Mag ik een cookie op uw PC plaatsen?

Enigszins boos meldde Out-law onlangs dat “cookies verboden gaan worden” in Europa. Of nou ja, ze mogen wel maar een website moet vooraf expliciet om toestemming vragen. Dat zou blijken uit de gewijzigde regels uit het Telecompakket dat onlangs door het Europees Parlement gegaan is.

Artikel 5 van de Universeledienstenrichtlijn 2002/22/EC wordt namelijk aangepast, en in dat artikel staat geregeld onder welke voorwaarden een aanbieder informatie mag opslaan (of inzien) op de computer van een gebruiker. Er staat nu dat dit alleen mag als:

the subscriber or user concerned is provided with clear and comprehensive information in accordance with Directive 95/46/EC, inter alia about the purposes of the processing, and is offered the right to refuse such processing by the data controller

en dat gaat worden:

the subscriber or user concerned has given his or her consent, having been provided with clear and comprehensive information, in accordance with Directive 95/46/EC, inter alia about the purposes of the processing.

“Consent” is een heel stuk sterker dan “information”. Je kunt als website dus niet meer volstaan met een standaardriedel “Wat zijn cookies en waarom slaan we die op op uw PC- in je privacyverklaring. Je moet nu ook toestemming hebben om dit te mogen doen. En het aanbieden van een privacystatement is onvoldoende om toestemming te mogen claimen.

En het is zeker de bedoeling dat cookies vallen onder het kopje “information”, zo blijkt uit de aanhef van de gewijzigde richtlijn. Daarin staan namelijk cookies expliciet genoemd als voorbeeld.

Maar toch denk ik dat Out-law een beetje te paniekerig is. In diezelfde aanhef staat namelijk:

Where it is technically possible and effective, in accordance with the relevant provisions of Directive 95/46/EC, the user’s consent to processing may be expressed by using the appropriate settings of a browser or other application.

Wanneer een browser dus afdoende controle biedt over het accepteren en opslaan van cookies, hoeft een site daar niet meer elke keer om te vragen. Ik vraag me wel af wat de EU hieronder gaat verstaan.

Iemand een suggestie hoe je op een niet-irritante manier om toestemming gaat vragen om cookies op te slaan?

Arnoud

Afgeschermde Hyve is toch openbaar!

Op een afgeschermde Hyvespagina een opmerking plaatsen kan smaad zijn, ook als er maar een man of twintig toegang heeft tot die Hyve. Dat blijkt uit een arrest van het Gerechtshof Leeuwarden van vorige week. Dit bevestigt het vonnis van de politierechter van vorig jaar in deze zaak. Ik klaagde toen dat het vonnis niet gepubliceerd was, maar gelukkig publiceert het Hof haar arrest wel.

De opmerking in kwestie kwam neer op “ik moet mijn kind meegeven aan een pedo”, waarmee de plaatser haar ex-partner bedoelde. Zo’n opmerking is eigenlijk altijd smaad, maar hier speelde dus de juridische kwestie of deze vrouw wel de vereiste “ruchtbaarheid” wilde geven aan de opmerking. Smaad is namelijk alleen strafbaar als er ruchtbaarheid wordt gegeven, als de opmerking “ter kennis van het publiek” wordt gebracht of dat in ieder geval je bedoeling was. Volgens de Hoge Raad wordt met “publiek” een relatief brede kring van betrekkelijk willekeurige derden bedoeld.

Het Hof bepaalt nu dat zo’n afgeschermde Hyve ook telt als zo’n relatief brede kring, zodat uitlatingen die daar staan ook onder smaad kunnen vallen.

Het betrof immers niet een beperkt aantal geadresseerden die -zoals de raadsman de vergelijking maakt- in de beslotenheid van de huiskamer vertrouwelijke informatie krijgt toevertrouwd. In het onderhavige geval gaat het om een in potentie ruimere kring van personen, die kennelijk naar eigen inzicht en zonder enige restrictie over de uitlatingen mocht beschikken, waarbij daarnaast een verdere verspreiding van de gewraakte tekst door de oorspronkelijk geadresseerden -gezien de aard van de beschuldiging- voor de verdachte niet alleen in theorie voorzienbaar was maar ook op voorhand feitelijk te verwachten viel.

