Auteursrecht op voorgeïnstalleerde software uitgeput

Weer eens een leuk vonnis over software dat tegen de vastgeroeste opinie van leveranciers aanschopt: het kopen van hardware met voorgeïnstalleerde software is toegestaan, ook als in de licentie staat dat dat niet mag. Dat vonniste de Rechtbank Dordrecht onlangs. De auteursrechten op die software zijn uitgeput zoals dat heet, en de auteursrechthebbende kan dan niet meer optreden tegen doorlevering van die exemplaren. (Wel tegen nieuwe kopieën natuurlijk.)

Het bedrijf Nelcon (later hernoemd tot Kalmar) had een aantal werkstations met voorgeïnstalleerde CAD-software aangeschaft. Bij de verkoop van een deel van haar bedrijf zouden deze werkstations met software ook worden overgedragen, maar de leverancier (Han Dataport) daarvan verzette zich daartegen. In de voorwaarden stond namelijk deze (redelijk standaard)riedel:

Verkoper verleent koper voor de geleverde programma’s en bijbehorende documentatie een niet-exclusief en niet overdraagbaar gebruiksrecht voor intern gebruik, voor de doeleinden waarvoor deze producten geleverd worden. Koper is ervoor verantwoordelijk dat deze programma’s en documentatie zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van verkoper niet voor derden toegankelijk zijn.

Tijdens de discussie of de overdracht wel of niet mocht meldde de leverancier nog dit:

Want zoals je weet heeft Nelcon weliswaar gebruikslicenties van CAD400 maar dit houdt onder geen beding in dat Nelcon het recht heeft om deze gebruikslicenties aan derden over te dragen, uit te lenen, te verkopen etc.

De rechtbank verwerpt deze stelling echter: als je rechtmatige verkrijger van software bent, dan heb je een wettelijk gebruiksrecht (hela!) en dat kan de leverancier niet zomaar ongeldig verklaren.

De vraag is dan dus: ben je rechtmatig verkrijger als je een bedrijfsonderdeel overneemt inclusief hardware en software? En maakt het uit of in de EULA staat dat de software niet mag worden overgedragen?

De rechtbank constateert terecht dat in de wet niet staat wat een “rechtmatige verkrijger” is. Degene die de software van de rechthebbende (of zoals hier, van een wederverkoper) heeft gekregen, is in ieder geval rechtmatig verkrijger. En, zo zegt de rechtbank: ook de opvolgende verkrijgers van exemplaren ten aanzien waarvan het verspreidingsrecht is uitgeput.

Oftewel, de concrete exemplaren die legaal op de markt zijn gebracht, kunnen worden doorgeleverd en daar kan de rechthebbende niets aan doen. En daarom gaat het hier precies goed voor Nelcon, want die hebben de hardware mèt de voorgeïnstalleerde software doorverkocht.

En de voorwaarden dan, die dit verbieden? Daar heeft de ontvanger van de software niets mee te maken, want die heeft ze niet geaccepteerd. En bovendien gaat voor haar het uitputtingsrecht boven zo’n licentietekst.

[De leverancier] stelt weliswaar dat uit de algemene voorwaarden voortvloeit dat de software niet zonder toestemming van Han Dataport mocht worden overgedragen of aan een ander in gebruik gegeven. Dat baat haar in het auteursrechtelijke kader echter niet. Een dergelijk verbod van verdere overdracht staat immers haaks op de wettelijke uitputtingsregel.

Wel kan het wanprestatie (contractschending) zijn van de originele verkrijger, zo zegt de rechtbank. Die had zich immers verplicht de software niet over te dragen maar heeft dat toch gedaan. Ik moet zeggen dat ik daar wel moeite mee heb: als het wettelijk uitputtingsrecht geldt in zo’n situatie, dan zie ik niet waarom de licentienemer wanprestatie zou plegen. Maar goed, dat was een opmerking terzijde.

Menno Weij van Solv Advocaten wijst erop dat de rechtbank wel erg makkelijk tot deze conclusie komt. Een uitgemaakte zaak onder juristen is het niet, maar daarvan zie je niets terug in dit vonnis. Ik sluit me daarbij aan, het is een leuke uitspraak maar ik zou er niet meteen heel hard van willen gaan roepen dat doorverkopen van software nu dus altijd mag.

