Informatieplichten over beveiliging voor providers

opta-logo.jpgInternetproviders en met name aanbieders van mobiel internet dienen volgens telecomwaakhond OPTA hun klanten beter te informeren over de gevaren op het web, meldde Nu.nl eergisteren. De OPTA, die ook toezicht uitoefent over internetaanbieders, heeft beleidsregels uitgegeven over de informatieplichten van internetaanbieders. Op grond van art. 11.3 Telecommunicatiewet is de OPTA bevoegd deze regels op te leggen en met boetes naleving af te dwingen.

De OPTA noemt in de beleidsregels (die als niet-kopieerbare PDF aangeboden worden, argh!) informatie over deze onderwerpen als minimum:

  • Het binnenkrijgen van spam, phishing-mails, spyware en andere malware.
  • <li>Het ongewenst door anderen laten gebruiken van een (draadloze) internetverbinding of van de eigen computer.</li>
    
    <li>Het bereikbaar zijn(!) van ongewenste websites.</li>
    
    <li>Het laten kapen van de eigen computer zodat daarmee spam, phishingmails of malware verstuurd kan worden (door deelname aan een botnet).</li>
    

De informatie moet duidelijk, ondubbelzinnig, actueel en relevant zijn. Een tekst als “Om veilig te internetten zou u een virusscanner moeten installeren” is bijvoorbeeld onvoldoende volgens de OPTA, omdat je daarmee mensen niet informeert over de risico’s als je die niet installeert. “Onveilig” is niet duidelijk genoeg.

Providers moeten een aparte pagina op hun website maken waarin ze deze informatie opnemen. Deze moet met één klik vanaf de homepage of landing page te bereiken zijn waar men het abonnement kan afsluiten.

De OPTA is al sinds 2007 bezig met het formuleren van passende regels. Dat gaf nog aardig wat ophef onder de ISP-community. Het zou bemoeizucht van de OPTA zijn of zelfs “gezochte werkgelegenheid“. Dit omdat “de maatregelen zodanig standaard zijn, dat ze allang door elke welopererende ISP in Nederland genomen zijn”, aldus Simon Hania van (destijds) XS4All.

Wat vinden jullie van deze regels? Heeft het nut om ISP’s te verplichten hierover informatie te verschaffen? Of wat zou men beter kunnen doen?

Je kunt je bijvoorbeeld afvragen of het nu juist de ISP’s moeten zijn die deze informatie gaan verspreiden. Zelf zou ik verder meer zien in verplichte maatregelen om deze beveiligingsrisico’s tegen te gaan. Internetrechtexpert Gerrit-Jan Zwenne (Leiden, Bird & Bird) zegt bijvoorbeeld terecht:

Ook als ik wordt geinformeerd over de risico’s van spam en botnets, blijf ik daarvan last hebben. Om echt iets te doen aan internetveiligheid moet meer gebeuren. Ik maak mij sterk dat OPTA heel wel in staat is om aanbieders te verplichten botnets op te sporen en te verwijderen. En als het moet zou OPTA dat ook zelf kunnen doen.

Denk aan scanners die bergen uitgaande spam of phishingmails detecteren en dan de betreffende poort sluiten of het internetverkeer van die computer beperken. Volgens mij werkt dat beter dan een folder met “pas op met het openen van bijlagen bij e-mail”.

Arnoud

Betalen om te bieden op het recht te mogen bieden op een veiling – eh, wat?

swoopo-logo.pngWebwinkels snap ik, en veilingsites over het algemeen ook. Maar wat het model achter Swoopo is, ontgaat me volledig. Betalen voor het recht om te bieden op een veiling? En nog leuker, betalen voor een betaling voor het recht om te bieden?

Voor zover ik er chocola van kan maken, is het idee dat je 75 cent betaalt om het recht te verwerven een product te mogen kopen tegen de huidige prijs. Na die betaling gaat de prijs met 15 cent omhoog, en hebben andere mensen de gelegenheid ook zo’n recht te kopen. Op zeker moment is de tijd op (die wordt trouwens verlengd bij elk aangekocht recht) en dan krijgt de laatste betaler van 75 cent het product voor de dan geldende prijs. Daarnaast gaat Swoopo bij iedere betaler langs om 75 cent te incasseren per bod dus.

Maar het kan nog leuker: je kunt ook bieden op die rechten. Je betaalt dan dus 75 cent om met een beetje geluk het recht te verwerven om voor 75 cent te mogen bieden op producten. Waarbij je dus rustig meer dan 75 cent kwijt kunt zijn voor zo’n bieding. Ik begrijp dit niet. Jullie wel?