Het is jammer dat geen aandacht werd besteed aan de lijn die de rechtbank Amsterdam vorige zomer inzette. De rechtbank oordeelde toen dat je op een besloten forum niet voor het publiek spreekt, in een kennelijke poging het grondrecht vrije meningsuiting eens wat nadrukkelijker neer te zetten. In een arrest van het Hof Amsterdam van vlak daarna werd de intrigerende opmerking gemaakt dat “Niet gebleken is dat de website bijvoorbeeld met een wachtwoord was beschermd”, wat me toen al deed afvragen of een website met een wachtwoord niet openbaar zou zijn.

Arnoud<br/> Foto: Robert Gaal, Flickr, CC-BY 2.0.

Verslag themamiddag netneutraliteit bij Economische Zaken

Afgelopen donderdag was ik dus bij die themamiddag netneutraliteit bij Economische Zaken in Den Haag. Zoals beloofd hierbij mijn verslag van de middag. Ik hoop dat jullie vragen hierin beantwoord worden 🙂

De wetenschappelijke achtergrond kwam van Rudi Bekkers (Dialogic en TU/e). Hij beschreef zijn onderzoek van begin 2009 onder 20 belanghebbenden (6 ISP’s, 6 contentproviders, 3 vertegenwoordigers van end users, 5 technische experts). Als werkdefinitie werd aangehouden: de mate waarin het verschillend behandelen van internetverkeer toelaatbaar wordt geacht. Het rapport bespreekt motieven om dit te doen, gedragingen waarmee dit gebeurt en effecten die dit heeft.

Er zijn kortweg vier categorieën van motieven:

  1. beveiliging,
  2. schaarste,
  3. business,
  4. morele principes
Blokkeren van bv. DoS-aanvallen die via jouw systemen lopen, is een beperking van netneutraliteit, maar een dergelijke wordt algemeen gezien als een acceptabele. Bij ingrijpen op grond van schaarste (bv. bij mobiel internet) wordt het al iets discutabeler: mag KPN bij mijn HSDPA-abonnement het streamen van video beperken als blijkt dat de accesspoints regelmatig verstopt raken door video?

De echte discussie gaat over de businessmotieven, en dan met name prijsdifferentiatie. Een provider zou kunnen besluiten dat VoIP-diensten alleen tegen meerprijs beschikbaar komen.

Vervolgens beschreef staatssecretaris Van Heemskerk de Nederlandse (en Europese) insteek dat beperkingen en keuzes op diensten in ieder geval transparant en duidelijk moeten zijn. Bovendien moeten gebruikers makkelijk kunnen switchen van dienstverlener. Het telecomspackage (met inderdaad dat amendement 138) zou hier juridische handvatten moeten geven die van pas zullen komen als blijkt dat de marktwerking onvoldoende is.

Michel van Eeten (TU Delft) sprak over de problemen bij de bescherming van publieke belangen zoals innovatie, concurrentie, keuzevrijheid en vrije meningsuiting. Hij kwam met drie prikkelende stellingen:

  1. het debat gaat niet over voor of tegen bepaalde waarden; het gaat om de afweging van die waarden
  2. het gaat niet over bedrijven versus consumenten; voor beiden zijn er risico’s
  3. welke opvatting uiteindelijk in de wet terecht komt, de kans is reëel dat deze contraproductief blijkt te werken.

Daarna nam Taylor Reynolds (OECD) het woord. Het OECD rapport over netneutraliteit kostte ruim twee jaar om te maken – men had consensus van meer dan dertig landen nodig namelijk. Belangrijk punt uit deze consensus is dat ’traffic shaping’ op zichzelf een goed iets kan zijn, mits het maark consumentenrechten beschermt en innovatie dient. Het debat is dus niet langer over óf er gefilterd/gecontroleerd/geknepen mag worden maar wanneer.

