Ongevraagd commercieel krabbelen kan ook spam zijn.

De OPTA heeft een spammer met 12.000 euro beboet voor het plaatsen van 3.213.568 ongevraagde krabbels op Hyves met reclame voor een maffiaspel. Dat meldde Webwereld vorige week. Het is de eerste keer dat OPTA een boete uitdeelt voor het versturen van spam via een sociale netwerksite. Opmerkelijk, want de Telecommunicatiewet wordt nu een aardig stukje opgerekt.

Uit het boetebesluit blijkt hoe de spammert te werk ging:

Hyves heeft, na ontvangst van 1.300 klachten over deze ongevraagde krabbels, contact opgenomen met OPTA. Wegens het vermoeden van overtreding van het spamverbod heeft OPTA vervolgens een bezoek gebracht aan het woonadres van de privépersoon. Daar is bewijsmateriaal gevorderd. Op basis hiervan en uit de verklaringen van de privépersoon, bleek dat hij via een computerprogramma anonieme gebruikersprofielen aanmaakte. Deze profielen verzonden vervolgens automatisch krabbels naar willekeurige Hyves-gebruikers.

De krabbel werd ook nog eens voorzien van de naam van een vriend van de aangeschreven (aangekrabbelde?) gebruiker, om zo deze te verlokken op de link te klikken.

Juridisch opmerkelijk hieraan is dat -als je goed leest- de Telecommunicatiewet alleen verbiedt om spam te versturen aan “abonnees”, mensen die “partij zijn bij een overeenkomst met een aanbieder van openbare elektronische communicatiediensten voor de levering van dergelijke diensten” (art. 1.1 sub p Tw). Is Hyves een openbare elektronische communicatiedienst? Ik mag toch hopen van niet. Al was het maar omdat ze dan ineens aan de Wet Bewaarplicht vastzitten. Maar wellicht is de redenering dat je als Hyver ook wel abonnee bij een internetprovider bent.

De boete was overigens niet alleen gebaseerd op overtreding van het spamverbod uit artikel 11.7 Telecommunicatiewet, maar ook op het feit dat de verplichte naams- en adresvermelding voor commerciële communicatie (art. 3:15d BW) ontbrak.

Ik ga nu eens wat klachten indienen op Spamklacht.nl voor de commentspam op mijn blog.

Arnoud

Curatoren in de fout met bestelfunctie failliete webshops

Opnieuw heeft een curator de mogelijkheid laten bestaan om bij een failliete webshop bestellingen te plaatsen, meldde Tweakers gisteren. Het blijkt vaker voor te komen dat curatoren de fout in gaan met de bestelfunctie van over de kop gegane webshops. Nadat het faillissement is uitgesproken, zou je verwachten dat de webshop een virtueel bordje “Gesloten” krijgt, maar dat blijkt lang niet altijd te gebeuren. Waar sta je dan als koper als je (zoals bijna altijd moet) vooruit betaald hebt?

De wet regelt dit volgens mij niet expliciet. Ik kan nergens een plicht voor de curator vinden om te verhinderen dat er nog zaken worden gedaan met de gefailleerde. Het idee is dat je het in de Staatscourant kunt lezen en dat het “dus” je eigen schuld is als je daarna zaken doet met de gefailleerde.

Het is op zich niet verboden om zaken te doen met een partij die failliet is. Juridisch gezien sluit je dan gewoon een onaantastbare overeenkomst. Je bent niet handelingsonbekwaam verklaard (zoals wanneer je minderjarig, geestelijk onbekwaam of regelmatig dronken bent). Als je failliet bent, mag je nog steeds boodschappen doen. Die zijn dan rechtsgeldig gekocht, maar natuurlijk moet je wel geld vragen aan de curator.

Met dank aan Rechtenforum vond ik dit artikel, waaruit je kunt concluderen dat je je geld terug kunt krijgen, omdat je (art. 24 Faillissementswet) een zogeheten “boedelschuld” hebt. Een boedelschuld staat hoger in rang dan gewone vorderingen, zodat er veel meer kans bestaat op uiteindelijke voldoening van de huurschuld ontstaan na datum faillissement.

Arnoud

Het nut van garantie bijkopen

garantiebewijs.pngWie een product koopt, mag verwachten dat dit bepaalde eigenschappen bezit. Dat heet de conformiteitseis: het product moet conform de redelijke gewekte verwachtingen zijn van de koper. Wat die verwachtingen precies zijn, is lastig te zeggen. Een auto kopen bij de dealer is wat anders dan een auto kopen bij een sloperij. Maar wat wel eenvoudig te zeggen is, is dat àls het product niet conform de verwachtingen is, de winkelier moet zorgen voor kosteloos herstel of vervanging.

