Maakt het voor smaad via Twitter uit hoe veel volgers je hebt?

twitter-scheld-dreig.pngMaakt het voor smaad via Twitter uit hoe veel volgers je hebt? In een Engelse rechtszaak koos de advocaat van de aangesproken persoon die insteek. Wie minder dan 500 volgers heeft, wordt gesommeerd excuses te maken en 25 pond te doneren aan een goed doel. Wie meer dan 500 volgers heeft, krijgt een proces aan de broek waarin 25 duizend pond wordt geëist. Dat las ik in de Volkskrant (€). Het is natuurlijk maar een eis, en geen rechter heeft ooit bepaald dat zo’n constructie juist is, maar toch. Er zit ergens wel wat in.

De Britse Lord McAlpine werd in het BBC-programma Newsnight ten onrechte beschuldigd van betrokkenheid bij kindermisbruik, en de omroep betaalde daar £185,000 voor aan schadevergoeding. McAlpine’s naam viel naar aanleiding van die uitzending ook vele malen op Twitter, en zijn advocaat wil nu ook dáár schadeclaims vorderen.

Je kunt je afvragen of je wel smaad pleegt als je iemands naam noemt als die in een gerespecteerd TV-programma zo gepresenteerd wordt. De meeste mensen zullen te goeder trouw aannemen dat de BBC de juiste persoon aanwees, lijkt me. Dat de BBC fout zit, is duidelijk – en daarom betaalden ze zelf ook een fors bedrag. Maar zitten daarmee de twitteraars ook fout? In dit geval denk ik het wel, omdat de BBC niet zelf de naam van McAlpine noemde. Maar wat nu als de BBC dat wél had gedaan? Dan ontbreekt volgens mij de bij smaad vereiste kwade opzet. Maar dat even terzijde.

In Nederland hebben we een paar rechtszaken gehad over de vraag hoe openbaar Hyves of MSN nu eigenlijk was. Smaad kan namelijk alleen in het openbaar gepleegd worden. Uit deze uitspraken kun je halen dat een LinkedIn-groep waar iedereen zomaar lid van kan worden, openbaar is maar een MSN-chatlijst waarbij een, eh, deurbeleid wordt gevoerd niet. Een Twitteraccount zonder slotje zou volgens deze criteria ook openbaar zijn.

De insteek van het aantal volgers om te bepalen hoe veel schade je doet, vind ik wel een creatieve. En er zit wel in: als jij 5 man een smadelijke mededeling doet of 5000, dan maakt dat nogal uit in impact. En als je concreet weet hoe veel mensen de mededeling hebben gehad, dan ligt het ergens wel voor de hand om de schadevergoeding te relateren aan dat aantal. Maar het zal al snel leiden tot de vraag: bij welk aantal volgers slaat het om en word je een ‘grote’ smaadpleger? Of moeten we zeggen, de boete voor smaad is 5 euro per volger?

Arnoud

Moet een forumbeheerder foto’s weggooien als een gebruiker daarom vraagt?

Een jaar geleden blogde ik over de vraag wat een forumbeheerder weg moet gooien als een (ex-)lid daarom vraagt. In de comments vroeg een lezer zich af wat dat nu specifiek voor foto’s betekent. Hij had een lid van zijn forum geband, en die eist nu dat al zijn foto’s van het forum verwijderd worden. Mag het forum dit laten staan, moeten ze de foto’s anonimiseren of is verwijdering nu geboden?

Op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (de “privacywet”) heb je het recht om te verzoeken dat je naam en andere persoonsgegevens uit bestanden worden verwijderd, als deze niet meer “ter zake dienen” zoals de wet dat noemt. Forumberichten en foto’s die daaraan hangen zijn ook persoonsgegevens, omdat ze gekoppeld zijn aan je account. Ook als je echte naam er niet bij staat en ook als je een vaag Hotmailaccount hebt gebruikt en een proxy zodat niemand je IP-adres weet.

De algemene regel die ik vorig jaar blogde, geldt bij foto’s net zo goed als bij tekstuele bijdragen. Een bijdrage moet weg, tenzij er een aantoonbare noodzaak is die zwaarder weegt dan de privacy. Dat zal bij forums de vrijheid van meningsuiting zijn, meer specifiek het belang om een compleet en begrijpelijk archief te kunnen publiceren. Kort gezegd betekent dit dat je niet kunt zeggen “mijn privacy, weghalen”, maar trouwens ook niet dat de beheerder altijd mag zeggen “vrijheid van meningsuiting, het blijft staan”. Er moet een balans worden gevonden tussen de belangen van beide partijen.