Arnoud

De gegoogelde actiecode

discount-korting-afgeprijsd-actie-aktie.pngEen lezer vroeg me:

Ik heb op het internet wat gekocht bij een webwinkel. Tijdens het orderproces gaf het formulier “aktiecode” aan, dus ik meteen Googlen voor een aktiecode en jawel hoor, een werkende met 30 euro korting. Maar een uur of wat later kreeg ik een mail dat mijn bestelling niet werd geaccepteerd omdat de aktiecode die ik had gebruikt, niet gold voor deze producten. Dat kan toch niet zomaar? Waarom hebben ze dan niet een eenvoudige check ingebouwd op die aktiecode?

Aan een actiecode kunnen zeker voorwaarden worden verbonden, en die krijg je te horen als je de actiecode/tegoedbon koopt. Dat het systeem technisch toelaat dat je de verkeerde code invoert, lijkt me geen bewijs dat ze deze moeten accepteren. Het gaat me te ver om te zeggen dat een winkel een systeem moet programmeren om actiecodes te valideren voordat de bestelling doorgaat.

Als je de actiecode langs normale weg had verkregen, had die voorwaarde erbij gestaan (althans dat had gemoeten). Dan had je op dat moment geweten dat de code niet geldig was voor dit product. Door de code via zo’n zoekopdracht te vinden, neem je het risico dat hij achteraf niet (meer) geldig blijkt.

Ik denk dus dat de winkel in zijn recht staat om de bestelling te annuleren.

Arnoud

Mag een provider Sedo-advertentiepaginas neerzetten op klantensites?

sedo-parking.pngEen lezer schreef me:

Een site die ik zo af en toe bezoek had vanochtend opeens een “Pagina niet beschikbaar” melding. Dat kan, de site zal wel over haar datalimiet heen zijn of zo. Maar de provider had er allemaal advertenties van Sedoparking eronder geparkeerd, dus ik kon gelijk doorklikken naar allerlei schaarsgeklede dames en andere fraaie onderwerpen die niets met die site te maken hadden.

Mag een hosting provider dit zomaar doen? Het zal ongetwijfeld rechtmatig zijn dat je bij overschrijding van het verbruik de pagina blokkeert maar om dan er maar advertenties met een compleet andere (expliciete) inhoud op te zetten waarvan de inkomsten (if any) ongetwijfeld gewoon naar de hosting provider vloeien is natuurlijk een andere zaak. Nog maar afgezien van potentiële imagoschade door de expliciete content.

Een provider is inderdaad gerechtigd een site te blokkeren (“op zwart” te zetten) wanneer de voorwaarden van het hostingcontract worden overtreden. Er moet dan wel iets komen te staan als mededeling aan bezoekers, al was het maar “Site gesloten ivm overschrijding dataverkeer”. Daar is niets mis mee.

Soms zie je ook dat zo’n site dan wordt doorgeleid naar de homepage van de provider. Ik vind dat al dubieus eerlijk gezegd: als bezoeker kom ik voor die site, niet voor de provider. Als in het winkelcentrum de boekhandel die ik zoek gesloten is, wil ik ook niet meteen doorlopen naar de supermarkt een verdieping lager.

Het lijkt me echt niet kunnen om een pornopagina of zelfs maar een ‘gewone’ Sedo-parkeerpagina met advertenties neer te zetten in de plaats van een website van een klant. Daar is geen enkele rechtvaardigingsgrond voor. Het is de site van de klant en niet van de provider. De site mag op zwart, er mag een zakelijke waarschuwingstekst bij maar geld verdienen met zulke advertenties kan echt niet door de beugel.

Arnoud

Voorlichting op gemeentewebsite Den Haag bindend bij parkeerboete

parkeren-den-haag-verboden-te-parkeren-asfalt-weg.pngZo, ik ben weer terug van vakantie. En gelijk een leuk vonnisje gevonden: welke rechten kun je ontlenen aan de website van een gemeente? In een rechtszaak over het parkeerbeleid van de gemeente Den Haag genoeg om geen parkeerboete te hoeven betalen in ieder geval.

Een burger had haar auto geparkeerd aan de Suezkade te Den Haag, een “plaats waar mag worden geparkeerd tegen betaling van parkeerbelasting” zoals dat zo mooi heet. Zij kreeg een boete, haar digitale parkeervergunning zou niet op de juiste manier zijn aangemeld en daarmee niet geldig zijn geweest.

