Hoe ga je om met internetdreigers?

leeuw-boos-trol-figuur.jpgEen lezer vroeg me:

Een gebruiker van ons forum wees me op een berichtje op internet waar iemand heel boos en agressief over ons schreef. Hij riep iedereen op een denial-of-serviceaanval uit te voeren of een worm op lost te laten met als doel het platleggen van ons forum.

Je zou denken dat ik hem iets vreselijks heb aangedaan, maar behalve dan dat ik hem ooit zijdelings op een ander forum heb meegemaakt ken ik deze persoon echt niet. Wij zijn heel erg geschrokken van dit bericht en we vroegen ons af wat er tegen te doen is?

Deze lezer is niet de enige: ik krijg zo ongeveer wekelijks mails over dit soort haat en nijd en onderlinge ruzies. Helaas is zulk getrol en gepest aan de orde van de dag. Sommige mensen voelen zich snel aangevallen of menen dan dat hen onrecht wordt aangedaan. Ook als daar eigenlijk geen enkele reden voor is.

Het is heel lastig om daar wat aan te doen. In de praktijk blijkt dat het meestal blijft bij wat gescheld en geroep maar dat er geen daadwerkelijke acties van komen. In zo’n geval adviseer ik om het te laten rusten. Pas als er werkelijk overlast van komt, zou ik in actie komen en bijvoorbeeld aangifte doen of met de beheerder van dat forum gaan overleggen.

De kosten van een juridische procedure kunnen al snel enkele duizenden euro’s bedragen, dus dat zou een laatste redmiddel moeten zijn. Plus zo’n procedure levert natuurlijk weer meer haat en gedoe van de wederpartij op, en dat is vaak het laatste wat je wil.

Hebben jullie extrajudiciële suggesties over hoe om te gaan met gescheld, getrol en dergelijke treiterij?

Arnoud

Mag je bloggen over je kind?

kinderen-oppassen-bord-verkeersbord-waarschuwing.pngMag je als vader zonder ouderlijk gezag op een blog schrijven over je kind, inclusief foto? Met die lastige vraag zag eind januari de rechtbank Arnhem zich geconfronteerd. Ik krijg daar zelf ook veel mail over (zie bv. de blog Je ex zet foto’s van je kind online) en elke keer blijkt het weer zó lastig te liggen dat een algemeen antwoord nauwelijks te geven is.

Dat concludeert nu ook de rechtbank: het gaat hier om een botsing tussen de vrije meningsuiting van de vader en de privacy van het kind. Die twee grondrechten zijn in beginsel gelijkwaardig, dus je kunt niet op voorhand zeggen dat één van de twee altijd moet winnen. De enige manier om te bepalen wat de doorslag behoort te geven, is door te kijken naar de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij speelt een belangrijke rol de vraag of de uitlatingen die worden gedaan op waarheid berusten en de manier waarop die uitlatingen worden gedaan.

In dit geval ging het om de volgende inhoud:

Op de weblog staat één sterk verouderde foto van [naam minderjarige], waarvan onweersproken is gesteld dat de huidige [naam minderjarige] daarin niet kan worden herkend. De spaarzame andere foto’s op de weblog zijn van familieleden van [gedaagde]. De weblog is voornamelijk een korte opsomming van gebeurtenissen in het leven van [gedaagde] zelf, zoals het overlijden van zijn moeder en de geboorte van een neefje. …

Daarnaast vermeldt de weblog jaarlijks een felicitatie aan [naam minderjarige] op zijn verjaardag met de vermelding dat [naam minderjarige] nog altijd een rol speelt in het leven van [gedaagde]. [gedaagde] schrijft dus met name over zichzelf op de weblog en over zijn gevoelens voor [naam minderjarige]. Er staat feitelijk niets op de weblog over het leven van [naam minderjarige], behoudens dat hij een vader heeft die hem mist. …

Onbetwist is dat [gedaagde] vanaf 2003 geen enkel contact meer heeft met [naam minderjarige] en [eiseres] sindsdien ook geen enkele informatie over [naam minderjarige] aan [gedaagde] heeft gegeven, ondanks de aan [eiseres] opgelegde informatieplicht in de beschikking van 9 november 2005.