Het komt me allemaal nogal gezocht over, en op het moment dat verkopers met gezochte technieken aankomen waarmee je heel goedkoop iets zou kunnen kopen, gaan bij mij de oneerlijkehandelspraktijkalarmbellen rinkelen. Zo ook hier. Kan dit wel door de beugel? Hebben mensen door dat het goed mogelijk is dat ze meer betalen dan de nieuwprijs van de artikelen?

Een verboden kansspel lijkt het me niet. Alle handelingen zijn afhankelijk van wat andere deelnemers doen, en niet van het lot. Maar toch vind ik het hoogst merkwaardig. Zouden jullie hieraan meedoen?

Via Ted Dzubia in The Register.

Arnoud

URL-manipulatie is geen merkinbreuk

ebeat-hyperlink-merk.gifStel, iemand ontdekt een beveiligingslek in je website. Wat doe je dan? a) Je repareert het lek en bedankt die iemand of b) Je gooit die persoon van je website en je start een rechtszaak wegens merkinbreuk. U dacht a? Dan moet u misschien eens als consultant langs bij e-learning provider eBeat, want die kozen voor b. En haalden gelukkig bakzeil bij de voorzieningenrechter.

Het bedrijf Handyman had voor interne opleidingen een digitale leeromgeving bij the Beat Factory afgenomen. Een slimme werknemer van Handyman merkte dat je door de URL’s in dat systeem aan te passen, je je cursusresultaten kon aanpassen. Hij mailde dat naar eBeat De reactie van Beat Factory? De toegang van de werknemer afsluiten en haar advocaat op Handyman afsturen wegens inbreuk op het merkenrecht.

De eis wordt vooral afgewezen omdat er geen sprake is van een spoedeisend belang, wat toch een vereiste is voor een kort geding. Ook heeft Beat Factory op geen enkele wijze schade geleden door deze actie. Sterker nog, de rechter laat doorschemeren dat Beat Factory zich aardig aanstelt:

[de actie was] juist gericht op het behartigen van het belang van The BEAT Factory, die dit zeer wel zó kon begrijpen en er zó ook profijt van had kunnen hebben.

Maar hoezo dan merkenrecht? Nou, de merk- en handelsnaam ‘ebeat’ stond namelijk in de aangepaste URL. Zoals Boek9.nl het droogjes omschrijft:

The BEAT Factory ziet dit als een inbreuk op haar intellectuele eigendomsrechten. De voorzieningenrechter niet.
Het gebruik van een tekst in een URL is geen inbreuk op een beeldmerk (ja, een beeldmerk!), noch een verboden gebruik van een handelsnaam.

Omdat Beat Factory haar vordering op het merkenrecht had gebaseerd, krijgt ze nu als verliezende partij de volledige proceskosten om haar oren: zesduizend euro voor de advocaat plus 4095 euro voor de ingeschakelde informaticus. Die trouwens met 195 euro uurtarief een aardige concurrent voor de advocaat lijkt te worden.

Mis ik iets of was dit een hele domme actie van Beat Factory?

Arnoud

Popeye publiek domein, maar nog wel merk

popeye-publiek-domein-2009.pngElk jaar op 1 januari is het zo ver: het publiek domein wordt weer uitgebreid. Het auteursrecht verloopt 70 jaar na het overlijden van de maker, en voor het gemak definieert de wet het precieze moment als 1 januari van het jaar volgend op die 70 jaar. Bij Creative Commons en Boek 9 mooie overzichtjes. Eén sprong eruit: Popeye!

Jaja, de spinazie-etende held (die mij als kind nooit overtuigd heeft van het nut spinazie te eten, sorry mam) is nu publiek domein, dus met de afbeeldingen en het karakter kan iedereen doen wat hij wil. Behalve in de VS: daar valt Popeye als work for hire onder de regel van 95 jaar na eerste publicatie. Daar moet men dus tot 2024 wachten met t-shirts, herdrukken en nieuwe avonturen van Popeye uitgeven.

Het wordt trouwens nog wel heel goed uitkijken voor wie dat in Europa wil gaan doen, want de naam Popeye is als merk geregistreerd (Beneluxmerk 0402037 voor de naam en 0413388 voor het beeld). Op zich kan dat, een naam of logo kan prima een merk zijn voor producten, en dat staat dan los van eventueel auteursrecht op dat logo. Maar onhandig is het wel wanneer het auteursrecht vervalt. Want welke exploitatie is dan mogelijk van het publiek domein werk?