In de beroepsprocedure voerde de parkeerder aan dat de voorwaarden van de vergunning niet meegestuurd waren in de envelop waarmee de parkeervergunning opgestuurd was. Ze was daarom op de website van Den Haag gaan kijken, en ze had de instructies daar keurig opgevolgd. Dat die instructies dan onvolledig zijn, kon toch niet haar schuld zijn?

De gemeente vond van wel: ze had gewoon even moeten bellen en dan hadden ze de voorwaarden keurig op kunnen sturen. Wie gaat er nou op internet kijken als er een stuk papier ontbreekt in een envelop? Gelukkig vindt de rechtbank dat argument net zo’n onzin als ik:

Met eiseres is de rechtbank van mening dat – uiteraard indien en voor zover dat voorhanden is – daartoe kan worden volstaan met het raadplegen van de informatie op de internetsite van de gemeente Den Haag.

Op de website stonden enkele voorwaarden vermeld, zoals het moeten plaatsen van een parkeerschijf en niet langer dan twee uur aaneen parkeren, maar nu net niet de voorwaarde dat je de bezoekersvergunning na aanvraag nog eens moet aanmelden. Dat was waar de gemeente de boete op baseerde, maar de rechtbank verwijst deze eis naar de prullenbak:

Nu in de digitale gebruiksinstructie niets staat vermeld over het aanmelden van de digitale vergunning, behoefde eiseres niet te weten dat dit een noodzakelijke voorwaarde was. Eiseres heeft naar het oordeel van de rechtbank niet hoeven te twijfelen aan de op internet door de gemeente gegeven informatie. Dit geldt temeer daar de op internet – en op Schermprint I – weergegeven informatie en voorwaarden voldoende specifiek en uitgebreid zijn.

Het zou leuk zijn geweest als de rechtbank ook nog wat had gezegd over de proclaimer van de gemeente, want erg ‘pro’ vind ik die niet:

De gemeente Den Haag garandeert echter niet dat de inhoud van het Platform volledig, accuraat en juist is. … De informatie op dit Platform is uitsluitend bedoeld als algemene informatie en voor algemeen gebruik. Er kunnen geen rechten aan de informatie op het Platform worden ontleend. De gemeente Den Haag is niet aansprakelijk voor enige schade die is of kan ontstaan als gevolg van (blablabla).

Het idee van een proclaimer was toch juist vermelden “wat lezers en gebruikers wél kunnen verwachten”?

Prachtig hoe dat dan gaat: oh, we moeten een proclaimer, dan nemen we de aanbevolen proclaimertekst over maar laten we Juridische Zaken er even naar kijken. En die typt er dan toch weer precies die standaarddisclaimerzinnen in over die er nu net uitgegooid waren. Argh! Ik heb zo’n hekel aan copypastejuristerij.

Afijn, de rechtbank is gelukkig recht door zee: op de site staat het duidelijk en ondubbelzinnig, dus als burger kun je daar rechten aan ontlenen. Of de rechtbank (net als heel Nederland) vergeten is de disclaimerproclaimer te lezen of deze bij voorbaat al aperte onzin vond, weet ik niet, maar de uitkomst is hoe dan ook terecht.

Update (25 november) zie ook deze zaak over een verouderd postadres van de Belastingdienst dat nog op hun website stond. Ook daar mocht de burger vertrouwen op de site.

Update (30 september 2011) zie ook deze strafzaak waarin informatie op gemeentewebsites meewoog bij de vraag of verdachte “redelijkerwijze had kunnen vermoeden” (waar het om het primair tenlastegelegde gaat) of het “wist of redelijkerwijs had kunnen weten” van het subsidiaire tenlastegelegde. De gemelde informatie was onjuist maar dat bleek alleen uit recente nieuwe inzichten. Vrijspraak.

Update (12 juli 2012) voor het mogen heffen van parkeerbelasting op een extra koopavond in Nijmegen is de enkele vermelding daarvan op de website niet genoeg. Koopavonden moeten ook ter plaatse kenbaar zijn gemaakt.

Update (22 december 2013) dit vonnis moedigt disclaimers aan (ben ik bang) door te oordelen dat een uitgebreide webpagina over wat je verzekering dekt, bóven de verzekeringsvoorwaarden gaat.

