtbank mag altijd online. Dit is publieke informatie waar geen rechten op zitten. Als het vonnis niet ter zake doende namen of andere persoonsgegevens noemt, is het netjes die te anonimiseren. Procedeer je bijvoorbeeld tegen een gemeente, dan hoeft de naam van de behandelend ambtenaar niet genoemd te worden.

Arnoud

Op persoonlijke titel

banner-titel-naam-persoonlijk.jpgEen lezer vroeg me:

Af en toe zie je brieven of andere publicaties waarin iemand dingen zegt met zijn functie erbij, en dan “op persoonlijke titel”. Heeft dat nog een juridische betekenis?

Nee, niet dat ik weet. In ieder geval niet direct, ik ken geen enkele wet of regel die het heeft over de status van een uitspraak in het licht van de titel die de spreker voert. In de meeste gevallen gaat het ook puur om een verzoek: wilt u dit niet presenteren als de mening van het bedrijf.

Het kan van belang zijn bij toezeggingen of verklaringen over juridische situaties die de spreker doet. Als hij daarbij de indruk wekt namens het bedrijf te spreken, dan zou je het bedrijf onder omstandigheden daaraan kunnen houden (art. 3:61 BW). Een woordvoerder die zegt dat alle schade natuurlijk gewoon hun domme schuld is, zadelt zijn werkgever op met een aardige schadeclaim.

Door op zo’n moment “op persoonlijke titel” te spreken, kun je in ieder geval juridisch niet meer zeggen dat je mocht denken dat de persoon namens het bedrijf sprak.

Ik vond één vonnis waarin de vraag of iemand op persoonlijke titel sprak, relevant bleek. Een ambtenaar had via een ingezonden brief in de krant zijn mening geuit over een burger die veelvuldig procedeerde (“is het een vorm van arbeidstherapie om de dag door te komen?”). Deze spande daarop een proces aan tegen de gemeente, maar kreeg ongelijk bij de rechter:

Het is niet komen vast te staan dat [y] de gegevens waarvan hij zich in de brief bediende, alleen maar heeft kunnen verkrijgen als ambtenaar van de Gemeente; de gegevens hebben immers een openbaar karakter. Niet is dus gebleken dat [y] als schrijver van een ingezonden brief op persoonlijke titel, misbruik heeft gemaakt van zijn positie als ambtenaar.

De proceslustige burger had namelijk als stelling opgevoerd dat de ambtenaar de inhoud van de brief alleen had kunnen schrijven door kennis van zaken die alleen bij de gemeente bekend waren. Daarom moest de brief wel worden gezien als een brief van de gemeente. Maar dat ging dus niet op. De inhoud was onder andere gebaseerd op openbare rechtszittingen, en ook als aanwezig ambtenaar mag je daar dan gewoon uit putten.

Bij het zoeken vond ik trouwens ook nog deze zaak over de vraag of een jachtovereenkomst op persoonlijke titel met twee jagers was gesloten of met een de vereniging waar zij lid van waren. De inhoudsindicatie? “Geen eeuwige jachtvelden”. LOL.

Arnoud

Politie confisqueert computers van blogger-journalist om prototype iPhone

gizmodo-apple4-iphone-gestolen-journalistiek.jpgDe Amerikaanse politie heeft een inval gedaan in het huis van de Gizmodo-redacteur die de iPhone 4G besprak, meldde Tweakers gisteren. De redacteur had een bespreking gepubliceerd van een prototype van de nieuwste versie van de iPhone. Een Apple-medewerker had dit in een café verloren, en Gizmodo had de vinder 5000 dollar betaald om het apparaat in handen te krijgen.

Apple bleek aangifte te hebben gedaan van diefstal, waarna de politie bewijsmateriaal kwam verzamelen bij de redacteur thuis. Of dat had gemogen is nog maar de vraag: in Californië geldt een expliciete wettelijke bronbescherming voor journalisten, en mogelijk kan Gizmodo zich daar op beroepen. Mogelijk, want Gizmodo is geen krant of televisieprogramma maar een blog en die worden niet in die wet genoemd.

Bovendien ging het om een langs heling verkregen apparaat, want in Californië pleeg je diefstal als je een gevonden voorwerp zelf houdt terwijl je zou moeten weten naar wie het terug moet (als ik het goed begrijp). Het is dan ook nog maar zeer de vraag of hier sprake is van bronbescherming.

Ook in Nederland kennen we bronbescherming voor journalisten, maar dat is niet expliciet in de wet vastgelegd. Volgens het Europese Hof van Justitie volgt dit echter uit het recht op vrije meningsuiting (Goodwin-arrest), en ook onze eigen Hoge Raad heeft erkend dat dit recht bestaat (Ravage, Telegraaf, Van de Biggelaar-arresten). Dat recht is niet onbeperkt: als er een “overriding requirement in the public interest” is om de bron te onthullen, mag het verschoningsrecht opzij gezet worden. In de Ravage-zaak ging het om een brief met mogelijke dadergegevens van een bomaanslag, en in de Telegraafzaak over mogelijke ontvreemding van staatsgeheimen.

Ik twijfel heel erg of dit onder bronbescherming zou moeten vallen. Tuurlijk, de inhoud van de nieuwste iPhone is nieuws maar je moet weten dat dit een onbedoeld kwijtgeraakt exemplaar is. En als dan de lokale wet ook nog zegt dat het diefstal is om zo’n ding te bewaren, denk ik niet dat je veel keus hebt dan het ding teruggeven.