In principe mag je nu alles doen met de tekeningen van Popeye-schepper Elzie Segar. Waar het merkenrecht in beeld komt, is wanneer je de naam of de afbeelding van Popeye gaat gebruiken als naam of logo voor je producten of diensten. Een tekening op t-shirts drukken en die verkopen is geen probleem, maar een kledinglijn beginnen en die “Popeye” noemen zal je gegarandeerd een juridisch conflict opleveren.

Een leuk twijfelpunt is een heruitgave van de oude strips, want die hebben als naam van de serie “Popeye”, en een serienaam is iets dat onder het merkenrecht kan vallen. De heruitgever zal dus goed uit moeten kijken dat hij duidelijk maakt dat het een heruitgave is onder zijn eigen merk van de oude strip Popeye.

Heeft uitgever Hearst nog een legitiem belang bij het merkrecht nu het auteursrecht op het karakter vervallen is?

Via Slashdot, dat het verschil tussen auteursrechten en merken niet snapt.

Arnoud<br/> Afbeelding via Christie’s.

Nieuwe wetten voor webwinkels – lezing op Webwinkel Vakdagen 2009

webwinkel-vakdagen.pngWas u van plan naar de Webwinkel Vakdagen te gaan in januari? Of aarzelt u nog? Misschien dat mijn presentatie u dan over de streep trekt:

Voor webwinkels zijn er veel wetten gewijzigd en bijgekomen het afgelopen jaar. Wat betekent dat nu voor u? ICT-jurist Arnoud Engelfriet praat u in 45 minuten bij. Mag u nog tell-a-friend systemen hanteren? Houdt u zich aan de nieuwste privacyregels? En heeft de EU uw reclame of marketinginstrumenten vorige zomer toevallig verboden verklaard?

Bekijk de rest van het programma en schrijf u snel in! Een gratis presentje voor alle bezoekers die vaste lezers van deze blog blijken te zijn.

Arnoud

Publiek debat over internetcensuur

adsl-filter-internet-censuur.pngHet schiften van internetverkeer is niet langer iets van landen met een dictatoriaal regime, maar komt ook in Europa op. Nu.nl schrijft over het artikel in het Tijdschrift voor Internetrecht van emeritus professor Dommering (IViR), waarin deze zich terecht boos maakt over de trend om steeds meer dingen op internet preventief te gaan filteren. Hij hoopt hiermee een publiek debat over nut en noodzaak van filteren op te zetten.

Waarom deugt filtering niet? Dommering ziet vier redenen waarom dat zo is:

  1. Filtering is preventieve controle op openbare informatiestromen. Dat valt onder het kopje “censuur” en dat is verboden onder onze Grondwet.
  2. Filteren is disproportioneel. Het is zowel ineffectief als te breed: er is te makkelijk omheen te gaan, terwijl er ook te veel legitieme informatie geblokkeerd wordt door zo’n filter.
  3. Het ontbreekt aan transparatie. Zwarte lijsten zijn meestal geheim en daarmee oncontroleerbaar.
  4. De gefilterden hebben geen eerlijk proces. Gebruikers die de toegang geweigerd worden via een filter, hebben meestal geen mogelijkheid om daartegen te protesteren. En belangrijker: mensen wiens site op de zwarte lijst gezet wordt, hebben die mogelijkheid niet.

Hij wijt de wens om toch te filteren aan de risicomaatschappij: er kunnen nadelige dingen te vinden zijn op internet, dus moeten we dat risico inperken door te gaan filteren. Ook merken de meeste mensen niet snel dat er een filter is, zodat er “niets aan de hand is”. Zwartgemaakte artikelen in de krant vallen iedereen op, en als een tijdschrift een week niet verschijnt wegens een verbod door de censor, merken alle abonnees dat meteen. Maar een willekeurige website?

Een loffelijk streven van Dommering dus, maar ik vraag me om precies die redenen wel af of dat debat er gaat komen. Er zijn namelijk hele nare dingen op internet te vinden, en tot nu toe is er weinig te merken van filters. Dus waarom zou de burger dan iets tegen filters moeten hebben?

(Excuses, deze was in de conceptmodus blijven hangen.)