(…) de tekst op de website van AnderZorg (ten aanzien van de vraag of kosten van plastische chirurgie onder de basiszorgverzekeringen vallen) uitgebreid is en uit niets blijkt dat de opsomming en tekst niet limitatief of niet volledig zou zijn. De conclusie is daarom dat [eisende partij] er op grond van de tekst van de website vanuit mocht gaan dat die tekst de volledige aard en omvang van de door haar gesloten zorgverzekering met AnderZorg, in elk geval voor wat betreft de kosten van plastische chirurgie, betrof.

Arnoud<br/> Foto: Conanil, CC-BY 2.0

Wanneer sluit je een softwarelicentie?

Een lezer vroeg me:

Tijdens de installatie van wat software bij mijn ouders thuis werd ik zoals gebruikelijk tijdens de installatie gevraagd akkoord te gaan met de licentievoorwaarden van de software. Nu vroeg ik me af: zijn die eigenlijk wel bindend? Mijn vader had de software namelijk in de winkel gekocht, dat is dan toch het moment dat de overeenkomst gesloten wordt? En de voorwaarden moeten op dat moment worden overhandigd, heb ik altijd begrepen.

Algemene voorwaarden moeten inderdaad voor of bij het sluiten van de overeenkomst worden aangeboden (art. 6:234 BW). Anders zijn ze vernietigbaar, oftewel dan kan de wederpartij zel op elk moment van tafel vegen. (Je hoeft ze niet gelezen te hebben overigens, als je zonder te lezen akkoord gaat verandert dat niets aan de situatie (art. 6:232 BW).)

Bij veel softwarelicenties gaat het om een andere reden (ook) fout: algemene voorwaarden moeten op te slaan en uit te printen zijn, en dat gebeurt bij software-installers vaak niet. Die laten de voorwaarden zien in een scrolvenster, en zonder zelf moeilijk te doen kun je die tekst niet printen of opslaan. Dus ook op die grond kun je ze vernietigen.

Een juridisch lastige vraag is wat de overeenkomst is en wanneer je die sluit. Is dat in de winkel? Bij het betalen&downloaden? Of pas bij het installeren? Voor al die standpunten valt wat te zeggen. De winkel kan bv. zeggen dat ze je alleen de media verkopen en dat je het gebruiksrecht maar even met de leverancier zelf moet onderhandelen.

Ik vermoed dat bij koop van een CD in een winkel dit het moment van het sluiten van de overeenkomst met de softwareleverancier is. Op dat moment wordt er immers over alles onderhandeld. De voorwaarden moeten dan ook bij de verkoop in de winkel al ter hand gesteld zijn. Bij een downloadstore moeten net zo de voorwaarden worden getoond voordat de download gaat beginnen.

Als je deze koop ziet als twee contracten, krijg je dat probleem van de licentie die de verkoper tegenspreekt (zoals Microsoft dat zegt dat je Windows mag retourneren, waar winkeliers nogal van opkijken.)

Arnoud

Overnemen fotootje bij forumcopypastepost geen inbreuk

maroc-peter-vincent-schuldEen foto die bij een overgenomen nieuwsbericht op een foto stond, levert geen schending van het auteursrecht of het portretrecht op. Dat bepaalde het Gerechtshof Amsterdam eerder deze week in het hoger beroep van de zaak Peter Vincent Schuld tegen forum Maroc.nl (via).

Een forumlid had een artikel uit een krant overgenomen, inclusief het fotootje daarbij. De fotograaf daarvan eiste een schadevergoeding van de forumbeheerders omdat zijn auteursrecht en het portretrecht van zijn dochter zou zijn geschonden. Die stond namelijk op de foto.

In eerste instantie had de rechtbank geoordeeld dat Maroc.nl als forum niet aansprakelijk was voor deze publicatie, omdat de fotograaf de klachtprocedure niet had doorlopen en haar claimbrief naar een verouderd adres had gestuurd.

In hoger beroep werd hier niet op ingegaan, omdat de rechter vindt dat er sowieso geen sprake is van schending van rechten. Het fotootje was immers een beeldcitaat:

De functie van de foto bij het artikel is functioneel van aard en vergroot de zeggingskracht van het artikel en verbeeldt op doeltreffende wijze het schrijnende karakter van het aangesneden onderwerp (kinderlokken op internet).