Bij forumbijdragen betekent dat in de praktijk dat je berichten moet anonimiseren maar ze niet hoeft te verwijderen. Uitzondering zou een bericht zijn dat inhoudelijk van alles vertelt over de plaatser, bijvoorbeeld een voorstelbericht of een persoonlijke onthulling of berichten over iemands medische situatie bijvoorbeeld. Dergelijke berichten moeten weg op verzoek, behalve in héél uitzonderlijke gevallen waarin de nieuwswaarde zó groot is dat weghalen objectief gezien echt onacceptabel zou zijn. (Ik ben daar nog geen voorbeelden van tegengekomen.)

Anonimiseren van een foto is moeilijker. Moet je dan iemand onherkenbaar maken met een balkje of blurcirkel rond zijn gezicht? Moet je hem eraf knippen?

Bij foto’s roept iedereen natuurlijk ook “auteursrecht”. En ja, dat heeft de plaatser op zijn foto’s. Maar dat heeft hij óók op zijn tekstuele berichten. Door deze te plaatsen heeft hij een licentie (gebruiksrecht, toestemming) gegeven aan de forumbeheerder, en die licentie is niet zomaar in te trekken. Niet bij teksten en niet bij foto’s.

Als in de gebruiksvoorwaarden* komt te staan dat de licentie eeuwigdurend is, dan is die discussie eigenlijk meteen gepareerd. Eeuwigdurend is eeuwigdurend. Maar ook als het er niet staat, is niet gezegd dat de foto’s weg moeten bij beëindiging van de gebruiksovereenkomst. Volgens de Hoge Raad

Als wet en overeenkomst niet voorzien in een regeling voor opzegging, dan is een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd in beginsel opzegbaar. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestaat.
En die zwaarwegende grond is dan de vrijheid van meningsuiting, waarbij je dan een zelfde soort afweging moet maken als bij de privacywet hierboven. Maar de afweging is dan tussen de auteursrechtelijke belangen van de fotograaf en het belang bij de licentie van het forum. En ik kan me eigenlijk geen auteursrechtelijke belangen voorstellen. Heel misschien als de fotograaf intussen de rechten verkocht heeft of een exclusieve licentie aan iemand heeft beloofd, maar zelfs dan zou ik zeggen, dat is dan zíjn probleem dat hij nu in de knoop komt.

Arnoud<br/> PS: ik durf geen advertentielink meer te zetten naar de generator want de vorige keer dat ik een ADV in de tekst opnam, wilde bijna niemand meer reageren. Was het zó vervelend om die link te zien? Of was het gewoon een saai onderwerp?

Gemeente mag geen leges heffen voor Wob-verzoek

wobGemeentes mogen geen leges heffen voor het leveren van informatie naar aanleiding van een Wob-verzoek, bepaalde de Hoge Raad gisteren. Bij De Nieuwe Reporter spreken ze van “uit handen slaan van een belangrijk wapen uit om Wob-verzoeken van journalisten te traineren”.

Op grond van de Wet openbaarheid van bestuur mag iedereen overheidsstukken opvragen (behalve in een paar categorieën uitzonderingen). Journalisten maken hier graag gebruik van, en met name bij gemeenten wordt dat nogal eens als een last ervaren. Om gevis naar stapels documenten onder de Wob binnen de perken te houden, of afhankelijk van je frame om de vrije nieuwsgaring te belemmeren, werd onder meer vaak leges geheven. Brenno ‘Bigwobber’ de Winter kreeg 30.000 euro aan leges voor de kiezen, bijvoorbeeld.

Nu zijn leges op zich legitiem wanneer de burger een dienst wil van de overheid. Maar bij diensten die primair om een algemeen belang gaan, mag dat niet. U herinnert zich wellicht nog de uitspraak uit 2011 over het paspoort dat gratis werd, dit ging over dezelfde redenering. (Daarna werd snel een reparatiewetje doorgevoerd dat expliciet zei dat gemeentes wél geld mogen vragen voor paspoorten, wat door de rechter bevestigd werd.)