Reynolds’ lezing gaf een overzicht van hoe cappen van dataverkeer op diverse plaatsen ter wereld werkt. Marktwerking blijkt belangrijk, zo zijn afsluitkosten in Korea verdwenen nadat een aantal providers reclame maakten met “wij betalen uw afsluitkosten als u overstapt naar ons”. (In NL zijn afsluitkosten gewoon verboden, ook een manier.)

Bijzondere aandacht verdienen de mobiele markten. Daar blijkt veel vaker gefilterd of afgeknepen te worden dan in de ‘vaste’ markten. Hier is de eis van transparantie en makkelijk kunnen switchen dus nog veel belangrijker. In de afsluiting pleitte Reynolds nog voor duidelijke regels vooraf door instanties als NMa of OPTA.

Het laatste deel van de middag was een paneldebat. Frode Sorenson pleitte in zijn vijf minuten inleiding voor het bewaren van het open Internet: “Traffic should not be discriminated”. De gebruiker moet beslissen wat er mag met de internetverbinding, niet de provider. In Noorwegen is om dit te bereiken met “zachte regulering” gewerkt. Overleg tussen de toezichthouder en de providers heeft geleid tot een vrijwillige overeenkomst waarin “geen degradatie, geen blokkades en niet afknijpen” centraal staan. Deze zaken mogen alleen in specifieke uitzonderingsgevallen (bv. bij dreigende schade op het netwerk of wanneer dit technisch noodzakelijk is voor een goede werking van netwerk of applciaties).

Alex Blowers van de Engelse toezichthouder OFCOM sprak over de problemen van switchen in het Verenigd Koninkrijk. Kunnen switchen is een belangrijk onderdeel van netneutraliteit, want met een beetje gelukt zorgt de vrije marktwerking er dan voor dat het aanbod neutraler en consumentvriendelijker wordt.

Als laatste nam Martijn van Dam het woord. Hij stelt consumentenvrijheid voorop. Het gaat immers om burgerrechten, betoogt hij, want mensen moeten de vrijheid hebben om te communiceren zoals zij willen. Providers horen “ons burgers” niet te blokkeren daarbij. Blokkeren van communicatie mag nooit – providers moeten alleen doorgeefluik zijn. En de overheid moet hierbij regels stellen om te zorgen dat dit werkelijkheid wordt.

Vervolgens vroeg Michel van Eeten waarom Van Dam dan een iPhone had gekocht. (Niet helemaal eerlijk, maar wel grappig.)

Na een verder wel aardige maar niet heel opvallende discussie was het in de toch wel erg hete zaal tijd voor een borrel.

Arnoud

Mag de reparateur zomaar mijn harde schijf formatteren?

Een lezer vroeg me:

Onlangs ging mijn computer defect. Deze had twee harde schijven, waarvan ik er een voor Windows gebruikte en de andere voor diverse data. Ik zat nog in de garantieperiode, dus heb de computer meteen teruggebracht ter reparatie. Er bleek nogal wat stuk, kreeg ik later te horen: het moederbord en de grafische kaart waren volledig kapot, en de schijf met de Windows installatie was ook gecrasht en niet meer te repareren. Dat was allemaal vervangen, maar mijn dataschijf (waar dus niets mis mee was) bleek ook maar geherformatterd. Gelukkig had ik een recente backup maar ik vraag me toch af of dat zomaar kan?

Bij computerdefecten is het vaak onvermijdelijk dat er gegevens kwijtraken, dus het is een goede zaak dat de vraagsteller backups heeft gemaakt. (Hoe oud is jullie laatste backup?) Hier is de data verdwenen tijdens de reparatie. In deze zaak (met dank aan Alex’ gastpost over data recovery) bleken na een reparatie allerlei gegevens van een harde schijf verdwenen te zijn. Daar keek de klant nogal van op:

Vast staat daarnaast dat [gedaagde] niet aan [eiser] heeft meegedeeld dat het formatteren van de harde schijven een standaardonderdeel is van de reparatieprocedure; niet heeft gevraagd of er gegevens op de harde schijven stonden of dat daarvan kopieën waren gemaakt; niet heeft gewaarschuwd voor de gevolgen van de formattering en dat hij [eiser] niet de gelegenheid heeft gegeven om voorzorgsmaatregelen te nemen om het wissen van de bestanden te voorkomen terwijl hij evenmin zelf maatregelen heeft genomen om de bestanden te behouden.