Arnoud

MD5-beveiligingsmechanisme achter vertrouwde websites gekraakt

Nou, mooi is dat. Ben ik net uit bed na een erg leuke oudejaarsavond, blijken een stel beveiligingsonderzoekers e-commerce gekraakt te hebben. Of nou ja, de beveiligingstechniek achter een hoop e-commerce sites. Dit omdat het MD5-algoritme, een klein maar cruciaal deel van de gebruikte beveiligingstechniek al drie -pardon, vier, het is 2009- jaar bijzonder zwak blijkt te zijn. Dankzij deze zwakte kan een aanvaller een nepsite voorzien van volstrekt authentiek uitziende certificaten, zodat niemand meer kan detecteren dat het een nepsite is.

Beveiligde websites, veel gebruikt bij e-commerce sites, maken gebruik van certificaten waarmee een browser kan vaststellen of hij met de echte site communiceert. Die certificaten worden uitgegeven door onafhankelijke instanties zoals CACert of Thawte, en zijn voorzien van hun digitale handtekening zodat er niet mee te knoeien valt.

De fout zit in het MD5-algoritme, dat gebruikt wordt bij het genereren van die digitale handtekening. MD5 genereert een hash, een korte code die uniek is voor het te signeren certificaat, en vervolgens wordt de handtekening geplaatst over die hash. Dit is veel sneller dan het hele certificaat zelf signeren. Het blijkt namelijk veel eenvoudiger dan gedacht om een tweede certificaat te genereren met inhoud naar keuze dat dezelfde hash heeft als het certificaat van zo’n instantie. En daarmee zal iedere browser dat nepcertificaat accepteren als authentiek.

Al in 2005 was bekend dat het MD5-algoritme deze zwakheid had, maar tot nu toe werd dit door veel mensen als een puur theoretische mogelijkheid afgedaan. Met deze publicatie wordt duidelijk dat dit een reële dreiging is. Gelukkig hebben zowel Microsoft als Mozilla maatregelen aangekondigd.

Klikken jullie trouwens ook al die irritante waarschuwingen over certificaten weg zonder ze te lezen? Ik zou het liever niet doen, maar soms heb je weinig keus als je een bepaalde website wilt gebruiken.

Arnoud

Over productreviews en het bespreken van bedrijven

benzinepomp-prijs-vast.pngHet bouwen van vergelijkingssite is de laatste tijd populair, ik krijg er in ieder geval opvallend veel vragen over. Zou het met de crisis te maken hebben? In ieder geval, het levert leuke juridische kwesties op, zoals de vraag of je een bedrijf tegen diens zin in je vergelijker op mag nemen, en vooral de vraag wat je mag en moet doen met recensies.

Want prijzen zijn leuk, maar als lezer wil je toch liever weten wat nu de beste winkel, de handigste telefoon of het grappigste spel voor je spiksplinternieuwe Wii (jaja, kerstkado) is. En nog liever hoor je waar je de slechtste service, botste horken of langste levertijd krijgt, zodat je die winkels kunt mijden. En dan wordt het pijnlijk, want winkeliers hebben weinig behoefte om in zo’n overzicht te staan. Welke grenzen heb je nu als beheerder van zo’n site?

Het staat iedereen vrij zijn mening te geven over een winkel, of die winkel daar nu op zit te wachten of niet. Je mag dus gerust een platform bieden voor meningen over winkels, of over bedrijven of producten natuurlijk. Als beheerder ben je niet aansprakelijk voor die meningen, mits je ze maar niet vooraf modereert of controleert. Wel moet je optreden bij (terechte) klachten.

Als een bedrijf komt klagen, zal dat meestal zijn omdat iemand negatieve kritiek heeft. Negatieve kritiek mag, maar die moet wel gefundeerd zijn in de feiten. Het is dus een goed idee om bij recensies de eis te voeren dat negatieve kritiek op jouw verzoek onderbouwd kan worden met bewijs. Het bedrijf de mogelijkheid van een weerwoord bieden is ook erg belangrijk, als een bedrijf zich niet kan verdedigen tegen kritiek, heeft het sneller een juridische claim. In het Garagetest-vonnis zorgden deze maatregelen dat het forum niet aansprakelijk was voor negatieve recensies.

Verder: je mag bedrijfs- of productlogo’s tonen, mits je dat maar op een nette en zakelijke manier doet. Toon ze dus bij alle bedrijven of producten uit een categorie, en vermijd alles waarmee mensen kunnen denken dat jij een zakelijke band met het bedrijf hebt. Houd logo’s dus klein en zet ze niet vlak naast je eigen logo. En vraag je af of je dat logo echt wel nodig hebt. Kun je niet volstaan met het gewoon typen van de naam?