De Hoge Raad trekt die lijn nu door naar leges voor Wob-verzoeken:

[Uit de wettekst] moet worden afgeleid dat de openbaarmaking van informatie naar aanleiding van een Wob-verzoek, behoudens de hierna in onderdeel 3.3.7 genoemde werkzaamheden, niet in overheersende mate verband houdt met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang.
Uitgezonderd zijn de in 3.3.7 van het arrest genoemde zaken: kopieën van documenten en uittreksels of samenvattingen van de inhoud daarvan. Dat is wél een “individualiseerbaar belang”, iets dat de Wobber specifiek vraagt en niet een dienst van algemeen nut.

Is het probleem daarmee van tafel? Nou nee, niet bepaald. Want gemeentes zullen nu niet ineens Wob-fan worden, noch zullen journalisten ineens minder Wobverzoeken gaan indienen. Dus er zullen hordes opgeworpen blijven worden tegen wat gemeentes zien als excessief gewob, en journalisten zullen daartegen blijven ageren.

De IT-er in mij ziet (zoals bij elk probleem) de oplossing in een database: waarom zetten gemeentes niet standaard zo veel mogelijk informatie online? Het lijkt me dat als je een document maakt je snel kunt inschatten of het openbaar moet zijn of niet. En als er privédetails in zitten dan kun je dat beter tijdens het opstellen van het document weglaten of redigeren dan achteraf. Of mis ik iets?

Arnoud

“Torrents zijn een mensenrecht”

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft een uitspraak gedaan die stelt dat het auteursrecht indruist tegen het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, riep GeenStijl vrijdag. Ze verwijzen naar een blog van Rick Falkvinge, piratenpartijoprichter, die spreekt van een “direct conflict” tussen het auteursrechtmonopolie en de mensenrechten waardoor niemand zou mogen worden veroordeeld bij de rechter voor enkel het schenden van auteursrechten. Ook de juridische bloggers van ECHR blog vinden het een opsteker.

Het hoogste mensenrechtenhof deed uitspraak in de zaak Donald vs. Frankrijk (36769/08). Een aantal modefotografen had foto’s gepubliceerd van een modeshow, en het modehuis maakte bezwaar omdat ze auteursrecht op de kleding claimde (dat kan, op zich). Het beroep op citaatrecht en het mogen reproduceren van werken als deel van het nieuws werd tot aan het hoogste Franse Hof afgewezen. Daarop stapte men naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens: hier werd toch de vrijheid van informatie garen geschonden?

Die informatievrijheid is een grondrecht, een mensenrecht, en iedere inperking daarvan moet aan drie eisen voldoen: 1) een wettelijke basis hebben, 2) een legitiem doel dienen en 3) noodzakelijk zijn voor dat doel, oftewel proportioneel handelen opleveren. Die wettelijke basis is er bij een auteursrechtclaim, en dat het een legitiem doel dient dat staat ook wel vast. Auteursrechten zijn namelijk óók (soort van) een mensenrecht, beter gezegd een stukje ‘eigendom’ in de zin van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (Anheuser Busch-arrest). Hoewel volgens datzelfde verdrag ook pensioenaanspraken ‘eigendom’ zijn, dus of je daar nu écht uit moet afleiden dat auteursrecht==eigendom, weet ik niet. Maar goed, het Europese Hof doet het dus we zullen wel mee moeten.

Komen we bij de noodzaak oftewel proportionaliteit. Een maatregel kan in de wet staan en legitiem zijn maar tóch te ver gaan. Heel internet afschaffen bijvoorbeeld vanwege één inbreukmakende foto gaat te ver, maar één site-eigenaar opdragen die foto te verwijderen moet geen probleem zijn. In essentie komt dit criterium neer op een belangenafweging: hoe belangrijk is het voor de verspreider van de foto’s om dat te moeten doen en hoe belangrijk is het voor de rechthebbende om daartegen op te kunnen treden. (Vergelijk de discussie vorige maand over schotelantennes versus eigendom.)

De foto’s in dit geval hadden eigenlijk alleen een commercieel doel, en dergelijke uitingen worden al snel als minder belangrijk gezien dan inhoudelijk relevante meningen. Daarbij komt dat wanneer het gaat om een botsing tussen grondrechten (‘eigendom’ en uitingsvrijheid) de rechter een brede mate van eigen inzicht (“margin of appreciation”) mag gebruiken. Hij mag niet zomaar besluiten “auteursrecht wint het altijd” (of juist “torrenten moet altijd kunnen”) maar zodra hij iets van een inhoudelijke afweging neerlegt, is het al snel goed van het Hof.

