Intrekken van Creative Commons, kan dat?

Bij Wikipedia vond ik een discussie over het kunnen intrekken van een Creative Commonslicentie. De aanleiding was zo te lezen dat iemand zijn CC-foto ergens op zag duiken zonder de verplichte naamsvermelding erbij. Daar wilde hij actie tegen ondernemen, maar heeft dat veel nut als de foto als Creative Commons online staat? De inbreukmaker kan immers achter zijn rug om snel de naam erbij zetten en dan heel onschuldig kijken.

Een oplossing kan zijn gauw je foto overal verwijderen (of in ieder geval de Creative Commonslicentievermelding weghalen) en dan pas gaan klagen. Het juridische idee hierachter is namelijk dat de Creative Commonslicentievermelding (Creativecommonslicentievermelding? Creative-Commonslicentievermelding? Argh.) een aanbod is. Als je dat aanbod intrekt voordat de wederpartij het heeft kunnen aanvaarden, dan is het niet meer geldig.

Ene Wimmel vat mij samen:

[A]ls ik een aanbod doe een afbeelding aan jouw te licenseren onder bijvoorbeeld CC-BY, kan ik dat aanbod intrekken zolang jij dat nog niet hebt aanvaard. Heb je het wel aanvaard (en gebruik je die afbeelding dus onder de CC-BY voorwaarden), kan ik dat niet intrekken. Als een afbeelding op wikipedia zelf gebruikt wordt, kan ik dat dus ook niet stoppen. Maar wel verdere verspreiding voorkomen, waardoor het niet meer aan de doelstellingen van wikipedia voldoet.

Op zich klopt dat helemaal. Er is echter één angel hier: wat gebeurt er als iemand de foto plus de Creativecommons-licentievermelding (argh) van een derde ontvangt en dan mijn aanbod aanvaardt, terwijl ik net bezig ben overal die vermeldingen te verwijderen? Dan zit ik er toch gewoon aan vast, lijkt me zo. Ik heb het aanbod gedaan, en iemand die dat aanbod aanvaardt, mag de foto verspreiden. In mijn licentie staat dat die iemand dan alle ontvangers erop moet wijzen dat de Creative Commons-licentievermelding (argh) van toepassing is. Daarmee nemen al die ontvangers ook kennis van mijn aanbod.

Oftewel: ik kan mijn aanbod wel willen intrekken, maar zolang er ook nog maar één kopie ergens legaal online staat, is het altijd mogelijk de creativeCommonsLicentieVermelding (ARGH) alsnog te aanvaarden. Ik kan van een licentienemer niet verlangen dat hij de foto offline haalt, of dat hij die ARGH intrekt. Ik kan het vriendelijk vragen maar hij is niet verplicht mee te werken zolang hij zich netjes aan de voorwaarden uit de ARGH houdt.

En noodzakelijk gevolg van dat netjes de voorwaarden naleven is dat anderen mijn aanbod te zien krijgen en het daarmee kunnen aanvaarden. Ik krijg dus nooit meer de kans om tijdig aan hen te melden dat het aanbod is ingetrokken.

Arnoud

Googelen van sollicitanten – de NVP sollicitatiecode

nvp-sollicitatie-code-googelen-sollicitant.pngMag je als recruiter je sollicitanten googelen? Dat is een lastige vraag, waar de op woensdag 7 oktober gepresenteerde NVP Sollicitatiecode een antwoord op zou moeten geven. Het doel van de code is een norm te bieden voor een transparante en eerlijke werving en selectieprocedure, zo meldt het document. Daarbij wordt nu voor het eerst expliciet aandacht besteed aan het omgaan met informatie over sollicitanten uit openbare bronnen, zoals internet.

De code vermeldt in artikel 5 namelijk het volgende:

5 Indien de arbeidsorganisatie inlichtingen over de sollicitant wil inwinnen bij derden en/of andere bronnen, vraagt zij hiertoe vooraf diens toestemming, tenzij zulks niet vereist is op grond van een wettelijk of algemeen verbindend voorschrift. De te verkrijgen informatie moet direct verband houden met de te vervullen vacature en mag geen onevenredige inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van de sollicitant. De bij derden en andere bronnen, waaronder websites, verkregen informatie zal, indien relevant, a) aan de sollicitant worden meegedeeld, met uitdrukkelijke vermelding van de bron en b) met de sollicitant worden besproken.