Dit was volgens de rechter onzorgvuldig gedrag van de reparateur. Hij had niet zomaar die harde schijf mogen formatteren.

Als de schijf dusdanig defect is dat een low-level formatteeractie de enige mogelijkheid is om de data terug te krijgen, dan mag het natuurlijk wel. Alleen zou ik dan wel verwachten dat daarover iets gemeld wordt in het verslag van wat er gerepareerd of vervangen is. De eerste stap is dus opheldering vragen: waarom is die schijf opnieuw geformatteerd?

Ik vermoed alleen dat het antwoord iets zal zijn als “bij grote reparaties is het beleid dat we alle gegevensdragers in originele staat terugbrengen”. En dat is dus net iets te onzorgvuldig om legaal te zijn.

Arnoud

Verbeterde leesbaarheid van EULAs

eula-ridge-trail-bordje-sign-flickr-oregon-brandon.jpgAfgelopen weekend beklaagde Willem Kossen zich over de (on)leesbaarheid van de EULA. Nou erger ik me ook regelmatig aan rare passages, maar zijn insteek is toch net even anders:

Eula’s often contain a lot of legal jargon, which usually is gibberish to ordinary human beings. The question is, do they have to be this difficult to read?

Natuurlijk hoeft dat niet, dus waarom gebeurt het toch? Ik geloof er niets van dat juridische teksten moeilijk leesbaar moeten zijn. Mijn theorie daarover is dat mensen die EULAs schrijven geen feedback krijgen zoals ze dat bij ‘echte’ contracten wel krijgen. Als je een onbegrijpelijke exoneratie schrijft in een duur contract, zal de tegenpartij daar wat van zeggen en dan wordt het aangepast. Of op zijn minst verduidelijkt. Maar een EULA wordt door niemand beoordeeld voordat ‘ie online (of in het product) gaat, dus daar blijven de onbegrijpelijke items gewoon staan.

Willem wijst op een aantal formules waarmee de leesbaarheid van teksten automatisch berekend kan worden. Die gaan uit van de Flesch Reading Ease test voor leesbaarheid. Deze test is kort gezegd gebaseerd op het aantal woorden per zin en het aantal lettergrepen per woord. Op basis van een aantal taalafhankelijke constanten komt er dan een getal uit dat de leesbaarheid representeert.

Er zijn diverse tools die dit voor de Engelse taal doen, maar voor Nederlands kan ik er geen vinden. Ik vond wel de constanten voor Nederlands, zodat in ieder geval in theorie de leesbaarheid van een Nederlandse tekst berekend kan worden. En wel als volgt:

fleisch-bouma-formule.gif

De leesbaarheid G wordt vervolgens gegeven door deze tabel:

Leesbaarheid G Stijl Overeenkomstige schoolopleiding
90 – 100 zeer gemakkelijk groep 6
80 – 90 gemakkelijk groep 7
70 – 80 vrij gemakkelijk groep 8
60 – 70 standaard vbo
50 – 60 vrij moeilijk MAVO, onderbouw HAVO/VWO
30 – 50 moeilijk bovenbouw HAVO/VWO
0 – 30 zeer moeilijk universiteit

Is er iemand met Perl- of andere relevante ervaring die deze formule in een script kan gooien en hieronder wil posten? Ik zit met name aan te hikken tegen hoe je een Nederlands woord in lettergrepen opsplitst, daar lijkt niet echt een standaardbibliotheek voor te zijn.

Arnoud<br/> Foto: Oregon Brandon, Flickr

Kun je Creative Commons iconen in GPL applicaties stoppen?

alientrap.pngVia-via kwam ik op het Alientrap forum waar een interessante discussie liep over het mixen van GPL code met anders gelicentieerde code. Meer specifiek: kun je plaatjes die onder Creative Commons zijn, eigenlijk wel laten verschijnen in een programma dat onder GPL uitgebracht is?