Arnoud

Bedreigen op 4chan niet strafbaar

4chan-posts-forum.pngOMGWTFBBQ. Ja sorry, maar weinig andere openingszinnen zijn gepast als je rechtspraak leest waarin iemand vrijgesproken wordt van bedreiging door een post op 4chan én het niet strafbaar wordt verklaard om op andermans draadloze netwerk mee te liften (via). Zeker als blijkt dat de rechter de disclaimer op de frontpage van 4chan de doorslag laat geven.

De site 4chan, meer specifiek /b/, is een plaatjes- en discussieforum waar kort gezegd geen regels gelden. Alles mag, en alles (ja alles) gebeurt daar ook. Een belangrijk onderdeel van de discussies daar is opzettelijk shockeren en beledigen van alles wat los en vast zit.

Enkele dagen na de schietpartij op een school in Duitsland postte de verdachte in deze zaak het volgende bericht:

Tomorrow I”ll go and kill some peeps from my old school, the Maerlant college in The Hague. I have made arrangements already in the school, so I will be able to make a good getaway. I parked two vehicles next to both of the exits and have been studying the building plans.

Vanwege die timing is het begrijpelijk dat de school hiervan schrok. De Haagse politie stelde na een tip meteen een onderzoek en het Maerlant College onopvallend beveiligde. Men vroeg bij KPN de NAW-gegevens op achter het IP-adres waarmee de post was geplaatst (ik weet niet hoe ze aan dat IP-adres kwamen). Dat bleek de buurvrouw te zijn van de verdachte.

Na technisch onderzoek van de router (die bij buurvrouw in beslag werd genomen) werden drie MAC-adressen aangetroffen die niet tot computers in dat huishouden te herleiden waren. Vervolgens is men gaan rondkijken in de buurt:

Uit nader onderzoek is vervolgens gebleken dat een oud-leerling van het Maerlant College, genaamd [Z], binnen het bereik van de router van [X] woonde. In diens woning is na binnentreden op zondag 15 maart omstreeks 11.25 uur geen voor internetgebruik geschikte computer, maar wel een X-BOX spelcomputer aangetroffen. Daarnaast lag een briefje, waarop met pen stond geschreven: Speedtouch 51EB02, [gegevens]. Het gaat hier om de gegevens van de in de woning van [X] aangetroffen router.

Ik ben heel erg benieuwd hoe dit nu precies in het werk is gegaan. Hoe kom je als politie te weten waar oud-leerlingen van een bepaalde school wonen? En hoe bepaal je het bereik van zo’n router?

Na geconfronteerd te worden met het bewijs, waaronder het MAC-adres van zijn iBook in de router van de buren, bekende de verdachte het bericht geplaatst te hebben. Maar hij had nooit echt de bedoeling om op zijn oude school een bloedbad aan te richten:

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat “het de bedoeling van 4chan is om mensen te shockeren, het is een soort uitlaatklep van internet. Je kunt daar dingen neerzetten zonder consequenties. Het is allemaal fictieve bullshit die iedereen daar neerplempt.” Hij verkeerde in de veronderstelling dat hij een beter bericht dan de eerdere twee kon opstellen.

De rechter oordeelde dan ook dat de verdachte niet de intentie had om werkelijk tot daden over te gaan. Bovendien stond er een disclaimer bovenaan de site:

The stories and information posted here are artistic works of fiction and falsehood. Only a fool would take anything posted here as a fact

De verdachte hoefde er dus geen rekening mee te houden (“had niet de aanmerkelijke kans aanvaard”) dat anderen zich door zijn bericht daadwerkelijk bedreigd zouden voelen.

Ook verklaart de rechter het niet strafbaar om alleen maar mee te liften met andermans draadloze netwerk. Pas als je toegang tot gegevens op dat netwerk zoekt, val je onder computervredebreuk. Dit wordt gebaseerd op een opmerking uit de parlementaire behandeling van de allereerste Wet Computercriminaliteit uit 1989 (Memorie van Toelichting, TK 1989/90, 21511, nr. 3, p. 15):

De wetgever heeft, zoals uit de wetsgeschiedenis blijkt, met artikel 138a, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (“computervredebreuk”) diegene willen beschermen “die blijkens feitelijke beveiliging heeft duidelijk gemaakt dat hij zijn gegevens heeft willen afschermen tegen nieuwsgierige blikken”

Dit lijkt me echt onjuist, in ieder geval met het huidige artikel 138a. Dat bevat een expliciete scheiding tussen het binnendringen (lid 1) en het toegang tot gegevens verkrijgen (lid 2).

Hoe de rechtbank vervolgens kan oordelen dat er “geen belang is geschaad” van de eigenaar van de router, is voor mij ook volstrekt onbegrijpelijk. Er is ’s avonds laat een politieteam langsgegaan, men heeft ze verhoord over het willen plegen van een aanslag op een school, computerapparatuur is in beslag genomen en ga zo maar door. Is het gevrijwaard willen blijven van betrokkenheid bij misdrijven geen belang dat je zou willen beschermen?

Arnoud<br/> PS: rules 1 & 2 only apply during raids.