Een ander goed idee is het monitoren van IP-adressen van plaatsers. Daarmee kun je mensen herkennen die onder verschillende namen steeds hetzelfde bedrijf afkraken – of juist ophemelen. Het zal niet de eerste keer zijn dat een bedrijf zichzelf de hemel in prijst onder naam van een zogenaamd tevreden klant. Of juist de concurrent consequent de grond in boren. Met zo’n controle kun je dat opsporen en tegengaan (bv. met een IP-ban). Je moet trouwens wel in je privacyverklaring melden dat je dit soort dingen doet.

Je hoeft dus geen toestemming te vragen aan een bedrijf om het bedrijf of diens producten in je vergelijkingssite op te nemen. Het kan wel, alleen kun je je afvragen waarom een bedrijf daar toestemming voor zou geven. Zeker als je in het contract zet dat je ook negatieve kritiek zult plaatsen. Als bedrijf zou ik niet weten waarom ik dat zou accepteren. Dit bleek in 2004 bij Telecomvergelijker een probleem bijvoorbeeld.

Komt er ondanks alles een klacht, al dan niet in dure juridische taal met veel “verzoek en voorzover nodig sommeer” en “mogelijk onrechtmatig”, haal dan eerst eens diep adem. Als je je aan bovenstaande houdt, loop je weinig risico. Onderzoek de klacht, en informeer zo nodig bij de klager of het wel klopt wat hij schreef. Bied het bedrijf aan een weerwoord te plaatsen, het liefst bij de recensie zelf in plaats van onderaan als reactie nummer 385 (zoals ik deed bij RWE Energie). En bekijk dan hoe je het op een minnelijke manier kunt oplossen.

Hoe zouden jullie omgaan met klachten van boze bedrijven? Stel dat de klager terugmailt dat het echt waar is maar verder weinig medewerking vertoont, wat doe je dan?

Arnoud

Monsterboard’s tell-a-friend: zo moet het dus niet

monsterboard-thumb1.pngMarc Drees mocht naar New York. Dacht hij. Want op de site hadden ze niet alleen irritante muziek, maar ook algemene voorwaarden, en toen bleek het toch allemaal iets anders te liggen. Het ging om een wedstrijd waarbij je je naam en persoonsgegevens moest opgeven, plus nog wat anders:

Maar dan moet ik ineens ook persoonsgegevens van mijn vrienden invullen. Wacht even? Ik heb toch alleen toestemming gegeven tot het verzamelen en beschikbaar stellen van mijn eigen persoonsgegevens?

En ik zit nu de persoonsgegevens van anderen in te vullen die daar helemaal geen toestemming voor hebben gegeven. Maar dat is nu mijn probleem geworden? Netjes van Monsterboard.

Een perfect voorbeeld van hoe een tell-a-friend systeem niet moet. Zulke systemen zijn alleen onder voorwaarden legaal. Er zijn vier eisen:

  1. De communicatie gebeurt volledig op eigen initiatief van de internetgebruiker (of afzender), de website stelt hier geen (kans op) beloning tegenover voor afzender of ontvanger.
  2. Voor de ontvanger moet het duidelijk zijn wie de initiatiefnemer van de e-mail is, zodat hij diegene kan aanspreken als hij niet gediend is van dergelijke mails.
  3. De afzender moet volledige inzage hebben in het bericht dat namens hem wordt verzonden, zodat hij de verantwoordelijkheid kan nemen voor de persoonlijke inhoud van het bericht.
  4. De website in kwestie mag de e-mailadressen en andere persoonsgegevens niet gebruiken of bewaren voor andere doeleinden dan het eenmalig verzenden van een bericht namens de afzender. Daarnaast dient de website het systeem te beveiligen tegen misbruik, zoals het geautomatiseerd verzenden van spam.

Een reisje naar New York lijkt me toch wel een (kans op) beloning voor de afzender of ontvanger.

Het doel van Monsterboard bij het verzamelen van de adressen is om deze mensen vacatures te kunnen sturen. Je mag namelijk geen vrienden opgeven als er geen voor die vrienden passende vacatures bij Monsterboard bekend zijn! Je kunt dus maar beter een puntlasser in je vriendenkring hebben dan een lerares Frans geloof ik.

Hoe zouden jullie het vinden als je zo aan Monsterboard gegeven werd door een vriend?