Hoofdregel van de GPL open source licentie is dat “verveelvoudigingen in gewijzigde vorm” of ook wel “afgeleide werken” alleen mogen worden verspreid onder diezelfde GPL voorwaarden. Hoe je precies een “afgeleid werk” herkent, is al jaren een lastige vraag voor juristen. Er zijn allerlei theorieën, variërend van “alleen gewijzigde bestanden” tot “alles dat je meelinkt” tot zelfs “alles waarbij de intentie is dat het nauw samenwerkt”. Ik besprak dit een tijd geleden in de context van plugins (Joomla of phpBB).

Het bijzondere in deze discussie is dat het nu eens niet gaat over combinaties van software met software, maar over combinaties van software met data zoals plaatjes of muziek. Kun je bijvoorbeeld een icoon laten verschijnen in de interface van een GPL programma dat zelf onder Creative Commons uitgebracht is? Of een helptekst uit Wikipedia halen?

De discussie werd kernachtig samengevat als:

Whether it is allowed to mix licenses in such a way has not been decided in any court yet, so both views may be possible. However, think about this: if it WERE allowed to mix GPL code with non-GPL data, why wouldn’t it be allowed to link GPL code against non-GPL libraries (and vice versa)? The library is just as dynamically loaded as the content. Yet still it is the common legal opinion that GPL code can NOT be linked against non-GPL libraries. The engine loads the data just like it loads its libraries (DLLs). Why should these be considered different, legally?

Het verschil zit hem niet zozeer in het laden, maar in het gebruik van de materialen nadat deze geladen zijn. Code wordt uitgevoerd, en mixt daar met de code die al geladen is. Een plaatje wordt geladen en doorgegeven, dat blijft in principe geïsoleerd van de code die aan het draaien is. Het lijkt me moeilijk om te betogen dat het plaatje op welk moment dan ook onderdeel van de applicatie is.

De enige mogelijkheid die ik zie is dat alles dat in de context van die applicatie op het scherm verschijnt, daar onderdeel van is. Een icoontje verschijnt als onderdeel van de knoppenbalk, en een kaart voor een spel verschijnt in het gebied waar je met je avatar rondloopt. Maar dan is de tekst die ik nu in dit editvenster typ, ook een afgeleid werk van mijn blogsoftware WordPress. En de webpagina’s die in mijn Firefox verschijnen zijn afgeleide werken van die browser. Nee, dat wil er bij mij niet in.

Het zou misschien anders worden als de plaatjes echt als onderdeel van de applicatie worden geïntegreerd, bv. zoals Windows-applicaties het icoontje voor op de desktop met zich meedragen. Dat icoon zit echt fysiek in de applicatie zelf, en zou dus als onderdeel daarvan kunnen worden gezien. Maar een icoon dat los in een map op de harde schijf staat? Nee.

Arnoud

Amsterdam zet persoonskaarten van levende personen online

persoonskaarten-privacy-archief.pngOp het Archiefforum vond ik een verwijzing naar de Index op de Persoonskaarten van de gemeente Amsterdam. Via een zoekscherm zijn gegevens vanaf 1931 tot 1991 te vinden. Opmerkelijk daarbij is dat ook gegevens van levende personen te vinden zijn via deze index. Dat is in strijd met de Wet Bescherming Persoonsgegevens, zo blijkt onder andere uit de richtsnoeren persoonsgegevens op internet.

Een deelnemer aan het forum deed navraag en kreeg deze uitleg van de gemeente:

De wet maakt onderscheid tussen algemene en bijzondere persoonsgegevens. Geboortejaar valt onder de algemene gegevens, publicatie hiervan is toegestaan. De kaarten zijn niet te openen, dus verder gegevens die onder de bijzondere persoonsgegevens vallen zijn niet te zien.