Volgens de code moet je dus toestemming vragen voordat je iemand mag googelen of op Hyves mag gaan bladeren. Je zou dit kunnen afvangen met een duidelijke waarschuwing bij de advertentie (“Een achtergrondcheck met Google alsmede een psychologisch onderzoek maken deel uit van de procedure”).

Het beste punt is echter dat je de gevonden informatie moet delen en bespreken met de sollicitant. Dat is immers waar het vaak fout gaat: men vindt een rare Hyvepagina of foute blogpost en wijst de sollicitant af, zonder dat deze heeft kunnen uitleggen dat die tekst vijf jaar oud is of van een naamgenoot is die ze verder niet kennen.

Bij Sync wijst Wilfred van Roij erop dat het nog wel even zou duren voordat een organisatie in een afwijzingsbrief iets schrijft als:

Bij een onderzoek in openbare bronnen op het Internet hebben wij helaas vastgesteld dat uw hobby’s en levenswijze niet overeenkomen met deze eisen [uit onze vacature].

Dat lijkt mij ook erg sterk, maar dan vooral omdat zo’n mededeling me als illegaal voorkomt: je erkent dan dat je iemand afwijst op basis van levensovertuiging, en dat is strafbaar. “Wij zagen dat u moslim was” of “ons bedrijf heeft beleid tegen naturisten” zul je ook niet snel horen als reden voor afwijzing.

Desondanks blijft het een goede zaak dat deze oplossing nu aanbevolen wordt.

Arnoud

Een foto van je kind op een afgeschermde Hyve, mag dat?

ditisnietok-hyves.pngIk had er al eens een vraag over opgeworpen, maar nu is er dan echt een rechtszaak over gevoerd: mag je foto’s of filmpjes van je minderjarig kind op internet zetten? De kantonrechter Almelo vindt van niet, maar maakt daarbij wel onderscheid tussen een openbaar en een afgeschermde pagina op Hyves.

Na een echtscheiding plaatste de vader foto’s en filmpjes van de vijfjarige zoon op een openbaar Hyves-profiel, waar de moeder bezwaar tegen maakte. Dit onder andere omdat de vrouw in een blijf-van-mijn-lijfhuis werkte en daarmee een reëel risico loopt als haar eigen adres bekend is. Na zo’n sommatie werden de materialen dan verwijderd maar kwamen al snel weer terug, vandaar de stap naar de rechter.

Dat de publicatie van foto’s van minderjarigen een privacyinbreuk kan zijn, wisten we al: dat bleek uit de zaak rond Kleinkind onbereikbaar. Maar in deze zaak ligt het iets complexer. Zowel de vader als de moeder hebben iets te zeggen over de privacy van het kind. Oftewel (waar ik dus over blogde in maart): als de moeder nee zegt, en de vader ja, wat geldt er dan? De nee dus, volgens de kantonrechter:

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de man door het plaatsen van foto’s op een niet afgeschermd gedeelte van het internet inbreuk maakt op de (ook door voormeld Verdrag beschermde) privacy van [Naam zoon], alsmede dat hij de op grond van het gezamenlijk gezag op hem rustende verplichting om belangrijke beslissingen omtrent de minderjarige na onderling overleg te nemen, niet nakomt.

De vader mag dus niet zomaar “ja” zeggen bij zoiets ingrijpends als publicatie van foto’s en dergelijke van het kind, daarover moet hij overleggen met de moeder. De foto’s moeten dus van het openbare internet af.

De publicatie op de afgeschermde Hyve blijkt echter geen privacyschending:

De vrouw heeft niet aannemelijk gemaakt en niet valt in te zien datdaarvan hinder, leed, schade, onheil of ander ongerief dan wel een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de vrouw en [Naam zoon] redelijkerwijze te verwachten valt. De omstandigheid dat partijen werkzaam zijn in een omgeving die vraagt om afscherming van hun privacy en van die van [Naam zoon], leidt niet tot een ander oordeel. Dat in dat verband bijzonder gevaar te duchten valt van foto’s van [Naam zoon] op het afgeschermde Hyves-profiel van de man is door de vrouw niet verder geconcretiseerd en ookoverigens niet direct aannemelijk. Van misbruik van ouderlijk gezag is in zoverre evenmin sprake.