Een dergelijk verslag vindt de rechtbank niet onrechtmatig. Er wordt niets onbetamelijks of smadelijks gezegd, en onvoldoende onderbouwd is dat de privacy van het kind met deze publicatie geschonden zou worden. Het enkele noemen van de naam is kennelijk niet genoeg om een privacyschending te krijgen (vergelijk Persvrijheid versus Wet bescherming persoonsgegevens van 2 weken terug).

In 2009 echter vond de rechtbank Almelo nog dat het plaatsen van foto’s op een publieke (niet-afgeschermde) Hyvespagina inbreuk op de privacy opleverde. Heel veel verschil tussen namen en foto’s zie ik eigenlijk niet. Sterker nog ik zou zeggen dat een tekst met voor- en achternaam erger is dan een foto – namen zijn googelbaar, foto’s (nog) niet.

Arnoud

Wanneer heb je recht op toegang tot de media?

Nee, op andermans blog of site heb je géén recht om je mening te uiten. Je kunt niet zomaar eisen dat een site jouw ingezonden opiniestuk publiceert. Dat maak ik op uit de recente uitspraak van het EHRM in de zaak-Saliyev (35016/03, via) over een ingezonden artikel dat de krant eerst zou plaatsen en uiteindelijk terugtrok (al dan niet onder kennelijke druk van de lokale overheid).

Voor website-eigenaren relevant is de overweging waar het Hof mee opent:

[A]s a general rule, privately owned newspapers must be free to exercise editorial discretion in deciding whether to publish articles, comments and letters submitted by private individuals or even by their own staff reporters and journalists. The State’s obligation to ensure the individual’s freedom of expression does not give private citizens or organisations an unfettered right of access to the media in order to put forward opinions

Wat voor een krantenuitgever geldt, geldt natuurlijk ook voor de eigenaar van een website. Het censuurverbod betekent dat de Staat mensen niets in de weg mag leggen om te publiceren, maar niet dat andere private partijen zich actief moeten inspannen om een mening door te geven. Persvrijheid bestaat alleen voor wie een pers heeft, zeg maar.

Op zich acht ik dat terecht. Het zou ook wel een grote uitholling van het eigendomsrecht zijn als een ieder al te gemakkelijk met een beroep op vrije meningsuiting zich onbeperkt toegang tot en gebruik van andermans eigendom kon verschaffen. Een winnend beroep op de uitingsvrijheid dient dan ook de uitzondering te zijn: het kán wel maar alleen onder zéér bijzondere omstandigheden. Zo werd in de jaren zeventig het recht bevochten om andermans eigendom te mogen gebruiken ten behoeve van een eigen meningsuiting, namelijk door posters met meningen te mogen plakken op muren of gebouwen. Als de staat totaal géén mogelijkheid gaf om legaal aan te plakken, dan moesten de burgers maar tolereren dat er op hun muur werd geplakt. Vandaar dus dat er allerlei openbare aanplakborden in vrijwel elke gemeente staan.

In de jaren tachtig speelde deze kwestie bij de vraag of verslaggevers toegang moesten krijgen tot voetbalstadions, dit op grond van het recht van vrije nieuwsgaring. De gebouwen zijn eigendom van de voetbalclubs, maar in principe kan iedereen (tegen betaling) naar binnen gaan. Mag de voetbalclub dan de voorwaarde stellen dat men alleen naar binnen mag indien men niet filmt? De Hoge Raad oordeelde van wel. Ook in situaties als deze behoort het eigendomsrecht boven de vrije meningsuiting te gaan. De stadions waren opgesteld voor publiek, maar nog steeds privé-eigendom.

In de Europese Appleby-zaak wilde een groep demonstranten in een winkelcentrum ” ook een semi-openbare ruimte ” haar mening uiten. De (private) eigenaar verbood dit op grond van zijn eigendomsrecht. Het EHRM oordeelde dat dit in beginsel inderdaad toegelaten was. Het eigendomsrecht woog zeer zwaar en kon in beginsel slechts opzij gezet worden wanneer sprake was van

preventing any effectieve exercise of freedom of expression or [if] it can be said that the essence of the right has been destroyed (r.o. 47).