Nu er geen auteursrechten geschonden zijn, hoeft het gerechtshof ook niet te bedenken of Maroc.nl voor zo’n schending aansprakelijk zou zijn. Een beetje jammer, hoewel het wel goed is om te zien dat het Gerechtshof zo’n foto-overname als citaat ziet want er zijn tientallen fotografen actief die voor dat soort hergebruik gewoon een factuur menen te kunnen sturen.

Voor wat betreft het portretrecht is het Hof minstens zo snel klaar: (de ouder van) het kind had toestemming gegeven voor de originele publicatie in de krant, dus kan hij niet protesteren bij herpublicatie in dezelfde context op een internetforum. Terecht, lijkt me.

(En ja, ik ben nog met vakantie maar bij dit soort opstekertjes blog ik wel eventjes hoor.)

Arnoud

Is een particuliere verkoper aansprakelijk voor kwijtgeraakte bestellingen?

Update (12 maart 2012) let op, deze blog is vervangen door Wie is aansprakelijk voor verloren bestellingen bij particuliere verkoop?

Regelmatig krijg ik vragen over bestellingen die kwijtraken of beschadigd worden bij de verzending naar de koper. Welke rechten heb je dan als koper? En maakt het daarbij uit of je koopt bij een bedrijf of bij een particulier op bv. Marktplaats?

Wie gaat zoeken in het wetboek, ziet al snel artikel 7:11 BW, dat het risico bij de verkoper legt:

Indien bij een consumentenkoop de zaak bij de koper wordt bezorgd door de verkoper of een door deze aangewezen vervoerder, is de zaak pas voor risico van de koper van de bezorging af, zelfs al was zij reeds eerder afgeleverd in de zin van artikel 9.
Dit is dwingend recht (art. 7:6 BW): tenzij de koper een specifieke bezorger voorstelt, is de verkoper aansprakelijk voor kwijtraken. Ook als hij TNT Post gebruikt, ook als in de algemene voorwaarden staat dat de koper het risico aanvaardt bij gebruik van TNT Post en ook als de koper heeft gezegd dat het zo goedkoop mogelijk doet. Oh ja, en ook als de koper TNT Post uit een lijstje bezorgbedrijven heeft gekozen.

Punt is wel dat dit alleen geldt bij een ‘consumentenkoop’, en dat is (art. 7:5 BW) een koop tussen een bedrijf en een particulier. Een particulier die wat spullen op Marktplaats verkoopt, is niet automatisch een bedrijf (of beroepsmatig handelaar). Daarvoor is echt meer nodig.

Bij verkoop tussen particulieren (consumenten) onderling geldt artikel 7:11 BW dus niet. Je valt dan terug op de hoofdregel uit de wet (art. 7:9 BW): de verkoper moet zorgen dat de gekochte zaak wordt afgeleverd bij de koper. En ‘aflevering’ betekent hier niet ‘bezorging’ maar ‘plek waar de overeenkomst wordt uitgevoerd’. Volgens artikel 6:41 BW is die plek de plaats waar het product zich bevindt (zie ook de Tekst & Commentaar, p. 1038). Oftewel: de koper moet de producten komen halen. Hij kan ze laten opsturen, maar dat is dan op zijn eigen risico (art. 7:10 BW).

De speciale regeling van artikel 7:11 BW is dus ingevoerd om dat risico om te draaien. De wetgever beschermt daarmee de consument die bij een bedrijf koopt. Dat bedrijf kan zich verzekeren of een mooi contract met een vervoerder afsluiten die wél gegarandeerd aflevert, is de gedachte. Een consumentverkoper kan dat niet, dus dan is het oneerlijk om het risico daar te leggen.

Mijn eerdere blogpost over wanprestatie bij niet-levering moet ik dus nuanceren: er is geen sprake van een tekortkoming van de consumentverkoper als het pakketje kwijtraakt in de post, want het risico van kwijtraken ligt bij de koper in die situatie.

Arnoud

Flashcards en modchips schenden de Auteurswet

De rechtbank in Den Haag heeft elf Nederlandse webwinkels op de vingers getikt omdat de bedrijven het illegaal downloaden van games van Nintendo stimuleren, las ik bij Nu.nl. In deze zaak uit 2008 draaide het om de legaliteit van modchips en flashcards. Mag je kaartjes op de markt brengen waarmee je Linux op een Wii kan draaien maar ook illegale (gekraakte) kopieën van Nintendo-spellen? Volgens de rechtbank is het antwoord nee: de kaartjes worden in de praktijk vrijwel alleen gebruikt om Nintendo’s auteursrechten te schenden.