Het is me niet helemaal duidelijk waar de kantonrechter dit op baseert. Je zou kunnen zeggen, de vrienden en kennissen weten al hoe vader en kind eruit zien, daar is dus geen probleem met publicatie als diezelfde mensen dat ook via Hyves kunnen zien. Maar heel sterk is dat niet. Misschien heeft het te maken met de specifieke vrees van de moeder vanwege haar werk. De kans dat een relatie van de vrouwen die zij helpt, haar opspoort via een afgeschermde Hyve lijkt me minimaal.

Ik denk niet dat je nu kunt zeggen dat nu op een afgeschermde Hyve (alleen voor vrienden toegankelijk dus) zomaar alles mag zonder dat dat de privacy schendt. Maar het is mogelijk dat je een claim van privacyschending kunt afwenden door je Hyve af te schermen.

Via Boek9.nl, dat de laatste tijd wel vaker van het IE-pad dwaalt richting privacy en vrije meningsuiting. Krijg ik concurrentie?

Arnoud<br/> Foto door Robert Gaal, CC-BY 2.0

Mag een vereniging haar leden spammen?

Tijdens de discussie over opt-in per algemene voorwaarden kwam nog een interessante vraag naar boven: mag een vereniging haar leden ongevraagde mails of SMS-berichten sturen?

Hoofdregel is dat je bij ongevraagde elektronische berichten (SMS, e-mail, fax, MSN, noem maar op) toestemming moet hebben voor het versturen van deze berichten. Tenminste, als die berichten “commercieel, charitatief of ideëel” zijn. Een mededeling over de sluitingstijden van het clubhuis valt daar niet onder, maar een bedelbrief voor geld om een nieuw clubhuis te bouwen wel.

Ik heb de OPTA afgelopen maandag deze vraag voorgelegd, maar helaas nog geen reactie ontvangen. Het beste advies lijkt me dus om bij het lid worden mensen te vragen of ze nieuwsbrieven, verzoeken van het bestuur en dergelijke mails willen ontvangen. Alleen: hoe formuleer je dat op zo’n manier dat mensen het wel oké vinden maar je toch je maandelijkse bedelbrieven voor een nieuw clubhuis kunt sturen?

Arnoud

Mijn bedrijfsnaam staat op Youtube!

youtube-logo.pngEen lezer vroeg me:

Een paar jaar geleden heb ik een naam bedacht voor mijn IT-bedrijf. Dat was nogal een klus, want de naam mocht natuurlijk niet al ergens bestaan en ik wilde zeker weten dat deze geen enkele betekenis in welke taal dan ook had. Uiteindelijk is het me gelukt, en ik werk nu al een paar jaar tot volle tevredenheid onder deze naam. Alleen, nu kwam ik er laatst achter dat een gebruiker op Youtube een account heeft aangemaakt met precies mijn bedrijfsnaam. Hij biedt daar nogal puberale filmpjes aan. Ik ben daar niet blij mee want straks denken klanten dat ik dat doe, en dat kost me mijn reputatie. Wat kan ik hiertegen doen?

Dit zal lastig worden vrees ik. Juridisch gezien heeft de vraagsteller een handelsnaamrecht, hij drijft immers een bedrijf onder die naam. Daarmee kan hij concurrenten verbieden een handelsnaam te kiezen die verwarring oproept met zijn handelsnaam. Maar: ís het wel een concurrent die daar op Youtube actief is? Is die persoon überhaupt wel commercieel bezig? Als het echt een puber blijkt die gewoon voor hem grappige filmpjes online zet, kun je als handelsnaamhouder weinig tot niets doen lijkt me zo.

Als de vraagsteller deze naam ook als merk laat vastleggen, staat hij iets sterker. Dan kun je namelijk ook tegen nietcommercieel gebruik van je merk optreden, mits dat afbreuk doet aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk. In principe kun je dan dus een claim indienen bij Youtube. Het bedrijf noemt dat namesquatting (naamkraken) en schrijft daarover:

Using someone else’s trademark in a username, in and of itself, is not necessarily infringing. However, if there is content on your user page that would confuse viewers into believing that the trademark owner created or sponsors your page or content, then the trademark owner’s rights are likely being infringed and we will need to reclaim your username. So it’s important to be sensitive to other people’s trademark rights when choosing a username.