Bij wijze van analogie: als het gehele stadscentrum privaat eigendom is, dan mag de eigenaar van het stadscentrum niet categorisch iedere demonstratie of flyeractie weigeren. Maar als het alleen gaat om één koopgoot, dan mag dat wel want je hoeft dan niet per se daar te demonstreren of flyeren.

Als ik dat doortrek naar internet, dan zou ik niet snel een site of dienst weten waar je zou moeten kunnen eisen dat men je mening doorgeeft. Heel misschien bij een zeer zeer machtige partij zoals Google. Als Google jou categorisch blokkeert, ongeacht site of dienst waarmee je communiceert, dan heb je wellicht een kans bij de rechter. Ja, ook in Californië: Robins v. Pruneyard Shopping Center (1979, 23 Cal. 3d 899, 910).

Maar het wordt al snel heel gezocht: zou je Facebook kunnen verplichten je profiel intact te laten, omdat je anders je vrienden niet meer kunt bereiken? Kun je van WordPress.com (of de Volkskrant) eisen dat ze je blog online laten staan, met als argument dat een privé opgezette blog lang niet zo goed vindbaar is als een bij hen gehost blog? Ik twijfel.

Arnoud

Mag je negatief bloggen over MANnen?

trekker-tractor-man.jpg MyLastMAN.com. Dacht u ook aan een bozevrouwenforum? Maar nee, het ging over tractoren van het merk MAN. Een bedrijf had tien van die tractoren gekocht, inclusief “MAN-garantie” van twee jaar. Dat bleek tegen te vallen, waarop het bedrijf een klaagsite opende onder de domeinnaam MyLastMAN en daar ook een forum opzette voor anderen met MAN-problemen. Dat liep zo te lezen uit de hand, want in een kort geding van de tractorfabrikant werd men verboden deze site nog langer te runnen of op andere wijze haar klachten “als vaststaande feiten te presenteren”.

Een tijdje later dook ineens MyLastMANinfo.com op, beheerd door de Noorse zustermaatschappij van de klager. En dat was een probleem: de rechtbank had hem immers óók verboden via zuster- of dochtermaatschappijen de gewraakte uitingen te doen. Maar daar stond tegenover dat MAN in Noorwegen geen merkrechten had, zodat -aldus de klager- het daar toegestaan was dit teken te registreren.

De rechtbank gaat daar niet in mee. Zowel de inhoud als de domeinnaam zelf doen afbreuk aan de reputatie van MAN. (Giecheltoets in actie: “De tegenwerping dat de site even goed zou kunnen duiden op een website over mannen kan niet serieus worden genomen.”) De discussie moet dus gaan over de vraag of men een geldige reden had om de merknaam op deze manier te gebruiken. Anders gezegd, of de vrije meningsuiting hier zwaarder moet wegen dan het merkenrecht. De rechtbank noemt zes punten die zij gebruikt bij deze afweging:

  1. De feitelijke grondslag van de betreffende mededelingen; waren deze op de essentiële punten niet onjuist of misleidend; werd een volledig beeld gegeven van de situatie waar het om ging;
  2. de bewoordingen van de mededelingen; waren deze niet onnodig grievend;
  3. wat waren de aard en de ernst van de klachten;
  4. werd een algemeen belang gediend; werd een commercieel doel nagestreefd;
  5. wat was de ernst van de voor MAN c.s. te verwachten schadelijke gevolgen en wat de waarschijnlijkheid dat deze zouden intreden;
  6. waren de gekozen middelen noodzakelijk, doeltreffend en proportioneel; bestond er voor het merkgebruik een objectieve noodzaak of was er een alternatief dat voor MAN c.s. minder schadelijk was.

Met een uitgebreide motivatie loopt de rechtbank door elk punt heen. Een belangrijk punt vind ik dat de rechtbank terecht de eis afwijst dat “de uitlatingen objectief moeten zijn en een volledig beeld moeten geven van het geschil”. Je bent als partij bij een geschil niet verplicht om objectief te zijn als je je verhaal doet, dat zou wel erg unfair zijn om te eisen. Zolang maar duidelijk is dat je een klagende partij bent en dat je jouw visie presenteert (en dus niet bv. doet of je een neutrale journalist bent die een objectief zakelijk relaas afsteekt).