De cirkelredenering waar Falkvinge bang voor is (“wetten handhaven is noodzakelijk dús elke auteursrechthandhaving is legaal”) gaat er niet komen maar het is wél goed denkbaar dat de afweging in de toekomst tóch in het voordeel van auteursrechthandhavers gaat uitpakken. En dat komt omdat zij wél een stevig inhoudelijk argument hebben, namelijk gemiste inkomsten. “Gewoon willen downloaden”, “het zijn dinosaurus-businessmodellen” of zelfs “ze zijn te duur” is niet genoeg als tegenargument. Heel misschien is het herpubliceren van weeswerken of het torrenten van hele oude films nu te rechtvaardigen: als we dat niet doen dan verliest de wereld toegang tot deze werken. Dát klinkt wel als een stevig belang.

Overigens is dit niet de allereerste keer dat auteursrechtinbreuk wordt gerechtvaardigd met een beroep op de uitingsvrijheid. De hele rechtspraak rond linksites, torrentsites en dergelijke is ervan doordrongen, met name omdat er eigenlijk geen ander argument is. Het is wel nieuw dat deze hoogste rechter nu zo expliciet zegt dat die belangenafweging zo moet worden gedaan, maar op zich zie je ook die afweging steeds terugkomen in onze rechtspraak. Neem het XS4All/Ziggo-vonnis:

Voor zover die abonnees van plan waren om via The Pirate Bay illegaal materiaal te gaan uitwisselen en daarbij inbreuk te maken, is dat geen rechtens te respecteren belang. … Dat beperkte belang [op toegang tot legaal aanbod op TPB] weegt niet op tegen de bescherming van de partijen die bij Brein zijn aangesloten tegen de in aantal omvangrijke inbreuken op hun rechten via The Pirate Bay die door toewijzing van de blokkade kunnen worden voorkomen.

Of je het nu eens bent met de redenering an sich, dit is het soort redenering dat nodig is om te bepalen of de blokkade “noodzakelijk” is. En met de platitude dat uitingsvrijheid een grondrecht is, kom je er niet. Auteursrecht is dat óók,en waarom moet dat wijken voor de uitingsvrijheid?

De enige case waar dit daadwerkelijk in het voordeel van de uitingsvrijheid uitpakte, was de Scientology-zaak. Daar moest het auteursrecht wijken, omdat het belang om kritiek op de Scientologybeweging uit te kunnen oefenen (en onderbouwen met citaten uit Scientology-copyrighted stukken) een zwaarwegende maatschappelijke kwestie was. Maar daaruit concluderen dat dus torrentsites ook mogen, gaat te ver.

Een argument waar ik dan wél wat in zie, is als volgt: de maatregel moet noodzakelijk oftewel proportioneel zijn, en dat betekent dat als er twee maatregelen zijn die hetzelfde doel bereiken, degene gekozen moet worden die de minste schade aan de uitingsvrijheid oplevert. Een uiting onder voorwaarden toestaan doet minder schade dan die uiting verbieden, dus dat geniet de voorkeur. Oftewel: sta torrenten toe maar verplicht torrenters tot betaling van een redelijke vergoeding.

Arnoud

Een uitingsverbod geldt ook voor de LinkedIn van de directeur

linkedin-connecties-contacten.pngIs het LinkedInprofiel van de directeur een bedrijfsmatig profiel? Nee, bepaalde de rechtbank onlangs, want zo’n profiel staat toch op náám en het is vooral bedoeld voor zakelijke en carrièregerichte doeleinden, iets dat jij als persoon doet. En als jou als persoon iets verboden is, mag je dat dus ook niet op zo’n LinkedInprofiel.

Prescan en Privatescan liggen al geruime tijd in de juridische clinch over merkinbreuk, domeinnamen en oneerlijke reclame in de bodyscansector. In augustus 2012 werd een van de directeuren van Privatescan veroordeeld om niet langer de slogan “Privatescan is marketleider” te gebruiken. Echter, in oktober/november bleek die zin nog wel als deel van zijn LinkedIn-profieltekst vermeld.