Het bedrijf zal dus -na succesvolle merkregistratie- moeten aantonen dat deze gebruiker verwarring oproept over de afkomst van de informatie. Als het inderdaad waarschijnlijk is dat mensen gaan denken dat dit Youtubekanaal van dit bedrijf is, dan zou een claim bij Youtube wel succes moeten hebben. Maar het lijkt me sterk dat dat in het algemeen lukt: ik zie dat alleen gebeuren als het kanaal wordt gebruikt voor commerciële filmpjes of reclame voor een bedrijf.

Arnoud

Wat is de juridische status van ontvangstbevestigingen?

Da’s nog eens een originele vraag: wat is de juridische status van ‘read receipts’ (lees- en ontvangstbevestigingen) die sommige e-mailprogramma’s sturen als een bericht wordt geopend?

Deze techniek ken ik vooral uit Microsoft Outlook. In een e-mail die je via dit programma verstuurt, kun je aangeven dat je graag een ontvangst- of leesbevestiging wil hebben. Binnen een bedrijfscontext kan dat dan zelfs centraal en verplicht geregeld worden: de gebruiker heeft er dan weinig zeggenschap over.

Maar als het gaat om internetmail, dan ligt dat anders. Ik ken geen programma dat dan volautomatisch en ongevraagd die bevestigingen stuurt. Sommige programma’s vragen erom (zoals mijn Thunderbird) zodat je zelf kunt beslissen of en wat er moet gebeuren. Anderen negeren deze verzoeken gewoon.

Afijn, heeft zo’n verzoek of de daarop verstuurde bevestiging enige juridische status? Dat hangt er vanaf (ja sorry) wat je bedoelt met “status”. Het eerste waar ik dan aan denk, is gebruik als bewijs. In het civiele recht, dus tussen personen en bedrijven onderling, mag je in principe alles naar voren dragen om je stellingen te ondersteunen. Een gekregen ontvangstbevestiging kan dus als bewijs dienen als je moet bewijzen dat je een e-mail verstuurd hebt.

Natuurlijk, hij kan worden vervalst of onterecht zijn verstuurd, maar als de wederpartij daar niet moeilijk over doet, doet de rechter dat ook niet. En zelfs als de wederpartij er wel een punt van maakt, dan nog is het maar de vraag of hij het daarmee van tafel krijgt. Blijkt die wederpartij namelijk elke keer bevestigingen te sturen, dan is het wel heel raar dat net bij die ene mail de bevestiging vervalst zou zijn.

Een andere ‘status’ van ontvangstbevestigingen is die binnen de privacywet. Mag je zomaar kijken op andermans PC of ze je mail gehad of zelfs gelezen hebben? Ik zou zeggen van niet, als het om privemail gaat. Ik bepaal zelf of en wanneer ik mails lees en wat ik daarmee doe. Zo’n bevestiging vragen is dan op zichzelf prima, zolang ik maar kan beslissen of die wordt verstuurd. E-mailprogramma’s moeten dus standaard die berichten niet beantwoorden.

Er zijn ongetwijfeld nog meer ‘statussen’ van zo’n berichtje. Ben je aansprakelijk voor een niet verzonden (of valselijk verzonden) bevestiging bijvoorbeeld? Maar uiteindelijk is het een beetje een gekke vraag: het gaat er niet om wat zo’n berichtje als zodanig voor status heeft, maar wat je er gezien een bepaalde context mee mag doen.

Arnoud

B/S wil toch geld voor embeddende particulieren

buma-stemra-fair-play-tarieven.jpgTsja, wat valt er nog te zeggen over de B/S-actie van afgelopen week? Ik ben misschien wat laat met deze post, maar in feite is er niets nieuws: B/S vond al in juni dat je voor embedded muziekgebruik moet betalen. De grote ophef van nu gaat vooral over de aangekondigde tariefstructuur: 130 voor het embedden van zes muziekwerken, en wie het groots aanpakt 650 euro per 30 muziekwerken die je met dat ene regeltje <embed>t in je blog of site.