Veel winkels bieden de mogelijkheid om garantie bij te kopen, met de belofte dat als je dat doet, je tot soms 3 jaar lang kosteloze reparatie of vervanging van je product krijgt. Maar wat is het nut van die belofte als de inhoud precies is waar je wettelijk gezien recht op hebt? Niet veel, zou ik zeggen.

Een belangrijk voordeel van garanties is dat ze de bewijslast omkeren. De winkelier moet aantonen dat een schade buiten de garantie valt, anders wordt deze geacht onderdeel van de garantie te zijn. Je koopt de discussie over conformiteit in feite af. Met garantiebewijs gaan ze meteen aan de slag, maar kom je met het wetboek in de hand dan ben je een paar uur bezig en dan nog kun je nul op het rekest krijgen. “Dat staat dan misschien in de wet maar het is niet ons beleid meneer” heet het dan. En wat doe je dan?

Sommige winkeliers of fabrikanten gaan verder dan wettelijk nodig is. Zo heb ik een laptoptas van Victorinix met “levenslange garantie”. Dat wil zeggen dat ik bij elke beschadiging gratis een reparatie of zelfs een nieuwe tas krijg. Ook wanneer de schade in feite mijn fout is (een te zware belasting deed de draagriem afbreken).

Er zijn echter ook garanties die minder bieden dan waar je wettelijk recht op hebt. Men belooft “1 jaar gratis reparatie” en weigert na dat jaar iedere vorm van medewerking omdat “de garantie verlopen is”. Dat is gewoon keihard verboden. Zolang het product nog in de economische levensduur zit, dient de winkelier het kosteloos te herstellen of een nieuw product te leveren.

Een leuke: als je betaalt voor garantie maar die blijkt minder op te leveren dan waar je wettelijk recht op hebt, waar sta je dan?

Een leuke redenering hierover vond ik in nr. 57 van de juridische reeks Bijzondere overeenkomsten. Zij stellen dat een garantie vernietigbaar is wanneer deze beperkter blijkt dan de wettelijke garantie. De wettelijke regels rond conformiteit zijn van dwingend recht, en een contractsbepaling die daar tegenin gaat, is dan simpelweg niet geldig. En dat betekent dat je je geld terug kunt vragen, want je hebt dan betaald voor een nietige prestatie. Dat wordt helemaal leuk op zaterdagmiddag bij de servicedesk: ik wil graag mijn geld terug voor het garantiebewijs want ik had er niets aan.

Arnoud

OPTA: Afknijpen internet is reden voor opzeggen contract

Enige tijd geleden werd bekend dat internetprovider UPC haar klanten nog wel eens ‘afkneep’, de internetsnelheid sterk terugbracht als klanten te veel downloaden. De telecomtoezichthouder heeft dit onderzocht en publiceerde gisteren haar oordeel: dit is een contractswijziging, en klanten hebben het recht om dan op te zeggen. Alleen nu niet, want UPC heeft het heel snel weer ongedaan gemaakt.

OPTA baseert haar oordeel op artikel 7.2 Telecommunicatiewet, dat bepaalt dat een consument het recht heeft om bij een wijziging van het contract door de provider het contract op te mogen zeggen. Hoewel de tekst van het artikel alleen spreekt van ‘wijziging’, moet het wel gaan om een voor de consument nadelige wijziging.

Volgens OPTA is afknijpen zo’n nadelige wijziging:

Het college oordeelt dat een structurele beperking van de internetsnelheid bij het gebruik van bepaalde diensten in zijn algemeenheid een wijziging van een beding in de overeenkomst is, die niet aantoonbaar in het voordeel van de abonnee is. De vraag of het een wijziging van een schriftelijk of niet-schriftelijk overeengekomen beding betreft, doet daarbij niet ter zake.

In dit geval ziet men het knijpen door de vingers, meldt Webwereld, omdat UPC “de wijziging zeer snel ongedaan heeft gemaakt”. Het oeps-sorry-overactieve-stagiair excuus dus.

Mooi om te weten dat ik van mijn UPC-abonnement af kan als ze dit nog eens doen.

Arnoud

Mag ik een cookie op uw PC plaatsen?