Het verweer luidde, kort gezegd, dat dit een zakelijk profiel was van het bedrijf Privatescan, zeg maar ongeveer zoals mijn pagina op ICTRecht wel mijn naam en foto toont maar toch een bedrijfspagina is. En aangezien het verbod aan hem in privé was opgelegd, was er dus geen sprake van een overtreding omdat niet hij maar Privatescan BV de uiting had gedaan.

Nu kun je discussiëren van wie een LinkedInprofiel eigenlijk is, zeker als er een bedrijfsnaam bij staat en je daar naar buiten treedt als medewerker/directeur van het bedrijf. Stel je gaat klantenservice doen in de discussiegroepen of je maakt reclame voor producten of diensten. Is dat dan jouw werk of dat van de werkgever? En van wie zijn die LinkedIncontacten die je legt dankzij het werk?

Lastige vragen, maar in dit specifieke geval heeft de rechtbank er weinig moeite mee het profiel als persoonlijk te zien:

Bovenaan het LinkedIn profiel is allereerst de naam van [eiser sub 1] opgenomen, met daarnaast een foto van zijn gezicht. Onder de naam van [eiser sub 1] staat vermeld dat hij ‘owner’ van Privatescan is. LinkedIn is een online sociaal netwerk dat de deelnemers in de gelegenheid stelt gebruik te maken van elkaars zakelijke netwerk. Het idee achter LinkedIn is juist dat het persoonlijk profiel wordt gebruikt voor zakelijke en carrièregerichte doeleinden.

Zo’n profiel moet je dus in principe zien als iets van de persoon, en niet van het bedrijf. Bedrijven kunnen een eigen pagina aanmaken ook nog (en die wás er ook van Privatescan). Dat het bedrijf betaalde voor het account en dat meerdere mensen erop konden inloggen, maakte dit niet anders.

Toch hoeft de directeur geen dwangsommen te betalen voor deze overtreding van het vonnis. De strekking van dat vonnis was namelijk dat “de maatman-consument” beschermd moest worden tegen misleidende aanprijzingen, en een consument gaat niet op de LinkedIn van de directeur kijken hoe goed Privatescan nu eigenlijk is. Die leest medische sites gericht op consumenten, zoals MedicalFacts of krantensites zoals De Standaard Online. En op basis van uitlatingen dáár was het vonnis uitgesproken, dus alleen bij uitlatingen op daarmee vergelijkbare media kan sprake zijn van een overtreding.

Arnoud

Rechter verbiedt smaadpleger socialemediaprofielen te hebben

sociale-media-verbodEen man uit Noord Holland heeft vorige maand van de kortgedingrechter een socialemediaverbod van één jaar gekregen, meldde NRC gisteren. De man had een uitgebreide smaadcampagne op zijn Hyves- en Facebookprofielen begaan, en na een eerdere veroordeling weigerde hij te stoppen. Hij mag een jaar geen profielen aanmaken, op straffe van een dwangsom en lijfsdwang (gijzeling). En, juridisch nieuwtje, met het vonnis in de hand mag de besmade ex-partner zélf verwijdering van die profielen eisen bij de providers.

Uit het vonnis blijkt dat het hier om een langlopend relatieconflict gaat, altijd het naarste soort juridisch conflict dat je kunt krijgen. De man in deze relatie had zijn ex-partner al eerder van allerlei zaken beschuldigd, van prostitutie tot kindermisbruik en nazisme aan toe, plus nog het een en ander. Hij kreeg daarvoor in een eerder vonnis een straatverbod en een verplichting om onder dwangsom de teksten en afbeeldingen in kwestie te verwijderen van zijn Facebook- en Hyvesprofielen.

Dat hielp niet: de profielen bleven voorzien worden van kwade beschuldigingen (in all caps) in dezelfde trant, waarop de ex-partner weer naar de rechter stapte. Ditmaal met zwaarder geschut: hem moet verboden worden nog een socialemediaprofiel te hebben, want een verbod enkel op bepaalde inhoud werkt niet. Ook moet als dwangmiddel lijfsdwang (gijzeling) kunnen worden ingezet.

Het verweer van de man kwam niet verder dan dat zijn profielen privé zijn, maar omdat alle teksten te vinden zijn met Google (kennelijk zonder zelfs maar te hoeven inloggen op Hyves of Facebook) vindt de rechter dat -terecht- geen argument. En of de maatregel “buitenproportioneel” is (zijn andere argument), tsja, het ís nogal wat zo’n algeheel verbod maar hij had het er ook wel naar gemaakt met die uitspraken én het negeren van het eerdere vonnis.