Arnoud

De journalistieke verwerking onder de WBP

sms-belasting-telefoon.pngDe belastingtelefooon maar dan anders. Dat was het idee achter een SMS-dienst van het Finse bedrijf Satamedia: voor 2 euro kun je per SMS de gegevens uit ieders belastingaangifte opvragen. Geheel legaal, want in Finland zijn belastingaangiftes openbaar beschikbaar(!). Maar er is toch wel een verschil tussen een document inzien bij de belastingdienst of diezelfde gegevens laagdrempelig ontsluiten via een SMS, vond de Finse privacywaakhond. Zij stapte naar de rechter, en die verwees door naar het Europese Hof van Justitie.

In haar arrest (gevonden via SOLV Advocaten) bepaalt dat Hof nu dat publicatie van openbare gegevens, ook als het persoonlijke informatie is, in principe onder de uitzondering voor journalistieke verwerkingen valt. Daarmee is het kranten en andere media toegestaan om zulke publieke bronnen te verzamelen en tot artikelen te verwerken. En zoals ik het lees, valt ook een zoekmachine onder de definitie van “journalistiek”.

In Finland zijn belastingaangiftes kennelijk openbaar. Het bedrijf Markkinapörssi zag daar een leuke scoop in en publiceerde elk jaar een serie uittreksels in de krant Veropörssi. Een soort van Quote 500 maar dan groter zeg maar. De informatie in die publicaties omvat de voor” en achternaam van ongeveer 1,2 miljoen natuurlijke personen met een inkomen boven een bepaald bedrag, alsmede op 100 EUR nauwkeurig de hoogte van hun inkomen uit kapitaal en arbeid en gegevens over hun vermogensbelasting. Deze informatie wordt meegedeeld in de vorm van een alfabetische lijst per gemeente en per inkomenscategorie.

Zusterbedrijf Satamedia bood de informatie uit de krant weer als SMS-dienst aan. En dat vonden de Tietosuojavaltuutettu en de Tietosuojalautakunta, de Finse privacywaakhonden met toch wel hele leuke namen, toch net iets te ver gaan. Zij spanden een rechtszaak aan, en dit leidde tot vragen aan het Europese Hof van Justitie, omdat het hier ging over de uitleg van de journalistieke exceptie op de (Finse) Wet Bescherming Persoonsgegevens.

Voor het Hof was het duidelijk dat de gegevens in kwestie persoonsgegevens zijn. En het op een rijtje zetten van belastinginformatie is een ‘verwerking’ in de zin van de wet, ook als je alles uit openbare bronnen haalt. Logisch, die termen zijn zeer breed bedoeld en je moet je best doen om gegevens te gebruiken zonder dat dat juridisch gezien een verwerking is. Maar mag het?

Het Hof loopt keurig de uitzonderingen (persoonlijk gebruik, openbare veiligheid, opsporing etcetera) langs en constateert dat die niet opgaan als een bedrijf die gegevens te koop aanbiedt. En dan komen we bij de hamvraag: is dit een journalistieke verwerking?

Het commerciële karakter doet niet ter zake, aldus het Hof, want een nieuwsmedium kan best (mede) commerciële motieven hebben. Je bent in ieder geval journalistiek bezig wanneer je

de bekendmaking aan het publiek van informatie, meningen of ideeën tot doel hebt, ongeacht het overdrachtsmedium. Deze activiteiten zijn niet voorbehouden aan mediaondernemingen en kunnen een winstoogmerk hebben.

En dat is een breed criterium, waar je al snel aan voldoet. Dat wil niet zeggen dat je dus alles maar mag publiceren, want ook journalisten zijn gebonden aan de WBP. Maar journalisten staan nu wel sterker wanneer iemand een publicatie middels een beroep op de WBP zou willen tegenhouden.

Wat me trof aan deze definitie, is dat een zoekmachine er ook onder lijkt te vallen. Die heeft immers ook tot doel om het publiek bepaalde informatie beschikbaar te stellen. Is Google daarmee nu een journalistiek medium geworden? Dat zou nogal wat zijn: Google zou dan geen plicht meer hebben om informatie uit haar index te verwijderen wegens privacyschending, omdat die plicht immers niet geldt voor journalistieke publicaties.

Zouden jullie je belastingaangifte in de krant willen eigenlijk? Ik vind het nogal een inbreuk op de privacy eigenlijk. Waarom zouden de Finnen hiervoor gekozen hebben?

Arnoud