Het klopt dat er zo’n onderscheid is; de wet kent een strenger regime voor gegevens zoals religie of seksuele voorkeur dan voor naam en geboortedatum. Maar dat wil niet zeggen dat die laatste soort gegevens zomaar overal gebruikt mag worden. Er is nog steeds toestemming nodig om die gegevens te mogen publiceren. Zoals het College het formuleert:

Wie een stamboom wil publiceren op internet, doet er verstandig aan om zich in eerste instantie te beperken tot gegevens van overledenen en alleen gegevens op te nemen over levende personen als zij daarin ondubbelzinnig hebben toegestemd. De Wbp kent geen principe als “wie zwijgt, stemt toe” bij het publiceren op internet van persoonsgegevens.

Het lijkt me dat dit net zo goed geldt voor persoonskaarten. Er is mij geen wettelijke regel bekend die zegt dat je naam en geboortejaar van mensen zomaar mag publiceren.

Op zich zie ik weinig praktische risico’s bij het melden van iemands naam en geboortejaar. (Hoewel, niet iedereen wil graag bekend zien hoe oud hij of zij is.) Maar dit antwoord van de gemeente is onbegrijpelijk en ik kan me niet voorstellen dat daar werkelijk juridisch advies is ingewonnen.

Arnoud

123video wil dat gebruiker haar schade vergoedt

123video.pngInternetprovider Ziggo moet de persoonsgegevens van een klant geven die video’s van pornoster Kim Holland plaatste op 123video.nl, meldde Webwereld maandag. Deze eis had 123video.nl ingesteld omdat zij op haar beurt (haha, hij zei beurt en het gaat over porno) was aangeklaagd door Kim Holland Producties vanwege diezelfde videos.

Dat er illegaal filmpjes worden geupload naar sites als 123video (of Youtube, of …) is natuurlijk geen onbekend verschijnsel. In de meeste gevallen komt er dan een notice-en-takedownclaim van de rechthebbenden, verwijdert de (s)exploitant (haha) van de site het filmpje en daarmee is de zaak klaar (haha). Financiële claims zijn meestal niet aan de orde, want zo’n site kan zich beroepen op de wettelijke bescherming voor hostingproviders. Die stelt dat je als site niet aansprakelijk bent voor uploads van gebruikers, mits je maar gehoor geeft aan evident juiste claims van rechthebbenden over het materiaal.

Kennelijk neemt Kim Holland Producties hier de insteek (haha) dat 123video geen beroep toekomt (haha) op deze uitsluiting. Daar zijn precedenten voor, met name op het gebied van forumsites maar ook natuurlijk bij Mininova dat geen internetprovider bleek te zijn. Maar waarom het voor 123video niet zou gelden, is me niet duidelijk. Afijn, dat is iets voor later, want eerst ligt er dus de oproep tot vrijwaring zoals dat juridisch heet.

123video namelijk is niet voor één gat (haha) te vangen: ze heeft in haar algemene voorwaarden een vrijwaringsclausule opgenomen. Die kreet heeft u vast wel eens in voorwaarden zien staan, iedereen neemt dit standaard op namelijk. Het klinkt misschien onschuldig, een soort van belofte dat je echt-heus-waar geen rechten zult schenden. Maar onschuldig is dit niet: je belooft op te komen (haha) draven als de site wordt aangeklaagd. En in het uiterste geval om die 500.000 euro te komen (haha) vergoeden.

Probleem is natuurlijk om die uploader te vinden. Daarvoor trok (haha) 123video aan de bel bij Ziggo maar die weigerde de gegevens af te staan. De kortgedingrechter in Amsterdam vonniste echter dat Ziggo deze gegevens toch moet afstaan. De ernst van de overtreding en de dreigende schade voor 123video wegen zo zwaar dat de privacy van de klant moet wijken.

Dit is bij mijn weten de eerste keer (haha) dat een provider om deze reden gegevens moet afgeven. Ik ben heel benieuwd of deze persoon nu zelf aangepakt (haha) gaat worden of dat hij mee moet draaien (haha) in de zaak tussen 123video en Holland. In beide gevallen heeft hij toch een groot (haha) probleem.