Wat ik nog niet eerder gezien had is de bepaling dat het vonnis “in de plaats treedt” van wat er maar nodig is van de man om zijn profielen verwijderd te krijgen. Hyves had namelijk aangegeven dat ze alleen profielen verwijdert met een gerechtelijk bevel, en dit is de manier om zo’n bevel te geven. De ex-parter kan nu met dit vonnis bij Hyves elk profiel van de man laten verwijderen gedurende een jaar na betekenis. Een juridisch paardenmiddel, maar kennelijk nodig.

(Hm, taalkundige terzijde: het is toch socialemediaprofiel? Het vonnis heeft het over een “sociaal mediaprofiel”, en bij NRC idem dito met “sociaal mediaverbod”. Maar wat is er sociaal aan een mediaprofiel? Het is toch een profiel op sociale media?)

Update (31 januari) in de comments wordt gewezen op dit vonnis waarin teksten van internet moeten worden verwijderd, en de rechter het vonnis eveneens als machtiging opvoert (“machtigt eisers op grond van artikel 3:299 BW om deze handelingen zelf te verrichten”).

Arnoud

Is het verboden te schrijven over voedingssupplementen?

codex-alimentariusDiverse lezers vroegen me bezorgd of het écht waar is dat je sinds kort niet meer mag schrijven over de vermeend geneeskrachtige werking van voedingssupplementen. De Codex Alimentarius (“Voedselboek”) zou als stiekem ingevoerde Europese censuurwet alle publicaties verhinderen waarin wordt gesuggereerd dat een levensmiddel of voedingssupplement gezond zou zijn. Dus als ik zeg dat ik me beter voel met pepermunt, dan ben ik strafbaar. En die claims zie ik niet alleen op alternatieve sites maar ook bij een toch respectabele club als Villamedia.

Die term “Codex Alimentarius” klinkt heel dreigend Latijn, en mogelijk dat de term “Codex” ergens resoneert met ouderwetse termen voor wetten of regels. Maar het is geen wet, niet Europees en niet Nederlands. Het is een lijst met normen over voedingsmiddelen. Wel is het zo dat deze lijst in de praktijk sterk overeenstemt met wél geldende wetten over voeding, vitamines en medische claims.

De Warenwet verbiedt in Nederland (art. 20) het aanprijzen van levensmiddelen met medische claims wanneer je dat “in de uitoefening van een beroep of bedrijf” doet. Een verkoper van vitamines mag dus niet zeggen dat deze verkoudheid verminderen, bijvoorbeeld. Maar iemand die twittert “voel me een stuk beter met een megadosis vitamine C” schendt de Warenwet niet. (Tenzij hij betaald wordt door die vitamineverkoper om dit te zeggen, natuurlijk.)

Ook is er Europese Verordening Nr. 1924/2006, die in Nederland geldend recht is. Deze verwijst (zie overweging 6) naar die omineuze Codex:

De definities en voorwaarden van de Codex-richtsnoeren worden naar behoren in aanmerking genomen.

Wellicht dat daardoor mensen zijn gaan denken dat de Codex zelf dus wet is. Maar dat is niet zo, ook niet via deze Verordening. De Codex stemt volgens de NVWA grotendeels overeen met de Europese en Nederlandse regelgeving, maar dat is geen automatisme. Uiteindelijk geldt alleen de tekst van de Verordening zelf. En ook deze is duidelijk over het beperkte toepassingsbereik:

Deze verordening is van toepassing op voedings- en gezondheidsclaims die in commerciële mededelingen worden gedaan, hetzij in de etikettering en presentatie van levensmiddelen, hetzij in de daarvoor gemaakte reclame (…) Zij is niet van toepassing (…) op niet-commerciële mededelingen en informatie in de pers en in wetenschappelijke publicaties.

Het moet dus gaan om commerciële mededelingen, reclame dus. En hoewel ook reclame valt onder de uitingsvrijheid, is het algemeen aanvaard dat reclame eerder aan banden mag worden gelegd dan een ‘gewone’ uiting, zoals een journalistiek stuk.

Aanvullende Verordening 432/2012 bevat een lijst met toegestane claims, waardoor het nog eenvoudiger is om onbewezen (niet-wetenschappelijk onderbouwde) claims aan te kunnen pakken. Maar het werkingsgebied wordt niet uitgebreid, de regels zijn en blijven beperkt tot commerciële mededelingen.