Enigszins boos meldde Out-law onlangs dat “cookies verboden gaan worden” in Europa. Of nou ja, ze mogen wel maar een website moet vooraf expliciet om toestemming vragen. Dat zou blijken uit de gewijzigde regels uit het Telecompakket dat onlangs door het Europees Parlement gegaan is.

Artikel 5 van de Universeledienstenrichtlijn 2002/22/EC wordt namelijk aangepast, en in dat artikel staat geregeld onder welke voorwaarden een aanbieder informatie mag opslaan (of inzien) op de computer van een gebruiker. Er staat nu dat dit alleen mag als:

the subscriber or user concerned is provided with clear and comprehensive information in accordance with Directive 95/46/EC, inter alia about the purposes of the processing, and is offered the right to refuse such processing by the data controller

en dat gaat worden:

the subscriber or user concerned has given his or her consent, having been provided with clear and comprehensive information, in accordance with Directive 95/46/EC, inter alia about the purposes of the processing.

“Consent” is een heel stuk sterker dan “information”. Je kunt als website dus niet meer volstaan met een standaardriedel “Wat zijn cookies en waarom slaan we die op op uw PC- in je privacyverklaring. Je moet nu ook toestemming hebben om dit te mogen doen. En het aanbieden van een privacystatement is onvoldoende om toestemming te mogen claimen.

En het is zeker de bedoeling dat cookies vallen onder het kopje “information”, zo blijkt uit de aanhef van de gewijzigde richtlijn. Daarin staan namelijk cookies expliciet genoemd als voorbeeld.

Maar toch denk ik dat Out-law een beetje te paniekerig is. In diezelfde aanhef staat namelijk:

Where it is technically possible and effective, in accordance with the relevant provisions of Directive 95/46/EC, the user’s consent to processing may be expressed by using the appropriate settings of a browser or other application.

Wanneer een browser dus afdoende controle biedt over het accepteren en opslaan van cookies, hoeft een site daar niet meer elke keer om te vragen. Ik vraag me wel af wat de EU hieronder gaat verstaan.

Iemand een suggestie hoe je op een niet-irritante manier om toestemming gaat vragen om cookies op te slaan?

Arnoud

Mag de reparateur zomaar mijn harde schijf formatteren?

Een lezer vroeg me:

Onlangs ging mijn computer defect. Deze had twee harde schijven, waarvan ik er een voor Windows gebruikte en de andere voor diverse data. Ik zat nog in de garantieperiode, dus heb de computer meteen teruggebracht ter reparatie. Er bleek nogal wat stuk, kreeg ik later te horen: het moederbord en de grafische kaart waren volledig kapot, en de schijf met de Windows installatie was ook gecrasht en niet meer te repareren. Dat was allemaal vervangen, maar mijn dataschijf (waar dus niets mis mee was) bleek ook maar geherformatterd. Gelukkig had ik een recente backup maar ik vraag me toch af of dat zomaar kan?

Bij computerdefecten is het vaak onvermijdelijk dat er gegevens kwijtraken, dus het is een goede zaak dat de vraagsteller backups heeft gemaakt. (Hoe oud is jullie laatste backup?) Hier is de data verdwenen tijdens de reparatie. In deze zaak (met dank aan Alex’ gastpost over data recovery) bleken na een reparatie allerlei gegevens van een harde schijf verdwenen te zijn. Daar keek de klant nogal van op:

Vast staat daarnaast dat [gedaagde] niet aan [eiser] heeft meegedeeld dat het formatteren van de harde schijven een standaardonderdeel is van de reparatieprocedure; niet heeft gevraagd of er gegevens op de harde schijven stonden of dat daarvan kopieën waren gemaakt; niet heeft gewaarschuwd voor de gevolgen van de formattering en dat hij [eiser] niet de gelegenheid heeft gegeven om voorzorgsmaatregelen te nemen om het wissen van de bestanden te voorkomen terwijl hij evenmin zelf maatregelen heeft genomen om de bestanden te behouden.

Dit was volgens de rechter onzorgvuldig gedrag van de reparateur. Hij had niet zomaar die harde schijf mogen formatteren.

Als de schijf dusdanig defect is dat een low-level formatteeractie de enige mogelijkheid is om de data terug te krijgen, dan mag het natuurlijk wel. Alleen zou ik dan wel verwachten dat daarover iets gemeld wordt in het verslag van wat er gerepareerd of vervangen is. De eerste stap is dus opheldering vragen: waarom is die schijf opnieuw geformatteerd?