De basis van Nintendo’s eis is artikel 29a Auteurswet, dat het omzeilen van “doeltreffende technische voorzieningen” verbiedt. Middelen om dat te doen, zijn ook verboden. In 2002 werd een verkoper van Playstation-modchips veroordeeld, maar daar ging het om artikel 32a: het omzeilen van de beveiliging van software. In de Nintendo-zaak werd ook betoogd dat artikel 29a niet op zou gaan, maar daar ging de rechter niet in mee: de Nintendo-spellen zijn naast software ook “werken” en artikel 29a geldt voor alle werken die de Auteurswet beschermt.

Bij artikel 29a is verder altijd de discussie wat “doeltreffend” is. Een niet-doeltreffende voorziening mag je immers doorbreken. Een paar jaar geleden had de Finse rechter nog geoordeeld dat het CSS-systeem voor DVD video’s niet doeltreffend was omdat het zo eenvoudig te kraken was. Maar hier is (helaas) niet ter discussie gesteld of de beveiliging van de Wii “doeltreffend”.

Je schendt de wet als je voorzieningen omzeilt die auteursrechtenschendingen voorkomen. Maar is dat wel het geval bij modchips? De maatregel beperkt immers vooral het draaien van software als zodanig (haha). Niet alleen het draaien van illegale kopieën van Nintendo-software. Maar volgens de rechtbank is dat niet relevant: omdat de maatregelen “dienen voor het voorkomen of beperken van auteursrechtelijk relevante handelingen” op de Nintendo-software, zijn ze toegestaan. Door deze maatregelen kun je geen illegale kopieën van Nintendo-spellen draaien op een ongemodde Wii, en daarom is sprake van “doeltreffende technische voorzieningen”. Ook als de maatregelen daarnaast nog andere handelingen voorkomen of beperken.

Daarover hadden de winkeliers nog het verweer ingebracht dat je met een gemodde Wii nog veel meer dingen zou kunnen doen, zoals homebrew software draaien. Dat gelooft de rechtbank simpelweg niet:

Dat de producten daadwerkelijk op grote schaal voor die alternatieve doeleinden worden gebruikt, is in het licht van het voorgaande niet aannemelijk, mede gelet op het feit dat de spelcomputers van Nintendo specifiek zijn ontworpen voor het spelen van de Nintendo spellen en niet voor het – buiten het kader van een spel – afspelen van muziekbestanden, internetten, fotograferen en bellen.

En nee, Nintendo maakt hiermee ook geen misbruik van haar machtspositie. Als iemand dit toch zou willen doen, dan kan hij bij Nintento een SDK-licentie nemen en zo geheel legaal Linux naar de Wii porten of er een audiospeler van maken.

De kaartjes worden dan ook aangemerkt als middelen die “vrijwel uitsluitend worden gebruikt voor het omzeilen van de voorzieningen die Nintendo heeft getroffen om inbreuken op haar auteursrecht tegen te gaan.” Daarmee mag Nintendo alle modchips bij de webwinkels opeisen en laten vernietigen.

Arnoud

Wie moet je geloven als websitehouder?

Een lezer vroeg me:

Ik ben eigenaar van een bed&breakfast, en met enige regelmaat duiken negatieve reviews op op allerlei sites. Daar ben ik bepaald niet van gediend, m.i. is dat gewoon smaad. Van een aantal heb ik zelfs keihard bewijs dat ze niet waar kunnen zijn. Ik wil dat deze reviews verwijderd worden, maar de reviewsites werken daar niet aan mee. Kennelijk willen ze liever geld verdienen aan advertenties bij smadelijke recensies. Kan dat zomaar, dat ze over de rug van de ondernemer geld verdienen zonder enige hoor en wederhoor of controle?

Een bedrijf kan niet verbieden dat zij op een website wordt genoemd, of dat mensen een mening publiceren over hun ervaring met dat bedrijf. Wel kunnen ze eisen dat nodeloos grievende recensies, of recensies zonder enige basis in de feiten, worden weggehaald.

Daarbij speelt wel een groot probleem: hoe weet de site dat daarvan sprake is? Een klacht van het bedrijf lijkt me niet genoeg. Een malafide bedrijf zou zo snel allerlei terechte ervaringen weg kunnen laten halen door een klacht te kwader trouw.