Opmerkelijk is nog dat de rechtbank bij het laatste punt (het alternatief) noemt dat de klager ook naar de rechter had kunnen stappen. Dat kan ik maar moeilijk volgen, het ook kunnen starten van een procedure mag nimmer een reden zijn voor het verbieden van een meningsuiting.

Maar hoe dan ook:

De mededelingen van NHG c.s. over het langlopende conflict en de houding die MAN c.s. en Van der Velden daarin hadden ingenomen acht de rechtbank weliswaar wat tendentieus maar niet werkelijk onjuist of misleidend. Het standpunt van MAN c.s. werd ook op de site vermeld. Er is geen sprake van onnodig grievende teksten. Het optreden van NHG c.s. was kennelijk bedoeld om MAN c.s. onder druk te zetten, waarbij de kans bestond op aanmerkelijke schade voor MAN c.s.., maar de rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat dit optreden in de gegeven omstandigheden moet worden aangemerkt als disproportioneel.

De inhoud van de site wordt dus niet als onrechtmatig aangemerkt. En daarom gaan ook de domeinnamen vrijuit.

Het blijft lastig navigeren met die klaagsites, maar dit is toch wel een mooie handreiking hoe het moet.

Arnoud

Persvrijheid versus Wet bescherming persoonsgegevens

kleintje-muurkrant.pngHa, een juridische opsteker. De persvrijheid kan het wel degelijk winnen van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Dat blijkt uit een recent arrest over de zaak-Kleintje Muurkrant. Hoewel de Wbp zeker door journalisten kan worden overtreden, maakt zo’n overtreding niet per se automatisch de publicatie onrechtmatig. Daarmee wordt het vonnis uit 2008 ongedaan gemaakt waarin de site Kleintje Muurkrant niet journalistiek genoeg geacht werd.

De website Kleintje Muurkrant had in een bericht de naam van een zakenman genoemd en in herinnering gebracht dat hij ooit gehoord was in een strafrechtelijk onderzoek naar Johan de V. alias “de Hakkelaar”. Deze man begon een procedure met als insteek de Wet bescherming persoonsgegevens: het noemen van zijn naam op een website was een verwerking van persoonsgegevens, en daarvoor was geen toestemming gegeven.

Het is me al geruime tijd een doorn in het oog dat de kaartenbakwet ingezet zou kunnen worden tegen journalistieke publicaties. Ja, de Wbp is breed bedoeld en ja ook een artikel op een website (zeker in een doorzoekbaar archief) valt onder de definitie van “verwerking” maar ik kan me werkelijk niet voorstellen dat het de bedoeling was om nieuwsvoorziening op dezelfde manier te behandelen als een klantenbestand.

Hoe dan ook, het Hof kiest hier een mooie middenweg: de Wbp kan wel gelden bij een journalistieke uiting, maar de vraag of deze wordt overtreden is niet altijd doorslaggevend. Een overtreding van de Wbp in een journalistieke context dient

te worden meegewogen bij beantwoording van de vraag of degene die verantwoordelijk is voor (handhaving van) publicatie van de beweringen hierdoor onrechtmatig handelt.

Het Hof maakt vervolgens eerst een algemene afweging en concludeert daaruit dat er geen onrechtmatige publicatie is geweest. Daarna wordt dat nog eens dunnetjes overgedaan vanuit het perspectief van de Wbp. In plaats van te spreken van “voldoende basis in de feiten” wordt. nu bijvoorbeeld gezegd dat er een aantoonbare noodzaak tot publicatie was die zwaarder weegt dan de privacy van de eiser (artikel 8 sub f Wbp).

Het beroep op de persexceptie (artikel 3 Wbp) wordt genegeerd. Dat doet er immers niet doe, merkt het Hof terecht op: de persexceptie zegt in feite alleen dat het College Bescherming Persoonsgegevens niets mag doen met klachten over privacyschendingen (art. 47 en 65 Wbp, lees maar na).