Dat is ook wat de NVWA schrijft onder het boze Villamedia-artikel. De discussie daar gaat vervolgens over de vraag wanneer iets journalistiek is of wanneer iets commercieel wordt: stel een artikel zegt wat over darmflorabacteriën en verderop in het tijdschrift staat een advertentie van Yakult. Maakt dat de uiting commercieel? Maakt het dan uit of het een gesponsord huis-aan-huisblad is of een ‘gewoon’ betaald tijdschrift waarbij redactie en advertentieafdeling strikt gescheiden zijn? Helaas komt er geen concrete uitspraak uit, maar het lijkt mij dat de bewijslast bij de NVWA ligt dat de journalistieke inhoud een direct verband met de advertentie/adverteerder heeft.

Iemand die op zijn eigen blog wil schrijven over hoe geneeskrachtig hij bepaalde vitamines of andere stofjes ervaart, kan dat gewoon blijven doen. Ook als er toevallig Google-advertenties bijkomen. Echter, is het doel van die blog het verkopen van die preparaten (bv. via affiliatelinks naar een online drogist) dan overtreedt hij de wet.

Arnoud

Een tweet in de krant, mag dat?

twitterbird.pngLaatst had ik weer een journalist aan de telefoon die zich zorgen maakte dat sommige media “zomaar tweets overnemen” en in de krant plaatsen, of op televisie overnemen. Dat kon toch niet zomaar, er zat toch auteursrecht op tweets? Eh. Kent u dat, vrijheid van nieuwsgaring en citeren uit openbare bronnen?

Natuurlijk, op een tweet kan auteursrecht zitten. 140 tekens is niet veel, maar genoeg om enige creativiteit in kwijt te kunnen. En als je weet dat het Hof van Justitie heeft gezegd dat elf woorden genoeg kan zijn om van een beschermd werk te spreken, en een haiku nóg korter is maar zeker ook beschermd, dan is het goed denkbaar dat een tweet in principe ook beschermd is.

Maar als je auteursrecht zegt, moet je eigenlijk ook altijd citeren zeggen. Want het citaatrecht is gemáákt om stukjes van andermans werk te mogen gebruiken in een eigen werk, zoals een aankondiging of bespreking van dat werk. Of andere eigen uitingen met een vergelijkbaar doel. En “@henk zei op twitter” in een nieuwsbericht lijkt mij een prima eigen vergelijkbaar doel. Dat is dan het brengen van nieuws, het nieuwsfeit is dat @henk dat zei.

Het blijft me verbazen hoe sommige mensen redeneren als het gaat om nieuwe media. Is het nu werkelijk zó gek dat je dingen van twitter mag overnemen? Werd er vroeger ook zo gek gedaan als je iemand op radio of televisie wat hoorde zeggen, en je dat wilde overnemen in je eigen tijdschrift of krant?

Arnoud

Het plaatsen van een schotelantenne als grondrecht

Het klinkt misschien gek, maar deel van de vrijheid van meningsuiting is het mogen ontvangen van informatie. (Juristen spreken dan ook liever van “informatievrijheid”.) En op grond van dat aspect van het grondrecht kun je dus in het geweer komen tegen een VvE of verhuurder die je verbiedt informatie te ontvangen. Iets preciezer gezegd: die je verbiedt een schotel aan je buitenmuur op te hangen. Een dikke tien jaar terug verschenen er met enige regelmaat uitspraken waarin mensen dit ook echt wonnen. Maar vandaag de dag lijkt de rechter wat terughoudender te zijn, want er is toch ook internet?

Ontvangst van informatie is een essentieel deel van de uitingsvrijheid. Als je geen informatie kunt ontvangen, valt er weinig zinnigs aan mening te uiten. (Hoewel..) Vandaar dat ontvangst naast verspreiding in het grondrecht van de uitingsvrijheid is opgenomen. En hoewel dat grondrecht in principe tegen de overheid geldt, mogen óók particuliere partijen je niet zomaar hinderen in het uitoefenen van dat grondrecht. Niet zomaar, want het mag wel – maar er moet een belangenafweging plaatsvinden.

(Radargolven zijn overigens geen informatie, bepaalde de Hoge Raad een tijdje terug, want “zulke golven bevatten immers geen inlichtingen of denkbeelden”. Een radardetector is dus niet in strijd met het grondrecht op informatie.)