Arnoud

Achterkamertjespolitiek in Europees Parlement over afsluiten internetgebruikers (gastpost)

vrijschrift.pngEen gastbijdrage van Walter van Holst van stichting Vrijschrift.

Aanstaande woensdag staat een amendement op de toekomstige kaderrichtlijn Telecommunicatie op de agenda van het Europees Parlement met betrekking tot het afsluiten van internetgebruikers. Achter deze gortdroge aankondiging zit een lopend gevecht tussen lobbyisten van de media-industrie, de EU-ministerraad en het Europees Parlement over het mogen afsluiten van internetters wegens auteursrechtenschendingen. Aanleiding is de Franse HADOPI-wetgeving die onlangs in (gewijzigde) vorm <a href=”http://webwereld.nl/nieuws/63764/-three-strikes”definitief-erdoor-in-frankrijk.html”>toch is ingevoerd. Kort en bondig gezegd: notoire downloaders van auteursrechtelijke beschermd materiaal kunnen in Frankrijk hun internetverbinding kwijtraken. In het Verenigd Koninkrijk is soortgelijke regelgeving aangekondigd.

Het Europese parlement had met grote meerderheid een amendement (inderdaad, nummer 138) op de komende kaderrichtlijn Telecommunicatie aangenomen dat het vermogen van de EU-staten om dergelijke regelgeving in te voeren, in zou perken. Dit uiteraard tot grote woede van met name Sarkozy, maar ook andere lidstaten dan Frankrijk hebben hun bedenkingen. Amendement 138 eist namelijk een rechterlijke toetsing voordat dergelijke maatregelen doorgevoerd mogen worden, een onderwerp wat officieel niet tot de bevoegdheden van de EU behoort. Dit heeft in het verleden de EU er overigens niet van weerhouden om toch richtlijnen uit de vaardigen die de rechtsgang raken, waaronder de Handhavingsrichtlijn Auteursrecht die geresulteerd heeft in een revolutie in proceskostenveroordelingen in Nederland.

De discussie tussen het Europees Parlement en de EU-ministerraad is een blokkade voor invoering van de nieuwe kaderrichtlijn Telecommunicatie, wederom een gortdroge term waar een wereld van politiek, economie en lobbyen achter verscholen ligt. Deze kaderrichtlijn is de grootste verandering in de regeluring van de telecommunicatiesector in de EU in tien jaar. Onder andere het zogenaamde digital dividend,de verdeling van door de invoering van digitale televisie vrijgekomen radiofrequenties maken hier onderdeel van uit. Tegelijkertijd bevat Amendement 138 aanknopingspunten voor netneutraliteit. Dit alles staat nu in de ijskast tot de ruzie over afsluiten van internetgebruikers is opgelost.

Om uit de impasse te geraken heeft de voorzitter van de verantwoordelijke commissie van Europarlementariërs, Catherine Trautmann, een compromis gesloten met de EU-ministerraad wat ogenschijnlijk in de geest is van Amendement 138 zoals dat door het EP is aangenomen. Echter, dit compromis wijkt op essentiële punten af:

  • In de oorspronkelijke tekst werd gesproken over maatregelen in het algemeen, in de compromistekst wordt gesproken over maatregelen door de lidstaten. Dit betekent dat de beperkingen niet van toepassing zijn op regelgeving op EU-niveau;
  • In de compromistekst wordt niet langer meer rechtspraak voorafgaand aan de afsluiting van internetgebruikers geëist, dit betekent dat rechterlijke toetsing achteraf ook mogelijk is. Denk aan onze wet-Mulder die veroorzaakt heeft dat verkeersboetes pas aangevochten kunnen worden nadat betaald is;
  • De aanknopingspunten voor netneutraliteit (het recht van gebruikers om zelf hun toepassingen en apparatuur te kiezen) zijn verwijderd.