Verwerpelijk is en blijft het. Het is een open vraag of embedden uberhaupt inbreuk op auteursrechten oplevert, en om dan alvast maar geld te gaan vragen is echt ongehoord. Zeker nu de bedragen relatief laag gekozen zijn – kapitaalkrachtige partijen laten daarvoor hun advocaten niet los, en dat schept een precedent. Iedereen betaalt, dus zal dat wel terecht zijn. Bah.

Van de toezegging van B/S dat bloggers zouden worden ontzien, blijft derhalve niets over. Weet u nog?

Nederlandse websites die embedded players gebruiken met muziek en bedrijfmatig van aard zijn zullen we geld gaan vragen”, aldus De Waij [van Buma/Stemra]. Maar de particuliere blogger hoeft voor het gebruik van ingebedde muziek en muziekvideo’s geen factuur op de mat te vrezen, zo benadrukt hij.

En eerder meldde Emerce:

De doelsites, secundaire openbaarmakers zoals weblogs en profielpagina’s op Hyves, rekenen alleen af als de video’s commercieel worden gebruikt.

Maar ja, De Waij werkt niet meer voor B/S en dus voelt de club zich kennelijk vrij om die toezeggingen te negeren.

Het CDA heeft al kamervragen gesteld, en hoewel het idee Kamervragen ook al inflatie onderhevig is, hoop ik dat het ditmaal iets serieus oplevert. Wil de Europese Commissie ondertussen vaart maken met de herziening van deze collectieve incassoclubs alstublieft?

De titel “Fair play music” doet trouwens ironisch genoeg denken aan Apple’s FairPlay kopieerbeveiliging, die uiteindelijk de doodsteek bleek voor DRM op muziek als zodanig. Zou deze tariefstructuur hetzelfde gaan doen met B/S?

Arnoud

Algemene voorwaarden zijn geen opt-in

Bij Rectec verscheen vorige week een interview met mij over de gevolgen van de nieuwe spamwetgeving voor werving & recruiting. Mag je per 1 oktober nog wel mensen mailen om ze een nieuwe baan aan te bieden? Dat bleek gebaseerd op een misverstand: mensen ongevraagd mailen voor commerciële aanbiedingen is allang verboden. Het nieuwe is dat je bedrijven ook niet meer mag mailen met zulke aanbiedingen.

Oftewel: het zinnetje “Acquisitie n.a.v. deze advertentie is verboden” krijgt nu juridische tandjes. Ik vond dat vroeger ook altijd een raadselachtig zinnetje, maar het betekent dus dat men niet wil dat werving&selectiebureaus gaan bellen of mailen omdat zij een alternatief weten voor de openstaande vacacture. Bijvoorbeeld: ach, u wilt geen administrateur, besteed uw administratie gewoon uit bij ons. En dat is een ongevraagde commerciële aanbieding, die dus per 1 oktober niet meer mag.

In de comments werd verwezen naar een toelichting van de OPTA op het ongevraagd bellen van bedrijven na 1 oktober. Daarin stond nog een interessante observatie, die een bom legt onder de opt-inpraktijk van veel bedrijven:

Ook bij het gebruik van belbestanden, die zijn verkregen via enquêtes of een website waarbij consumenten door het accepteren van de algemene voorwaarden of een privacy statement toestemming geven voor het gebruik van hun contactgegevens. In dat geval is er nog steeds sprake van ongevraagde communicatie. En moeten de belbestanden dus worden opgeschoond met het register.

Volgens de wet moet “uitdrukkelijk” toestemming worden gevraagd, en een zinnetje over toestemming in de algemene voorwaarden is inderdaad niet “uitdrukkelijk”. Dat belooft dus nog wat voor 90% van de Nederlandse websites die het wel zo doet.

Arnoud

Wat moet ik onderzoeken als ik iets koop?

jeans-spijkerbroek.pngEen lezer vroeg me:

Laatst kocht ik een broek, gewoon in de winkel in de stad. Hij bleek heel makkelijk te scheuren, dus ik ben teruggegaan om te klagen over de nonconformiteit. Maar nu zegt de winkel dat ze hem niet hoeven terug te nemen omdat ik mijzelf vooraf niet voldoende heb “geinformeerd” over de stevigheid. Is dat zo? Heb ik een plicht om dat soort dingen te controleren?