Op basis van zowel de Wbp als het algemene recht concludeert het Hof dat de artikelen niet onrechtmatig zijn. En datzelfde geldt dan ook voor het archief, waarover men nog opmerkt:

Bij de belangenafweging stelt het hof voorop dat een publicatie over een persoon op Internet waarvan de onrechtmatigheid niet aannemelijk is geworden of is komen vast te staan, in beginsel op Internet mag worden gearchiveerd. Degene die het artikel archiveert dient hierbij echter wel behoorlijk en zorgvuldig om te gaan met de belangen van de desbetreffende persoon, bijvoorbeeld door af te wegen voor welke doelgroep hij het archief openstelt en gedurende welke termijn.

Dat is dus in lijn met de vaste rechtspraak over archieven die zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld.

Een mooie uitspraak: de Wbp is géén apart kanaal om verwijdering te eisen als dat via de gewone regels van smaad en andere onrechtmatige publicaties niet lukt.

Update (8 april 2013) in een andere zaak wordt de Wbp erg makkelijk terzijde geschoven, grotendeels omdat de betrokkene dit niet goed onderbouwde. Maar de verwijzing naar de persexceptie rammelt gewoon.

Arnoud

Valt andermans kopie van een verboden filmpje ook onder dat verbod?

dit-is-niet-mijn-praeses-majesteit.jpgRechtenstudente mag Geenstijl niet stalken, kopte Nu.nl afgelopen donderdag. Een beetje rare kop: er was geen sprake van stelselmatige schending van de privacy van de shockbloggers, maar het ging juist om de privacyschendingen die deze studente leed door het nog steeds op internet staan van het “gênante en beschamende” Majesteitfilmpje waarin zij dronken lallend in beeld was.

De rechter had in 2009 GeenStijl verboden dit filmpje nog te tonen, en inderdaad is het in de Dumpert niet meer te vinden. Maar elders nog wel, en de studente claimde dan ook diverse dwangsommen van 5000 euro voor elke kopie elders. Een lastige vraag: kan GeenStijl aansprakelijk gehouden worden voor screencaps of mirrors van anderen? Moet zij actief die sites benaderen en eisen dat het daar weggehaald wordt, of is dat uiteindelijk bij elke site de taak van de geportretteerde?

In het executiegeschil (via) blijkt dat het met name ging om geenstijl.prevvy.com, een onofficiële (en inmiddels verwijderde) iPhone app voor GeenStijl. Er was ooit discussie geweest over het al of niet officieel erkennen van die app, maar dat is niet doorgegaan hoewel er ook nooit expliciet was verboden deze mirror/proxy offline te halen. De rechter vindt dat daarmee onvoldoende vaststaat dat GS aansprakelijk is voor de publicatie via die app.

Belangrijker is echter de vervolgoverweging van de rechtbank over de algemene vraag of GeenStijl aansprakelijk kán zijn voor kopieën elders. In theorie wel:

Ook als beelden op een website nog te zien zijn zonder dat daarvoor een actief handelen van GS Media is vereist, kan dat onder omstandigheden worden aangemerkt als “openbaarmaking, verveelvoudiging of verspreiding”.

Wel moet dan vaststaan dat de gewone internetter de beelden nog kan vinden. En dat was hier niet zo: alleen door het intypen van de directe URL waren de beelden nog op te roepen. GS-moderator JorisEen door GS ingehuurde externe deskundige had daarbij ook nog eens aannemelijk weten te maken dat er wellicht alleen naar gecachte kopieën was gekeken, zodat niet vaststond dat de gegevens daadwerkelijk bij de bron (servers van GS Media) zouden zijn opgevraagd.

Als enkele afbeeldingen na een zeer gerichte zoekactie op basis van specifieke niet voor het publiek toegankelijke gegevens, daarna toch nog ergens op een plek op internet te vinden zijn, mogelijkerwijs via gegevens afkomstig van een aan GS Media gelieerde server, kan het niet verwijderd hebben daarvan, onder de hiervoor geschetste omstandigheden, in redelijkheid niet als een overtreding van het vonnis worden aangemerkt.