Ik vermoed alleen dat het antwoord iets zal zijn als “bij grote reparaties is het beleid dat we alle gegevensdragers in originele staat terugbrengen”. En dat is dus net iets te onzorgvuldig om legaal te zijn.

Arnoud

Kun je Creative Commons iconen in GPL applicaties stoppen?

alientrap.pngVia-via kwam ik op het Alientrap forum waar een interessante discussie liep over het mixen van GPL code met anders gelicentieerde code. Meer specifiek: kun je plaatjes die onder Creative Commons zijn, eigenlijk wel laten verschijnen in een programma dat onder GPL uitgebracht is?

Hoofdregel van de GPL open source licentie is dat “verveelvoudigingen in gewijzigde vorm” of ook wel “afgeleide werken” alleen mogen worden verspreid onder diezelfde GPL voorwaarden. Hoe je precies een “afgeleid werk” herkent, is al jaren een lastige vraag voor juristen. Er zijn allerlei theorieën, variërend van “alleen gewijzigde bestanden” tot “alles dat je meelinkt” tot zelfs “alles waarbij de intentie is dat het nauw samenwerkt”. Ik besprak dit een tijd geleden in de context van plugins (Joomla of phpBB).

Het bijzondere in deze discussie is dat het nu eens niet gaat over combinaties van software met software, maar over combinaties van software met data zoals plaatjes of muziek. Kun je bijvoorbeeld een icoon laten verschijnen in de interface van een GPL programma dat zelf onder Creative Commons uitgebracht is? Of een helptekst uit Wikipedia halen?

De discussie werd kernachtig samengevat als:

Whether it is allowed to mix licenses in such a way has not been decided in any court yet, so both views may be possible. However, think about this: if it WERE allowed to mix GPL code with non-GPL data, why wouldn’t it be allowed to link GPL code against non-GPL libraries (and vice versa)? The library is just as dynamically loaded as the content. Yet still it is the common legal opinion that GPL code can NOT be linked against non-GPL libraries. The engine loads the data just like it loads its libraries (DLLs). Why should these be considered different, legally?

Het verschil zit hem niet zozeer in het laden, maar in het gebruik van de materialen nadat deze geladen zijn. Code wordt uitgevoerd, en mixt daar met de code die al geladen is. Een plaatje wordt geladen en doorgegeven, dat blijft in principe geïsoleerd van de code die aan het draaien is. Het lijkt me moeilijk om te betogen dat het plaatje op welk moment dan ook onderdeel van de applicatie is.

De enige mogelijkheid die ik zie is dat alles dat in de context van die applicatie op het scherm verschijnt, daar onderdeel van is. Een icoontje verschijnt als onderdeel van de knoppenbalk, en een kaart voor een spel verschijnt in het gebied waar je met je avatar rondloopt. Maar dan is de tekst die ik nu in dit editvenster typ, ook een afgeleid werk van mijn blogsoftware WordPress. En de webpagina’s die in mijn Firefox verschijnen zijn afgeleide werken van die browser. Nee, dat wil er bij mij niet in.

Het zou misschien anders worden als de plaatjes echt als onderdeel van de applicatie worden geïntegreerd, bv. zoals Windows-applicaties het icoontje voor op de desktop met zich meedragen. Dat icoon zit echt fysiek in de applicatie zelf, en zou dus als onderdeel daarvan kunnen worden gezien. Maar een icoon dat los in een map op de harde schijf staat? Nee.

Arnoud

Mogen beschuldigingen van oplichting nog na vrijspraak?

tros-opgelicht.pngMag je iemand een oplichter noemen als hij in een strafzaak over oplichting vrijgesproken wordt? Ja, dat mag, zo vonniste de kortgedingrechter eind september. Een boekhouder zag zijn naam besmeurd (“wij zijn opgelicht door een boekhouder”, “bedonderd en opgelicht” etcetera) op het forum van TROS Opgelicht, en eiste verwijdering van deze berichten omdat de strafrechter hem had vrijgesproken van alle aanklachten over oplichting. Maar gezien de ernst van de feiten moet de man toch tolereren dat mensen in dergelijke termen over hem spreken.

De eiser was actief als boekhouder. In september 2007 werd in een uitzending van het televisieprogramma gemeld dat hij wel geld aannam maar geen werk verrichte, waarna een “aanzienlijk aantal personen” aangifte tegen hem deed wegens oplichting. De strafrechter sprak hem echter vrij, omdat er onvoldoende bewijs was dat hij werkelijk mensen wilde oplichten. Er was wel flink gefactureerd voor gebrekkig uitgevoerde werkzaamheden, maar dat is in principe alleen een kwestie van wanprestatie en nog geen oplichting.