Inderdaad, er is zoiets als een ‘onderzoeksplicht’: je moet als koper bepaalde dingen onderzoeken. Bij kleren bijvoorbeeld of het wel de goede maat is en wat je van de kleur vindt. Je kunt dus niet zomaar achteraf zeggen “ach het is de verkeerde maat, geef maar een andere”.

De vraag is altijd wat je nu precies moet onderzoeken en wat niet. Daar zijn een paar vuistregels voor.

Allereerst is er de regel dat je niet hoeft te onderzoeken wat voor zich spreekt. Koop je bij een kledingzaak een broek, dan mag je verwachten dat die geschikt is om aan te doen en mee rond te lopen (en op mee te gaan zitten natuurlijk). Koop je bij een stoffenzaak een lap op een rol, dan moet je wel even navraag doen of je daar een broek van kunt maken.

Een andere regel is: als de winkelier iets zegt, hoef jij dat niet meer te onderzoeken. Zegt hij “dit is maat 34”, dan hoef jij het labeltje niet meer te controleren, ook niet als de broek eruit ziet als een maat 48.

Een variant daarop is dat als de winkelier iets niet zegt maar hij dat wel had moeten doen, hij jou niet kan verwijten dat je het niet hebt onderzocht. Anders zegt: spreekplicht gaat voor onderzoeksplicht. Weet de winkel dat die stof snel verbleekt, dan moet hij dat zeggen. Doet hij dat niet, dan kan hij omruilen niet weigeren met het argument “je had toch even kunnen vragen over de kleurvastheid”.

En natuurlijk kan op basis van de welbekende ‘omstandigheden van het geval’ alles anders komen te liggen. Wil jij iets bijzonders met die broek (bv. chemische stoffen in plastic bakjes rondsjouwen) dan moet jij vragen of dat wel kan (“gaat zoutzuur hier meteen doorheen?”).

Praktisch gezien loont het vaak de moeite om zo veel mogelijk te vragen, hoewel lang niet iedere verkoper (m/v) daar het antwoord op zal weten. Maar dat is voor risico van de winkel.

Bij webwinkels is de mogelijkheid tot vragen stellen een stuk beperkter, daarom is er ook een herroepingsrecht van zeven werkdagen. In die periode kun je de broek dus uitproberen en er zelf achterkomen dat hij snel verbleekt bijvoorbeeld. Maar dat geldt niet voor alles: je mag niet uitproberen of de broek bestand is tegen zoutzuur.

Arnoud

Hoe bescherm ik mijn idee tegen mijn programmeur?

Een lezer vroeg me:

Al een tijd werk ik aan een internetspel. Het concept is uniek en de uitwerking heb ik in de vorm van schetsen en een draaiboek. Maar nu moet de site worden gebouwd, en daar heb ik een designer/programmeur voor nodig. Alleen: ik ben bang dat die er vandoor gaan met mijn idee. Hoe kan ik dit spel nu vastleggen zodat dit niet mogelijk is?

Een idee, zoals een spelconcept, is moeilijk te beschermen. Hoe verder het is uitgewerkt, hoe meer bescherming mogelijk is. In dit geval is er een duidelijke uitwerking: schetsen van het spelverloop en een draaiboek met spelregels en andere concrete zaken. Dat is waarschijnlijk wel genoeg om auteursrecht te kunnen claimen op het spel. En daarmee kan de vraagsteller anderen verbieden het idee te kopiëren.

Of beter gezegd, verbieden zijn uitwerking te kopiëren. Want als die ander het idee achter dat spel neemt en daar zijn eigen draaiboek bij maakt, is dat geen inbreuk op het auteursrecht. Ideeën zijn vrij, ook als je het idee tegenkwam in een auteursrechtelijk beschermd werk. Wel moet je als overnemer natuurlijk uitkijken dat je werkelijk het idee en niet de uitwerking overneemt.

Als je iemand inhuurt om werk voor de realisatie van het spel te doen, is er meer mogelijk. Je kunt dan in het contract vastleggen dat hij geheimhouding over het spelconcept zal betrachten, dat de realisatie jouw eigendom wordt en bovendien dat hij geen concurrerende spellen zal ontwikkelen gedurende een zekere periode. Natuurlijk is de andere partij vrij om die eisen af te wijzen, maar dan krijgt hij de opdracht niet. En tekent hij wel, dan zit hij er aan vast.

Arnoud