GeenStijl moet doen wat “redelijkerwijs van haar verwacht konden worden”, en dat heeft ze gedaan. Dit doet denken aan een zaak uit april, waarbij de gedaagden te horen kregen dat de verboden artikelen “op geen enkele wijze meer via welke zoekopdracht dan ook op het internet zijn terug te vinden”. Ook dat werd vertaald naar “al hetgeen redelijkerwijs mogelijk” was – waarbij men onderuit ging omdat de Google cache redelijk eenvoudig te legen was en dat niet was aangevraagd.

De algemene vraag wat je moet doen tegen willekeurige mensen die je filmpjes overnemen is hiermee niet beantwoord, maar het lijkt me dat je redelijkerwijs niet verder kunt gaan dan deze mensen een hele boze brief sturen. Een procedure tegen ze aanspannen is onmogelijk, want je hebt de auteursrechten niet en je kunt dus formeel niets eisen.

Arnoud

Het Volkskrantblog gaat sluiten, mag dat?

Een tijdje geleden werd bekend dat het VKBlog, de gratis blogdienst van de Volkskrant zou gaan stoppen. Per 1 maart wordt de dienst opgeheven en zal alle inhoud van alle VKBloggers worden verwijderd. Dat gaf grote onrust bij de bloggers, en dit leidde onder meer tot deze discussie waarin ik werd Genoemd:

Ik ben bezig mij te orienteren omtrent de juridische mogelijkheden om de dreigende opheffing(per 1 maart as) van het VKblog (Volkskrant)aan te vechten. Ik zelf denk daarbij met name aan een beroep op grond van auteursrechtelijke criteria die mijns inziens voldoende juridisch valide zouden moeten zijn, om in eerste instantie opheffing zonder meer door de Volkskrant in elk geval te voorkomen(kort geding). Op termijn zou een eventuele doorstart tot de mogelijkheden gaan behoren.

Omdat de vraag aan mij publiek gesteld werd, voel ik me vrij om ook publiek te reageren.

Een kort geding lijkt mij kansloos. Er is geen rechtsregel die een bedrijf verplicht een dienst aan te bieden wanneer zij dit economisch niet langer haalbaar acht. Het enige dat te eisen is, is een redelijke opzegtermijn en wellicht een exportmogelijkheid zodat je je berichten kunt downloaden en elders kunt herpubliceren. In het geval van VKBlog werd begin januari gemeld dat 1 maart de einddatum zou zijn. Een kleine twee maanden lijkt me toch wel genoeg om dit voor elkaar te krijgen.

De opmerking over auteursrecht snap ik niet. Het auteursrecht verplicht een bedrijf niet om uw werk gepubliceerd te houden, tenzij dat expliciet in het contract staat. En zelfs dan geldt dat men er te allen tijde vanaf kan, mits er dus maar een redelijke opzegtermijn wordt gehanteerd.

Wellicht dat dit anders zou worden als er geen alternatief voor VKBlog zou zijn en daardoor de vrijheid van meningsuiting van de bloggers in het gevaar zou komen, maar dat lijkt me geen serieus te nemen argument. Vroeger ging dat nog wel eens op bij aanplakborden en dergelijke: gemeentes zijn verplicht te garanderen dat je podia genoeg hebt voor je meningsuiting in de gemeente. Vandaar de openbare aanplakborden en de mogelijkheid een demonstratievergunning te krijgen zonder inhoudelijke toetsing.

Arnou

Raad voor de Journalistiek gaat “het internet” op

Diverse lezers mailden me naar aanleiding van een bericht in Het Parool dat de Raad voor de Journalistiek nu ook uitingen op internet zou gaan aanpakken. Houd u vast, aldus Alexander Pleijter bij De Nieuwe Reporter, want de RvdJ heeft haar statuten aangepast en is nu bevoegd om over elke journalistieke uiting op internet te oordelen. Ook bij gewone burgers die incidenteel journalistiek bedrijven.

U mag meteen weer loslaten, want de Raad voor de Journalistiek is geen overheidsorgaan of gerechtelijke instantie. Enige sanctie kan de Raad niet opleggen. Het enige wat men kan doen als de Raad vindt dat sprake is van onzorgvuldige journalistiek, is melden dat zij dit vindt en verzoeken of de ‘schuldige’ dit oordeel wil publiceren op haar medium. Persorganen die vooraf verklaard hebben (via zelfregulering) te willen luisteren naar hun oordeel, zullen dit doen.