In 2008 kwam de man weer ter sprake, ditmaal op het forum van Opgelicht!, met opmerkingen als:

Tevens is dit hele gebeuren een nasleep van dat wij zijn opgelicht door een boekhouder en waarvan de rechtszaak dit jaar gaat starten en waarin ook de ABN AMRO een hele grote rol speelt,

en

Bij die toenmalige vriendin heeft hij ook een schuld achter gelaten van EUR 200.000,- en ook zij draait op voor die schuld, zo doet hij dat bij iedereen.

De boekhouder eiste van de TROS dat deze dergelijke opmerkingen van haar forum zou verwijderen. Kort gezegd omdat hij vrijgesproken was in de strafzaak, geen strafblad heeft en een aantal mensen al vrijwillig berichten had verwijderd.

De rechtbank wijst de eis echter af, met een beroep op de vrijheid van meningsuiting van de forumdeelnemers. Zoals altijd bij een dergelijk beroep wordt het dan een belangenafweging:

Het belang van [eiser] is dat hij niet mag worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen. Het belang van Tros c.s. is dat zij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend of waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Welke van deze belangen de doorslag behoort te geven, hangt af van alle ter zake dienende omstandigheden van het geval. De mate waarin de beschuldiging steun vindt in het beschikbare feitenmateriaal, is één van die omstandigheden.

En het is die ‘steun in het feitenmateriaal’ waarmee de TROS en de forumdeelnemers het winnen. Deze eis is minder streng dan de eis uit de strafwet om veroordeeld te worden voor oplichting. De deelnemers hadden voldoende feiten en stellingen ingebracht om in ieder geval aannemelijk te maken dat ze zich opgelicht voelden. Het enkele feit dat de boekhouder niet veroordeeld was, is niet genoeg om daar tegenin te gaan.

Daarbij komt nog dat termen als “bedonderd” en “opgelicht” in het dagelijks spraakgebruik een andere betekenis hebben dan in de strafwet. Mensen geven daarmee aan hoe zij “aankijken tegen de wijze waarop zij door [eiser] zijn behandeld”, aldus de rechter. Je hoeft die uitlatingen dus niet langs de lat van de strafwet te leggen om te kijken of ze rechtmatig zijn. (Dit is dus wat anders dan het ridicule onderscheid tussen “ik vind hem een oplichter” en “hij is een oplichter” – het gaat erom of de term “oplichter” gepast is gezien de feiten.)

Alles bij elkaar heeft deze boekhouder te tolereren dat zijn naam zo wordt aangetast:

De ernst van de feiten is gelegen in de aard daarvan en in de weerslag die deze hebben op degenen die door de praktijken van [eiser] zijn gedupeerd en daardoorveelal niet alleen financieel aanzienlijk nadeel hebben geleden, maar ook in het sociale leven, psychisch en fysiek de negatieve gevolgen daarvan ervaren. Derhalve heeft Tros c.s. een gerechtvaardigd belang om het publiek te waarschuwen voor de praktijken van [eiser], ook indien dat met zich brengt dat [eiser] in een negatief daglicht komt te staan en ook indien deze praktijken (vooralsnog) niet hebben geleid tot een strafrechtelijke veroordeling van [eiser].

Opmerkelijk is wel dat de verhouding tussen de TROS zelf en de deelnemers niet ter sprake komt. De rechtbank heeft het steeds over “TROS c.s.”, en wekt daarmee de indruk dat de TROS dus wel degelijk zelf aansprakelijk gehouden had kunnen worden als de eis inhoudelijk kans van slagen had gehad.

Arnoud

Wie of wat is het Hoofdbedrijfschap Detailhandel?

hbd-hoofdbedrijfschap-detailhandel.pngEen lezer met een webshop ontving een factuur van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel en vroeg zich af wat dat nu was. De naam klinkt een beetje als de “Kamer voor Klanten” en andere schimmige partijen met bedrijfsgidsen waar je “even je vermelding moet controleren” om vervolgens hoge facturen te krijgen. Maar het HBD is wel degelijk een overheidsinstantie, en die factuur zul je echt moeten betalen.