De voorgaande punten leiden tot een optelsom die buitengewoon veel collateral damage kan leiden. Denk maar eens aan bedrijven die als gevolg van ondoorzichtige afsluitingsprocedures waarin pas achteraf sprake kan zijn van hoor en wederhoor afgesloten worden van internet. En niet alleen bedrijven: toegang tot het internet is steeds meer een essentiële voorwaarde voor participatie in een informatiemaatschappij. Uitsluiting daarvan zou hooguit langs strafrechtelijke weg moeten kunnen, met alle rechtsbescherming die daarmee gepaard gaat.

De discussie in het Europees Parlement is nog niet afgerond en Europese digitale burgerrechtengroepen zijn in actie gekomen, in het bijzonder het Franse La Quadrature du Net. Voor wie hier aan wil bijdragen geldt dat het de voorkeur verdient dat zij telefonisch contact opnemen met Europarlementariërs (lees eerst de tips).

Het belangrijkste doel wat bereikt zou moeten worden is dat niet de compromistekst van Trautmann, maar de democratisch tot standgekomen tekst van het Europees Parlement leidend dient te zijn in de discussie met de EU-ministerraad.

Walter van Holst is in het dagelijks leven IT-jurist en daarbuiten vrijwilliger voor Stichting Vrijschrift.org. Vrijschrift wil dat vrije informatie – zoals vrije software, vrije leermiddelen en literatuur uit het publieke domein – gestimuleerd wordt om de ontwikkeling van de mensheid te versnellen.

Dat downloadverbod

Het kabinet wil het downloaden van beschermde werken uit (evident) illegale bron gaan verbieden. Tegelijkertijd zal de thuiskopieheffing worden afgeschaft, wordt het toezicht op auteursrechtorganisaties sterker en zal de contractuele positie van auteurs en uitvoerende kunstenaars worden verbeterd. Ben ik tegen? Mwa, niet uit principe. Wel vraag ik me ernstig af of dit echt gaat werken: de contentindustrie moet binnen drie jaar met initiatieven komen voor legale diensten, en ik zet er een krat vrij bier op dat dat hem niet gaat worden.

Het besluit neemt grofweg de aanbevelingen uit het rapport-Gerkens over, die ook neerkwamen op “we moeten downloaden verbieden anders heeft de industrie geen kans nieuwe modellen te ontwikkelen.” Welke nieuwe modellen dat dan zijn, moet bij de industrie liggen – die club die decennia lang niets bedacht heeft behalve nieuwe modellen aanklagen wegens schending van hun auteursrechten. Excuse me voor het skeptisch zijn, maar clubs die de drie-voor-een-tientjebak bij de Blokker als een “volwassen aanbod” betitelen zie ik niet snel met iets echt nieuws komen.

Het argument is dan altijd: je kunt niet concurreren met gratis. Daar geloof ik niks van, iTunes en alle ringtoneboeren lukt dat toch aardig. En ook clubs als Mininova concurreren prima met gratis.

Het zou beter zijn geweest als het kabinet zélf met maatregelen was gekomen om deze vastgelopen markt op gang te helpen, zoals Eurocommissaris Viviane Reding eerder bepleitte. Bijvoorbeeld door een stelsel van verplichte licenties op te tuigen zodat ontwikkelaars van innovatieve distributiemodellen een betere onderhandelingspositie krijgen (waar Remy Chavannes nu iets genuanceerder over is dan in zijn Nu.nl column vorige week).

Nee, hier verwacht ik weinig heil van. Er komen misschien een paar nieuwe aanbieders met tientjesbakken bij, maar echt nieuwe modellen zie ik niet verschijnen. Als we binnen drie jaar in Nederland Disneycontent kunnen huren via een filesharing netwerk, ongeveer zoals Steam voor de gamesindustrie, krijgt iedereen die hieronder reageert een kratje vrij bier of vrije cola. Eigenlijk had ik willen zeggen “huren via internet” maar dan zul je zien dat er ergens een DRM dienst voor 20 euro per film opgetuigd wordt waar je binnen 24 uur de film in 640×480 moet worden bekeken nadat je Silverlight geïnstalleerd hebt en een kopie van je paspoort bij BREIN hebt afgegeven. Of dat Wouter Rutten betaaltelevisie als onderdeel van internet definieert.

Arnoud