Juridisch gezien is dit een non-issue: iedereen mag vinden wat hij vindt van iemands blog of bericht in de krant, en iedereen mag de uitgever daarvan vragen om die mening te publiceren. Maar het is de uitgever die beslist of hij dat wil of niet. En publiceer je hun mening niet, dan zal de RvdJ echt niet naar de rechter stappen. Je hoeft je als blogger dus geen zorgen te maken dat je enig juridisch probleem kunt verwachten als de Raad voor de Journalistiek je blog afkeurt. Ik schreef ooit

De Raad kan geen sancties opleggen. Mocht het daarna tot een rechtszaak komen, dan is de kans groot dat de rechter het oordeel van de Raad overneemt. En de rechter kan natuurlijk wel een blogger verplichten om een boete te betalen, een rectificatie te plaatsen of het artikel in kwestie te verwijderen.

maar dat ga ik snel nuanceren. Een orgaan dat zich beperkt tot gevestigde pers en daar via zelfregulering bindende uitspraken doet, heeft enig gezag. Een club die meent over een ieders meningsuiting een mening te mogen hebben, kan ik moeilijk serieus nemen. En ik kan me niet voorstellen dat de rechter dat wel doet.

Arnoud

Googelen door de rechter: geen bewijs van algemene bekendheid

1-3-1-2-shirt-belediging-cops-bastards.pngZijdelings inhakend op de discussie of rechters mogen googelen dan wel wikipediën: het Gerechtshof Den Haag had niet enkel via googelen mogen achterhalen dat de afkorting “A.C.A.B.” naar algemene bekendheid “All Cops Are Bastards” betekende. Dat bepaalde de Hoge Raad gisteren.

In februari vorig jaar veroordeelde het Gerechtshof een man die een bomberjack droeg met “A.C.A.B.” erop. Hij had toegegeven dat hij wist dat dit stond voor “All Cops Are Bastards”, en ook de agent die hem de bekeuring gaf was hiervan op de hoogte. Maar dat is niet genoeg: het publiek, oftewel de omstanders, moeten óók weten dat deze man de agent aan het beledigen is door dat jack te dragen. Oftewel, “iedereen” moet weten dat die afkorting een belediging inhoudt. En het gerechtshof had dat als volgt geconcludeerd:

Voorts heeft het hof vernomen dat het “googelen” van de afkorting “A.C.A.B.” in combinatie met “cop” een veelvoud (circa 190.000) aan treffers van internetsites geeft die verwijzen naar de betekenis “All Cops Are Bastards”. Nu onder een substantieel deel van het publiek bekend is dat een betekenis van de afkorting A.C.A.B. is: “All Cops Are Bastards”, heeft deze afkorting daarom alseen feit van algemene bekendheid te gelden.

De Hoge Raad keurt deze werkwijze af. Het klopt dat de rechter zonder meer mag afgaan op “feiten van algemene bekendheid”, maar dan moet wel voor iedereen evident zijn dat sprake is van een algemeen bekend feit. Is er ook maar enige twijfel, dan behoort de rechter op de zitting het punt aan de orde te stellen. Zo kunnen de betrokken partijen daarop reageren, en bijvoorbeeld tegenbewijs overleggen of deskundigen laten opdraven die er iets over kunnen zeggen. En zo hoort het ook: rechters moeten niet zelf na de zitting gaan googelen maar eerder vooraf, en dan de partijen vragen daarop te reageren.

Wil men toch zelf gaan onderzoeken, dan eist de HR wel dat er een duidelijke toelichting in het vonnis staat hoe men de zoekresultaten interpreteert:

Daartoe is het aantal treffers bij het zoeken in alle, ook anderstalige, internetsites niet zonder meer redengevend. Hetzelfde geldt voor het aantal treffers van de gebezigde zoekmachine waarop het Hof zich heeft beroepen, zonder evenwel te verduidelijken op welke of wat voor soort internetsites die treffers betrekking hebben.