Een verbod om een schotelantenne op te mogen hangen, verhindert het ontvangen van informatie via die schotel. Daarmee botst het verbod met de informatievrijheid van de huurder of bewoner van het pand. Ook al is dat niet de bedoeling van de VvE of verhuurder en willen ze alleen een lelijke uitstraling van het pand voorkomen. Maar is dat belangrijk genoeg om iemand te verbieden informatie te ontvangen?

In een recente uitspraak bepaalt de rechter dat de inbreuk op de informatievrijheid slechts beperkt is:

[verzoeker] kan immers de door hem gewenste informatie thuis verkrijgen. Slechts de wijze van ontvangst, via de schotelantenne (in de serre met het raam open) en via het UPC-abonnement in combinatie met het internet of via de schotelantenne aan de buitenkant van het gebouw is in het geding.

Hóe je informatie ontvangt, is dus ondergeschikt aan óf je informatie kunt ontvangen. Het argument “hoe meer kanalen hoe beter” (want niet alles zat in het UPC-pakket of op internet) weegt niet heel zwaar.

Wél zwaar laat de rechter het argument wegen dat het “een feit van algemene bekendheid [is] dat een of meerdere schotelantennes aan de buitengevel van panden een ontsierend en veelal stigmatiserend beeld oplevert”. En zeker nu het pand een “statige uitstraling” heeft, is het belang van de VvE groter dan dat van deze bewoner.

Ook een paar jaar terug werd het argument “u kunt toch de mogelijkheden van internet beproeven” gebruikt om een schotelverbod in stand te houden.

Wat vinden jullie? Is “bekijk gewoon de internetstream” een adequaat argument om schotelontvangst te weigeren?

Arnoud

Mag ik citeren uit blafbrieven?

Regelmatig krijg ik mails van mensen die boze brieven ontvangen van advocaten of zich benadeeld voelende partijen. Soms zijn die terecht, soms niet. En de ontvanger wil dan vaak het geschil delen met zijn publiek, en knalt die brieven dan online. Maar mag dat zomaar?

Een brief (of mail) is bedoeld als privécorrespondentie. Die online zetten is dan niet direct de bedoeling, maar automatisch onrechtmatig is het ook weer niet. Een privacybelang (het standaardargument bij brieven en mails) zal niet snel aanwezig zijn, het gaat immers om een zakelijke brief. Wel zul je zaken als telefoonnummers en afzendermailadressen moeten weghalen.

Wel moet er enige rechtvaardiging zijn waarom je de brief integraal online zet in plaats van eruit te citeren of in je eigen woorden te vertellen dát je zo’n brief hebt gehad. Enkel “ik wil mijn dossier compleet hebben” is niet genoeg. Waaróm moet dat dossier compleet online?

Een blafbrief kan auteursrechtelijk beschermd zijn. In het hoger beroep van de Nijntje-parodie-zaak riep de eiser wel van alles hierover, maar kwam dit niet tot een uitspraak.

In april vorig jaar verbood de rechter een partij bij een geschil om zijn dossier te publiceren omdat daar stukken van de wederpartij in zaten waar hij geen toestemming voor had. Daarbij miste ik wel enige afweging van de nieuwswaarde van die stukken, wat óók moet als het gaat om auteursrechtschending.

Een disclaimer of geheimhoudingszin onderaan die mail verandert hier niets aan overigens; zo’n tekst is niet juridisch bindend, ook niet als deze van een advocaat afkomstig is. Alleen correspondentie tussen advocaten onderling is wettelijk beschermd en mag niet zomaar online.

In de VS bestaat het Chilling Effects project, dat als doel heeft alle DMCA claims te publiceren. Dat kan daar, omdat de DMCA alléén geldt voor auteursrechtclaims en er zelden een privacy- of vergelijkbaar belang te bedenken is tegen het publiceren van een auteursrechtclaim. En auteursrecht op de notice is naar Amerikaans recht moeilijk voorstelbaar, nog even afgezien van een fair use-claim bij het publiceren. Maar in Nederland kun je takedownclaims doen op álle soorten gronden, ook smaad of privacyschending. En het automatisch publiceren van claims is dan ook iets moeilijker, want voor je het weet publiceer je intieme details waarin naar wordt verwezen in de claimbrief.

Arnoud