Je zou bewijs kunnen vragen, maar ook dat heeft maar beperkte waarde. De treurige ervaring leert dat zowel de klager als het bedrijf prima in staat zijn om bewijs te vervalsen of te verzinnen (een nep e-mail is snel getypt). Als tussenpersoon kun je dat bewijs niet op waarde schatten.

Het enige wat ik kan bedenken, is dat je als tussenpersoon eist dat negatieve recensies onderbouwd moeten zijn. Op een partij negatief gereutel zit niemand te wachten, maar een onderbouwd negatief verhaal is waardevol voor andere bezoekers. Het ontbreken van onderbouwing in de review kan dan een reden zijn om na een klacht de recensie te verwijderen (kán, niet móet).

Eventueel zou je nog kunnen kiezen voor het niet (altijd) tonen van recensies die sterk afwijken van het gemiddelde. Zo is de impact van een zeer negatieve recensie wat minder.

Hebben jullie nog suggesties?

Arnoud

Nieuwe regels over elektronische documenten en voorwaarden

Excuses voor de vertraging, maar ik moest het even nazoeken. Zoals donderdag beloofd: wat is er per 1 juli gewijzigd over algemene voorwaarden en de rechtsgeldigheid van elektronische documenten?

De regels over algemene voorwaarden (art. 6:234 BW) zijn veranderd. Het wetsartikel is herschreven, met name om de leesbaarheid te vergroten (voor zover haalbaar, het is en blijft een draak van een artikel).

Een belangrijke wijziging is dat je nu ook bij “gewone” (niet-elektronische) contracten de algemene voorwaarden elektronisch mag aanleveren. Je mag dus een papieren contract tekenen (of een mondelinge overeenkomst sluiten) waarbij je de voorwaarden als PDF mailt. Wel vereist dit “uitdrukkelijke instemming van de wederpartij”. Het is dus niet toegestaan om in de algemene voorwaarden te zetten “Wederpartij verleent hierbij uitdrukkelijke instemming voor elektronische aanlevering van deze voorwaarden”. Niet dat dat veel mensen ervan zal weerhouden om het toch te doen (t-shirt voor de spotter van het eerste voorkomen hiervan.)

Een grotere wijziging is artikel 156a Rechtsvordering over elektronische akten – ondertekende geschriften die als bewijs dienen. Zo’n document mag nu ook elektronisch, mits (pas op, juridische mond vol):

het degene ten behoeve van wie de akte bewijs oplevert, in staat stelt om de inhoud van de akte op te slaan op een wijze die deze inhoud toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die is afgestemd op het doel waarvoor de akte bestemd is te dienen, en die een ongewijzigde reproductie van de inhoud van de akte mogelijk maakt.

Ik kan daar niet veel meer van maken dan “je moet kunnen nalezen wat er getekend is” maar ongetwijfeld zitten hier heel veel nuances aan. Een PDF met elektronische handtekening voldoet aan deze eis.

Deze regels zijn ingevoerd op grond van het wetsvoorstel over elektronische aktes, dat met name bedoeld was om elektronische verzekeringspolissen mogelijk te maken. Logischerwijs is er dan ook een wetsartikel ingevoerd (art. 7:932 BW) dat zegt dat verzekeringspolissen nu elektronisch mogen. En dat gaat vrij eenvoudig met de bovengenoemde wijzigingen: die polis is een akte en moet dus voldoen aan de hierboven genoemde eis voor aktes, en de polisvoorwaarden zijn algemene voorwaarden en moeten dus voldoen aan de eisen van opslaanbaarheid. Plus, je mag bij een ‘gewone’ papieren polis nu met de verzekeringnemer afspreken dat de voorwaarden worden gemaild of te downloaden zijn.

Wel is er een extra eis aan de elektronische handtekening: die moet een “geavanceerdegekwalificeerde elektronische handtekening” zijn, en de mensen die weten wat dat betekent mogen nu de paracetamol grijpen. Inderdaad, dat is zo’n ding waarbij er geavanceerde wiskunde wordt gebruikt, een smartcard moet worden ingezet, een digitaal certificaat moet zijn verkregen en minstens 200 uren aan dure consultants moet zijn besteed voor het implementatietraject. Ik ben dan ook zeer benieuwd wanneer de eerste elektronische polissen daadwerkelijk aangeboden worden – en of ze ook echt gaan voldoen aan die voorwaarden.

Arnoud