Het was even spitten, maar het HBD blijkt ingesteld op grond van de Wet op de Bedrijfsorganisatie. Hoewel, eigenlijk staan ze in het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Detailhandel dat op basis van deze wet ingevoerd is:

Artikel 3

1. Er is een Hoofdbedrijfschap Detailhandel.

2. Het hoofdbedrijfschap is ingesteld voor de ondernemingen waarin de detailhandel wordt uitgeoefend.

Als je dat Instellingsbesluit doorleest, zie je dat er een Commissie gespecialiseerde detailhandel in aardappelen, groenten en fruit is (echt waar) maar geen voor webwinkels. Het is dan ook een terechte vraag wat de vraagsteller moet met dit HBD. Het bedrijfschap probeert deze vraag zelf te beantwoorden op haar site, maar ik ontdek daar weinig webwinkelspecifieke punten.

Dat is jammer, maar het neemt niet weg dat je ook als webwinkelier moet betalen. Tenminste, als als je detailhandelaar bent. Want volgens de heffingsverordening die men op basis van dat Instellingsbesluit en de wet heeft mogen opleggen, moeten ondernemers jaarlijks 79 euro betalen aan het HBD wanneer zij in de detailhandel zitten. En detailhandel is, volgens het Instellingsbesluit:

… c. detailhandel: het bedrijf van het verkopen van waren aan particulieren;

Hier en daar lees ik op internet dat mensen denken dat deze heffing alleen voor marktkooplieden (ambulante handel) zou gelden. Dat is dus niet zo. Weliswaar moeten die óók betalen, maar niet als enigen. Sterker nog, zij krijgen korting als ik het goed begrijp.

Voor zover ik kan nagaan moet je dus inderdaad betalen als je als webwinkelier je richt op particulieren. Maar ik vraag me heel sterk af of veel webwinkeliers dat weten, laat staan of ze ook echt betalen.

Update (21 december) de Tweede Kamer heeft besloten het Hoofdbedrijfsschap Detailhandel op te heffen. HBD en collega’s moeten geen taken meer vervullen die geen publiek belang dienen, zoals productpromotie. Zulke taken moeten aan de sectoren zelf worden overgelaten, vindt de regering.

Arnoud

Prive-internetgebruik geen reden voor ontslag

Niet-werkgerelateerd internetgebruik tijdens werktijd is op zichzelf geen reden voor ontslag, zeker als er een goede reden is voor dat internetgebruik en het werk er niet onder lijdt. Dat is kort gezegd het vonnis van de kantonrechter in Maastricht over een arbeidsconflict waarbij de werkgever van een werknemer afwilde omdat deze naar zijn smaak te veel internette.

De werkgever had op zich aan alle eisen voldaan: de regels over internet waren duidelijk geformuleerd en aan medewerkers gecommuniceerd. (En die regels lieten ruimte voor privé-gebruik van internet in perioden van inactiviteit.) Er waren vermoedens dat er “veelvuldig” privé werd geinternet, waarna een onderzoekje werd gestart om te achterhalen hoe veel dat nu eigenlijk was. Op basis daarvan kreeg de werknemer een gesprek, waarin hij te horen kreeg dat men per direct van hem afwilde.

De bewijslast bleek nogal mager: er was alleen een lijst met bezochte sites, maar geen informatie over wanneer en hoe vaak die sites zijn bezocht, en of het dan ging om werkelijk bezoek of bv. automatische refreshes (denk aan de Nu.nl homepage die dat elk kwartier doet). Verder was het nogal raar dat er geen waarschuwing werd gegeven maar direct op ontslag werd aangestuurd.

En -voor mij- het belangrijkste: de werknemer had een goede reden voor dit privegebruik van internet. Hij was immers op zoek naar informatie voor zijn autistisch kind en wilde ook contact met het thuisfront houden.

Uit het vonnis:

De kantonrechter stelt voorts vast dat het internetgebruik kennelijk geen enkele invloed heeft gehad op verweerders functioneren. Desgevraagd heeft verzoekster ter zitting medegedeeld dat op verweerders functioneren niets aan te merken valt. De kantonrechter is van oordeel dat in onderhavig geval een ernstige waarschuwing meer op zijn plaats zou zijn geweest dan het direct afstevenen op beëindiging van de arbeidsverhoudingen.

Het vonnis lezend krijg ik sterk het vermoeden dat hier (veel) meer achter zit dan alleen een vermoeden van excessief internetgebruik. Erg jammer dat dan er met de haren bijgesleept wordt om een ontslag te forceren. Want hoewel het ontslag werd afgewezen, zal het echt geen prettige werksfeer meer zijn daar.

Arnoud