Logisch ook. Een afkorting kan meerdere betekenissen hebben: All Coppers Are Bastards, maar ook Air Cavalry Attack Brigade of Advisory Committee on Agricultural Biotechnology. Die laatste resultaten moet je dan wel wegfilteren voordat je iets kunt zeggen over het aantal relevante zoekresultaten.

Dat er bijdehantjes zijn die met betekenissen komen als Acht Cola Acht Bier, het getal 1312 of dit shirt met een fruitautomaat met Appel Citroen Ananas Banaan erop maakt daarbij niet uit. Het gaat erom wat het grote publiek denkt als ze de afkorting zien.

zoals

Ben je aansprakelijk voor gegeven advies op een blog?

Gisteren las ik op GoT een leuke vraag:

Ik schrijf in de Nederlandse taal op mijn persoonlijke blog over ICT gerelateerde zaken. Hierbij komt het wel eens voor dat ik aanbevelingen doe, bijvoorbeeld om op bepaalde wijze te handelen of een bepaald product te gebruiken. Dit doe ik naar beste weten en met de beste intenties.

Mocht iemand deze adviezen opvolgen en hierbij schade ondervinden, kan ik hiervoor juridisch aansprakelijk gesteld worden?

Ik kan me ook werkelijk niet voorstellen dat iemand je aansprakelijk kan houden voor advies dat je geeft op een website of blog. Iedereen begrijpt dat zulke adviezen altijd generiek zullen zijn, zodat je altijd nader onderzoek moet doen voordat je er op af mag gaan. Een disclaimer zou twijfelgevallen kunnen oplossen maar over het algemeen lijkt me dat weinig uit te maken.

Natuurlijk heb je als deskundige wel énige zorgplicht om geen al te blatende onwaarheden te ventileren. Maar dat is m.i. meer een kwestie van je eigen geloofwaardigheid dan dat er dan iemand komt sue-en. Ik denk wel dat als je concrete stappenplannen geeft, dat je dan altijd wel iets moet opnemen over randvoorwaarden. Dus als je mensen gaat uitleggen hoe ze geheugenmodules in hun PC kunnen vervangen, zet er dan even bij dat ze geen wollen trui moeten dragen.

En ik geef al gratis juridisch advies sinds zo ongeveer 2005 en ben nog nimmer gesued daarvoor. Ja, wel wat dreigementen in die richting maar dat was eigenlijk altijd over vermeende smaad.

Een lastiger punt is dat iemand die kwaad wil, ook een volstrekt kansloos punt kan aangrijpen om een procedure te beginnen. En dan ben je toch tijd, geld en moeite kwijt om dat te weerleggen. Dergelijke blafbrieven zijn zeer kwalijk, maar een disclaimer (of wat dan ook aan tegenmaatregelen) helpt daar niets aan. Als een advocaat zich leent voor een kansloze procedure, dan ga je voor het hekje en dan kost het je tijd en geld. Ook al staan er duizend disclaimers en is je advies zo keurig als maar kan. En ja ik ken daar voorbeelden van. Eigenlijk zou je een klacht tegen zulke advocaten moeten indienen, maar als je niet zijn cliënt bent dan is dat best lastig.

Update (13 januari): via column bij Judex dit vonnis waarin een gemeente aansprakelijk was voor gratis en onverplicht gegeven assistentie:

Dat een bepaalde serviceverlening door een organisatie “onverplicht en gratis” is, rechtvaardigt niet de uitsluiting van in dat kader gebruikte (gebrekkige) roerende zaken van de werking van artikel 6:181 lid 1 BW. Immers, een organisatie die in de uitoefening van haar bedrijf roerende zaken gebruikt is de eerst aangewezene om doeltreffende maatregelen te nemen om zoveel mogelijk te voorkomen dat die zaken mogelijk gebrekkig zijn, met name indien gebrekkigheid van dergelijke zaken ernstig gevaar voor derden zou kunnen opleveren.
en ook op grond van het algemene artikel 6:162 BW:
Doordat de havenmeester de door een derde achtergelaten loopplank – zonder enige controle op de deugdelijkheid daarvan uit te oefenen – aan [eiser] ter beschikking heeft gesteld, is – hoezeer ook met de beste bedoelingen – in de omstandigheden van dit geval gehandeld in strijd met hetgeen volgens omschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.

Arnoud